Boedapest – omdat het moest

Boedapest begon aan een wedstrijd die het niet kon winnen. Roemenen en Hongaren liggen elkaar niet altijd even goed en wij hadden in het verleden steevast partij tegen de Hongaren gekozen. Vrienden steun je door dik en dun, ook al stellen de argumenten hen niet altijd in het gelijk. Als liefhebbers van Roemenië zien we de onvolkomenheden van dit land graag door de vingers en zijn we enigszins bevooroordeeld wat Hongarije betreft. Komt nog bij dat we aan steden een broertje dood hebben. Al met al maakte Boedapest dus een behoorlijk valse start – zeker nu een Oekraïens complot ons verplichtte tot een overnachting in de Hongaarse hoofdstad. Toch had Boedapest een sterke troefkaart in handen. Het kon er tenslotte onmogelijk zo beroerd zijn als in Oekraïne.

Stiekem nog best een mooie stad (EH)

Chernivtsi en L’viv lagen alweer ver achter ons toen we na een verrassend verkwikkende overnachting in een slaaptrein ‘s ochtends Boedapest binnen reden. Station Keleti, bekend van menig maal overstappen van en naar Roemenië. Een vriendelijke Oekraïense was net zo blij als ons geweest Russische invloedsferen te mogen verlaten en had ons onderweg op vanalles en nog wat getrakteerd. We waren weer in het westen; de mensen spraken weer Engels en waren hiertoe ook bereid. Op het station kon je al kamers in een hostel boeken. Alles leek prima geregeld. Edoch, zo netjes werkt het hele hostelapparaat niet. In een wip werden we per busje naar een hostel vervoerd dat ver buiten het centrum lag. Aldaar bleek de afgesproken prijs per persoon te gelden en niet per kamer, zoals wij op het station hadden begrepen, daarmee de prijs van acceptabel naar buitensporig oprekkend. Even teruglopen was er nu natuurlijk niet meer bij. Bovendien moesten we nog drie uur wachten voor we onze kamer op mochten.

Na onze afmattende kennismaking met Oekraïne zouden we bijna ten prooi zijn gevallen aan de geld uit de zakken klopperij van de Hongaren. We mochten eerst een briefje invullen voor we moesten betalen. We namen de gelegenheid ten bate voor een denkpauze. Eva vond bij de wc’s computers waar ze gratis op internet kon. Boedapest bleek drie campings te tellen! De meest geschikte lag iets ten noorden van de stad. Camping Római was na een hele wandeling en daarna verder met de HÉV-treinverbinding naar station Rómaifürdö te bereiken. Eerst nog even naar het toilet in het hostel en daarna konden ze daar zelf de pot op. Geef ons maar mensen die vooraf eerlijk vertellen dat ze relatief veel geld van je willen, zoals de uitbaters van Hongaarse campings.

Hoe vaak krijg je die kans? (EH)

Gezelligheid was ver te zoeken op de camping, maar in ieder geval zaten we rustig buiten de stad. Met de HÉV waren we zo in het centrum. Ooit kregen we van Eurolines per ongeluk een rondleiding langs alle sfeervol verlichte monumenten van de stad; nu zagen we het allemaal van dichtbij: het parlementsgebouw, het vissersbastion, de burcht van Boeda (“Boekarest bestaat uit twee delen – Boeka en… de rest.” – zelfverzonnen mop van papa, die in volle ernst aan deze uitspraak begon voor je hem zag denken “…of was het Boedapest?”) en de kettingbrug over de Donau. Schitterende staaltjes van architectuur, maar zonder ellebogen kwam je nergens. Japanners probeerden hele harde schijven te vullen met de foto’s van een middagje Boedapest, Hollanders plukten schaamteloos de appels van het enige appelboompje in het Burchtkwartier en Duitsers volgden niet nadenkend de bevelen van hun gidsen op. Meegedreven door de mensenmassa belandden we bij een Red Bull manifestatie waarbij helikopters onder bruggen doorvlogen of er mensen op dropten. De meute keek ademloos toe; een Belg gaf zonder blikken of blozen toe aan een reis naar Roemenië en Oekraïne gedacht te hebben vooraleer voor een stedentrip naar Boedapest besloten te hebben.

Genoeg geklaagd – nu even over de fijne dingen die we in Hongarije meemaakten. Het verhaaltje is immers alweer bijna uit. Verblijf je ooit noodgedwongen in Boedapest, denk er dan aan de HÉV vanaf Rómaifürdö naar Batthyány tér te nemen. Het is niet ver naar het Labyrinth in de burcht van Boeda. Een doolhof vol esoterische kitsch. Heerlijk om rond te dwalen in de gangen, die veel rustiger zijn dan bovengronds Boedapest. In duistere spelonken wachten futuristische fossielen (versteende Coca Cola flessen), verzonken koningshoofden en wijnfonteinen. Jawel, in een schijnbaar aan Dionysos gewijde zaal stroomt wijn tussen groene ranken in een bassin. Vast reeds honderden malen rondgepompt – de zure lucht en wolk van fruitvliegjes nodigden niet uit tot een dronk. Maar toch, hoe vaak vind je een fontein waar echt wijn uit vloeit? Drinken dus.

Ik had het boek zo uit (EH)

Onze tweede c.q. laatste ochtend in Hongarije wilden we met Eva’s broer Bram doorbrengen. Hij wou naar een of ander schraal geneeskrachtig bad, Széchenyi of zoiets, maar toen ik me over mijn gemopper had gezet vond meneer het toch allemaal wat aan de vroege kant. Dat krijg je ervan als je naar Sziget Fesztival gaat. We reden nog één keer met de HÉV (zonder te betalen – automaten werken slechts sporadisch in Boedapest) de festivalzombies voorbij naar Szentendre. Toch nog een dorp, zo op de valreep. Een soort Hongaars Sighişoara als je het leuk vindt, of een Hongaars Ceský Krumlov als je er niet van houdt. Het idee is eender. Pittoreske huisjes en kerktorens tegen een achtergrond van busreistoeristen die de talloze souvenirwinkeltjes afstruinen.

Wel zagen we in een origineel museumpje in Szentendre het werk van de Oekraïense kunstenaar Mykola Syadristy. Iets interessants uit Oekraïne – waarom hebben ze dat in Oekraïne niet? Syadristy maakt kunstwerkjes ter grootte van een speldenknop, die alleen met een microscoop goed zichtbaar zijn. Minuscule karavanen, het kleinste boek ter wereld (met een oppervlakte van 0,6 mm²) met daarin twaalf bladzijden van het werk van de Oekraïense dichter Shevchenko en een tussen hartslagen door voorzichtig gefabriceerd slot. Met passende, werkende sleutel. “Van eén gram goud kan ik elk huis in Boedapest voorzien van een dergelijk slot,” beweerde Syadristy. Alles wat in bovengronds Hongarije gezien moet worden, past in een luciferdoosje, zeg ik dan. De keuze om een dorp te bezoeken bleek – eens te meer – gerechtvaardigd. Met de HÉV reden we terug, op weg naar ons eigen dorp.

Kaidan
Niet alles is illuminated hier

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*