Eind goed, boerenkool

Dinsdag was een dag die vrolijk begon maar eindigde met een domper. In opperbeste stemming liep ik ‘s ochtends met een kilo of tachtig aan bagage naar het treinstation (Gnah! Noem je dat een vrolijk begin?). Mijn laatste dag in Roemenië zou ik met Bogdan doorbrengen, en eigenlijk was hiermee mijn lange reis naar Eva al begonnen. Bogdan had inmiddels zijn lange haren ingeruild voor een carrière en besloot dat hij, nu hij er toch niet uitzag, maar net zo goed een petje kon dragen en Limp Bizkit kon luisteren. Gelukkig kwam hij al snel tot inkeer en voor ons avondeten bestond ons tijdverdrijf uit bier drinken en metal, Roemeense hip-hop en Creedence luisteren (‘I’ll be coming home soon’).

Houdoe, Zoologisch Station

‘t Is vroeg avond in het oosten en om kwart over vier zaten we al aan de ciorbă en spaghetti. Bogdan at zijn soep weer niet helemaal op en zijn moeder klaagde er weer steen en been over. “Ging jij maar naar Nederland, dan kon Joost tenminste hier blijven!” Met de spaghetti moest ik ook al helpen. Geen wonder dat die jongen zo dun blijft. Bogdan koopt blijkbaar nooit eten voor zichzelf, want hij dacht dat ik voor mijn laatste 60.000 lei genoeg voor een hele week kon inslaan. Voor mijn tweedaagse reis moest ik echter volstaan met een brood, kaas, appeltjes, yoghurt en een pakje wafeltjes. Na een buskaartje gekocht te hebben had ik nog 2.000 lei over (bijna twintig cent).

Omdat het ons te lang duurde voor Gabi zijn gezicht op de afgesproken plek liet zien, gingen we hem zelf maar halen. De tijd vloog, waardoor we helaas alweer aan de domper toewaren. Ik zat wat met Gabi en vriendin Anca te praten op een bankje, terwijl Bogdan een sanitaire pauze had ingelast. Toen hij terugkwam en bloed spuugde wisten we meteen dat er iets aan de hand was. Hij had net twee tikken op zijn gezicht gekregen, omdat de een of andere eikel vond dat Bogdan hem smerig aankeek.

We zijn nog naar de tandarts geweest, waar hij de volgende ochtend terug moest komen. Er zaten enkele tanden los, het zag er flink opgezwollen uit en de hoofdpijn die hij eraan overhield was de volgende ochtend alleen maar erger geworden. Nadat ik bij mijn eerste afscheid op zeven april Eva al moest teleurstellen door de laatste ogenblikken met een bloedneus te verpesten en er bij een tweede afscheid (van Rineke en Eva in Roemenië) zes mensen door een stommiteit van mij een hele dag op een politiebureau zaten, had Bogdan bij dit afscheid dus vette pech. Het maken van grapjes liet ik ook maar snel varen, toen bleek dat het van lachen alleen maar meer pijn deed. Plan: voorlopig geen afscheid meer nemen van mensen.

Woensdag begon al om vier uur ‘s ochtends, ik bedoel ‘s nachts, en omdat het met Bogdan helemaal niet goed ging (ik las in een mailtje van zijn vriendin eerder deze week dat zijn kaak gebroken is; hij kan de komende maand alleen soep eten, en dat terwijl de arme jongen daar toch al niet bijster van gecharmeerd was), pakte ik in mijn eentje de bus naar het station. De Eurolines-bus (Königsklasse deze keer – er zat zelfs beenruimte in!) was wonder boven wonder op tijd en dat bleef ie tot Timişoara, waar ik mijn laatste 2.000 lei uitgaf aan een toiletbezoek. In deze stad was het blijkbaar traditie om je auto midden op straat te parkeren. In plaats van de rijen auto’s die je in Nederland aan weerszijden van de weg ziet staan had je hier dus een rij waar het verkeer aan twee kanten voorzichtig langs reed. Blij dat ik uit dit land weg ga.

Het uur vertraging dat we bij Arad hadden leek er voorlopig ook niet minder op te worden. Vanavond was de belangrijke voetbalwedstrijd Hongarije-Roemenië. Roemenië had genoeg aan een gelijkspel om hun geliefde buurland uit te schakelen. De 0-2 nederlaag die de Hongaren moesten incasseren had er dan misschien ook wel iets mee te maken met het feit dat we bij de grensovergang met Oostenrijk ruim drie uur moesten wachten voor we het land uitmochten. Dit overigens niet voordat er twee Roemenen de bus uit waren gezet. “Kom op jongens, Oostenrijk is geen Sjengen-land!” vonden de douanebeambten.

Kan mij die regen wat verrekken (JS)

Na de Hongaarse regen ging de reis verder door de Oostenrijkse regen, die op een gegeven moment overging in Duitse regen. Wat me uiteraard aan de I Am Weasel-uitspraak deed denken uit de gladiatorenaflevering: “You know, this was fun for the first six hours, but after that it got really old.” Toch duurde de reis volgens het boekje 32 en een half uur voor we Frankfurt zouden bereiken. Ik kon mijn ogen niet geloven toen we er om 13:28 op het station stonden… twee minuten te vroeg! Wat zou de NS straks weer gaan tegenvallen. De vertraging in het Ruhrgebied was in de spits uiteraard onvermijdelijk, maar om half acht stond ik dan toch eindelijk in Arnheim, Olanda. Omdat ik Eva niet meteen zag staan (ze hadden onze vertraging overdreven omgeroepen, dus ze was even de stad in), maakte ik me maar nuttig als Roemeense tolk voor een meisje en een man die naar Deurne moest (komisch dat je vanaf Braşov tot Eindhoven met iemand samenreist).

Mijn verhalen deden soms misschien anders vermoeden, maar zo moeilijk als de afgelopen vijf maanden heb ik mijn studiepunten nog niet verdiend. Dat is waarschijnlijk aan het feit te wijten dat ik vooral over de highlights heb verteld en jullie niet heb lastig gevallen met de dagelijkse sleur. Wat kan ik soms aardig zijn.

Sommige dingen had ik wel een beetje onderschat, maar ik heb er uiteindelijk wel veel van geleerd (hoera, toch nog een cliché op de valreep). Alleen weinig op biologiegebied. Behalve misschien dat ik zulk werk nooit voor mijn beroep zou willen doen. Back-up plannen zat. Als afsluitend citaat wil ik graag teruggrijpen op een uitspraak die de Geallieerden na de Eerste Wereldoorlog deden: Dit mag nooit weer gebeuren!

Met Vacuoles naar de Efteling
Dacia te koop

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*