Drieluik deel II – The Invasion of the Dutch People (with a Bus)

Ik zit nu al drie uur voor het treinstation in Simeria te wachten, dus ik kon me wel weer eens nuttig maken door een stukje te schrijven. zometeen ga ik naar een cabana die aan het Retezat Natuurreservaat grenst. Dan en de anderen vertrekken per auto vanuit Bucureşti en zouden hier vanaf twee uur kunnen zijn. Het ziet ernaar uit dat het iets later wordt.

Bij bijna alles denk ik aan je (JS)

Gisterenochtend ben ik na vier uurtjes slapen de douche ingerold, heb een bord chili opgewarmd en daarna de trein naar Deva gepakt. Voor degenen die het nog niet wisten: om opa en oma uit Velp op te zoeken, het eerste bezoek uit Nederland (Frank is nou eenmaal nooit de snelste geweest). Het hotel waar ze overnachtten was niet al te ver van het station en na twintig minuten wachten voor de tv (Litouwen-Roemenië in een stadion dat ongeveer even groot was als dat van DOSKO’32) kwam de bus vol grijze Nederlandse toeristen aan. Omdat ik toch ergens moest slapen stonden opa en oma erop om een kamer voor me te betalen. Ik had tenslotte acht uur gereisd om ze te zien. Nou en, dat had ik al eerder gedaan voor een metalfestival, dus zo speciaal was dat niet. Het was lekker weer, dus voor het eten zijn we nog een biertje wezen drinken. Dat waren ze niet gewend, een halve liter bier op een nuchtere maag binnen twintig minuten wegwerken (ook nog eens donker bier van 6,3% in oma’s geval). Toch ketsten ze het bier allebei sneller weg dan ik.

Gauw terug naar het hotel voor het avondeten. Als voorgerecht hadden we – alweer – kippenlevertjes (‘lippenkevertjes’), maar opa en oma waren er blij mee. Ook met de witte koolsalade, terwijl de andere toeristen nu begonnen met klagen (wel erg zout is jullie bad ook zo vies we hebben geen warm water). Opa trouwens ook, want hij vertelde dat er toch zo’n dom mens in de groep zat. Daar ging ie voorlopig niet meer naast zitten. Oh ja, en ze mochten de gids (voorlopig) niet.

Alsof de ruil kamer betalen – bier trakteren erg oneerlijk was, mocht ik niet eens mijn eigen eten betalen. Met het resultaat dat ik opa en oma zo arm had gemaakt, dat we de stad in moesten om een pinautomaat te zoeken. Echt veel te zien was er niet, maar het was aangenaam warm en oma had plezier in de flannerende meisjes. Ik ook. Opeens stonden we weer voor het hotel, zonder een terrasje te hebben opgezocht en de bar aldaar was al gesloten. In een winkeltje vlakbij vond ik tussen allerlei zoete troep ook een droge, rode wijn en die hebben we op onze kamer soldaat gemaakt. Oma voelde zich net een schoolmeisje dat stiekem drinkt op een uitstapje en daar gedroeg ze zich ook naar, want ze was bang dat de buren last van ons zouden hebben.

Voor het uitzwaaien kreeg ik de dag erna nog een pak thee en – jawel – een pot pindakaas! Daar begon ik nog niet meteen aan, want het ontbijt was bij de kamer inbegrepen. Ben wel benieuwd wat Dan en de andere Roemenen ervan vinden. Voor ik naar Simeria ging pakte ik de maxi-taxi naar Hunedoara voor een klein toeristisch uitje. Het was immers half tien en ik hoefde om twee uur pas te beginnen met wachten. Onderweg naar de maxi-taxi kwam toeterend de Nederlandse bus nog voorbijgereden, met opa en oma enthousiast zwaaiend voor de ruiten. Alle andere toeristen zwaaiden trouwens ook mee, want zeg nou zelf, heb je in een bus zittend iets beters te doen?

Sprookjeskasteel Hunedoara (JS)

Hunedoara staat bekend om zijn 14e eeuws gotisch kasteel en zijn zware industrie. Vette pret voor mij, want ik kreeg het allebei te zien! Deze stad was vroeger een bolwerk van de Hongaren en daarom koos Ceauşescu deze plaats om een berg fabrieken neer te zetten. Dat zal ze leren, ja! Het sprookjeskasteel (veel Dracula-achtiger dan het Dracula-kasteel) maakte veel goed, al waren de middeleeuwse wapens hier alleen in een boekje te bewonderen. Momenteel werd het gerestaureerd en behalve dat het in de steigers stond, zoals de meeste gebouwen waar iets aan gedaan moet worden, waren er hier actief mensen aan het werken. Een groepje archeologiestudenten uit Canada, om precies te zijn. Kost en inwoning zijn makkelijker te leveren dan geld.

Nu zit ik al vanaf één uur te wachten om naar het Retezat-gebergte te gaan. Anderhalve week in een gebied waar alleen wetenschappers en ik in mogen, ver verwijderd van welk dorp dan ook, zonder elektriciteit en water… Hoe zal dat aflopen?! Lees het in deel drie van Fiepke’s (enorm) spannende drieluik!

Drieluik deel III - Een verhaal waarin Fiepke eigenlijk alleen maar zeurt
Drieluik deel I - The Return of the Biochemistry Students

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*