De wansmaak heerst

Echt veilig voelde ik me niet in de oude bus, al was die nog zo zorgvuldig ingericht. Er hingen stickers met de Roemeense vlag en ‘RO’, verzamelplaatjes van heiligen, aanplakbiljetten die opriepen ‘de boel de boel’ te houden (zij het anderszins geformuleerd) en een gigantisch boeket plastic bloemen versierde de voorruit. Boven de chauffeursstoel waren houten keukenkastjes aangebracht (tot groot vermaak van Florin, die de foto meteen als wallpaper op zijn computer installeerde). Ondanks de huiselijke omgeving oogde de papzak achter het stuur nerveus en maakte hij verschillende kruisjes na de motor achterin aangezwengeld te hebben. Enkele passagiers, waaronder een oude vrouw, deden hetzelfde. Te oordelen naar het aantal vingers dat ze nog had kon ze beter zelf eens uitkijken bij de dingen die ze deed dan de verantwoordelijkheid af te schuiven op hogere machten.

We verlieten Vişeu de Sus en de Maramureş met zijn lantaarnpalen vol verkiezingsposters. De posters met kandidaten droegen dezelfde kleurstelling die Eva eerder dit jaar had gebruikt om Peter Staal als een crimineel af te beelden: fletse, overbelichte gezichten op een gelig blauwe achtergrond. En vooral niet lachen.

Smaakvolle houten kastdeurtjes (EH)

Onze route ging over de afgelegen Prislop-pas. Na Borşa, een stadje van ongeveer tien kilometer lengte, zou het lang duren voor we het volgende dorp bereikten. De chauffeur maakte er een sport van zoveel mogelijk mensen aan de kant van de weg te laten staan. En dan konden ze nog zo hard vloeken, maar als je de enige bus die elke dag rijdt wilt halen kun je toch echt beter bij een halte wachten. Naast de gepasseerde wachtenden mopperden degenen die wel een plaatsje in de bus bemachtigd hadden ook op de chauffeur. Toegegeven, hij was tamelijk behendig in het omzeilen van de vele gaten in de weg die hier wel in heel povere staat verkeerde, maar af en toe vloog iedereen een halve meter omhoog als een kuil te breed was om omheen te rijden. Dan stonden de beste stuurlui niet aan de kant, maar riepen ze in koor vanuit de bus dat de chauffeur een waardeloze zondagsrijder was. Deze liet dit niet over zijn kant gaan en riep dat het stelletje zeikzakken beter de weg kon gaan repareren in plaats van hem lastig te vallen.

Niet voor niets lazen we in de Lonely Planet dat de Prislop-pas befaamd is om zijn uitzonderlijk afgelegen ligging. Verkeersborden met de waarschuwing ‘pas op, bochtige weg’ had ik wel eens eerder gezien. Nooit eerder zag ik er het bordje ’24 km’ onder. De weg vol haarspeldbochten naar de top op 1416 meter hoogte werd vooral in de eerste versnelling afgelegd. Op deze belangrijkste verbindingsroute tussen de Maramureş en Roemeens Moldavië kwamen we nauwelijks ander verkeer tegen. Toch zagen we eenmaal boven mensen: enkele fanatieke gelovigen, waaronder een van onze passagiers met een waterpas van ruim twee meter lengte, bouwden hier een kerk. Het zal er binnen vast niet veel drukker worden dan bij ons in de kerk in Duizel.

Op de stukken weg waar geen rekening met loslopende koeien of kuilen formaat loopgraaf gehouden hoefde te worden konden we nu eindelijk snelheid maken. Vatra Dornei was al met al toch vier uur rijden (we haalden dus geen hoog gemiddelde op de afstand van zo’n 90-100 kilometer), maar vanaf daar hadden we een rechtstreekse verbinding met Iaşi.

Tweeliterflessen. Wat een goed idee! (JS)

Deze keer geen haringpasta met olijven en mayonaise bij Florin thuis. Zijn huis leek überhaupt niet meer geschikt om in te eten. Nadat een bezoekende kater in plaats van Thora te bezwangeren zijn bed had ondergesprietst was Florin verkast naar de woonkamer. Deze zag er nu uit als een al maanden niet opgeruimde slaapkamer. In de keuken stond een afwas van drie weken weg te schimmelen in gezelschap van lege bier- en wijnflessen en een wodkafles van twee liter (“Erg handig voor feestjes”). En in de badkamer? Daar streden zilvervisjes met kakkerlakken om een voedselrijk milieu.

Dat klinkt gelijk een gezellige studentenflat. Iaşi is dan ook een populaire studentenstad en met z’n drieën gingen we naar de Belfast Pub om wat te drinken met Florins bandleden van Vena Cava. Zijn nieuwe band maakte zieke death metal en had als motto ‘amateur surgery’. Florin vertelde graag en veel en soms onnavolgbaar. De meeste verhalen betroffen avonturen met de band, ontmoetingen met priesters en Jehovagetuigen en plannen waarvan de haalbaarheid door ons in twijfel werd getrokken. Zo wilde Florin voor het artwork van de eerste Vena Cava cd een fotoreportage maken van lelijke oude hoeren bij het gespleten karkas van een varken in een slachthuis. Hoe meer de hoeren op zouden gaan in het liefkozen van de dode dieren, hoe groter het plezier bij onze amateur-chirurgen zou zijn.

Florin had ook nog een verhaal over mij. Een van zijn vrienden was niet meer boos op mij. Er werd beweerd dat ik op een bandeloos feest in september 2001 samen met een andere jongen een tafel had weggetrokken. Hierop stond een dronken vriend van Florin te dansen die dankzij zijn benevelde evenwichtsgevoel weinig gelukkig terecht kwam. Door mijn toedoen zou hij allebei zijn polsen gebroken hebben. Iets wat ik ernstig betwijfel.

Hoewel een sympathieke gastheer was Florin zo op het oog niet van plan snel iets te eten te regelen. We togen daarom naar een hippe tent waar in grote letters ‘Submarine de vânzare’ te lezen viel: onderzeeërs te koop. Jong Iaşi zat hier intensief te loungen, maar er werden ook fijne boterhammen met pikante saus en knoflook verkocht. En die waren gigantisch op de koop toe.

Hier kan overal Apollo-zeep liggen (EH)

Thuis deelde Florin ons mee dat hij al een tijdje zonder warm water zat. Dat werd dus een koude was en voor de handwas raadde hij Apollo-zeep aan. Zeep als deze uit het Ceausie-tijdperk maakten ze tegenwoordig niet meer. Florin was zielsgelukkig met de vondst bij het opruimen van de zolder. Daarmee dacht hij ook meteen aan het cadeau dat hij voor mij in petto had: een retro-shirt waar ik in Nederland hoge ogen mee zal gooien. Onder ‘Red Horizon’ in dikke rode letters staat de lachende beeltenis van wijlen Ceauşescu, de notoire Roemeense dictator. Samen met vrienden produceert Florin ‘komische’ t-shirts. Hiermee konden ze naar hartelust provoceren.

Eva kreeg een knalroze shirtje met rode opdruk ‘little devil’. Ze was minder in haar sas dan ik. Voor ons samen lag er een gesigneerd papiertje klaar. Na een concert van humoristische hiphopband Paraziţii had Florin een A4-tje ‘To Eva and Fiepke’ door Cheloo en Ombladon laten tekenen. Ze waren straalbezopen en wisten er vast drie tellen later al niets meer van. Van Cheloo had Florin ook diens soloalbum Tourette Syndrom voor me op mp3 gezet, samen met vage muziek van het Russische Boney Nem en andere minder serieuze artiesten. Hij baalde dat hij Shy Shit uit Japan niet terug kon vinden. “This is way too sick not to hear it.” Oh ja, en ik kreeg mijn spijkerbroek eindelijk terug.

De middag had Florin vrij gekregen met een vaag excuus over een of ander motorongeluk. Hij had tenslotte motorplannen. Na de weinig tot de verbeelding sprekende sciencefiction film Event Horizon maakten we ons op om ons ondanks de vele waarschuwingen naar Moldavië te begeven. Het land kwam Poolse toeristen als ‘disgusting’ voor. Nooit zouden ze hier heen willen. Als bandleden van Florin alle landen van de wereld moesten bezoeken zou Moldavië het laatst aan de beurt zijn. En volgens de Roemeense televisiezenders stond het land op de rand van een nieuwe revolutie. Zojuist ware er nieuwe onlusten in Transnistrië uitgebroken. Het zou dus vast een interessante week worden in het armste land van Europa.

Roemenië, maar dan arm
Elitaire toeristen

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*