04 Feb 2010

Moon

 

Al twee weken houden we ons op school bezig met het heelal. Gefascineerd leren de kinderen over onbekende dwergplaneten in ons eigen zonnestelsel, exo-planeten die zich aan ons gezichtsveld onttrekken en hypergiganten van onvoorstelbare afmetingen. Zelf laat ik me dusdanig meeslepen dat ik niets liever wilde dan weer eens een science-fictionfilm zien.

Science-fiction is een beetje een ondergeschoven kindje op fiepke.nl. De helft van de titels binnen dit genre betreft ook nog eens tamelijk lullige ruimtekomedies, maar een film als Moon kom ik dan ook zelden tegen. Geen onwaarschijnlijke intergalactische oorlogen die met laserkanonnen worden beslecht, geen op mensenbloed beluste aliens die onze planeet komen terroriseren. Niets van dat alles, gelukkig.

Als ik Moon met een film uit het beperkte lijstje op mijn website moet vergelijken zal dat ongetwijfeld Solyaris zijn. Een onderhuidse spanning die je geen moment met rust laat, want het wordt pas echt eng als het gevaar helemaal niet van buitenaf komt. Dat kan ook niet in Moon, want eigenlijk is Sam Rockwell de enige acteur. In zijn uppie draagt Sam zorg voor een beklemmende sfeer van de eerste tot de laatste minuut.

 

Sam werkt op de maan. In de toekomst is milieuvervuiling een gepasseerd station op aarde, dankzij het winnen van helium 3 op de donkere zijde van de maan. Drie onafgebroken jaren lang moet Sam zorgen dat alles soepeltjes verloopt op de maanbasis, waarvandaan geen direct contact met aarde mogelijk is. Geen baantje voor mensen die snel heimwee krijgen. Lang genoeg om je dingen te gaan verbeelden.

Sam heeft nog een week of twee te gaan wanneer hij beseft dat er iets niet pluis is. Na een crash overleefd te hebben hoort hij via de satellietverbinding berichten die niet voor hem bestemd zijn. Zowiezo – een satellietverbinding? Sinds wanneer dan? Wanneer Sam ook nog eens zichzelf vindt, achtergelaten in het wrak van het gecrashte maanvoertuig, is het tijd uit te zoeken wat er voor hem geheim wordt gehouden.

Score: ★★★★½

31 Jan 2010

Joheunnom nabeunnom isanghannom

 

Er is duidelijk niet op het budget beknibbeld bij Joheunnom nabeunnom isanghannom (The Good, the Bad, the Weird). Deze Zuid-Koreaanse western, of wat voor genre het dan eigenlijk ook mag wezen, hangt van explosies en extravagante vuurgevechten aaneen. Maar liefst 139 minuten aan ontspoorde treinen, achtervolgingen en kogels over en weer. En het gaat geen moment vervelen.

Ik was al een tijd op zoek naar Joheunnom nabeunnom isanghannom, tot dusver zonder succes, toen ik erachter kwam dat Gijs hem gewoon al had. Aangezien we toch met z’n vijven op de bank zaten met bier en cowboyspek en we ons nog een paar uur moesten vermaken voor de vrouwen ons het avondeten voor zouden zetten, was de keuze snel gemaakt.

Bij menigeen zal al snel de vraag rijzen wat het bestaansrecht van een western in Zuid-Korea is. Een legitieme vraag, maar hoeveel in Spanje geschoten westerns heb jij al gezien? Bovendien speelt Joheunnom nabeunnom isanghannom niet in Zuid-Korea, maar in Mantsjoerije. Een tamelijk rommelig stukje aarde waar ooit zo’n beetje iedereen aanspraak op maakte. Rusland, Japan, China, Korea – iedereen wilde deze woestenij graag hebben.

 

Waarom is mij uit het zien van Joheunnom nabeunnom isanghannom niet duidelijk geworden. Mantsjoerije oogt als een dorre zandvlakte en leent zich daarmee uitstekend voor het genre. Om de politieke aanspraken op de zandbak nog wat extra sju te geven zijn er nog wat belangengroepen aan het verhaal toegevoegd: drie concurrerende outlaws en een losgeslagen criminele bende die iedereen op de hielen zit.

Het duurt dan ook even voor je als kijker doorhebt hoe de vork precies in de steel zit – of überhaupt wie nu precies wie is uit de titel. Eigenlijk doet het er ook allemaal niet toe want het is gewoon amusant om te zien hoe een drietal elkaar vijandig gezinde boeven de complete legers van Japan en Mantsjoerije wegvaagt in een waanzinnige rit over de vlakte. Erg mooi gefilmd ook. De enige vraagtekens die wij bij Joheunnom nabeunnom isanghannom plaatsten betroffen de muziekkeuze: Spaanse gitaarstukjes en Best of Balkan Beats – waarom?

Score: ★★★★☆

31 Jan 2010

Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death

 

“Deze film is zo slecht, daar zakt je broek van af,” maakte de verkoper van Boudisque me lekker. Gezien de middelmatige waardering op IMDB zou dat allemaal wel meevallen. Beroerd slechte films scoren een twee, goede films een zeven en alles tussen de vier en vijf kan een tegenvallende film zijn waarvan veel verwacht werd, òf iets wat zo slecht is dat het hilarisch is. Van Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death verwachtten we niet veel.

We hoopten dus op iets wat zo slecht was dat het hilarisch zou zijn. We kwamen niet bedrogen uit: Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death is niet zomaar een goedkope B-film – het is baarlijke nonsens! Midden in Californië – bij mijn weten toch een tamelijk dichtbevolkte staat – strekt zich een onmetelijke jungle uit. In deze jungle houdt zich een stam van schaarsgeklede dames op. Vrouwen met kannibalistische trekjes, welteverstaan.

Mooi laten zitten, zou je denken, maar zo gemakkelijk is het allemaal niet. De jungle is namelijk wel de grootste bron van avocado’s voor de hele VS – en we zouden toch niet willen dat die smerige communisten meer avocado’s oogstten? “Naturally we prefer a military solution,” geeft het Amerikaanse leger ruiterlijk toe, maar ze zien zich gedwongen tot onderhandelen. Erger nog: een feministe moet het vuile werk voor ze opknappen, want er zijn al drie divisies aan stoere mannen over de kling gejaagd.

 

Toch, helemaal alleen wil Dr. Margo Hunt niet vertrekken. Drie ruige vechtersbazen bieden zich aan (wij hoopten dat de gladde worstelaar in strakke rode broek mee zou mogen), maar het noemen van de Piranha Women is voor elke man genoeg om het hazenpad te kiezen. Behalve voor Jim dan. Die is daar te stom voor. Jims kwaliteiten bestaan uit het bier leren drinken aan een onderkruiperige stam Piranha-mannen en veelvuldig op niet komische wijze vallen.

Weliswaar gefilmd op locatie op authentieke avocadoplantages moet het jungleavontuur een overtuigende junglesfeer toch ontberen. Dat hetzelfde stukje rivier voor elke bootscène wordt gebruikt en het Californische nijlpaard (kleiner dan zijn Afrikaanse neef, maar minstens zo gevaarlijk) geen moment in beeld komt spreekt wel in het voordeel van Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death. Bijzonder vermakelijk en daarom ook unaniem een zeven wat Joost, Gijs, Jaap en mij betreft.

Score: ★★★½☆

30 Jan 2010

Zombieland

 

“Er zijn binnen het zombie-subgenre al heel wat overbodige films uitgepoept,” schreef ik een luttele negen dagen geleden na het zien van Zonbi jieitai (Zombie Self-Defense Force). Gelukkig laat ik me niet weerhouden door de vele uren geestdodend materiaal die ik op mijn netvlies gebrand krijg – de aanhouder wint. Af en toe (eigenlijk nog best frequent; voert u de zoekterm ‘zombie’ maar eens in op deze website) kom je gewoon een pareltje tegen.

Je kunt wel alle zombiekomedies die je van je stoel doen rollen van het lachen met Shaun of the Dead gaan vergelijken, maar Zombieland kiest een originele invalshoek. Overleven naast Shaun stomtoevallig al zijn vrienden, vijanden en bekenden, Zombieland maakt het zichzelf voor een komische film minder makkelijk door Columbus er moederziel alleen opuit te sturen.

Bovendien is Columbus geen Engelse sul, maar een Amerikaanse autist. Een computernerd die je onmogelijk uit ziet groeien tot held. En daar heb je dan nog gelijk in ook. Rule #4: Don’t be a hero. Om zich staande te houden in de Verenigde Staten van Zombieland heeft Columbus zich een dertigtal strikte regels opgelegd. Volg de regels en je maakt een kans tegen de mensenetende monsters.

 

Het gebrek aan flexibiliteit van de autistische hoofdpersoon is de sterkste troef van Zombieland, maar het moordende tempo mag er ook wezen. Vier overlevingsregels worden flitsend uitgewerkt voor Metallica’s For Whom the Bell Tolls uit de speakers dreunt. Zombieland rocks! En hoe hoog het tempo ook ligt, Columbus neemt rustig de tijd om zijn gordel om te doen of te rekken en strekken voor hij de ondoden te lijf gaat.

Leuk om zo’n sulletje aan een macho van formaat te koppelen natuurlijk. De voorliefde van spierbundel Tallahassee voor wapens wordt enkel overstegen door zijn verlangen naar Twinkies. Tallahassee zit in de ass-kicking business “and business is good.” Een zombie-kill of the week levert het net niet op, maar leuk is het wel. De snelheid van het eerste half uur mag dan (nèt) niet over de hele linie volgehouden worden, wie van geweld en vlotte oneliners houdt zit goed bij Zombieland.

Score: ★★★★☆

30 Jan 2010

Eden Lake

 

Er zit dus een soort van magische uitknop op vervelende kinderen: een glasscherf in de halsslagader en de ettertjes veranderen in makke lammetjes. Goed om te weten, maar naar alle waarschijnlijkheid in strijd met ons schoolbeleid. En wat zijn de Drentse jongens en meisjes schatjes in vergelijking met het Engelse tuig in Eden Lake.

Eden Lake is een schot in de roos: wie kan zich niet boos maken om het gedrag van opgeschoten jochies die denken zich alles te kunnen permitteren? Gelukkig in Nederland een minder herkenbaar fenomeen (nee, ik woon niet in de stad), maar veel Engelsen zitten met de handen in het haar. Opvoedkundig waardeloze ouders – want iederen mag naar hartelust nakomelingen verwekken – en jongens zijn nu eenmaal jongens.

Zo ook Steve, die zijn weekendje weg niet laat verpesten door de plaatselijke asocialen met radio op maximaal volume en piemel uit de broek. Dat denkt hij althans. Zijn gram halen was niet zijn helderste ingeving van het weekend, maar wel één van zijn laatste. Naar een begripvolle reactie bij de incapabele ouders kan het verliefde stelletje fluiten en voor de verstandige keuze de benen te nemen is Steve te trots.

 

Van ongemakkelijk herkenbaar transformeert Eden Lake in de akeligste film die ik in tijden zag. Met trillende vingers zat ik mijn zak chips leeg te werken, want deze jeugdbendehorror is wel erg realistisch. De film roept al snel vergelijkingen met ‘Lord of the Flies’ op: geen van de baldadige tieners is in staat onder de invloed van uitschot Brett uit te komen. Nee zeggen wordt steeds moeilijker; de volgende stap nemen steeds makkelijker.

Het weekendje weg van Steve en Jenny in de verlaten bossen verandert dan ook snel in een nachtmerrie. Het stadium van obsceniteiten is snel gepasseerd en het getreiter stopt niet bij het stelen van de eigendommen van het stel. Eden Lake wordt binnen het half uur erg wrang en dan moet je nog een uur – een uur met een weeë maag. Erg goed op het wat onrealistische einde na. Erg ongemakkelijk. En ik was erg blij toen de aftiteling in beeld verscheen.

Score: ★★★★☆

21 Jan 2010

Zonbi jieitai

 

Er zijn binnen het zombie-subgenre al heel wat overbodige films uitgepoept, maar regisseur Tomomatsu legt de lat wel heel erg laag. Gekocht bij Boudisque, samen met een film waarvan ik als commentaar van de verkoper te horen kreeg dat ie zo slecht was dat je broek ervan afzakt. Wetende dat ik desbetreffende film vast ook nog ooit ga kijken zinkt de moed me een beetje in de schoenen.

Indrinken en mezelf samen met vrienden luidruchtig gedragen lijkt mij de enige juiste benadering van die film. Waarschijnlijk was het ook een verstandigere benadering van Zonbi jieitai (Zombie Self-Defense Force) geweest. Meerdere malen stond ik op het punt mezelf te bevrijden van de waardeloze Japanse troep waarmee ik mezelf pijnigde, maar zo nu en dan een afbraakrecensie schrijven is best leuk.

Zonbi jieitai begint tenminste nog met opruiende teksten over die stinkende no-good Amerikanen. Wie zijn zij om de Jappen op hun plek te wijzen? Natuurlijk moet de premier de Yasukuni-tempel bezoeken om de soldaten die hun leven gaven tijdens de Tweede Wereldoorlog te eren. De Amerikanen zijn de slechteriken, niet de Japanners!

 

Daarna is het met de originele invalshoeken gauw gedaan. Er vliegt een (handgetekende?) UFO door het scherm en iedereen verandert in zombies. Een groepje militairen op oefening strandt in een afgelegen hotel waar de eigenaar zojuist zijn zwangere minnares annex zombie heeft neergeschoten. Hordes zombies drommen samen voor de deuren van het etablissement, hoewel de bossen daarnet nog verlaten waren.

Het duurt uiteraard niet lang (en daar mocht ik gezien de omstandigheden erg mee in mijn sas zijn) of iedereen is zombie, op één enkele, dapper weerstand biedende vrouw na. Die blijkt een cyborg te zijn en moet het na het uitschakelen van alle ondoden opnemen tegen een goed geconserveerd lijk van een legerofficier uit de al eerder genoemde Tweede Wereldoorlog. Er komen ook nog even aliens op de proppen en schoolmeisjes met opkruipende rokjes. Een dvd die in de prullenbak mag, tenzij iemand hem ondanks deze waarschuwing nog wil zien.

Score: ½☆☆☆☆

14 Jan 2010

27 Missing Kisses

 

Af en toe is het goed eens stil te staan bij je vooroordelen. Waarom denk ik er ook alweer zo over – en zouden mijn stellige meningen niet wat genuanceerder mogen? “Neen,” mag ik welhaast vloekend uitspuwen waar het romantische komedies betreft. Na het zien van 27 Missing Kisses weet ik weer waarom ik dit soort films in een eerdere recensie tot het laagste der lage genres rekende. Het is om onpasselijk van te worden.

Komt bij dat het onsamenhangende 27 Missing Kisses naast een puberromance ook met weinig overtuiging een Balkanklucht in de stijl van de betere Kusturica’s probeert te zijn. Schepen die over land worden voortgetrokken, varkens die in het bos worden afgeschoten en een piemel die opzwelt tot zeppelinformaat. Zoals gezegd allemaal weinig overtuigend en al helemaal niet grappig.

Oh ja, er is ook seks. Dzhordzhadze doet voorkomen dat gans Georgië slechts aan oorlog maken en geslachtsgemeenschap kan denken. Wat niet waar is. Ik ben er geweest en er zijn ook Georgiërs die graag over rugby praten. In 27 Missing Kisses pleegt iedereen overspel met iedereen, ongeacht uiterlijk of leeftijd. Gezellig met het hele dorp naar Emanuelle en de dame naast je onzedelijk betasten.

 

Een dergelijk gebrek aan zeden en moraal kan leuk uitpakken, maar de enige borsten die we te zien krijgen zijn erg klein of van minderjarigen. Dat de 14-jarige Sibylla een volwassen man het hoofd op hol probeert te brengen wordt niet door iedereen gewaardeerd. Gelukkig heeft elke Georgiër een jachtgeweer in huis, dus akkefietjes zijn gauw opgelost. “Denk je wel goed na voor je schiet?” krijgt de op Sibylla verliefde puber nog als goede raad mee.

Obscure Oost-Europese films zijn dus niet altijd geweldig. Ik voelde me ook een beetje bekocht toen ik erachter kwam dat 27 Missing Kisses slechts voor een klein deel in Georgië was opgenomen. Veel scènes zijn op locatie in Griekenland in Klitoria gefilmd. Een leuke plaatsnaam – dat dan weer wel. Enfin, ik heb nog een Georgische film liggen. Met hopelijk meer van de Kaukasus en meer chacha.

Score: ★★☆☆☆

02 Jan 2010

Escape from New York

 

John Carpenter heeft weinig vertrouwen in de mensheid. Gelukkig maar, want dat heeft in een tijdsbestek van ruim dertig jaar al heel wat fijne films opgeleverd, met voorlopig als meest recente de grappige Masters of Horror episode Pro-Life. Carpenter heeft zó weinig vertrouwen in de mensheid dat hij zelf de filmmuziek schrijft bij zijn films vol doemdenkerij. Een ander zou het toch maar verknallen en het is nog goedkoper ook.

In het kader van de 10%-regeling kocht ik in de kerstvakantie drie dvd’s bij Boudisque die volgens de verkoper zo slecht waren dat je broek ervan afzakte. Escape from New York uitgezonderd, want dat was een echte cult-klassieker. Dat wist ik al lang, maar wanneer ik het avontuur van Snake Plissken zag kon ik me niet meer herinneren. Het zal ergens in de jaren ’90 zijn geweest.

Zelfs toen moet de tijd Escape from New York al achterhaald hebben. De film begint met een voice-over van Jamie Lee Curtis die vertelt dat de misdaadcijfers in de Verenigde Staten in 1988 met 400 procent toenamen. De enige oplossing: Manhattan ombouwen tot streng bewaakt penitentiair eiland. Waarna de science-fictionfilm naar het heden flitst: 1997. In negen jaar tijd heeft nog geen enkele veroordeelde de gevangenis levend verlaten.

 

Enter Snake Plissken (Kurt Russell). Zoals elke gevangene krijgt Snake, waarvan iedereen dacht dat ie al dood was, bij veroordeling de mogelijkheid aangeboden zich ter plekke te laten cremeren. Snake krijgt daarnaast een optie die niet iedereen krijgt: bevrijd de president die na een gijzeling op Manhattan is beland en kom terug als vrij man. Snake belooft erover na te zullen denken, maar nadenken is niet ’s mans sterkste kant. Actie willen we zien!

Escape from New York is het begin van een vruchtbare samenwerking van de geweldige Carpenter (zie ook recensies van In the Mouth of Madness, The Thing en Cigarette Burns) en macho-held Russell, waarvan ik helaas pas vier films zag. Snake heeft weinig op met de president, zijn land of naastenliefde in het algemeen, maar heeft weinig keus. Wel heeft hij een automatisch geweer, vuisten die willen meppen en een voor de film tekenend gebrek aan futuristische gadgets tot zijn beschikking. Tijd om Escape from L.A. ergens vandaan te toveren.

Score: ★★★★☆

23 Dec 2009

Vliegende eekhoorns en lachende beertjes

Dit kon wel eens een erg leuk land zijn. Het land van ijshockey, Terrasbetoni in de hitparade en de films van Aki Kaurismäki. Het vroor vannacht slechts zeven graden en dat viel dus zat mee. Zo leken de Finnen er zelf ook over te denken, getuige de blonde dame in het hele korte rokje. Finland, Finland, Finland – it’s the country for me. Jammer dat onze plannen dankzij de napret van Estland iets in de war werden geschopt. Mark moest helaas op de injured reserve lijst worden gezet en Anneke wilde graag voor hem zorgen, omdat het niets voor Mark was om ziek te zijn.

Wandelen met Ilva is fijn (JS)

Mark wist wat hij nog in zijn maag had gelukkig de hele taxirit van de haven naar hun flatje in Helsinki binnen te houden. Chapeau, Mark. Geen geringe prestatie, want wegens een overschot aan milieu in de Finse hoofdstad is hier de rode golf ingevoerd, met alle honderd stoplichten onderweg dus op rood. En wij thuis maar fietsen voor een goed milieu. We hadden dan ook zeeën van tijd om naar de taxichauffeur te luisteren. Hij was een van de vele in Finland werkzame Esten. Niet raar wanneer je weet dat de landen qua taal nogal wat overeenkomsten vertonen en op slechts twee uur varen van elkaar liggen. De lonen vormden wel een verschil, met een regulier loon in Finland tegenover 400 euro per maand in Estland. Daar woog het feit dat er geen donkere mensen in zijn vaderland woonden niet tegenop, vond de chauffeur. Pas een uitkering à twintig euro per maand nadat je zes maanden een baan hebt gehad was waarschijnlijk een effectief middel om asielzoekers buiten de deur te houden.

“Estonia is a mad little dog,” vervolgde de taxichauffeur, “that tries to bite everyone.” Wat, ben jij vriendjes met de Russen? Dan doen we geen zaken met jou. Komen er Finnen naar ons land om alcohol te kopen? Tijd voor een ontmoedigingsbeleid! Hoeren? Alleen als ze aan de heroïne zitten of HIV hebben, anders jagen we ze de grens over. Voor goeie hoeren moest je nu nondeju helemaal naar Riga. Esten verzonnen altijd wel iets om zich in eigen voet te schieten. “Een creatief volkje dus,” constateerde ik. “Ja, geen ander volk kan zo snel stomme plannen verzinnen als Esten,” mopperde de vriendelijke chauffeur.

In alle vroegte liepen Anneke en ik de volgende ochtend naar het autoverhuurbedrijf om te kijken of we onze reservering nog konden annuleren. De gemeentewerkers waren net bezig het ijshockeyveldje bij Anneke en Mark in de straat te besproeien. Met twee thuisblijvers vonden we 120 euro voor een dagje autorijden wat al te gortig. In plaats van Hämeenlinna en de natuur van Torronsuo gingen Eva en ik dan liever met het openbaar vervoer naar nationaal park Nuuksio, net buiten Espoo. Dan waren we voor nog geen tientje klaar. Anneke had een ware busspeurtocht voor ons uitgezet, maar onderweg naar bus numero vier maakte een horde instappende middelbare scholieren onze planning onhaalbaar. Met twee Franse toeristen doodden we de tijd in een aftands tankstationnetje met slechts één stoel en oudbakken donuts. Ons lachende beertje Ilva deed het opnieuw erg goed bij de aanwezige vrouwen.

Picture-perfect Finland (EH)

Tegen een uur of één liepen we vanaf de bushalte naar het nationaal park. Het vroor vandaag slechts een behaaglijke zes graden en het was daarmee wat mij betreft warm genoeg om mijn handschoenen in de bus te laten liggen. Zeker daar Finland heel wat minder vlak is dan waar we met onze wandelwagen op geanticipeerd hadden. Met onze sneeuwschuiver bergop ploeterend liep het zweet al snel in straaltjes over mijn rug. De zon had net haar hoogste punt bereikt, net boven de toppen van de besneeuwde naaldbomen en dat leverde mooi strijklicht op. De hemel was voor de verandering helderblauw – dit was het Finland van ansichtkaarten, met bevroren meren, een dik pak sneeuw op de takken en een golvend, leeg landschap.

Nuuksio, toch vlakbij Helsinki, bleek een interessant natuurgebied. Nu met de witte leegte van besneeuwde meren en oranje en paarse luchten boven het naaldwoud, ’s zomers een plek waar het niet ongewoon was vliegende eekhoorns, elanden, rivierprikken en slakken met stekels te zien. Na drie kilometer over de onaangekondigde heuvels door een dikke laag sneeuw te hebben geploeterd, moesten we aan de andere kant van het park precies drie minuten wachten op de hoogst onregelmatig rijdende bus. Half vier, dus net voor de schemering, waren wij weer onderweg langs slecht versierde huizen en tuinen. Nog een overeenkomst tussen Esten en Finnen: beide zijn even luie flikkers waar het op het ophangen van kerstversiering aankomt. Hup, een snoertje met lampjes in de heg en aan de glühwein dan maar.

Voor het appartement van Anneke en Mark liepen Finnen op crocs in badjas door de sneeuw. Wat een pech dat Mark zo ziek was, want iemand zo gek krijgen om mee te gaan ijszwemmen had me best leuk geleken. Mark at nog altijd niet mee, ook niet toen het door hem wèl gewaardeerde dessert dropijs op tafel kwam. Geef me dan liever het nationale gerecht van Estland. Niet veel later gaf Eva zich ook gewonnen aan de buikgriep, die onderweg naar Nederland ook Anneke nog zou vellen. Maar goed dat ik in Narva zoveel wodka had gedronken dat alles binnen in me dood was gegaan. Het werd een zware nacht.

Met moeite onderdrukte ik een geeuw (JS)

Ilva deelde de misère niet. Ons beertje sliep rustig door toen ik de volgende dag met haar door het centrum van Helsinki liep. Een beetje uitslapen voor de zieken, gecombineerd met vertier voor mij en Ilva. Nou ja, Ilva sliep dus en dit was het deprimerende Helsinki zoals ik het me voor had gesteld: het was +0 °C en het was die plus die me nog het meest tegenstond. Vannacht raasde er een herfstachtige storm langs de ruiten. Alle sneeuw was uit de bomen geregend en langs de trottoirs lag grauwwitte pap. Uit een loodgrijze lucht viel de hele dag natte sneeuw.

Vanuit de bunkers van metrostations, diep onder de grond, probeerde ik de weinige bezienswaardigheden van de Finse hoofdstad te lokaliseren. Volgens de Finnen is het niet de vraag òf, maar wanneer Rusland hen weer eens aanvalt en daar zijn de metrostations alvast op gebouwd. Maar wie zou deze stad willen hebben? De marmerwitte Tuomiokirkko met zijn groene koepels en de uit rode bakstenen opgetrokken orthodoxe Uspenski kathedraal waren met dit weer een stuk minder fotogeniek. Bovendien leek Helsinki met alle moderne hoogbouw en treurnis van dien teveel op Eindhoven. Mark maakte de vergelijking al eerder – en ik trouwens vorig jaar ook, maar dan over Oslo. Ik neem het bij deze terug: Oslo was het helemaal waard om een volle dag door te zwerven. Oslo had originele musea die nieuwsgierig maakten. Helsinki straalde niets uit, al moet ik bekennen dat ik Suomenlinna door tijdgebrek gemist heb.

Ik sloot mijn wandeling door Helsinki af in Ruslania, een leuke winkel waar ik wat cadeautjes haalde om mijn zieke vriendinnetje op te vrolijken en haar te helpen bij het leren van de taal: Petson en Findus in het Russisch. Ruslania verkocht verder kwas, Borjomi bronwater uit Georgië en Russische cd’s en dvd’s. Een Russische vrouw hielp me daarna mijn weg te vinden op het metrostation, op weg terug naar de rest. Als de Russen hier nu al zo goed de weg weten zet je onbewust toch vraagtekens bij het nut van die schuilkelders. Al was Helsinki een sof, de vakantie duurde veel te kort. Als testcase voor een trip met baby was het allemaal echter zeer geslaagd. Volgende keer kunnen we best langer weg met ons geweldige dochtertje. En dan weer gewoon naar een boevenland.

Klik hier voor meer foto’s van Finland

21 Dec 2009

De baby afharden bij -26 °C

Mensen die me aankijken alsof ik gek ben wanneer ik mijn vakantieplannen uit de doeken doe ben ik intussen wel gewend, maar nu waren de blikken welhaast vijandig. Een vijf maanden oude baby meenemen naar een plek waar de temperatuur overdag rond de -15 °C zou schommelen lokte bij velen weinig begripvolle reacties uit. Ik zag het probleem niet. In Estland worden ook baby’s geboren en die sluiten ze echt niet op tot hun zestiende verjaardag. Bovendien vroor het vannacht thuis in Drenthe ook tien graden, lag er twintig centimeter sneeuw en had ik al twee dagen met Ilva geoefend om haar winterklaar te maken. Tijdens de wandelingen door sneeuwbuien lag ze, warm ingepakt, steevast heerlijk te slapen.

Halfzacht landje als Nederland is niet opgewassen tegen een beetje winterweer. ’s Ochtends stond er 670 kilometer file en schaatswedstrijden werden door het winterse weer afgelast. Zelfs kerstvieringen op scholen in aangrenzende dorpen gingen niet door. Als weinig begripvolle reacties ergens op hun plaats zijn, dan is het hier wel. Kinderen huilen tranen van geluk als eender welke schooldag door weersomstandigheden niet doorgaat, maar zet een streep door het kerstfeest en je hebt een heleboel sippe gezichtjes. Over niet bestrooide, witte klinkerwegen ging het donderdagavond dan ook naar school.

Eigenlijk gewoon één stad, maar kom daar niet mee aan bij de Russen en Esten (JS)

Air Berlin was eveneens van mening dat het feest door moest gaan. Zelfs in het niet halfzachte Duitsland bleken vertragingen onvermijdelijk, met hier en daar een afgelaste vlucht. Anderhalf uur later dan gepland zaten we dan toch in ons toestel, maar deelstaat Nordrhein-Westfalen deelde de onversaagbare mentaliteit van Air Berlin niet. “Normaliter sluit luchthaven Düsseldorf om 22:00 uur,” deelde de piloot mede met een stem waarin enige twijfel doorklonk. “Nordrhein-Westfalen kent een vliegverbod na deze tijd. Om nog op te mogen stijgen hadden we een minuut geleden naar de startbaan moeten taxiën. We proberen een speciale ontheffing te verkrijgen en houden u op de hoogte.” Uitstappen, een hotel en morgen opnieuw wachten leek me geen ideaal vakantiebegin voor Ilva. Bovendien stond en viel ons bezoek aan Estland met deze vlucht. Morgenochtend zouden we de boot naar Tallinn nemen. Ik hou van een beetje spanning op vakantie, maar met een baby ga je over sommige dingen toch een beetje anders denken.

Het Duitse ambtelijke apparaat moet al in kerststemming zijn geweest, want bij uitzondering kregen we toestemming toch die avond nog te vertrekken. Dat ging niet zomaar, want eerst moest de grondcrew het vliegtuig nog defrosten. Een heel vliegtuig ontdooi je niet even in de magnetron, want het is van metaal. Een brandweerachtige wagen reed tot vlak bij het toestel, om met een spuit de vleugels te bewerken. Tien minuten later werd het vliegtuig klaar voor vertrek verklaard. Over de Oostzee, Gotland en een klein eiland dat ik niet kende (Mark vermoedde dat het nog niet ontdekt was, hoorde ik later, maar na wat navorsen blijkt het Gotska Sandön te heten), vlogen we naar Vantaa in Finland. Ilva keek haar ogen uit naar alle lampjes bij de start en huilde alleen de laatste tien minuten. Door een opvallend druk Helsinki kwamen we even na drie uur ’s nachts bij het appartement van Anneke en Mark aan. Toch nog mooi drieëneenhalf uur slaap voor we weer op moesten.

De rij onstevig op hun benen staande Finnen met kerstmutsen en bijpassende drankkegels bevestigde enigszins mijn vooroordeel toen we een plekje zochten op de boot naar Tallinn. Ondanks de luidruchtige dronken Finnen die elkaar omduwden al met al toch minder excessen dan ik verwacht had. Volgens Anneke en Mark lopen er overdag al opmerkelijk veel dronken Finnen door de straten van Helsinki, dus dit viel nog wel mee. Misschien moest ik mijn eindoordeel uitstellen tot de terugweg. De haven van Tallinn was tenslotte één grote slijterij. Een dure slijterij, maar Finnen zien dat toch anders. Wij kochten onze wodka liever in Narva, aan de Russische grens.

Om daar te komen haalden we eerst onze huurauto op. Dat die niet groot was, is een eufemisme. Как раз, zeggen de Russen – het paste precies. Ilva was onder de indruk van haar nieuwe maxi-cosi, met rode stof en giraffen. Gezellig opgevouwen toerden we door het voor alle verkeer verwarrende oosten van Tallinn, Lasnamäe. Een slaapstad met weinig ruimte voor de bewoners, veel stress en agressie. Uniforme huizen die bedreigend en monotoon ogen en deprimerend weinig diversiteit. Dit alles haal ik rechtstreeks uit de toeristenbrochure Noord-Estland, maar echt goede reclame is het volgens mij niet. Dat het allemaal maar verwarrend is voor automobilisten klopte in ieder geval, want tot onze consternatie merkten we na een kwartier dat we een rondje gereden hadden. Het nieuwe plan van mij en bijrijder Mark was dan maar gewoon richting de lelijkste gebouwen te rijden. Als we deze Route du Beton consequent volgden, zouden we vast op Rusland aan koersen. Toen een zijstraat echt de Betonstraat heette moesten we ons plan herzien, maar toen zaten we al op de snelweg naar Narva en Sint-Petersburg.

Mijn oma had het er in één week doorgejaagd (JS)

Een kleine honderd kilometer voor Narva werd de Russische invloedssfeer merkbaar. Het was half vier geweest en dus nacht buiten, hoewel het door de sneeuw niet echt donker werd. Op het tankstation werd Russisch gesproken en naast Anneke-chocolade vooral veel Dynami:t energiedrank en wodka verkocht. Narva zelf voelde nog Russischer aan. Tot 1920 hoorde de stad Rusland toe en op dertien van de veertien scholen die de stad telt wordt Russisch gesproken. De rivier Narva vormt een fysische grens met het buurland dat Narva best terug zou willen hebben, al zouden de Esten dan weer een stukje van de overkant willen. Navraag in Ivangorod, aan de overkant van de rivier, wees blijkbaar uit dat de plaatselijke bevolking liever deel uitmaakte van Estland (en dus de EU) dan van Rusland. Pure stemmingmakerij natuurlijk, want als als derde optie op de petitie de Verenigde Staten waren vermeld, had iedereen ineens een groene kaart willen hebben.

Voorlopig vormde de zelfs bij deze strenge vorst wild kolkende rivier dus de grens. Een ongemakkelijk ogende grens, met twee kastelen dreigend tegenover elkaar en een met prikkeldraad en hekwerk afgeschermde brug die beide landen met elkaar verbindt. Voor vannacht was er een gevoelstemperatuur van -26 °C voorspeld, maar het voelde warmer. Marginaal warmer, dat wel, maar warmer. Naar de imposant boven ons uittorenende en trots verlichte Hermantoren uit de 16e eeuw lopen ging niet vanaf hier. De met felle schijnwerpers omgeven Peterburi gold als grensgebied en in omlopen hadden we in deze kou geen zin. Aan de overkant leek het in duisternis gehulde kasteel van Ivangorod minstens zo dreigend. Na in een restaurant het nationale gerecht van Estland uitgeprobeerd te hebben (niets met een emmer bloed – het bleek gewoon aardappelen, groente en vlees te zijn, maar de Russische soljanka was weel erg goed), haalden we een flesje wodka voor vanavond. De Esten willen pertinent anders zijn dan de Russen, maar hun Virtu Valge smaakte net zo goed als Russische wodka.

Die nacht droomde ik dat we de zwaarbewaakte grens over wilden steken om het kasteel in Ivangorod te bekijken. Ons marchanderen met een soldaat die de brug bewaakte liep op niets uit. Ondanks de sneeuw droeg de beste man geen sneeuwcamouflagepak. Na een goed ontbijt van zoute pap, plastic kaasflap en mierzoete yogho moesten we ons ook in het echte leven tevreden stellen met de Estse zijde van de Narva. Bij het uitzichtpunt beet de koude wind dwars door mijn handschoenen. Met een gevoelstemperatuur van -20 °C vandaag maar geen lange wandelingen. Ilva pruttelde demonstratief in haar berenpakje. Een baby in Nederland op de winter voorbereiden is leuk en aardig, maar dit was toch een ander verhaal.

Over sneeuwwitte wegen reden Mark en ik eens temeer verkeerd, met grote ergernis op de achterbank tot gevolg. Elektriciteitsmasten, pijpleidingen, afvalbergen van oliehoudende kleilagen – zelfs sneeuw wist het deprimerende gevoel dat het industriële landschap uitstraalde niet te verzachten. Dat we naar Kino luisterden, een Russische cd die ik gisteren voor drie euro in de supermarkt had gehaald, hielp ook al niet. Eenmaal van de snelweg af bij Jõhvi was het met de bedrijvigheid gedaan. Over steeds kleinere wegen reden we naar de groene daken van klooster Kuremäe, wat Ests is voor klooster Kuremäe. Met de onafgebroken neerdalende sneeuw leek de enorme Russisch orthodoxe kerk nog meer op een suikertaart dan normaal. De markante houtstapels achter het klooster leken me, ondanks de temperatuur, meer decoratief dan functioneel.

Een zee van glasscherven (EH)

De weg was inmiddels niet meer zichtbaar, maar door te pogen exact tussen de bomen van de bossen aan weerszijden te blijven, konden we er nooit ver naast zitten. Vlak voor het vallen van de schemering bereikten we de randen van het Peipsimeer. Hier bleef Ilva in de auto, want een koude als hier hadden Eva en ik nog nooit gevoeld. De kou leek zich niets van jassen en mutsen aan te trekken en er dwars door te snijden. Het was zo koud dat ik niet eens merkte dat ik mijn boterham met kaas met plastic en al stond op te eten. En de temperatuur van dit moment leek geen uitschieter: het Peipsimeer was bevroren zover het oog reikte. Niet mooi glad zoals plassen en meren in Nederland, maar met grillige, scherpe punten die als glasscherven uit de ijsvlakte omhoog staken. De golfslag leek in de tijd bevroren te zijn. Mark en ik begrepen de Russen nu beter. Op zo’n moment wil je wodka om warm te blijven. Wie staat er bij stil dat de gemiddelde Rus dankzij de drank niet ouder dan 54 wordt als het bloed in je aderen lijkt te bevriezen? Wij niet in ieder geval en die avond ging de fles leeg terwijl we spelletjes speelden en Anneke door Ilva werd ondergepoept.

De volgende ochtend hadden we dus nieuwe wodka nodig, want thuiskomen zonder souvenirs is ook zoiets. Marks hoofd stond niet naar drank, maar wie woonachtig te Helsinki is doet er op zo’n moment beter aan zich over eventuele bezwaren te zetten, of je krijgt er later spijt van. Uit de drie schappen wodka koos ik enkele flesjes, om ze even later afgenomen te zien worden. Voor tien uur ’s ochtends drank kopen is in Estland dus verboden. Is dit alcoholverbod soms een compromis tussen het strikte ontmoedigingsbeleid van Finland en de Russische bandeloosheid? Bijzonder effectief is het vast niet met de lage drankprijzen hier, maar vervelend was het wel. We beloofden plechtig de flessen pas na tienen open te trekken, maar de caissière trapte er niet in.

Vandaag zouden we de kou langer trotseren dan gisteren, met of zonder wodka. In Ilva’s geval duidelijk zonder, onder de zestien nog even niet in ieder geval, dus voor haar had ik een kruik kokend water geregeld. “Извините, мая дочь нужна вода жарко,” probeerde ik. De blonde Russin in ons hotel bleef chagrijnig kijken en of het grammaticaal klopte weet ik niet, maar waar ze anders blaffen dat ze geen Engels spreken, vulde de vrouw nu de kruik voor Ilva. Dan heeft zo’n Russische cursus toch nut. We passeerden heel wat voor overstekende elanden waarschuwende verkeersborden voor we nationaal park Lahemaa binnen reden, maar elanden, ho maar. Wel zagen we vandaag alweer onze tweede vos door de sneeuw springen. Op af en toe een auto dwars in de berm na heerste er rust en orde op de besneeuwde Estse wegen.

Ook de Oostzee was aan het bevriezen. Papperig ijs klotste in het koude water; ijspegels hingen aan de vele zwerfkeien voor de kust. Zee en lucht, zwaar van de sneeuw, hadden vandaag exact dezelfde diepgrijze kleur. Het was onmogelijk te onderscheiden waar water eindigde en lucht begon. Het dorpje Altja lag er verlaten bij. Het enige café was dicht. Altja was een pittoresk vissersdorpje met rietgedekte boerderijtjes en hekken van houten staken. Uit sommige daken staken houten punten die aan de huizen van de Moţi in de Roemeense Apuseni deden denken. Toch was de stijl hier met houten dierenkoppen anders; het deed noordelijker aan, zoals bij de Vikingen. De sneeuw hielp daarbij ook een handje. Elandkoppen in houtsnijwerk en een houten schommel voor acht personen maakten het dorpje af. Ilva sliep weer heerlijk in haar berenpakje in de met een plastic hoes van de buitenwereld afgeschermde wandelwagen.

Het sneeuwde al de hele dag, maar het laatste stuk naar Tallinn reden we door een echte sneeuwstorm. Miljoenen slangen van opwaaiende sneeuw kronkelden voor onze auto over het wegdek. Met voor en achter nauwelijks zicht reden we de Estse hoofdstad binnen. Volgens Anneke en Mark een beetje te Anton Pieckerig, maar wat wil je als je in een middeleeuws restaurant, compleet met toneelstukjes gaat eten. We hadden nog eventjes tijd voor onze boot naar Helsinki vertrok, maar de meningen over mijn plan ‘Tallinn in twintig minuten’ waren verdeeld. Anneke vond het op voorhand al niks – bovendien had ze Tallinn al gezien. Eva vond het achteraf veel teveel stressen. Ilva vond de hele vakantie lang alles best. Mark vond niets, want was ineens ziek. Rennend kwamen we net op tijd terug voor vertrek naar Finland. We hadden toch mooi nog even stadsmuren, de St. Olavskerk, het stadhuis en de Virupoort gezien. Alles vrolijk verlicht en in kerstsfeer. Het bliksembezoek was voldoende om te constateren dat Tallinn ons een leukere stad leek dan Riga, waar we graag een dagje hadden rondgeslenterd. Helaas zat ons korte bezoek aan Estland er alweer op, al kreeg het verhaal nog een staartje in de vorm van een venijnige buikgriep. Waarmee Estland officieel Oost-Europeser aandeed dan ik vooraf had verwacht.

Klik hier voor meer foto’s van Estland

CC 2010 Fiepke | Berichten (RSS) en Reacties (RSS)

powered by Wordpress
Creative Commons License
All texts on www.fiepke.nl are licenced under the Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 3.0 Netherlands License.
Photographs made by EH (EvadeHullu) or (JS) are are under the same licence.