Deva Rock Camp

Freewheelend op Fiepke-geluk stond ik vrijdagavond in Deva, klaar voor een twee dagen durend metalfestival, terwijl men zich in Nederland tevergeefs op Dynamo heeft verheugd (wat niet eens gratis zou zijn geweest). Vorige week had ik een cd van onze Dacische vrienden Negură Bunget gekocht en maandag besloot ik hun website eens te bekijken. Daar las ik over een festival bij Abrud op 18, 19 en 20 mei. Geen idee hoe ik daar kon komen mailde ik drummer Negru hier dinsdag over. Woensdag hoorde ik dat het festival naar Deva was verplaatst.

Heavy metaaaaaaaal!!! (JS)

Dat scheelde me dus een lange reis en een teleurstelling. Deva is namelijk nog geen acht uur reizen en vanuit Sinaia zonder overstappen. Vrijdagochtend om 10:45 pakte ik dus de trein, had nog genoeg artikelen over amfibieën om onderweg te lezen en stond om 18:09 in Deva. Daar vroeg ik de eerste rockachtig ogende figuren of ze toevallig ook naar het festival gingen en deze vier informaticastudenten uit Petroşani (Ionuţ, Radu en 2x Ramona), die er toch wat anders uitzagen dan de gemiddelde Nederlandse computernerd, waren inderdaad ook op weg om 18 Roemeense metal- en hardcorebands te gaan beluisteren.

Aan de voorkant van het station stonden de pendelbusjes al klaar. Niet naar Deva Open Air, Transsylvanian Metal Fest of Goed Alternatief Voor Dynamo Dat Niet Doorgaat (GAVDDND), maar naar Rock Camp 2001. Zelfs John Bob Harry Kamp was een betere naam geweest. Roemeens als de organisatie was klopte er van het programma uiteraard geen hout, dus ik heb geen idee welke van de 18 bands ik allemaal gezien heb, en wanneer. De eerste avond waren er in ieder geval enkele hardcorebands (Ivor had vast staan glunderen bij het zien van de lompe pit waarin kerels met broeken op de groei en nog niet vaag geworden tattoeages zich uit stonden te kuren) en verder nog wat doom/death en een snufje black. Niet super, maar goed genoeg om de aandacht van de tachtig muggenbulten op mijn lichaam af te leiden (Deva ligt aan de Mureş; ik begin toch wel een beetje tegen de nog komende praktijken in de Donaudelta op te zien).

Het was nog behoorlijk druk en er stond een indrukwekkend tentenkamp. De drie familieschommels waren geen moment buiten gebruik en wodka en Haţegana-bier vloeiden rijkelijk. Al voor de eerste band begon te spelen zwalkten er talloze strontbezopen Roemenen over het terrein. Toen we moe waren van al het moois en ons bedje onder de sterrenhemel wilden spreiden, bleek Rock Camp 2001 nogmaals niet voor Dynamo onder te willen doen en werden we getrakteerd op een malse regenbui. Dus braken we maar in een leegstaande cabana in. Geen licht, geen water, maar wel een vloer waar we met zijn vijven konden liggen (al was de politie daar de volgende dag niet zo blij mee).

Romeinse wolf, fiere Daciër erboven (JS)

Zaterdag was het stormachtig weer, maar droog, dus besloten we de citadel van Deva te bezoeken, en daarna was het alweer tijd voor mititei en bier. Terug op de camping kon ik mijn kooplust weer niet bedwingen en kocht ik voor fl. 28,- een cd, zeven cassettebandjes en een magazine bij de Bestial Records stand. De stand ernaast verkocht niet-Roemeense artikelen, dat wil zeggen cd’s voor fl. 25,- en longsleeves voor fl. 45,-. Dan heb je ook zoiets van nee dank je feestelijk.

Het avondmaal bestond uit brood met leverpastei van varken of hert, varkensvlees uit blik (waarbij de Roemenen er een sport van maakten om de geleiachtige substantie die om het vlees zat op een zo smerig mogelijke manier op te slurpen), en de vreemd genoeg nog best binnen te houden onderhuidse vetlaag van een varken. Alleen de droge huid die er nog aan vast zat zag er met zijn dikke, zwarte haren minder appetijtelijk uit. Voor de statistieken: in de betere restaurants kun je hier ook hersenen eten, maar ik weet niet van welk dier en ben er ook maar tot op beperkte hoogte in geïnteresseerd.

Die avond werd er een heel blik death, gothic en black metal bands opengetrokken en het werd een waar feest. Ik was nieuwsgierig naar Til Evig Tid Bucovina (wannabe-Noren?) en een jongen uit Galaţi die dat hoorde nam me mee naar de zanger. Inderdaad, ze maakten Viking-metal, als enige band in Roemenië (wat raar). Met mijn Vintersorg t-shirt maakte ik dan ook een goede indruk (was zijn favoriete band), en het was duidelijk Odins wil dat we elkaar hier tegenkwamen, aldus Crivaţ (zoiets als ‘noordwind’; een ijswind die in de winter soms vanuit Siberië en Oekraïne over Bucovina waait).

Vanavond zouden ze duizend liter wodka uit de stad over laten komen en zich ongelofelijk gaan bezatten. Ook al had hij komende week examens (student sociologie) en zou zijn broer zijn neus breken als ie door die metal-flauwekul zou zakken. Ik moest en zou dus blijven, maar vond zelf dat Thor anders had beschikt en zei dat ik meteen na de laatste band de trein al zou pakken. Nou, dan moest ik hem maar een keer in Iaşi op komen zoeken. Uit diezelfde stad waren nog meer personen aanwezig (“Hé, jij bent diegene met het Vintersorg-shirt!”) en als enige Nederlander op een underground metalgebeuren waren er genoeg mensen in me geïnteresseerd (zoals Eva al had voorspeld, ook al is ze partijdig want zelf in mij geïnteresseerd). Zoals bijvoorbeeld Copac (‘boom’), een behoorlijk lange jongen die nu voor de gelegenheid ‘black tree’ werd genoemd, omdat er een ‘blond tree’ bij was gekomen (“Maar jij bent ook een ‘black tree’ hoor!” – zo’n lieverdjes toch). En dan waren er nog twee biologen uit Timişoara die graag met me over plantjes wilden praten.

Negură Bunget - wordt vervolgd (JS)

Onder het genot van literflessen Haţegana en de mannen uit Iaşi die geen rondjes bier haalden maar ombeurten een fles wodka of palinca voor de groep kochten, was het eerst genieten van Deimos en een andere brute death metalband uit Alba Iulia, waar Radu vandaan kwam, alvorens Til Evig Tid Bucovina aan de beurt was. Voor de insiders: Vintersorg-achtige stem, muziek tussen Enslaved, Thyrfing en (harde) Einherjer in. Voor de liefhebbers! God, ook uit Moldavië en gekleed in fraaie witte gewaden, speelde gothic met mooie vioolstukken en klonk bij vlagen als Moonspell. Waarop werd geanticipeerd door samen met Til Evig Tid ‘Alma Mater’ te spelen en als toegift het nummer nog maar eens te herhalen. En het publiek ging uit zijn dak. Daarna was de beurt aan Negură Bunget met knoeperharde black metal met folkinvloeden (en Emperor-cover ‘In the Nightside Eclipse’).

Avatar miste ik voor het grootste deel, want ik liep Crivaţ weer tegen het lijf en ben met de band wodka gaan drinken. Toen ik hoorde dat er geen black/death geluiden meer uit de grote tent kwamen ging ik terug naar Radu, Ionuţ en de Ramona’s, waarmee ik had afgesproken na de laatste band naar het station te gaan. Om vier uur ‘s nachts had ik een trein terug, en deelde de coupe met ene Arnca uit Bucureşti, die me meteen in het Engels aansprak. Ze had Copac al over me horen praten.

Over thee en aanverwante zaken
Romania is interesting, not funny

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*