De baby afharden bij -26 °C

Mensen die me aankijken alsof ik gek ben wanneer ik mijn vakantieplannen uit de doeken doe ben ik intussen wel gewend, maar nu waren de blikken welhaast vijandig. Een vijf maanden oude baby meenemen naar een plek waar de temperatuur overdag rond de -15 °C zou schommelen lokte bij velen weinig begripvolle reacties uit. Ik zag het probleem niet. In Estland worden ook baby’s geboren en die sluiten ze echt niet op tot hun zestiende verjaardag. Bovendien vroor het vannacht thuis in Drenthe ook tien graden, lag er twintig centimeter sneeuw en had ik al twee dagen met Ilva geoefend om haar winterklaar te maken. Tijdens de wandelingen door sneeuwbuien lag ze, warm ingepakt, steevast heerlijk te slapen.

Een halfzacht landje als Nederland is niet opgewassen tegen een beetje winterweer. ’s Ochtends stond er 670 kilometer file en schaatswedstrijden werden door het winterse weer afgelast. Zelfs kerstvieringen op scholen in aangrenzende dorpen gingen niet door. Als weinig begripvolle reacties ergens op hun plaats zijn, dan is het hier wel. Kinderen huilen tranen van geluk als eender welke schooldag door weersomstandigheden niet doorgaat, maar zet een streep door het kerstfeest en je hebt een heleboel sippe gezichtjes. Over niet bestrooide, witte klinkerwegen ging het donderdagavond dan ook naar school.

Eigenlijk gewoon één stad, maar kom daar niet mee aan bij de Russen en Esten (JS)

Air Berlin was eveneens van mening dat het feest door moest gaan. Zelfs in het niet halfzachte Duitsland bleken vertragingen onvermijdelijk, met hier en daar een afgelaste vlucht. Anderhalf uur later dan gepland zaten we dan toch in ons toestel, maar deelstaat Nordrhein-Westfalen deelde de onversaagbare mentaliteit van Air Berlin niet. “Normaliter sluit luchthaven Düsseldorf om 22:00 uur,” deelde de piloot mede met een stem waarin enige twijfel doorklonk. “Nordrhein-Westfalen kent een vliegverbod na deze tijd. Om nog op te mogen stijgen hadden we een minuut geleden naar de startbaan moeten taxiën. We proberen een speciale ontheffing te verkrijgen en houden u op de hoogte.” Uitstappen, een hotel en morgen opnieuw wachten leek me geen ideaal vakantiebegin voor Ilva. Bovendien stond en viel ons bezoek aan Estland met deze vlucht. Morgenochtend zouden we de boot naar Tallinn nemen. Ik hou van een beetje spanning op vakantie, maar met een baby ga je over sommige dingen toch een beetje anders denken.

Het Duitse ambtelijke apparaat moet al in kerststemming zijn geweest, want bij uitzondering kregen we toestemming toch die avond nog te vertrekken. Dat ging niet zomaar, want eerst moest de grondcrew het vliegtuig nog defrosten. Een heel vliegtuig ontdooi je niet even in de magnetron, want het is van metaal. Een brandweerachtige wagen reed tot vlak bij het toestel, om met een spuit de vleugels te bewerken. Tien minuten later werd het vliegtuig klaar voor vertrek verklaard. Over de Oostzee, Gotland en een klein eiland dat ik niet kende (Mark vermoedde dat het nog niet ontdekt was, hoorde ik later, maar na wat navorsen blijkt het Gotska Sandön te heten), vlogen we naar Vantaa in Finland. Ilva keek haar ogen uit naar alle lampjes bij de start en huilde alleen de laatste tien minuten. Door een opvallend druk Helsinki kwamen we even na drie uur ’s nachts bij het appartement van Anneke en Mark aan. Toch nog mooi drieëneenhalf uur slaap voor we weer op moesten.

De rij onstevig op hun benen staande Finnen met kerstmutsen en bijpassende drankkegels bevestigde enigszins mijn vooroordeel toen we een plekje zochten op de boot naar Tallinn. Ondanks de luidruchtige dronken Finnen die elkaar omduwden al met al toch minder excessen dan ik verwacht had. Volgens Anneke en Mark lopen er overdag al opmerkelijk veel dronken Finnen door de straten van Helsinki, dus dit viel nog wel mee. Misschien moest ik mijn eindoordeel uitstellen tot de terugweg. De haven van Tallinn was tenslotte één grote slijterij. Een dure slijterij, maar Finnen zien dat toch anders. Wij kochten onze wodka liever in Narva, aan de Russische grens.

Om daar te komen haalden we eerst onze huurauto op. Dat die niet groot was, is een eufemisme. Как раз, zeggen de Russen – het paste precies. Ilva was onder de indruk van haar nieuwe maxi-cosi, met rode stof en giraffen. Gezellig opgevouwen toerden we door het voor alle verkeer verwarrende oosten van Tallinn, Lasnamäe. Een slaapstad met weinig ruimte voor de bewoners, veel stress en agressie. Uniforme huizen die bedreigend en monotoon ogen en deprimerend weinig diversiteit. Dit alles haal ik rechtstreeks uit de toeristenbrochure Noord-Estland, maar echt goede reclame is het volgens mij niet. Dat het allemaal maar verwarrend is voor automobilisten klopte in ieder geval, want tot onze consternatie merkten we na een kwartier dat we een rondje gereden hadden. Het nieuwe plan van mij en bijrijder Mark was dan maar gewoon richting de lelijkste gebouwen te rijden. Als we deze Route du Beton consequent volgden, zouden we vast op Rusland aan koersen. Toen een zijstraat echt de Betonstraat heette moesten we ons plan herzien, maar toen zaten we al op de snelweg naar Narva en Sint-Petersburg.

Mijn oma had het er in één week doorgejaagd (JS)

Een kleine honderd kilometer voor Narva werd de Russische invloedssfeer merkbaar. Het was half vier geweest en dus nacht buiten, hoewel het door de sneeuw niet echt donker werd. Op het tankstation werd Russisch gesproken en naast Anneke-chocolade vooral veel Dynami:t energiedrank en wodka verkocht. Narva zelf voelde nog Russischer aan. Tot 1920 hoorde de stad Rusland toe en op dertien van de veertien scholen die de stad telt wordt Russisch gesproken. De rivier Narva vormt een fysische grens met het buurland dat Narva best terug zou willen hebben, al zouden de Esten dan weer een stukje van de overkant willen. Navraag in Ivangorod, aan de overkant van de rivier, wees blijkbaar uit dat de plaatselijke bevolking liever deel uitmaakte van Estland (en dus de EU) dan van Rusland. Pure stemmingmakerij natuurlijk, want als als derde optie op de petitie de Verenigde Staten waren vermeld, had iedereen ineens een groene kaart willen hebben.

Voorlopig vormde de zelfs bij deze strenge vorst wild kolkende rivier dus de grens. Een ongemakkelijk ogende grens, met twee kastelen dreigend tegenover elkaar en een met prikkeldraad en hekwerk afgeschermde brug die beide landen met elkaar verbindt. Voor vannacht was er een gevoelstemperatuur van -26 °C voorspeld, maar het voelde warmer. Marginaal warmer, dat wel, maar warmer. Naar de imposant boven ons uittorenende en trots verlichte Hermantoren uit de 16e eeuw lopen ging niet vanaf hier. De met felle schijnwerpers omgeven Peterburi gold als grensgebied en in omlopen hadden we in deze kou geen zin. Aan de overkant leek het in duisternis gehulde kasteel van Ivangorod minstens zo dreigend. Na in een restaurant het nationale gerecht van Estland uitgeprobeerd te hebben (niets met een emmer bloed – het bleek gewoon aardappelen, groente en vlees te zijn, maar de Russische soljanka was weel erg goed), haalden we een flesje wodka voor vanavond. De Esten willen pertinent anders zijn dan de Russen, maar hun Virtu Valge smaakte net zo goed als Russische wodka.

Die nacht droomde ik dat we de zwaarbewaakte grens over wilden steken om het kasteel in Ivangorod te bekijken. Ons marchanderen met een soldaat die de brug bewaakte liep op niets uit. Ondanks de sneeuw droeg de beste man geen sneeuwcamouflagepak. Na een goed ontbijt van zoute pap, plastic kaasflap en mierzoete yogho moesten we ons ook in het echte leven tevreden stellen met de Estse zijde van de Narva. Bij het uitzichtpunt beet de koude wind dwars door mijn handschoenen. Met een gevoelstemperatuur van -20 °C vandaag maar geen lange wandelingen. Ilva pruttelde demonstratief in haar berenpakje. Een baby in Nederland op de winter voorbereiden is leuk en aardig, maar dit was toch een ander verhaal.

Over sneeuwwitte wegen reden Mark en ik eens temeer verkeerd, met grote ergernis op de achterbank tot gevolg. Elektriciteitsmasten, pijpleidingen, afvalbergen van oliehoudende kleilagen – zelfs sneeuw wist het deprimerende gevoel dat het industriële landschap uitstraalde niet te verzachten. Dat we naar Kino luisterden, een Russische cd die ik gisteren voor drie euro in de supermarkt had gehaald, hielp ook al niet. Eenmaal van de snelweg af bij Jõhvi was het met de bedrijvigheid gedaan. Over steeds kleinere wegen reden we naar de groene daken van klooster Kuremäe, wat Ests is voor klooster Kuremäe. Met de onafgebroken neerdalende sneeuw leek de enorme Russisch orthodoxe kerk nog meer op een suikertaart dan normaal. De markante houtstapels achter het klooster leken me, ondanks de temperatuur, meer decoratief dan functioneel.

Een zee van glasscherven (EH)

De weg was inmiddels niet meer zichtbaar, maar door te pogen exact tussen de bomen van de bossen aan weerszijden te blijven, konden we er nooit ver naast zitten. Vlak voor het vallen van de schemering bereikten we de randen van het Peipsimeer. Hier bleef Ilva in de auto, want een koude als hier hadden Eva en ik nog nooit gevoeld. De kou leek zich niets van jassen en mutsen aan te trekken en er dwars door te snijden. Het was zo koud dat ik niet eens merkte dat ik mijn boterham met kaas met plastic en al stond op te eten. En de temperatuur van dit moment leek geen uitschieter: het Peipsimeer was bevroren zover het oog reikte. Niet mooi glad zoals plassen en meren in Nederland, maar met grillige, scherpe punten die als glasscherven uit de ijsvlakte omhoog staken. De golfslag leek in de tijd bevroren te zijn. Mark en ik begrepen de Russen nu beter. Op zo’n moment wil je wodka om warm te blijven. Wie staat er bij stil dat de gemiddelde Rus dankzij de drank niet ouder dan 54 wordt als het bloed in je aderen lijkt te bevriezen? Wij niet in ieder geval en die avond ging de fles leeg terwijl we spelletjes speelden en Anneke door Ilva werd ondergepoept.

De volgende ochtend hadden we dus nieuwe wodka nodig, want thuiskomen zonder souvenirs is ook zoiets. Marks hoofd stond niet naar drank, maar wie woonachtig te Helsinki is doet er op zo’n moment beter aan zich over eventuele bezwaren te zetten, of je krijgt er later spijt van. Uit de drie schappen wodka koos ik enkele flesjes, om ze even later afgenomen te zien worden. Voor tien uur ’s ochtends drank kopen is in Estland dus verboden. Is dit alcoholverbod soms een compromis tussen het strikte ontmoedigingsbeleid van Finland en de Russische bandeloosheid? Bijzonder effectief is het vast niet met de lage drankprijzen hier, maar vervelend was het wel. We beloofden plechtig de flessen pas na tienen open te trekken, maar de caissière trapte er niet in.

Vandaag zouden we de kou langer trotseren dan gisteren, met of zonder wodka. In Ilva’s geval duidelijk zonder, onder de zestien nog even niet in ieder geval, dus voor haar had ik een kruik kokend water geregeld. “Извините, мая дочь нужна вода жарко,” probeerde ik. De blonde Russin in ons hotel bleef chagrijnig kijken en of het grammaticaal klopte weet ik niet, maar waar ze anders blaffen dat ze geen Engels spreken, vulde de vrouw nu de kruik voor Ilva. Dan heeft zo’n Russische cursus toch nut. We passeerden heel wat voor overstekende elanden waarschuwende verkeersborden voor we nationaal park Lahemaa binnen reden, maar elanden, ho maar. Wel zagen we vandaag alweer onze tweede vos door de sneeuw springen. Op af en toe een auto dwars in de berm na heerste er rust en orde op de besneeuwde Estse wegen.

Ook de Oostzee was aan het bevriezen. Papperig ijs klotste in het koude water; ijspegels hingen aan de vele zwerfkeien voor de kust. Zee en lucht, zwaar van de sneeuw, hadden vandaag exact dezelfde diepgrijze kleur. Het was onmogelijk te onderscheiden waar water eindigde en lucht begon. Het dorpje Altja lag er verlaten bij. Het enige café was dicht. Altja was een pittoresk vissersdorpje met rietgedekte boerderijtjes en hekken van houten staken. Uit sommige daken staken houten punten die aan de huizen van de Moţi in de Roemeense Apuseni deden denken. Toch was de stijl hier met houten dierenkoppen anders; het deed noordelijker aan, zoals bij de Vikingen. De sneeuw hielp daarbij ook een handje. Elandkoppen in houtsnijwerk en een houten schommel voor acht personen maakten het dorpje af. Ilva sliep weer heerlijk in haar berenpakje in de met een plastic hoes van de buitenwereld afgeschermde wandelwagen.

Het sneeuwde al de hele dag, maar het laatste stuk naar Tallinn reden we door een echte sneeuwstorm. Miljoenen slangen van opwaaiende sneeuw kronkelden voor onze auto over het wegdek. Met voor en achter nauwelijks zicht reden we de Estse hoofdstad binnen. Volgens Anneke en Mark een beetje te Anton Pieckerig, maar wat wil je als je in een middeleeuws restaurant, compleet met toneelstukjes gaat eten. We hadden nog eventjes tijd voor onze boot naar Helsinki vertrok, maar de meningen over mijn plan ‘Tallinn in twintig minuten’ waren verdeeld. Anneke vond het op voorhand al niks – bovendien had ze Tallinn al gezien. Eva vond het achteraf veel teveel stressen. Ilva vond de hele vakantie lang alles best. Mark vond niets, want was ineens ziek. Rennend kwamen we net op tijd terug voor vertrek naar Finland. We hadden toch mooi nog even stadsmuren, de St. Olavskerk, het stadhuis en de Virupoort gezien. Alles vrolijk verlicht en in kerstsfeer. Het bliksembezoek was voldoende om te constateren dat Tallinn ons een leukere stad leek dan Riga, waar we graag een dagje hadden rondgeslenterd. Helaas zat ons korte bezoek aan Estland er alweer op, al kreeg het verhaal nog een staartje in de vorm van een venijnige buikgriep. Waarmee Estland officieel Oost-Europeser aandeed dan ik vooraf had verwacht.

Klik hier voor meer foto’s van Estland

Vliegende eekhoorns en lachende beertjes
District 9

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*