Daniel

Dat Roemenen aardig zijn merk je pas goed wanneer je na lange tijd weer eens een buitenlander tegenkomt. “I hope you’ll get run over by a bus!” slingerde een Engelse vrouw me naar het hoofd toen ze vond dat ik haar benadeelde in het politiebureau waar ik een verblijfsvergunning hoopte te krijgen. Technisch gezien kroop ik inderdaad voor, maar het was blijkbaar ook de eerste keer voor haar dat ze in aanraking kwam met Oost-Europese bureaucratie. Daar is voorkruipen namelijk geoorloofd, mits je het netjes volgens de regels doet. Je staat namelijk eerst een uur in de rij, waarbij het lijkt dat alle personen achter het loket je negeren, terwijl er links en rechts mensen voordringen om dingen af te geven. Dan ben je ineens aan de beurt en word je weggestuurd met een vaag formulier. Dat vul je ergens waar er ruimte voor is in en dan dring je voor in de rij en geef je het af. Zo werkt dat en alle Roemenen weten dat.

Foute lengte, goeie schoenen (JS)

Niet dat alle Roemenen aardig zijn. Nee, ik ben woonachtig in Sinaia. Dan kun je natuurlijk geen verblijfsvergunning in Bucureşti krijgen, maar moet je naar Ploieşti. Op zich geen ramp, maar zeg dat dan meteen de eerste keer. Al mijn papieren zijn nu – in theorie – in orde. Op 7 mei ga ik het in Ploieşti proberen. Mocht er dan iets fout gaan: op 8 mei ben ik een maand in het land, en dat is het maximum zonder verblijfsvergunning. Dat kon dus wel eens spannend worden!

Gisteravond ben ik naar Daniel gegaan. Vorig jaar heb ik hem leren kennen in een restaurant in Cluj en toen nodigde hij me uit een keer met zijn zweefvliegtuig mee te vliegen. Hij was met zijn elektrotechnische medestudenten op een driedaagse excursie door het land en zou eigenlijk ook naar Sinaia gaan. Helaas wordt er in Roemenië aan de weg gewerkt (mag ook wel), waardoor er geen bussen tussen Braşov en Sinaia konden rijden. Dus pakte ik de trein maar naar Braşov, waar hij op dat moment was.

“Om 20:22 komt mijn trein aan,” had ik hem al verteld. Maar om half negen was er nog geen spoor van Daniel, dus belde ik hem maar op dat ik op het station stond te wachten. Daniel had er blijkbaar op gerekend dat mijn trein voor de school waarin ze sliepen zou stoppen, dus dit vergde wat improvisatietalent. Twintig minuten later stonden Daniel en een vriend (naam alweer vergeten) op het station, evenals Bogdan (“What the fuck are you doing in Braşov?!”). Nee, ik ging niet terug vanavond, ik had maar te blijven. Ach ja, een dagje zonder mijn tanden te poetsen overleef ik ook wel.

Na de kennismaking zijn we (zonder Bogdan en bijbehorende Alina) een biertje gaan drinken en daarna moest ik de palinca van Daniels vader proeven (50 à 65%, hij wist niet precies hoe sterk het spulletje was). Met de rare klasgenoten van Daniel (waaronder een ‘bloody Hungarian’ waar ze fijn grapjes over konden maken) nog boterhammen met worst en kaas gegeten. Om twee uur was het mooi geweest, want er werd besloten de volgende dag dan maar met de trein naar Sinaia te gaan.

Kek kasteeltje

De wekker ging dientengevolge al om 5:20 (4:20 Nederlandse tijd). Degenen die dit niet belachelijk vroeg vonden gingen per taxi naar het station. In Sinaia bezochten we kasteel Peleş. Entree 15.000 lei voor Roemenen, 75.000 lei voor buitenlanders. Vandaag was ik Roemeen. Degenen die in Nederland Het Oog des Meesters spelen zou het water in de mond hebben gestroomd bij het zien van de enorme verzameling middeleeuwse wapens en harnassen. Zwaarden, sabels, bijlen, schilden, een paard in harnas, maliënkolders. Frank, er zat geloof ik zelfs een primitieve dubbele lelie tussen! En toen kwam ik tot de spijtige conclusie dat je geen kraanwater uit oude schoolgebouwen in Braşov moet drinken. Snel naar de wc gesprint, maar die was helaas in een ander gebouw honderd meter verderop, waardoor ik de rest van de rondleiding miste. Volgende keer kost het me gewoon 75.000 lei en dan koop ik meteen een paar kaarten waar die wapens opstaan.

Driedaagse
Disco dodenrit

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*