Do us a bad review!

De binnenkomst was alvast veelbelovend. Over de houten planken van een smalle tolbrug uit 1774 reden we bij Hay-on-Wye Wales binnen. Hay-on-Wye, een dorpje met meer boekenwinkels (26) dan er in ons maar iets kleinere dorp mensen wonen die boeken lezen (17), lag er luisterrijk bij in de aangename zomerzon. Na twee dagen en Engelse truttigheid verheugden we ons over het passeren van de grens en ook de inwoners droegen graag hun steentje bij. Ik hou van vrouwen die me whisky verkopen en vertellen dat het tien dagen mooi weer blijft. Dat laatste was uiteraard een grove leugen waarover ik me pas kon opwinden toen we ons honderden kilometers verderop bevonden, maar de Penderyn Myth stelde niet teleur. Ik viel voor de charme van de nationalistische marketing – Y Ddraig Goch, de rode draak van Wales die pontificaal drie zijden van de verpakking bezette – en kreeg er bovendien een prima whisky bij.

Leuke binnenkomer (JS)

Met de pieken van de Brecon Beacons aan onze zijde – een verademing na het saaie Engelse landschap – reden we richting de Ierse Zee. Onze camping in het Pembrokeshire Coast National Park bleek onvindbaar, maar een achterlijk rijdende Welshman bood aan voor ons uit te rijden. De boodschap ‘Arafwch nawr’ die we overal op de weg lazen werd in Wales zo goed en zo kwaad als het ging genegeerd. Had ik me zo-even nog verbaasd over de snelheidslimiet van 30 mijl per uur (zeg maar 50 km/uur) bij het binnenrijden van het dorpje Goodwick, een snelheid die ik met geen mogelijkheid dacht te halen op de onoverzichtelijk kronkelende weggetjes van ruim één auto breed, nu wees de teller toch ruim tachtig kilometer per uur aan vlak voor elke blinde bocht. En zo goed verstopt zat Hillfort Tipis eigenlijk niet: bovenop een heuvel, bij de overblijfselen van een fort uit de IJzertijd. Maar vooral de eigenaar maakte dit tot een memorabele camping. John reed in zijn 4WD voor ons uit over de uitgestrekte, glooiende velden van zijn camping, waar nauwelijks andere kampeerders te vinden waren. We kregen de penthouse pitch; helemaal bovenop de heuvel en de enige plek met uitzicht op de zee en de vuurtoren op Strumble Head. “Wel veel wind,” mopperde Eva, maar naarmate de vakantie vorderde zat ze wat beter in haar vel.

Via de baai van Pwll Deri liepen we de volgende dag naar de vuurtoren. Na wat als een warme dag begon liepen we ‘s middags in de stromende regen. Het was vandaag inderdaad veel beter weer dan de rest van de week, beaamden de Schotten Gillon en Aisha. ‘s Ochtends had ik Gillon al bij de enige douche op de camping ontmoet. Hij hield van whisky’s als Lagavulin en Laphroaig en sprong daarnaast graag in veel te koud water. We konden het direct goed met elkaar vinden en na het meest fantasieloze eten op vakantie ooit zaten we ‘s avonds met onze flessen Penderyn Myth en Penderyn Legend bij elkaar. De Schotten deelden hun pittige stew van makreel, heek en gamba’s met ons, terwijl ze met John – die al in aardig benevelde toestand in zijn auto leek rond te rijden – enthousiast praatten over phall curry’s (heter dan vindaloo en met zo veel pepers erin dat ze in restaurants gasmaskers dragen tijdens de bereiding) en minder enthousiast over teamgenoten die je ondergoed voor een rugbytraining bewerken met hete pepers.

It's getting hot in here (JS)

Naarmate er meer drank in John ging, werd het meer en meer een uitdaging om deze ADHD’er bij te houden. “If you give me whisky, that’s pressing the hyperdrive button for me,” waarschuwde John ons. Hij beweerde in geen zeventien jaar whisky gedronken te hebben, maar liet zich verrassend eenvoudig door Gillon verleiden tot een glas. Nadat John ons de film Mad Max: Fury Road afraadde (zijn recensie behelsde niet meer dan drie woorden: “Yawn, yawn, yawn!”) en van Gillon de tip kreeg om dan liever Goon te gaan kijken, leek het er even op dat hij ons alleen zou laten. “I’m a guy living alone by himself on top of a mountain. It’s not like I’ve got anything else to do. I think I’ll watch it straight away!” Tot hij afgeleid raakte, begon over films in 5D, over mislukte romances in Zwitserland, vergat waar hij heen wilde met dat verhaal en opbiechtte dat hij moeite had met het bewaren van afstand tot zijn clientèle. “As a campsite owner, I am supposed to keep a certain professional distance. Well, THAT never happened!” bekende hij over een zekere avond niet lang geleden.

John reed af en toe de heuvel af om een hottub voor Gillon en Aisha warm te stoken en vertelde trots over de stereo-installatie die hij zelf bij het bad had geknutseld. Met het volume was niets mis, hoorden we boven de wind uit, maar gezien het hobby-aspect van zijn staaltje huisvlijt wilde John de Schotten toch waarschuwen. “If it starts raining, the thing might short circuit and you’ll be electrocuted in the tub, but…” John keek even uit zijn autoraam naar de steeds donkerder grijs kleurende lucht. “No, you’ll be grand!” Aisha vroeg of Eva en ik zin hadden om ook in de hottub te gaan. Waarom niet? Het begon al aardig te regenen toen John ons naar de hot tub begeleidde. Een transparante wegwerpponcho wapperde over de provisorisch tegen de regen afgedekte geluidsinstallatie. “And look at this decorating,” mopperde John over de verlichting waarmee hij het douchehok had versierd. “It looks like it’s been done by a ten year old on acid!”

Warrior Princess (EH)

Het was bar koud in de inmiddels stromende regen, maar de hottub was echt nog te heet om in te gaan. “Of course it’s hot, it’s a bloody hottub! And yes, I can make it colder. It’ll be extra work for me, but whatever,” klaagde John. En mompelend: “I’ll boil you all…” Wel bleef hij nog even toen ik hem vroeg of het vanavond professionele afstand of nog een whisky werd. “I’m half Irish, so when someone says ‘drink’, I’ll do it.” Horizontale slagregens en steeds minder Penderyn in de flessen zorgden voor een geslaagde avond, terwijl onze campingbaas ‘It’s getting hot in here’ zong en een beker opraapte die Eva had laten vallen. “But that’s the last thing I’ll do. I’m not hovering around here to pick up whatever you drop. It’s not like I’m a guy living alone by himself on top of a mountain with nothing else to do.” Nee, John vond het mooi geweest. Tijd om even te computeren ofzo. “But I’m not into the whole shemale thing. I have no idea how that came up in my browsing history. Somebody must have put it there, or it was typed by mistake!”

“I was pissed,” zei Gillon de volgende ochtend. Dat verklaarde de deuk in zijn achterbumper en de totaal gemolesteerde vuurplaats. Op het verder lege grasveld had hij het gisterenavond gepresteerd de honderd meter van de hottub naar zijn tent met weinig succes af te leggen, getuige ook de scheerlijnen die wat slapjes onder de auto bungelden. Ilva en Rune wapperden vrolijk met hun vlaggetjes van Wales gedag en we reden noordwaarts. Eerst langs het niet in een gothic horrorfilm misstaande kerkhof van Nevern, met zijn Keltische kruis, steen met Oghamschrift en scheefgezakte zerken en vervolgens naar Castell Henlyss. Eerder deze week bezochten we in West Stowe het ‘Eerste dorp van Engeland’, maar het prehistorische dorp in Wales was een stuk minder uitgestorven. Bij de ronde, rietgedekte hutten voerden Ilva en Rune de schapen, haalden water bij de bron en bakten broodjes. Ilva liet zich trots met blauwe verf als Keltische krijger beschilderen.

Einddoel van de dag was nationaal park Snowdonia, want ik moest en zou de volgende dag Yr Wyddfa ofwel de berg Snowdon beklimmen; met 1085 meter de hoogste piek van Wales. Dat hadden meer mensen bedacht, zo in het weekend. En zeg nou zelf – hoe had ik moeten weten dat net morgen de jaarlijkse Mount Snowdon Run zou plaatsvinden? “Heb ik ook een kaart nodig?” vroeg ik bij de campingwinkel waar ze zes verschillende landkaarten verkochten, beginnend vanaf acht pond. “As a member of staff, I should say yes, you need a map if you want to go up Mount Snowdon,” begon de man achter de balie. “But, as a personal person, I’d say it’s pretty obvious. You’ll be joining ten million other people anyway.” Tenzij ik heel vroeg begon, stelde ik voor. “There are people that start at 5 a.m.” Goed, dan doen we dat. Ik wilde via het Watkin Path afdalen, maar nu werd de man enthousiaster en raadde me aan liever via deze interessante route omhoog te gaan, aangezien het pad omlaag vanaf de top onvindbaar zou zijn. Voor de hele route zou ik acht uur nodig hebben, schatte hij in. “Plus however much time you spend in the pub,” maar met Eva die met de kinderen op de camping achterbleef leek een cafébezoek me minder verstandig.

I'd say it's pretty obvious (JS)

Mensen die me kennen weten dat ik aardig fanatiek kan raken als ik eenmaal iets van plan ben, dus een kwartier voor de wekker ging stapte ik uit de bus en om vijf uur ‘s morgens was ik onderweg, met de roze ochtendlucht weerspiegeld in het Llyn Gwynant. In de reisgids werd het Watkin Path ‘the most challenging route involving an ascent of more than 1000m’ genoemd. Ik nam de beschrijving op het A4’tje met routes dat ik van de man van de campingwinkel had meegekregen ook nog even door. ‘Starts at lowest point… atrocious ending via treacherous scree slope… accident blackspot’ (dat laatste was vet gedrukt). Daarna las ik de disclaimer: ‘routes that can be used with a PROPER Ordnance Survey or Harveys map. I take no responsibility for other’s stupidity.’ Ik neem aan dat jullie dat net als ik als een uitdaging vinden klinken.

De hele berg leek voor mij alleen, tot ik voorbij een serie watervallen een stel inhaalde dat me het ongemakkelijke gevoel gaf dat ze de film Sightseers hadden gezien en erg leuk vonden. Om vijf voor acht stond ik bovenop de top. Helemaal alleen. Zelfs het uitzicht was er niet. Het stormde en het voelde alsof het er vroor, maar daar was het te nat voor. Gauw begon ik aan de afdaling over het Pyg Track, tussen enkele uit de mist opdoemende standing stones door. Op de terugweg zag ik een stuk meer: de zon die het Llyn Llydaw een gouden gloed verleende en machtige groene bergflanken. Maar ook 272 lopers (sommige met een mountainbike op hun schouders of uiterst sportief gekleed), op weg naar de top. Serieus, ik heb ze geteld. Om tien voor half tien, op de parkeerplaats van Pen y Pass, stopte ik met tellen en na vijf en een half uur stevig doorstappen was ik terug op de camping, waar Eva net met Ilva en Rune aan het ontbijt zat.

Geen faciliteiten, geen andere toeristen (JS)

Zo verschrikkelijk vond ik het er nou ook weer niet, maar Eva was heel stellig over de Llyn Gwynant camping: veel te massaal en te veel sportieve lui bovendien. Eerlijk is eerlijk, de camping die ze hierna uitzocht was een stuk knusser, met niet meer dan drie andere tentjes. Na te zijn gevlucht uit Betws-y-Coed (volgens de reisgids in ‘a postcard-perfect setting, engulfed in verdant leafiness’ maar door Eva wat prozaïscher als ‘Hell on earth’ bestempeld), vonden we in Capel Curig een fijne camping bij de boer waar de hordes toeristen hun neus ophaalden voor het totale gebrek aan faciliteiten: één douche per geslacht, toiletten onderaan de heuvel, geen wc-papier, geen spiegels, geen comfort. Wel op een prachtige locatie waar we in een mum van tijd midden in het ruige landschap van Snowdonia zaten. En Rune had even weinig tijd nodig om in een gat vol water naast het pad te donderen. Zijn humeur werd er gelijk een stuk beter op.

Nat werden we allemaal op onze laatste dag in Wales. Het regende de hele dag, en dat terwijl we Caernarfon toch al best hadden kunnen missen. Kwalificaties als ‘Byzantijns’, ’13e-eeuws’ en ‘UNESCO’ enerzijds wogen in dit specifieke geval geenszins op tegen ‘druk’, ‘duur’ en ‘reden om uit te kijken naar Ierland’ anderzijds. Tsja, wat nu te denken van Wales? Het land kent geen noemenswaardige specialiteiten op culinair vlak, dus dan kun je net zo goed wat geld uitsparen door zelf te koken. Doordat het altijd hard waait is je was er zo droog. Melk en kaas bederven er ook ‘s zomers niet snel, de natuur is prachtig en de Welshmen zijn sympathiek. En Wales zit vol interessante plaatsnamen als Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch en Three Cocks, waar we volgens de landkaart door zijn gereden. Ik ben vooral erg benieuwd naar het verhaal achter laatstgenoemde gat.

Laat dit een les zijn
Левиафан

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*