06 Mar 2010

The Fall

 

Wat een kleurenpracht in het fantastische The Fall! De Indiër Tarsem Singh kiest voor een dosis primaire kleuren die ik alleen uit tekenfilms en de sporadische superheldenfilm ken. The Fall hoort gelukkig tot geen van beide, want is grotendeels de kleurrijke fantasie van een vijfjarig kind. Ja, zo was het toen.

De Roemeense Alexandria gooit graag sinaasappels naar de priester en steelt af en toe een kleinigheid. Of één van beide debet is aan haar gebroken arm wordt in het midden gelaten, maar het stereotype van de Roemeen als kleine boef is weer eens gemaakt. Toch leuk om de gesprekken tussen haar en haar moeder te kunnen volgen.

Alexandria kan voorlopig niet terug naar de sinaasappelplantages en probeert de verveling te doden in het ziekenhuis. Suïcidale stuntman Roy is niet te beroerd daarbij te helpen. Met zo’n kleine boef in de buurt zijn morfinepillen zo geregeld. Het enige dat je hoeft te doen is een verhaal uit je grote duim te zuigen om het kleine meisje dagelijks terug te laten komen.

 

En wat een fantastisch verhaal: na klem gelopen te zijn in een opzetje over Alexander de Grote in de woestijn worden de feestelijk gekleurde hoofdrolspelers geïntroduceerd. Bommenexpert Luigi in zijn gele jas met vlammen, de ontsnapte slaaf Otta Benga, gespierd en donkerbruin, Charles Darwin in extravagante pluimage, de Indiër in smaragdgroen en de Zwarte Bandiet. En de snoodaard Odious, de man die Roy’s liefje heeft afgepakt.

Het vijftal weet te ontsnappen van hun onbewoond eiland en reist de hele wereld af, op jacht naar Odious. Onherbergzame berggebieden, vruchtbaar groene rijstplantages, mysterieuze oude steden en weergaloze paleizen – het bonte verhaal blijft zichzelf overtreffen. Tot Roy echt niet verder wil en alle personages dood laat gaan, ondanks de hartverscheurend huilende en hevig protesterende kleuter in het ziekenhuisbed.

Score: ★★★★☆

04 Mar 2010

Dodgeball: A True Underdog Story

 

Je hoeft de titel maar te lezen om te weten dat dit een goeie film is. Lange titels zijn van alle tijden waar het B-films betreft (ik noem het onlangs genoten Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death en het helaas nog niet door mij geziene The Incredibly Strange Creatures Who Stopped Living and Became Mixed-Up Zombies!!?). De laatste jaren zijn filmtitels met overbodige ondertitel in opmars in het comedygenre: Anchorman: The Legend of Ron Burgundy, Talladega Nights: The Ballad of Ricky Bobby en Dodgeball: A True Underdog Story zijn stuk voor stuk aanraders, als je het mij of Chuck Norris vraagt.

Dodgeball: A True Underdog Story zag ik zes jaar geleden samen met Peer en Peter in de bioscoop. De vijf andere betalende bezoekers zaten er niet op te wachten dat wij het Purple Cobra-dansje voor onze stoelen opvoerden en enthousiast met het bij de trefbalwedstrijden aanwezige publiek mee klapten en juichten. Wij hadden wel een leuke avond.

In de Verenigde Staten beleefde trefbal kortstondig gloriedagen na deze even voorspelbare als aanstekelijke grappenfilm. Het was bij ons niet anders. Op de universiteit speelden we trefbal, maar het duurde vervolgens tot ik voor de klas stond voor er weer ballen in gezichten werden gegooid. Het über-Amerikaanse voorlichtingsfilmpje van de American Dodgeball Association of America zou goed van pas komen als inleiding voor een volgende gymles.

 

Dodgeball: A True Underdog Story mag dan voorspelbaar zijn (Ben Stiller verwijt het heel Hollywood na de aftiteling, om vervolgens af te sluiten met wat aanstootgevende beelden), de pret is er niet minder om. De one-liners zijn haast niet bij te benen en knullige sporten vormen voor mij een geliefd filmonderwerp. Wat maakt het dan uit dat de kleine, arrogante White Goodman, eigenaar van het uiterst onsympathieke Globo Gym (“We’re better than you and we know it!”) helaas net naast de prijzen grijpt?

Peter La Fleur (Vince Vaughn) runt een fitnesszaaltje pal tegenover Globo Gym en zit tot over zijn nek in de schulden. De losers die zo te zien zonder veel resultaat bij hem trainen zijn niet van plan hun Average Joe’s af te staan aan Goodman. De enige manier om aan het benodigde geld te komen halen ze uit OSQ (Obscure Sports Quarterly – doe mij daar een abonnement op): een trefbaltoernooi in Las Vegas. Met de vijf d’s van dodgeball (dodge, duck, dip, dive and dodge) en gehuld in glanzend gele tenues die aan Roemeense voetbaltricots doen denken komen ze er uiteraard wel. A David and Goliath story truer than the Bible itself.

Score: ★★★★½

25 Feb 2010

Natvris khe

 

Het is een klein wonder dat een schitterende bloem als deze kan groeien temidden van puin en rotzooi, overpeinst de verteller bij de laatste beelden van Natvris khe (The Wishing Tree). In hoeverre zo’n boodschap in de hoogtijdagen van de Sovjetunie wellicht een dubbele lading had laat ik in het midden, maar Georgië is een schitterend land in de Kaukasus. Echt een aanrader, zodra het er weer wat rustiger is.

Abuladze laat ook minder mooie kanten van datzelfde Georgië zien. Hopeloos traditioneel, onrechtvaardig en bevolkt door huichelaars en krankzinnigen. Nou ja, dat is misschien ook wel een beeld dat een beetje klopt, maar voor Marita pakt dit allemaal niet zo mooi uit. Een mooi meisje als zij redt het niet tussen zoveel puin en rotzooi, hoe onrechtvaardig haar dood ook is volgens sommige Georgiërs.

Natvris khe begint met de ongekende kleurenpracht van een veld vol klaprozen waarin een wit paard sterft. Wit, dus onschuldig, stervend in een zee van rood – zou het ook wat te maken hebben met de al eerder genoemde Sovjetunie? Ach, wat maakt het ook uit. Nadenken over films laat ik aan anderen over; ik schrijf alleen of een film de moeite van het zien waard is. En Natvris khe is het waard om gezien te worden.

 

Aan het slot van Natvris khe is er van die kleurenpracht weinig over. De gestaag vallende regen doordrenkt de zwarte kleding van de dorpelingen. Wie dit ongelukkige dorp wil bereiken moet door kniediepe plassen en zeeën van modder waden. De eens zo stralend witte jurk van Marita is bezoedeld door jaloerse, met modder gooiende vrouwen. Door iedereen in de steek gelaten moet ze hier sterven.

Een schokkende omwenteling, maar wel een die langzaam maar zeker door verschillende details mogelijk wordt gemaakt. De prille liefde tussen Marita en de vrolijke Gedya is geen lang leven beschoren in het bergdorp waar ouders en grootouders precies menen te weten wat goed is voor iedereen. En grootgrond- en veelschaapbezitter Shete heeft dan wel een hele stoere muts, maar sympathiek is hij niet. Dat moet dus wel mis gaan, zelfs als er geen andere conflicten tussen de dorpelingen zouden broeien. Heel mooi, heel tragisch.

Score: ★★★★☆

18 Feb 2010

Rane

 

“En toch heb ik het gevoel dat ik er meer uit heb gehaald dan jullie,” sneert Pinki naar de kijker terwijl hij doodbloedt op het kerkhof. Kun je het de generatie van na Tito kwalijk nemen? Een uitzichtloos bestaan in het kapotgebombardeerde Belgrado, tanks die door de straten rijden en torenhoge inflatie. Dan liever een snel leven vol geweld, drugs en seks. Fuck alles en iedereen.

Rane (The Wounds) is één van mijn favoriete films, maar het was al meer dan vijf jaar geleden dat ik de film voor het laatst zag. Na het lezen van een reisgids over Servië wilde ik het bikkelharde verhaal over de ontspoorde jongens wel weer eens zien – voor de vierde keer inmiddels? Onverwacht bezoek refereerde na mijn typering ‘geweldige Servische film vol lompe humor’ meteen aan Crna macka, beli macor (Black Cat, White Cat). Goeie film, maar van een ander kaliber.

Deels met dezelfde cast en ook met drukke Balkanbeats, maar om welke reden dan ook veel minder gevierd dan de populaire feel-good klucht. Onterecht, want Rane is ijzersterk en na me wat meer in de geschiedenis van Joegoslavië verdiept te hebben ook beter te plaatsen. Stemmen de archiefbeelden al ongemakkelijk, uitspraken van louche figuren als Kure die van het ‘konijnen schieten’ terugkomen met bebloede Kroatische vlaggen veranderen daar weinig aan. Regisseur Dragojevic is er dan ook niet op uit het beeld van Servië als boevenland bij te stellen. Fuck alles en iedereen.

 

Als twaalfjarige jochies dragen Svaba en Pinki het loodzware verleden van hun uiteenvallende land al met zich mee. Bij het oorlogje spelen dwingen ze hun bebrilde leeftijdsgenootje Dijabola steevast Kroaat te zijn, omdat zijn moeder Kroatische is. “Sloveense!” Allemaal stront volgens de jongens, waarna ze hem voor Albanees uitmaken en tot bloedens toe met stenen bekogelen.

Svaba en Pinki deinzen nergens voor terug en maken een bliksemcarrière in het criminele circuit door. Afpersen, beroven, martelen, dealen en moorden – wie kent zijn grenzen immers al op zijn zestiende? Twee cocaïne snuivende pubers uit een land dat zijn eigen grenzen niet eens kent in ieder geval niet. Man, wat heb ik zin om weer eens naar een boevenland te reizen.

Score: ★★★★★

04 Feb 2010

Moon

 

Al twee weken houden we ons op school bezig met het heelal. Gefascineerd leren de kinderen over onbekende dwergplaneten in ons eigen zonnestelsel, exo-planeten die zich aan ons gezichtsveld onttrekken en hypergiganten van onvoorstelbare afmetingen. Zelf laat ik me dusdanig meeslepen dat ik niets liever wilde dan weer eens een science-fictionfilm zien.

Science-fiction is een beetje een ondergeschoven kindje op fiepke.nl. De helft van de titels binnen dit genre betreft ook nog eens tamelijk lullige ruimtekomedies, maar een film als Moon kom ik dan ook zelden tegen. Geen onwaarschijnlijke intergalactische oorlogen die met laserkanonnen worden beslecht, geen op mensenbloed beluste aliens die onze planeet komen terroriseren. Niets van dat alles, gelukkig.

Als ik Moon met een film uit het beperkte lijstje op mijn website moet vergelijken zal dat ongetwijfeld Solyaris zijn. Een onderhuidse spanning die je geen moment met rust laat, want het wordt pas echt eng als het gevaar helemaal niet van buitenaf komt. Dat kan ook niet in Moon, want eigenlijk is Sam Rockwell de enige acteur. In zijn uppie draagt Sam zorg voor een beklemmende sfeer van de eerste tot de laatste minuut.

 

Sam werkt op de maan. In de toekomst is milieuvervuiling een gepasseerd station op aarde, dankzij het winnen van helium 3 op de donkere zijde van de maan. Drie onafgebroken jaren lang moet Sam zorgen dat alles soepeltjes verloopt op de maanbasis, waarvandaan geen direct contact met aarde mogelijk is. Geen baantje voor mensen die snel heimwee krijgen. Lang genoeg om je dingen te gaan verbeelden.

Sam heeft nog een week of twee te gaan wanneer hij beseft dat er iets niet pluis is. Na een crash overleefd te hebben hoort hij via de satellietverbinding berichten die niet voor hem bestemd zijn. Zowiezo – een satellietverbinding? Sinds wanneer dan? Wanneer Sam ook nog eens zichzelf vindt, achtergelaten in het wrak van het gecrashte maanvoertuig, is het tijd uit te zoeken wat er voor hem geheim wordt gehouden.

Score: ★★★★½

31 Jan 2010

Joheunnom nabeunnom isanghannom

 

Er is duidelijk niet op het budget beknibbeld bij Joheunnom nabeunnom isanghannom (The Good, the Bad, the Weird). Deze Zuid-Koreaanse western, of wat voor genre het dan eigenlijk ook mag wezen, hangt van explosies en extravagante vuurgevechten aaneen. Maar liefst 139 minuten aan ontspoorde treinen, achtervolgingen en kogels over en weer. En het gaat geen moment vervelen.

Ik was al een tijd op zoek naar Joheunnom nabeunnom isanghannom, tot dusver zonder succes, toen ik erachter kwam dat Gijs hem gewoon al had. Aangezien we toch met z’n vijven op de bank zaten met bier en cowboyspek en we ons nog een paar uur moesten vermaken voor de vrouwen ons het avondeten voor zouden zetten, was de keuze snel gemaakt.

Bij menigeen zal al snel de vraag rijzen wat het bestaansrecht van een western in Zuid-Korea is. Een legitieme vraag, maar hoeveel in Spanje geschoten westerns heb jij al gezien? Bovendien speelt Joheunnom nabeunnom isanghannom niet in Zuid-Korea, maar in Mantsjoerije. Een tamelijk rommelig stukje aarde waar ooit zo’n beetje iedereen aanspraak op maakte. Rusland, Japan, China, Korea – iedereen wilde deze woestenij graag hebben.

 

Waarom is mij uit het zien van Joheunnom nabeunnom isanghannom niet duidelijk geworden. Mantsjoerije oogt als een dorre zandvlakte en leent zich daarmee uitstekend voor het genre. Om de politieke aanspraken op de zandbak nog wat extra sju te geven zijn er nog wat belangengroepen aan het verhaal toegevoegd: drie concurrerende outlaws en een losgeslagen criminele bende die iedereen op de hielen zit.

Het duurt dan ook even voor je als kijker doorhebt hoe de vork precies in de steel zit – of überhaupt wie nu precies wie is uit de titel. Eigenlijk doet het er ook allemaal niet toe want het is gewoon amusant om te zien hoe een drietal elkaar vijandig gezinde boeven de complete legers van Japan en Mantsjoerije wegvaagt in een waanzinnige rit over de vlakte. Erg mooi gefilmd ook. De enige vraagtekens die wij bij Joheunnom nabeunnom isanghannom plaatsten betroffen de muziekkeuze: Spaanse gitaarstukjes en Best of Balkan Beats – waarom?

Score: ★★★★☆

31 Jan 2010

Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death

 

“Deze film is zo slecht, daar zakt je broek van af,” maakte de verkoper van Boudisque me lekker. Gezien de middelmatige waardering op IMDB zou dat allemaal wel meevallen. Beroerd slechte films scoren een twee, goede films een zeven en alles tussen de vier en vijf kan een tegenvallende film zijn waarvan veel verwacht werd, òf iets wat zo slecht is dat het hilarisch is. Van Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death verwachtten we niet veel.

We hoopten dus op iets wat zo slecht was dat het hilarisch zou zijn. We kwamen niet bedrogen uit: Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death is niet zomaar een goedkope B-film – het is baarlijke nonsens! Midden in Californië – bij mijn weten toch een tamelijk dichtbevolkte staat – strekt zich een onmetelijke jungle uit. In deze jungle houdt zich een stam van schaarsgeklede dames op. Vrouwen met kannibalistische trekjes, welteverstaan.

Mooi laten zitten, zou je denken, maar zo gemakkelijk is het allemaal niet. De jungle is namelijk wel de grootste bron van avocado’s voor de hele VS – en we zouden toch niet willen dat die smerige communisten meer avocado’s oogstten? “Naturally we prefer a military solution,” geeft het Amerikaanse leger ruiterlijk toe, maar ze zien zich gedwongen tot onderhandelen. Erger nog: een feministe moet het vuile werk voor ze opknappen, want er zijn al drie divisies aan stoere mannen over de kling gejaagd.

 

Toch, helemaal alleen wil Dr. Margo Hunt niet vertrekken. Drie ruige vechtersbazen bieden zich aan (wij hoopten dat de gladde worstelaar in strakke rode broek mee zou mogen), maar het noemen van de Piranha Women is voor elke man genoeg om het hazenpad te kiezen. Behalve voor Jim dan. Die is daar te stom voor. Jims kwaliteiten bestaan uit het bier leren drinken aan een onderkruiperige stam Piranha-mannen en veelvuldig op niet komische wijze vallen.

Weliswaar gefilmd op locatie op authentieke avocadoplantages moet het jungleavontuur een overtuigende junglesfeer toch ontberen. Dat hetzelfde stukje rivier voor elke bootscène wordt gebruikt en het Californische nijlpaard (kleiner dan zijn Afrikaanse neef, maar minstens zo gevaarlijk) geen moment in beeld komt spreekt wel in het voordeel van Cannibal Women in the Avocado Jungle of Death. Bijzonder vermakelijk en daarom ook unaniem een zeven wat Joost, Gijs, Jaap en mij betreft.

Score: ★★★½☆

30 Jan 2010

Zombieland

 

“Er zijn binnen het zombie-subgenre al heel wat overbodige films uitgepoept,” schreef ik een luttele negen dagen geleden na het zien van Zonbi jieitai (Zombie Self-Defense Force). Gelukkig laat ik me niet weerhouden door de vele uren geestdodend materiaal die ik op mijn netvlies gebrand krijg – de aanhouder wint. Af en toe (eigenlijk nog best frequent; voert u de zoekterm ‘zombie’ maar eens in op deze website) kom je gewoon een pareltje tegen.

Je kunt wel alle zombiekomedies die je van je stoel doen rollen van het lachen met Shaun of the Dead gaan vergelijken, maar Zombieland kiest een originele invalshoek. Overleven naast Shaun stomtoevallig al zijn vrienden, vijanden en bekenden, Zombieland maakt het zichzelf voor een komische film minder makkelijk door Columbus er moederziel alleen opuit te sturen.

Bovendien is Columbus geen Engelse sul, maar een Amerikaanse autist. Een computernerd die je onmogelijk uit ziet groeien tot held. En daar heb je dan nog gelijk in ook. Rule #4: Don’t be a hero. Om zich staande te houden in de Verenigde Staten van Zombieland heeft Columbus zich een dertigtal strikte regels opgelegd. Volg de regels en je maakt een kans tegen de mensenetende monsters.

 

Het gebrek aan flexibiliteit van de autistische hoofdpersoon is de sterkste troef van Zombieland, maar het moordende tempo mag er ook wezen. Vier overlevingsregels worden flitsend uitgewerkt voor Metallica’s For Whom the Bell Tolls uit de speakers dreunt. Zombieland rocks! En hoe hoog het tempo ook ligt, Columbus neemt rustig de tijd om zijn gordel om te doen of te rekken en strekken voor hij de ondoden te lijf gaat.

Leuk om zo’n sulletje aan een macho van formaat te koppelen natuurlijk. De voorliefde van spierbundel Tallahassee voor wapens wordt enkel overstegen door zijn verlangen naar Twinkies. Tallahassee zit in de ass-kicking business “and business is good.” Een zombie-kill of the week levert het net niet op, maar leuk is het wel. De snelheid van het eerste half uur mag dan (nèt) niet over de hele linie volgehouden worden, wie van geweld en vlotte oneliners houdt zit goed bij Zombieland.

Score: ★★★★☆

30 Jan 2010

Eden Lake

 

Er zit dus een soort van magische uitknop op vervelende kinderen: een glasscherf in de halsslagader en de ettertjes veranderen in makke lammetjes. Goed om te weten, maar naar alle waarschijnlijkheid in strijd met ons schoolbeleid. En wat zijn de Drentse jongens en meisjes schatjes in vergelijking met het Engelse tuig in Eden Lake.

Eden Lake is een schot in de roos: wie kan zich niet boos maken om het gedrag van opgeschoten jochies die denken zich alles te kunnen permitteren? Gelukkig in Nederland een minder herkenbaar fenomeen (nee, ik woon niet in de stad), maar veel Engelsen zitten met de handen in het haar. Opvoedkundig waardeloze ouders – want iederen mag naar hartelust nakomelingen verwekken – en jongens zijn nu eenmaal jongens.

Zo ook Steve, die zijn weekendje weg niet laat verpesten door de plaatselijke asocialen met radio op maximaal volume en piemel uit de broek. Dat denkt hij althans. Zijn gram halen was niet zijn helderste ingeving van het weekend, maar wel één van zijn laatste. Naar een begripvolle reactie bij de incapabele ouders kan het verliefde stelletje fluiten en voor de verstandige keuze de benen te nemen is Steve te trots.

 

Van ongemakkelijk herkenbaar transformeert Eden Lake in de akeligste film die ik in tijden zag. Met trillende vingers zat ik mijn zak chips leeg te werken, want deze jeugdbendehorror is wel erg realistisch. De film roept al snel vergelijkingen met ‘Lord of the Flies’ op: geen van de baldadige tieners is in staat onder de invloed van uitschot Brett uit te komen. Nee zeggen wordt steeds moeilijker; de volgende stap nemen steeds makkelijker.

Het weekendje weg van Steve en Jenny in de verlaten bossen verandert dan ook snel in een nachtmerrie. Het stadium van obsceniteiten is snel gepasseerd en het getreiter stopt niet bij het stelen van de eigendommen van het stel. Eden Lake wordt binnen het half uur erg wrang en dan moet je nog een uur – een uur met een weeë maag. Erg goed op het wat onrealistische einde na. Erg ongemakkelijk. En ik was erg blij toen de aftiteling in beeld verscheen.

Score: ★★★★☆

21 Jan 2010

Zonbi jieitai

 

Er zijn binnen het zombie-subgenre al heel wat overbodige films uitgepoept, maar regisseur Tomomatsu legt de lat wel heel erg laag. Gekocht bij Boudisque, samen met een film waarvan ik als commentaar van de verkoper te horen kreeg dat ie zo slecht was dat je broek ervan afzakt. Wetende dat ik desbetreffende film vast ook nog ooit ga kijken zinkt de moed me een beetje in de schoenen.

Indrinken en mezelf samen met vrienden luidruchtig gedragen lijkt mij de enige juiste benadering van die film. Waarschijnlijk was het ook een verstandigere benadering van Zonbi jieitai (Zombie Self-Defense Force) geweest. Meerdere malen stond ik op het punt mezelf te bevrijden van de waardeloze Japanse troep waarmee ik mezelf pijnigde, maar zo nu en dan een afbraakrecensie schrijven is best leuk.

Zonbi jieitai begint tenminste nog met opruiende teksten over die stinkende no-good Amerikanen. Wie zijn zij om de Jappen op hun plek te wijzen? Natuurlijk moet de premier de Yasukuni-tempel bezoeken om de soldaten die hun leven gaven tijdens de Tweede Wereldoorlog te eren. De Amerikanen zijn de slechteriken, niet de Japanners!

 

Daarna is het met de originele invalshoeken gauw gedaan. Er vliegt een (handgetekende?) UFO door het scherm en iedereen verandert in zombies. Een groepje militairen op oefening strandt in een afgelegen hotel waar de eigenaar zojuist zijn zwangere minnares annex zombie heeft neergeschoten. Hordes zombies drommen samen voor de deuren van het etablissement, hoewel de bossen daarnet nog verlaten waren.

Het duurt uiteraard niet lang (en daar mocht ik gezien de omstandigheden erg mee in mijn sas zijn) of iedereen is zombie, op één enkele, dapper weerstand biedende vrouw na. Die blijkt een cyborg te zijn en moet het na het uitschakelen van alle ondoden opnemen tegen een goed geconserveerd lijk van een legerofficier uit de al eerder genoemde Tweede Wereldoorlog. Er komen ook nog even aliens op de proppen en schoolmeisjes met opkruipende rokjes. Een dvd die in de prullenbak mag, tenzij iemand hem ondanks deze waarschuwing nog wil zien.

Score: ½☆☆☆☆

CC 2010 Fiepke | Berichten (RSS) en Reacties (RSS)

powered by Wordpress
Creative Commons License
All texts on www.fiepke.nl are licenced under the Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 3.0 Netherlands License.
Photographs made by EH (EvadeHullu) or (JS) are are under the same licence.