Balkanland in de lift

Albanië behoort tot de zogenaamde schuine landen. Op Nederland na hoort hier zo’n beetje elk land ter wereld toe, maar toch vind ik deze indeling van Eva’s nichtje Corien erg handig. Vakantielanden dienen bij voorkeur uit de categorie ‘schuine landen’ gekozen te worden. Om al die schuine stukken land te kunnen bereizen kun je jezelf een bult lopen (meestal bulten op de voeten), maar het kan ook anders. Met een ezeltje bijvoorbeeld. Of een sterke auto.

In de loop der tijd is de voorkeur van het Albanese volk steeds meer verschoven naar de laatste optie. Als sterke auto bij uitstek geldt de Mercedes. Niet voor niets wordt Albanië in Duitsland aangeprezen met de slogan “Koop een enkele reis – uw Mercedes staat al op u te wachten.” De statistisch niet te verklaren abundantie van het Duitse automerk deed vuil spel vermoeden – hoeveel in West-Europa spoorloos verdwenen Mercedessen zouden uiteindelijk in Albanië rondrijden? De gok van Eva en mij is meer dan één. In ieder geval leent de Mercedescolonne zich uitstekend voor drinkspelletjes. Een slok bier voor drie Mercedessen op een rij; een slok raki voor vijf keer toeteren binnen een minuut, om maar een suggestie te doen.

Alomtegenwoordige bunkers (EH)

Elke Albanees leek dus over een dure wagen te beschikken, en dat terwijl het openbaar vervoer zo goedkoop was. Taxi’s niet. Er reden geen bussen naar natuurpark Dajti, een berg niet al te ver van Tiranë. Vanaf de rand van de stad probeerden we een taxi te charteren, maar deze was naar onze zin te duur. Wel bleken er minibusjes naar Priska e Madhe te rijden; een dorpje aan de voet van Dajti. De chauffeur had geen haast. Midden op de weg parkeerde hij zijn busje om eens goed hard naar de overkant te roepen. Bij de derde poging kwam er iemand uit de winkel gerend met een voorwerp in verpakking. Ik identificeerde het met weinig zekerheid als een elektrische aansteker. Er werd nog wat gekeuveld, met alle passagiers als aandachtige toeschouwers, waarna de chauffeur de elektrische aanstekerverkoper enkele vieze briefjes van 100 lek overhandigde.

Snel na de transactie reden we een bergachtig landschap met olijf- en andere verschrompelde bomen binnen. De weg splitste zich en wij reden de verkeerde kant op. Dan maar lopen, maar het zou niet voor het eerst zijn dat we merkten dat onze kaart aan duidelijkheid te wensen over liet. In het felle zonlicht zagen we boven de in deze onaangename temperaturen verrassend groene heuvels sporadisch het zilverachtig blikkeren van metaal. Boven de boomtoppen scheerde een kabelbaan rechtsreeks naar de top van Dajti. Waarom was ons daarover niet verteld?

Nu was het te laat om terug te keren, besloten we. En te ver om verder te lopen, besloten we drie bochten later. Het zweet stroomde sneller naar buiten dan we het vocht oraal aan konden vullen. Voorzichtig besloten we maar eens te liften. De meeste van de weinig frequent passerende auto’s zaten volgepakt met mensen die een dagje Dajti gepland hadden. Vast om aan het spit geroosterd schaap te eten, want in elke bocht van de lange haarspeldweg draaide een uitbater van het zoveelste restaurant een gevild beest rond boven de smeulende kolen.

Vol of niet, het maakt Albanese buschauffeurs en automobilisten weinig uit. Een auto met Duits kenteken – geen Mercedes, wel van een geëmigreerde Albanees – hield stil, hoewel we duidelijk zagen dat er al vier volwassenen in zaten. Het was geen grote auto. Ik begon in het Duits te praten, werd vreemd aangekeken door de vrouw op de bijrijdersplaats en kreeg een overenthousiaste stortvloed Duits van een meisje op de achterbank te horen. Zij woonde aan de Bodensee met vriend Albanees maar genoeg over haar, laten we het over haar vakantie hebben. Vanaf haar nieuwe positie, op schoot bij vriend Albanees, hield ze niet op te praten over haar belevenissen nu ze voor het eerst het geboorteland van vriend Albanees bezocht. Ik luisterde met Eva op schoot toe tot we een slagboom bereikten.

Minstens drie keer te groot (EH)
“Zes is teveel,” bezigde de medewerker van natuurpark Dajti een uitspraak die ook op glazen raki van toepassing is en liet ons de auto uitzetten. Betalen kon niet meer, want met de Duitse auto al over de door dennen geflankeerde weg verdwijnend werd ons duidelijk gemaakt dat de toegangsprijs al voldaan was. Nog steeds was het ver, maar na een tijdje kwam de nieuwe vriend van de moeder van vriend Albanees met de Duitse auto ons tegemoet gereden. Instappen maar voor deel twee van de lift!

Mee terug naar Tiranë zat er niet in, want het gezin had nog maar drie dagen om Albanië te zien tegen wij drie weken en moest er na een vluggertje Dajti weer snel vandoor. Met Eva rondlopend in het natuurpark kon ik maar niet begrijpen hoe de mensen in dit land zo klein bleven als de insecten zulke monsterlijke proporties aan konden nemen. Wespen, mieren, boktorren, vlinders – alles werd met gemak drie keer zo groot als in Nederland. Het zal de Albanezen ten tijde van Enver Hoxha worst zijn geweest – toen de dictator aan het roer van zinkend schip Albanië stond waren bunkertjes het enige wat telde.

Och hadden wij maar half zoveel bunkertjes als Albanië. Het moet voor kinderen heerlijk zijn om in deze niet alleen in bossen verscholen, maar ook vanaf steile berghellingen en strategische plaatsen langs de kust over het land en de zee uitkijkende schuilplaatsjes te spelen. Het zijn net kabouterhuisjes. In werkelijkheid had Hoxha de bunkers niet voor kinderen laten bouwen, tenzij je het Albanese volk als zijn kinderen ziet. Zoals ik het begrepen heb moest elke Albanees een bunkertje in zijn tuin bouwen (beton en geweer werden door de staat geleverd) van waaruit hij het land kon verdedigen zodra de grote boze wereld het Balkanland op de kaart zou ontdekken en onvermijdelijk zou willen confisqueren. Nu ik toch vergezocht aan het extrapoleren ben met dat ‘kinderen’ en ‘volk’ kan ik ‘tuin’ hier uitvergroten tot ‘Albanees grondgebied’. Tussen tomaten en komkommers zijn weinig sporen van betonrot te ontdekken; waar de steile kusten uit de Ionische en Adriatische zee rijzen des te meer.

Hoewel Albanië van zijn lang zal ze leven niet van deze betonnen rariteiten verlost zal worden, vormen ze vreemd genoeg een olijke vorm van artistieke communistische uitspattingen (zelfs al gaan communistisch en artistiek eigenlijk niet samen) die zelden landschapvervuilend werken. Wat dat wel doet is al het zwerfafval in het land. Eva en ik dachten dat de situatie in Roemenië en Moldavië hopeloos was, maar Albanië spant helaas de kroon. Geen natuurgebied blijft gespaard; geen hoekje van het straatbeeld vergeten. Het lijkt welhaast of Albanië gebruikte batterijen importeert om het jaarlijkse afvalquotum te halen. Na drie weken vormde het afvalprobleem voor ons nog altijd de grootste doorn in het oog wat betreft dit land, dat verder toch heel behoorlijk overkomt.

Bakvorm (JS)

Nabij de top van Dajti, waar heel Tiranë ‘s weekends komt picknicken (volleybalnetten, afval) stond een bijna af gebouw met daarnaast op een groot spandoek ‘Dajti Ekspress’. De kabelbaan dus. Helaas bleek het bewegen van de cabines slechts een test te zijn – de grote opening zou morgen om 19:00 plaatsvinden. Dat leek ons een optimistische schatting, gezien de staat van het gebouw. Er zat nog een behoorlijk gat tussen ‘af’ en ‘bijna af’, maar de werklieden wenkten ons al naderbij. Edoch, een testrit (Eva viel al bijna in zwijm bij de gedachte) zat er voor ons niet in.

Een lift terug naar Tiranë wel. De eerste twee kilometer door een radiomonteur; de rest – na het zoeken en vinden van hagedissen – door niemand minder dan DJ Insomnia. Zijn slapeloosheid was besmettelijk. DJ Insomnia had een perfect bij zijn naam passend voorkomen: mager, gejaagd en rusteloos. Hij probeerde zich zo goed als het ging in het Italiaans verstaanbaar te maken, terwijl zijn vriend naast hem door adrenalinestoten geplaagd de weg angstvallig in de gaten hield. Alsof het berijden van de onregelmatige stenen met de Fiat die al even tenger was als zijn bestuurder niet schrikbarend genoeg was, besteedde DJ Insomnia evenveel tijd aan het verwisselen van cd’s en opzoeken van door hem gewenste nummers als aan het kijken naar de weg waar hij zijn auto toch echt beter op kon houden. Zijn door spanning met stomheid geslagen bijrijder moest regelmatig bijsturen.

Dat was wat ons betreft wel weer genoeg actie voor één dag (of meer). Terug in Tiranë voerde een wandeling ons langs het voormalige Enver Hoxha museum. Het gebouw vertoonde markante overeenkomsten met bakvormen die voor het bakken van tulbanden worden gebruikt. Best komisch, die communistische gebouwtjes. Maar al met al had Tiranë ons toch te weinig te bieden om een langer verblijf te rechtvaardigen. We sloten af met een etentje in de OA Klub (Outdoor Albania), waar Ilir ons traditionele gerechten en onvervalste hippieverhalen voorschotelde. De eerste bevielen ons het beste, maar ondanks de laatste moesten we toegeven dat Tiranë helemaal zo wereldvreemd niet was.

Skanderbeg, onze held
Op vakantie in een bouwput

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*