Extreem veel pech in extreem weinig tijd

Toegegeven, dat we weinig tijd hadden was een beetje onze eigen schuld. Eenmaal tot het inzicht gekomen dat een tour met zelfgebouwde waterfiets langs alle Waddeneilanden een minder haalbaar plan was – althans, op korte termijn – werd er een andere, waardige opvolger van de Kleine Landen Tour opgeworpen. Per bromfiets langs de zeven Trappistenbrouwerijen. Op het gegeven na dat geen van ons vieren een brommer in de schuur had staan, zagen we weinig beren op de weg. Jaap wou er toch al een aanschaffen, Daan had nog ruimte te over in zijn fietsenhok, Gijs is nooit te beroerd de portemonnee te trekken en ik had nog nooit zelfs maar op een brommer gezeten, dus dat werd hoog tijd.

Uiteraard kozen we alle vier voor modelletjes op leeftijd. Als ze al veertig jaar heel zijn, dan moeten ze een weekje in de Ardennen met vier subtiele jongens als wij ook overleven, toch? Jaap liet zich betoveren door een nostalgisch stemmende Sparta GH50 Sport uit 1964. Stijlvol donkergroen met authentieke klink-klonk bel. Hij had zelfs voor veel geld zijn blokje laten reviseren bij een sjappie in Schoonhoven met een eigen brommerblokjesmuseum in de garage. Dat klinkt leuker dan het is, maar stond voor Jaap en Gijs wel garant voor twee volle dagen voorpret. Met een proefrit Nijmegen – Tilburg – Nijmegen (half gas om het blokje in te rijden en op mijn kenteken) en een dag voor vertrek alsnog een eigen kentekenplaatje was Jaap met afstand de best voorbereide in ons gezelschap. We hadden niet anders verwacht van deze brommerliefhebber.

Bijna allemaal vakbekwaam (EH)

Ook niet geheel onverwacht: Daan kocht een brommer die met geen mogelijkheid aan de praat te krijgen was en bovendien op Duits kenteken stond. De goedkoopste, het moet gezegd, maar enkele dagen voor vertrek zag meneer zich genoodzaakt een tweede exemplaar op de kop te tikken. Waarmee het totale aantal gemotoriseerde voertuigen in Daans fietsenhok op vier kwam, waarvan twee rijdende en deze Yamaha RD50 uit Japan vooral rokende. Rood, dus snel, maar minder stoer door de roze fietstassen met witte stipjes. Dankzij dit jonge brommertje uit de jaren ’80 gingen we helaas op pad met t-shirts waarop een brommer stond die niet eens meeging.

Nee, dan het fraaie exemplaar van Gijs: een DKW RT139 Sport. DKW staat voor Das Kleine Wunder – inderdaad, net als Gijs zelf. Een degelijke blauwe brommer uit 1970 en op het oog de beste koop. Het ding reed, was voorzien van kentekenpapieren en daar het uit Duitsland afkomstig is niet kapot te krijgen. Bovendien had ook Gijs inmiddels aardig wat verstand van brommers. Dat was grotendeels te danken aan mijn aankoop.

Handelingsonbekwaam als ik ben op (onder andere) het gebied van brommers baseerde ik mijn aanschaf namelijk puur op esthetische aspecten. Na even zoeken was ik de trotse eigenaar van een Demm (spreek uit ‘damn’ – maar dat wist ik toen nog niet) Fox uit 1977. Een klein, zwart brommertje uit Italië. Zo mooi worden ze tegenwoordig niet meer gemaakt, maar datzelfde gold helaas voor de onderdelen. En nieuwe onderdelen voor een Demm Fox waren nu net de dingen die ik nodig bleek te hebben om wat klein ongerief te verhelpen. Oh ja, niet onbelangrijk: het blokje liep niet. Een dag klussen met z’n vieren (eigenlijk drieën – zoals gezegd was ik nogal handelingsonbekwaam) plus twee dagen tomeloze inzet Gijserzijds en wat laswerk door Jaap en z’n vader later reed mijn brommer. De moeilijkheid zat ‘m in het blijven rijden, zo bleek al snel.

Kosmisch brommergevaar (JW)

Net als bij de Kleine Landen Tour werd onze voorpret nog verder verhoogd dankzij Eva, die een schitterend t-shirt voor ons ontwierp. Mannen met een missie stond erop – een missie die al voor driekwart geslaagd leek nu we alle vier de brommers aan de praat hadden gekregen. Trots poseerden we met de helm onder de arm als astronauten die op het punt stonden de zwaartekracht te overwinnen; daarna volgde een vliegende start en waren we onderweg. Op naar de eerste Trappistenbrouwerij – op naar La Trappe!

De eerste etappe zou geen al te zware worden. Slechts 84 kilometer over bekend en vlak terrein. Een mooie gelegenheid voor mij om het voetschakelen en meepessant het hele brommerrijden onder de knie te krijgen. Dat was nog best lastig – bij het eerste stoplicht op de St. Annastraat liet ik de Demm meteen afslaan. Na enkele pogingen kickstartte ik het ding weer aan, om hem bij het tweede verkeerslicht prompt weer af te laten slaan. Nu bleek alle mankracht die we hadden nodig en pas een half uur later had mijn fijne bromfiets er weer zin in. Door rood rijden leek me bij het derde stoplicht dan ook de verstandigste keuze, maar hoe simpel de theorie me ook toescheen en wat ik ook probeerde, eens temeer schee de Demm er bij het volgende rode licht mee uit.

Wellicht was de bougie het probleem, dus pastabougie eruit en een fatsoenlijke erin. Warempel, één keer trappen en we waren weer op weg, nu met hernieuwde moed. Nog even en Nijmegen zou eindelijk achter ons liggen. Vier stoplichten later (vooruit dan; voor de zekerheid nog één keer door rood gereden, maar al met al niet slecht voor iemand met in een straal van tien kilometer rondom zijn huis geen enkel verkeerslicht) snorde de Demm nog altijd genoeglijk en reden we met wapperende rode mouwen aan de Hatertse Vennen voorbij. De warme julilucht blies zacht over onze onderarmen; links en rechts van ons snelden de weilanden aan ons voorbij. Nergens zouden we liever zijn dan precies hier en nu. Op dit moment konden we ons echt niets beters wensen.

Eenmaal in Overasselt wel. Hadden we maar een ander type bougie meegenomen voor de Demm. De nieuwste theorie was dat de malheur in mindere mate dan voorheen verondersteld aan mijn beperkte brommerrijcapaciteiten te wijten was en toch zeker deels aan het type bougie in mijn blokje. Waarschijnlijk had de Demm een bougie met een andere hitteresistentie nodig. Met een koude bougie was er geen vuiltje aan de lucht; werd het ding te heet, dan sloeg de motor af. An sich nuttige kennis, maar punt van aandacht was nu de lekke band van Daan. Met enkel kunststof bandenlichters voorhanden was de buitenband eraf wippen al een hele toer, waarna we tot onze spijt moesten constateren dat het lek bij het ventiel zat en we een nieuwe binnenband nodig hadden.

Heeft u verstand van plakken, want ik heb een lekke tube (JW)

Optimistisch als we zijn hadden we uiteraard geen reserveonderdelen bij ons. De dichtstbijzijnde brommerboer zat in Nijmegen, dus er zat niets anders op: Jaap zou terugrijden. Met een temperatuur van rond de 35°C bleven wij zwetend in de schaduw wachten. Twee uur onderweg en onze t-shirts stonken nu al een uur in de wind. Blijf met z’n allen bij elkaar, leren talloze horrorfilms ons. Het duurde niet lang voor we ontdekten waarom. Jaap belde dat de bougie uit z’n blokje was geknald, bovenop de brug over het Maas-Waalkanaal. Nu was Gijs aan de beurt, waarna het lang stil bleef. Jaap kon inmiddels niet meer bellen en om de tijd te doden besloten Daan en ik dan maar in het café te wachten. Gestrand tegenover een kroeg – dat was dan wel weer een geluk bij een ongeluk. Binnen liet de radio Always look on the bright side of life horen.

Enkele uren en verschillende Weizeners en ijsthees later werd onze wachttijd door Gijs uitgelegd: algehele malaise. Jaap stond al drie uur in de brandende zon bovenop de brug; zelf stond Gijs met een lekke achterband ergens midden in Nijmegen. De brommerboeren hadden hun zaakjes gesloten voor vandaag en repareren zat er op korte termijn niet in. Vier gesneuvelde brommers, met vanaf ons terras uitzicht op het bordje ‘Nijmegen – vijf kilometer’. Extreem veel pech in extreem weinig tijd. Gijs zag het niet meer zitten en lag met zijn bagage als kussen, helm en reserveonderdelen ergens op de stoep, met de brommer een paar straten verderop. Gelukkig ontfermde een aardige vrouw zich over hem en dwong haar vriend Gijs thuis te brengen.

Na de brommer met zijn eigen auto te hebben opgehaald werd Jaap voorzien van nieuwe bougie en Daan van binnenband. Daan en ik betaalden onze fors opgelopen rekening, repareerden de band en met de om de haverklap afslaande Demm ging het terug naar Nijmegen. Gefaald in onze missie – voor vandaag, althans. Gijs belde Nelleke om alvast wat eten in huis te halen, maar tien minuten later belde ze terug dat ze met een lekke band stond. Je hebt van die dagen dat echt alles tegenzit. In een hagelbui, zonder werkend achterlicht en met de politie op de hielen bereikten we, doorweekt van zweet en regen, eindelijk Westerhelling in Nijmegen.

“Jullie zullen wel honger hebben,” vermoedde Gijs na ons zeveneneenhalf uur durend brommeravontuur. Daar zijn gezicht nog op onweer stond durfden Daan en ik haast niet te vertellen over de grote borden friet en ijscoupes in ons café in Overasselt. Tegen de honger was snel wat te doen, maar hoe nu verder? Alle mechanische mankementen in een paar uurtjes proberen te verhelpen en morgen een nieuwe poging ondernemen zagen we niet zitten. Allerlei wilde plannen kwamen ter tafel: met de auto om de Oostzee rijden, de Kleine Landen Tour nog eens overdoen maar dan in minder tijd, een boedelbak huren en met de defecte brommers achterin de Trappistenbrouwerijen afgaan om overal een leuke foto te maken. Het werd, met de Trappistenkloosters in grote letters achterop onze klamme shirts, de meest voor de hand liggende optie. Vier mannen in een auto; de brommers thuis in de schuur. Morgen zouden we beginnen aan een heel wat minder heroïsche versie van onze Bierbrommerij.

Mannen met een missie
12

7 Comments

  1. Bedankt voor de trippeltje’s, ik heb ze genoten, op de laatste dag van mijn vakantie…
    gr Jim

  2. Misschien hadden jullie wel bij de tour aan kunnen sluiten, had zeker weer een memorabel tv momentje opgeleverd!

  3. Aangezien we morgen al vertrekken en het nogal wat voeten in aarde had om vier brommers te verzamelen die daadwerkelijk rijden zal dit moeten wachten. Misschien als onderdeel van de verhalen die hier na afloop van de Tour zeker zullen verschijnen!

  4. graag ook foto’s van de ongeschonden brommers voordat jullie wegggaan en inderdaad de dingen die gijs zei

  5. gaan we nu ook een selectie doen waar we over onze brommers kunnen vertellen, met een poll ofzo welke het mooiste is en welke het de hele reis uit gaat houden?

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*