Drieluik deel III – Een verhaal waarin Fiepke eigenlijk alleen maar zeurt

Om half vijf besloot ik middels een oude indianentruc een eind aan het lange wachten te maken. Ik had namelijk honger gekregen, dus ik besloot dat het tijd was om een hamburger te gaan eten. Op het moment dat ik hem wou bestellen kwam Dan aankakken. Zo gaat dat immers, dus waarom had ik hier niet eerder aan gedacht? Ze hadden een lekke band gehad en nu wou hij zich wreken door de plaats achter het stuur in te nemen. Ik had die dag al in een Roemeense maxi-taxi gezeten, dus ik was blij dat Roxanna de chauffeur bleef. De weg naar het Retezat-gebergte liep onder andere langs een enorme verlaten staalfabriek in Calin (het leek Luik verdorie wel), een middeleeuws kerkje in Strei, een toekomstig dinosauruspark (de Roemenen kennende zijn ze zelf allang uitgestorven eer dat dat van de grond komt), en een bos bij Haţeg waar twee wisenten zaten. Maar wat denk je, we zagen er niet één van.

Witte jas verplicht (JS)

De laatste 24 kilometer leidden door een vallei met slechts hier en daar een paar huisjes (idee Costeşti – Grădiştea de Munţii). Aan het eind van een zijweg wachtte ons cabana Gura Zlata, waar gecontroleerd wordt dat alleen vergunninghouders het park inkomen. Al haalde het korte, krakende bed waar ik daar in sliep het niet bij het hotelbed van de vorige avond, zo goed als die nacht had ik in Roemenië nog niet geslapen. Dat was trouwens geen overbodige luxe, want de volgende dag liepen we zwaar bepakt over een smal, nauwelijks betreden paadje viereneenhalf uur bergop naar Casa Laborator Gemenele (scientists only). Inderdaad, zonder elektriciteit (de mini hydro-centrale was tijdens een hevige storm vernietigd) en water, al stroomt er twintig meter van de cabana een ijskoud beekje.

In tegenstelling tot misdaad loont hard lopen wel, want dit leverde me de beste slaapplaats op. Voor het raam met uitzicht over de bergen, rivier en alpenweiden. Het uitzicht over de wilde half rotsachtige, half met dwergdennen bedekte bergen met hier en daar sneeuw was geweldig. Met genoeg eten meenemen voor langere tijd hadden ze wel ervaring, maar ik vertrouwde ze voor geen cent, zeker niet toen al snel bleek dat ik veruit het meeste at van de hele groep. Hierdoor was het niet meer dan terecht dat ik de tweede dag in de groep zat die de tocht nog eens af moest leggen om het overige materiaal en eten boven te krijgen (er werd ook een hoop onderzoeksmateriaal voor toekomstige groepen versjouwd).

Hier is het dan misschien wel op zijn plaats om de groep even voor te stellen. Vanuit Gura Zlata vertrokken dr. Ciubuc (Zoologisch Station), dr. Manoleli (bekend van Pasen), Roxanna (soort van AIO) en Julia (modemuts die bij Dan op de afdeling werkt) naar de Banat in zuidwest Roemenië, terwijl Dan, Ion (chauffeur Zoologisch Station), Dorel (parkopzichter), Nicu (snurkende limnoloog), Gabi (biologielerares ofzo), Sorana en Christina (werken ook allebei bij Dan op de afdeling) en, last but not least, ik (bekend uit vele verhalen) naar het Retezat gingen. Ion en Dorel keerden na de lunch al terug naar Gura Zlata, Dan en ik de volgende ochtend pas. Intussen vermaakten we ons prima met de twee bijlen uit het schuurtje. Zonder hout geen vuur, en zonder vuur geen wokkelpasta. Hadden jullie geweten dat ik daar boven in de bergen vrolijk met een bijl stond te zwaaien, een kilometer of dertig van het dichtstbijzijnde ziekenhuis verwijderd, dan hadden jullie dat vast spannend gevonden.

Klaar om te monsteren (JS)

De tocht naar beneden legden we zaterdag in twee uurtjes af. Lopend door het nooit door mensen ontgonnen bos, met zijn met mos bedekte rotsen en enorme kris-kras door elkaar groeiende bomen, lijkt het wel alsof je teuggekeerd bent in de prehistorie. En het heeft wel wat weg van de beboste maan van de Ewoks uit Star Wars. Alleen zie je daar geen zwarte berggemzen door het beeld springen. Vandaag hoefde ik niet veel te dragen en omdat ik maar een paar koekjes had was de motivatie om boven te komen en te kunnen eten behoorlijk groot. Toch stond ik ervan te kijken dat ik de afstand in slechts twee uur en veertig minuten had overbrugd, daar waar Dorel (weliswaar met volle bepakking, maar hij is het lopen hier in de bergen toch veel meer gewend) twee uur langer nodig had. Dan en Ion, die onderweg nog invertebratenvallen plaatsten, kwamen daar weer een uur later achteraangehobbeld.

Bij het avondeten (aardappelpurree met knoflook) hadden we bier. Voor deze week hadden we in totaal negen blikken en twee liter ţuica. Van dat laatste was gisteren al een deel opgegaan, dus de hoogste tijd om in het kader van rantsoenering zes halve liters aan te spannen. Om tien uur deed moeder natuur het licht uit, dus zocht ik mijn zitkuilbed maar weer op. Tegen die tijd is iedereen meestal wel moe en ze hebben zowiezo geen kaarten bij, dus veel keus heb je niet.

Zondagochtend, uitkijkend over het landschap dat volgens Nicu sinds zijn eerste bezoek 31 jaar geleden totaal onveranderd is gebleven, vroeg ik me eens temeer af wat mensen tot wetenschap aanzet. Als je in de zon van de natuur kunt genieten, een goed boek lezend of met je vrienden pratend en een tafel vol met lekkers voor je, waarom zou je dan weg willen om bodemmonsters te nemen en de chemische samenstelling van een of ander meer te achterhalen? Ik besloot maar gewoon mee te gaan naar het Gemenele-meer en daar van de natuur te genieten. Dit gletsjermeer op 1920 m hoogte was zeker de moeite waard, maar omdat jullie er toch nooit zullen komen zal ik jullie ook niet vermoeien door in details aangaande de ongerepte schoonheid te treden. We hadden een hippe geel-met-grijze opblaasboot, die ondanks dat ie lek was prima vaarde. En al was het zonnig en heet en waren mijn voeten binnen een uur knal verbrand, het water was nog altijd slechts tien graden en in de boot was het frisjes door een stevige bries.

Wel komisch trouwens, om vrouwen te zien varen. Vooruitkomen ging wel, aangezien er wind voorhanden was, maar sturen – ho maar. Hop de aanmeerplaats voorbij en de dwergdennen die voor mangrovebos speelden in. Zonder krant, tv of welk contact met de buitenwereld dan ook viel het niet mee om de tijd bij te houden en met alleen een paar wetenschappers om je heen hoef je ook niet veel spektakel te verwachten (ik ben hier net een DeeDee tussen Dexters die zich niet met gigantische robots bezighouden). Wat betreft de highlights van de week kan ik kort zijn:

Tăul Negru (JS)

zondag
Teek, waarschijnlijk van de lelijke rothond van Gura Zlata gekregen. In Roemenie geen lyme, wel een andere ziekte waar je binnen drie dagen aan doodgaat. ‘s Avonds bonenpurree met knoflook plus resterende drie blikken bier.

maandag
Tăul Negru, bergmeer op 2125 m. Kikkers en sneeuw. ‘s Avonds mămăligă met knoflook. Eerste alcoholvrije dag.

dinsdag
Tăul Secat, bergmeer op 2090 m dat elke zomer droogvalt. Salamanders en later tientallen bulten op mijn voeten. Muggen of iets in het water waar ik allergisch voor ben? (Later vernam ik dat het door een vervelend mugachtig berginsect komt; ik telde 45 bulten.) ‘s Avonds aardappel/vleesprut met mămăligă en knoflook. Tevens uien en teentjes knoflook los erbij. Tweede alcoholvrije dag, start afkickverschijnselen. Enorme dorst; gaat niet weg door drinken liters water en thee.

woensdag
Ervaring met voldoende eten meenemen voor een week of langer? Zo kan ik het ook. Ion meenemen volstaat: hij kan naar Gura Zlata worden gestuurd om nieuw proviand te halen. Tăul Radeş, Zoăgoase, Judele, Iezilor en Stribat. Christina verdwaalde. Met het dichtstbijzijnde huis op 15 km hemelsbreed (dus veel verder met bergrichels tot 2500 m hoogte), een opkomende mist en riviertjes die elk geschreeuw overstemmen als je er te dichtbij staat geen slim denkwerk. Na een dik uur zoeken vonden we haar terug. Slecht weer toen we na vier uur lopen ons doel, Tăul Judele (ca 2350 m) bereikten. Door de regen naar huis voor aardappel/vleesprut met aardappelpurree en wilde uiensalade (ruikt en smaakt enigszins naar knoflook). Ion had drie blikken bier voor me meegebracht.

donderdag
Dan en Sorana zijn ‘s ochtends vroeg vertrokken. Sorana om aan haar promotiescriptie of hoe dat heet te werken, Dan om zijn oudste zoon met diens gedachten bij het eindexamen te houden. Vier dagen na de teek, ik leef nog steeds. Da’s fijn, maar ik zou wel eens willen douchen en een ijsco zou er ook best ingaan. De pindakaas is allang op en het regent. Wel lekker veel tijd om te lezen en te schrijven (de rest verveelt zich of slaapt). Verder een muis in de keuken, wat kan er toch ontzettend veel gebeuren in een dag tijd. Avondeten ‘s middags: pasta met knoflook.

Tăul Judele (JS)

vrijdag
Het slechte weer blijft aanhouden, dus er wordt besloten dat het mooi geweest is. Helemaal niet erg, aangezien het bier alweer op is (de rest had al besloten dat ik mijn blikken met ze zou delen, voor ik het zelf aan kon bieden). Helaas vertekken we niet voordat Christina en ik watermonsters zijn wezen halen bij Tăul Gemenele. Vandaag was er immers veel van. Bovendien kom ik erachter dat mijn schoenen niet meer waterdicht zijn.

Eenmaal terug in Gura Zlata ontmoetten we Dan Manoleli weer. Schoolvoorbeeld Korsakovgeval. Was een week voor veldwerk naar de Banat geweest, maar op de eerste dag al zijn rugzak met kleren en meetapparatuur kwijtgeraakt. Simpelweg omdat ie niet meer wist waar ie hem even af had gedaan. Dan maar de hele week in korte broek en blouse. Verder een prima kerel en twee glazen verschillende palinca sla ik om twee uur ‘s middags na een lange wandeltocht niet af.

Waar ik het minder mee eens was: als het zeven uur rijden is van Gura Zlata naar Sinaia plan je de enige pauze niet in Haţeg, wat op een uur rijden van het Retezat is. Ach ja, Manoleli trakteerde nu op bier, dus ik mag niet klagen. Zeker niet daar ze besloten in Sinaia te overnachten, wat me nog gratis avondeten, twee glazen wijn en een glas palinca opleverde. En eindelijk een douche, na negeneneenhalve dag.

Weinig spektakel
Drieluik deel II - The Invasion of the Dutch People (with a Bus)

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*