De mannen halen hun gelijk (en later een biertje)

Turda had geen station. Tureni had geen station. Câmpia Turzi had wel een station. Maar geen dorp. De grote spoorlijn van Cluj naar Târgu Mures liet het toch niet kleine Turda (58.000 inwoners) links liggen en passeerde op negen kilometer afstand. Per bus bereikten we het midden in een vlakte opgetrokken station van Câmpia Turzi. Veel meer dan het buitenproportioneel grote station was er hier niet te vinden.

Maar we waren toch niet van plan lang te blijven. Die ochtend vertrok er namelijk een trein naar Sighişoara. Een Saksisch stadje temidden van heuvels waar je je terug waant in de 16e eeuw. Echt waar, of haal je dat uit een boekje? Tsja… met de drukte van het jaarlijks festival was het moeilijk terugkeren in de tijd. De vele metal-liefhebbers (Waarom?! Er speelde niet één metal- of rockband…) draaiden Waylander op hun ghettoblasters, stoere jongens liepen te paraderen in hun Cambuur Leeuwarden shirts met ‘Kroon Worst’ sponsoring. Een Second Hand Olanda is nooit ver weg in Roemenië.

Leer mij iets over kentekens (JS)

We vonden het al opvallend druk in de trein, en de tenten die in elke tuin langs het spoor stonden waren ronduit verdacht. Veel mensen was voor de plaatselijke bevolking dit weekend synoniem aan geld verdienen. Niemand wist dan ook waar we een camping konden vinden. Ja, er was er wel een zeven kilometer verderop (de Roemeense kilometer is aanzienlijk korter dan die waar wij mee rekenen), maar die was ook vol. Gelukkig had iedereen een tuin met een klein stukje gras in de aanbieding voor veel geld. Zonder water en toilet meestal.

Joost en ik vertelden de Roemenen waar ze hun stukje gras konden steken en riepen onze vrienden op hetzelfde te doen. Het ging deze mensen duidelijk alleen om keiharde lei. In deze drukte hadden wij geen zin, waarna we demonstratief door stampten. De dames en Frank noemden het asociaal, wij prefereerden de term ‘verstandig’. Waren we doodmoe geweest na een lange dag reizen, dan hadden we het meningsverschil zeker verloren en was de meerderheid bezweken onder de druk. Nu konden Joost en ik (de Kempische Alliantie) onze zin doordrukken.

Niet veel later stapten we uit de taxi het vreemd lege (te lege…) terrein van de Hula Daneş camping op, vier kilometer en een aardige wandeling van het centrum gelegen. Met een gezicht dat “Zie je wel!” uitschreeuwde stapten we bij de receptie naar binnen. Niet duur, wel met douches en toilet en rustige plaatsen in de schaduw van het belendende bos. In het café leefde zelfs een dronken Roemeen zich uit op een synthesizer, zichzelf begeleidend met valse maar van doorzettingsvermogen getuigende stem.

Middeleeuws plaatje (EH)

De kakofonie van geluiden lokte ons onherroepelijk naar binnen. Nou ja, eigenlijk was het de eigenares van de camping die boos riep dat Frank en ik moesten ophouden met het gooien van harde kleine appels tegen de grote gastank midden op de camping. En die toiletten buiten waren ook niet om over naar huis te schrijven: Eva, Paulien en Annelies breidden hun territorium langzaam uit naar het bos. Wel zo veilig, want bij de toiletten werd Annelies lastig gevallen door een vervelende man. Haar rechtervuist was een belangrijk argument voor de viespeuk om haar te laten gaan. Al met al genoeg redenen om een cafébezoek te rechtvaardigen.

Binnen swingden we samen met een bezopen Duitse kerel uit Mannheim mee op het gesynthesizer van zijn kameraad. Elk jaar kwam hij terug naar zijn geboorteland om zijn in Duitsland verdiende centen te verbrassen aan bere, ţuica en palinca. Waarom weet ik niet meer, maar hij gaf ons joviaal zijn telefoonnummer. Evenmin weet ik waarom Frank en ik hem later nog eens hebben proberen te bellen. We kregen geen gehoor.

Feest in Sighişoara (PS)

De feestelijke stemming in Sighişoara zelf was er niet minder om. Eva, Annelies, Joost en ik waren als kleine kinderen zo verguld met een ritje in een zweefmolen. Alle zittend praktiseerbare dansmoves werden uit de kast gehaald. Daarna dan toch maar naar de negen middeleeuwse torens van het autovrije centrum. Het zat stampvol jongeren die genoten van hun vrije tijd, het heerlijke weer en alcoholische versnaperingen. Toch vonden Paulien en ik een vrije ruimte om te kickboksen, en later zaten we eigenwijs pal in de zon halve liters bier te drinken. De Roemenen hielden zich wijselijk gedeisd in de schaduw, bang voor de temperatuur van rond de 40 °C die aan de tafels midden op het pleintje gemeten werd. Ook onze vriendinnen waren verstandiger, maar ondanks dat het zweet nu langs onze slapen naar beneden stroomde dronken we stoïcijns onze flessen leeg.

Licht in ons hoofd waren we toch al; dat we na de felle zon nu weinig meer zagen was bijzaak. Eerder die dag zag ik ook het verschil tussen kraanwater en mineraalwater niet. Vaak geven de bubbels hier uitslag over, maar ondanks de vele waarschuwingen had ik nu Roemeens kraanwater in mijn systeem. Ach, Joost zou een jaar later Donau-water overleven, dus dit stelde niets voor.

Na een onnodig oponthoud op een markt met allemaal vrouwendingetjes gloorde daar weer bier aan den einder. Deze keer werd het gerstenat vergezeld door naar Roemeense maatstaven goede pizza’s. Een volk dat liters ketchup schenkt over alles wat ook maar in de verte op een pizza lijkt kun je moeilijk serieus nemen. De Roemenen zullen daar tegenin brengen dat wij op dat moment erg weinig serieus namen. Op de gekke ouwe volkszanger na die later die avond het podium betrad misschien. De kerel was een held, zoveel was duidelijk. Op countryeske wijze toverde de bebaarde man het ene levenslied na het andere uit zijn gitaar. Het publiek, gemoedelijk bij elkaar zittend en van de halve liters in plastic bekers genietend, waardeerde de man met luid gejuich en massaal applaus. Wij lieten ons meevoeren op de golf, een golf die ons later die nacht keurig voor onze tent afzette.

Wie mititei heeft is niet arm
Gemiste penalty's

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*