Bloed aan de muur

Lugubere kampeerplek (EH)

Ondertussen heb ik al zoveel op de Tsjechen af zitten geven dat iedereen de verhalen vast glunderend zit te lezen, op zoek naar nog meer zwartmakerij. Helaas, want na de bus terug te hebben genomen naar Brno (alwaar ik een puzzel van ijshockeylegende Dominik ‘the Dominator’ Hasek kocht – als je je op vakantie verveelt moet je puzzels maken), reisden we af naar Slowakije. Ons eerste reisdoel waren de ruïnes van Čachtice, de burcht van Elizabeth Báthory, ook bekend als de Bloedgravin. Geen malse dame, die bediendes al dood knuppelde als ze een peer stalen. Een vrouw van principes, zo je wilt. Hoe vaker we overstapten, hoe kleiner de trein werd, tot we uiteindelijk twee wagons (wederom zonder locomotief) en enkel spoor overhielden, op weg naar het stationnetje Vrbovce aan de Slowaakse grens. Op onze landkaart (door een Tsjech gemaakt?) moest ik constateren dat dit grensovergangetje alleen door Tsjechen en Slowaken gebruikt mocht worden. Of dit was klinkklare nonsens, óf het gold alleen voor vrachtwagens, want hoewel we als enige buitenlanders wel raar aan werden gekeken waren de Slowaken ons liever rijk dan kwijt.

De Tsjechen hadden ons verteld dat we in de trein een kaartje Vrbovce – Čachtice moesten kopen, maar dat moesten we volgens de Slowaken niet geloven. Terwijl Eva in het treintje bleef zitten in de hoop dat ik op tijd terug zou komen, liep ik met een vrolijke Frans van een douanier mee die aan het loket de benodigde tickets voor ons bestelde. Maar goed dat we in Brno wat Tsjechische Kronen in Slowaakse Kronen hadden omgewisseld. Vanaf de biljetten van beide landen keken de inteeltkoppen ons al even zuur aan.

Duisternis valt over het kasteel van de Bloedgravin (EH)

Blijkbaar waren we niet de enigen die geïnteresseerd waren in het erfgoed van de Bloedgravin, want in Višňové, waarvandaan het kasteel loodrecht omhoog te bereiken was voor degenen die graag aan zelfoverschatting deden, stapten nog twee Tsjechen uit. Hierover later meer. Eerst reisden wij nog een halte door, naar Čachtice zelf, waarvan het station twee kilometer voorbij het dorpje lag. Deze plaats was groter dan Višňové en had zelfs winkels en een museum, dus misschien ook een camping.

Niet dus: het dorp was louter ingesteld op toeristen die zich per auto verplaatsen en daar hoor ik na een door de plee gespoeld rijexamen nog altijd niet bij. Voor ons dus geen uitstappen – kasteeltje kijken – doorrijden, waardoor we genoodzaakt waren ergens te gaan wildkamperen. En zeg nou zelf: waar kon dit beter dan tussen de ruïnes van kasteel Čachtice zelf, binnen de muren waaraan zoveel bloed kleeft, waar tientallen of zelfs honderden jonge vrouwen op de meest gruwelijke manieren om het leven zijn gebracht? Daar waar Elizabeth Báthory uit pure verveling als haar man weer eens op werkvakantie was dienstmeiden in ijzige winters aan de koude stenen vloer van de binnenplaats vast liet vriezen door er om het half uur een plens water uit de koude kraan over te gieten? De twee Tsjechen uit de trein waren het helemaal met ons eens: mooi kasteeltje, fijn kamperen. En nog gratis ook.

Zie je de rode vlekken? (EH)

De jongen en het meisje waren bezig aan een kastelentocht door Slowakije, maar de digitale foto’s van wat ze tot nu toe hadden gezien waren uit een andere categorie dan het uitzicht bij het vallen van de duisternis op de kerkers waar mevrouw Báthory tot haar dood opgesloten had gezeten. Dat je zoveel vrouwenlijken toch ergens moest laten was niet eens haar grootste probleem, maar in die tijd (we spreken zo rond 1600, 1610) werd er nogal verschil gemaakt tussen aristocraten en het gewone werkvolk. De plaatselijke politie had er geen boodschap aan als de gravin voor de zoveelste keer een bordje ophing met de aankondiging dat ze nieuw personeel zocht, maar toen er op een gegeven moment vrouwen van adel begonnen te verdwijnen nabij de kastelen van Elizabeth Báthory werd er aan de bel getrokken. Na ruim 600 moorden was het welletjes, vonden de wetshandhavers.

Afijn, ons tentje stond er goed op een stukje gras tussen de afgebrokkelde buitenmuren, maar na het avondeten was het in de duisternis geen weer om op spokenjacht te gaan, De wind rukte uit alle macht om ons uit de tent te lokken, maar met de regenbuien die plotseling op kwamen zetten hadden wij daar weinig zin in. Waarvan ik ‘s nachts enkele keren wakker werd weet ik niet, maar wat ik telkens bleef horen was het gestage tikken van de regen op het tentzeil. Met de natte, naar regen stinkende tent trokken we ongedouched en ongeschoren naar de Malé Fatra, waar we na enkele dagen wandelen ook vast niet frisser zouden ruiken.

Al even lelijk en chagrijnig
Wat kost een euro en duurt een uur?

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*