Altijd thuis

Met het einde van de reis in zicht denk ik steeds meer aan thuis. Ik denk aan wat ik in huis wil veranderen, verbouwen, de tuin, een schuur. In mijn hoofd hang ik de Zoroastrische wandkleden uit Oezbekistan al aan de wand, hang ik de Turkse lampjes in de tuin en bouw een dastarkhan om in de tuin thee te drinken, daarbij vergetend dat het in Nederland veel vaker regent dan in Centraal-Azië.

Thuis – wat is het eigenlijk dat ik mis? We zijn te gast bij onze Roemeense vrienden, die dachten te gaan settelen in een dorpje buiten de stad. Tegenslag op tegenslag zorgde ervoor dat niemand zich nu thuisvoelt in dit huis, waar uit bananendozen wordt geleefd terwijl de meubels in de schuur in de opslag staan. Om een thuis te maken, heb je wellicht ook meer talent nodig om praktische problemen op te lossen.

Op deze reis heb ik thuis nooit verlaten. Als ik thuis zie als een ruimte waar ik me veilig voel, die ik beheers, aanpas, waar ik slaap en waar ik genoeg heb om lekker te koken, gasten te ontvangen (lifters die ons bedanken voor de gastvrijheid), waar mijn gezin is en waar ik steeds naar terugkeer, dan is de bus mijn thuis. Dat we ons reizigershuis straks parkeren voor ons vaste huis, maakt die ruimte hooguit groter.

Die veiligheid van een eigen plaats op reis brengt me veel rust en gemak. Ik ben er goed in dat thuis te maken, te regelen, te organiseren, in een steeds veranderend systeem. Maar dat gemak weerhoudt me ook. Net zoals ik thuis makkelijker thuis blijf dan de wereld te verkennen en iets nieuws te ontdekken, is ook op reis het thuis met mijn gezin een comfortzone, die zowel verzorgt als gevangen houdt. Ik merk dat als ik met bewondering naar eenzame reizigers kijk, die steeds in het diepe worden geworpen en daardoor heel goed leren zwemmen.

Me nog meer buiten die veilige zone wagen – meer dan eerst thuis, meer dan op mijn werk, meer dan op reis – is een les die ik geleerd heb. Deze stukjes schrijven hoort daarbij: buiten de comfortzone en tegelijk de magie van gedachten die woorden en zinnen worden en buiten mij gaan leven. Mijn gedachten worden groter en grenzelozer. Die gedachten opschrijven dwingt me om als het moeilijk is door te gaan met denken tot de goede vorm is gevonden: een vorm waar ik aan heb gewerkt, die ik beheers, waar ik me veilig voel en die ik wil delen. Thuis.

De droom voorbij

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*