Dacia te koop

Donderdag was de laatste dag dat ik het veld in ging, maar ik kwam al snel tot de conclusie dat woensdag de laatste nuttige dag was geweest. Hoewel het nog altijd augustus was steeg het kwik niet boven de tien graden. De hemel was donker bewolkt en er blies een koude wind door de Prahova-vallei. De korte zomer in de bergen was voorbij.

Het werd een week van lezen, veel lezen, en films kijken. Hoogstaande films, waarin opmerkingen werden gemaakt als “Hey, your dick is on fire!”, waar de slechteriken vervolgens ook intrapten. Mensen die kernafval naar Connecticut brachten, omdat ze daar tijdelijk ‘zonder’ zaten. Een biertje voor degenen die kunnen raden om welke film(s) het hier gaat. Coen moet ze allebei goed hebben. Maar de tv liet ook dingen zien waar je iets mee kon. Zo leerde ik over een sport die op dit moment in Rusland immens populair is: een kruising tussen worstelen (dus je moet ook van die fancy pakjes aantrekken), rugby en basketbal. Echt iets voor Peer en Fiepke dus, maar denk eraan, je mag elkaar niet in het gezicht schoppen.

De Opel Manta heeft concurrentie

In de trein die me zaterdag naar Cluj bracht werd me het geheim omtrent de verloren schoenen onthuld (waarom je er altijd maar eentje vindt en nooit twee bij elkaar passende). Roemenen – in tegenstelling tot normale mensen – lopen namelijk wel op één slipper door als de andere al stuk is. De simpelste oplossingen zie je altijd over het hoofd. De trein bereikte Cluj met ruim anderhalf uur vertraging, wat inhield dat ik er acht uur en een kwartier over had gedaan. Precies de tijd die de personal (stoptrein) er normaal voor nodig heeft, dus die kon ik zondag dan wel eens nemen. Scheelt weer 90.000 lei – daar kan ik mooi eten voor de terugreis naar Nederland van kopen.

Maar eerst liet Daniel me bij hem thuis de nieuwste hit van ‘Casa Loco’ horen. In het eerste nummer dat ik van hen hoorde – drie dikke gekken met enorme brillen – zongen ze dat ze gras verkochten. De clip eindigde met ‘we weten nog niet of het vervolgd wordt’. Wel dus, en da’s schijnbaar nog een goeie business, gras. Het nieuwe nummer speelt zich af in het jaar 3000. Roemenië is het rijkste land van de wereld. Het begint met de wisselkoersen op de radio: Eén Roemeense leu, 265 dollar. Eén Roemeense leu, 916 euro. Eén Roemeense leu, 2 roebel. Elke Roemeen is eigenaar van een miljoen trekkers en de Daciafabriek heeft zojuist Chrystler en Mercedes opgekocht. Hierdoor kan Amerika eindelijk haar schuld aan Somalië afbetalen. Zo bont maakt zelfs onze Huub Hangop het niet. Ook kreeg ik een bandje van Altar, een metalband uit Cluj. Mocht Daniel toch nooit draaien van zijn vriendin Bianca.

Vader en moeder kwamen net thuis van opa en oma op het platteland en hadden vers getapte melk en een enorme plastic zak vol dooie koe meegenomen. De melk was (turbo) vet en nog lauw en ik kreeg er uiteraard een home-made palinca bij. Van een procentje of zestig. Na wat gegeten te hebben (hé, varkensvet, da’s lang geleden) gingen we de stad in om opnieuw te eten. Een enorme vierpersoons pizza (voor Peer en mij tweepersoons), waar naar goed Roemeens gebruik eerst een vrachtlading ketchup over gegoten werd. Onder het genot van enkele halve liters leerde ik dat je in plaats van ‘mişto’ of ‘marfă’ ook ‘beton’ mag zeggen. Geen Hollands beton, maar ‘beetoon’, met de klemtoon op toon. Dat klinkt toch al een stuk beter dan ‘marfă’.

De laatste bus terug vanuit de stad ging om half elf, dus dat werd lopen om één uur ‘s nachts, toen het nog altijd twintig graden was. Waarom moet Sinaia zo nodig in de bergen liggen? Daniel wou hier graag ook nog even zijn Dacia adverteren. Hij wou liever een Trabant kopen en zijn Dacia uit 1986 was nog zo goed als nieuw. Dus Judith, als je 3000 mark hebt… Hij is beige. Zijn vader had deze auto trouwens ooit gewonnen. Toen Ceausie hier nog de baas was hielden ze bij de enige Roemeense bank wel eens loterijen en kon je met je banknummer dus bijvoorbeeld Dacia’s winnen. Op een dag in 1988 ging de vader van Daniel boos naar de bank; wat het probleem was weet ik niet. De bankbeambte vond dat ie niet zo moest zeuren. Hij had twee jaar terug immers een auto gewonnen? Die bleek bij navraag inderdaad al sinds 1986 op hem staan te wachten in de Daciafabriek.

Van zoutmijnen krijg je dorst

Zondagochtend was weer beton, maar deze keer in de vorm van het ontbijt. Mămăligă met melk, een soort cross-over tussen pap en grutjes. Met zijn drieën namen we de trein naar Câmpia Turzii, waar Mircea ons stond op te wachten. Vandaag praatte ie nauwelijks over voetbal (behalve dat Ierland van ‘ons’ had gewonnen, uiteraard) en begon zelfs spontaan een gesprek met Daniel en Bianca. We gingen naar de zoutmijnen van Turda en die waren niet klein. Een hele rare omgeving met soms zwarte, gladde zoutwanden en af en toe juist grove, witte muren. Boven je hoofd hingen enorme zout-stalagtieten. Bij gebrek aan een zee binnen handbereik was de mijn tevens tot kuuroord gebombardeerd. Wat de voetballende mensen en de vele bankjes onder in de schacht verklaarde. Bij tien graden en ver onder de grond nuttigden we onze lunch. Snugger als Daniel is was hij niet vergeten een potje zout voor bij de tomaten mee te nemen.

En zo kwam met de komst van de Gypsie Expres, die me uitgebreid kennis liet maken met elk station op een traject van ruim 300 kilometer, ook aan dit hoofdstuk van de ‘Goodbye Romania Tour’ een eind. Tijd voor de laatste twee stops: Dan in Bucureşti en Bogdan in Braşov. Maar hierover meer in het slot van mijn verhalenreeks, volgende week.

Oh ja, ik stond nog in de krant hier nadat ik beroofd was

Eind goed, boerenkool
Fiepke vs. De Loodjes: 1-0

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*