Elitaire toeristen

De hotels in Roemenië leken aanzienlijk verbeterd te zijn sinds we er voor het laatst een bezocht hadden. Dat wil niet zeggen dat ze nu op West-Europees niveau zaten: veel landgenoten zouden hun neus ophalen voor de kleine ongemakjes die we door de vingers zagen. Het bed kraakte, de stroom viel regelmatig uit, in het restaurant vergaten ze delen van de bestelling wanneer hen dat beter uitkwam en leek de ober ronduit beledigd dat ik hem vroeg of hij Engels sprak terwijl ik me best in het Roemeens kon redden. Bovendien waren het zeikerds: ons briefje van één miljoen lei met een scheurtje erin wilden ze niet aannemen.

Gereedschap check. Brood - check. Vuile tassen - check. (EH)

Eén keer per dag vertrekt er vanuit Vişeu de Sus een stoomtreintje de Vaser-vallei in. Dit treintje stopt bij verschillende houthakkersnederzettingen om vanuit eindhalte Coman, 43 kilometer ver weg en vlakbij de grens met Oekraïne, met de dagelijkse lading boomstammen terug te keren. Vanuit Coman wilden we door de bergen naar de weg tussen Vişeu de Sus en Vatra Dornei lopen, maar op deze plannen kwamen we al snel terug. We waren al dagenlang onderweg met onze bagage en de dichtbeboste bergen, zonder gemarkeerde routes, waren moeilijk begaanbaar.

Het treintje vertrok dagelijks tussen zes en tien uur ‘s ochtends. Volgens het hotelpersoneel zou het vandaag om acht uur vertrekken, dus vroegen we ze om kwart over zeven een taxi te bellen, zoals ze een dag eerder hadden voorgesteld. Die bleken nu ineens niet meer te bestaan en het had heel wat voeten in aarde voor we een lift naar het centrum, twee tot drie kilometer verderop, hadden versierd. Nog steeds hadden we haast, want het station lag ver ten noorden van het centrum. Deze keer stopte er al snel een Roemeen die in Duitsland had gewerkt. Het stationnetje bleek veel verder weg te liggen dan we hadden gedacht, maar dankzij onze rit in de auto met volkomen beslagen ruiten (de chauffeur kon de weg gelukkig dromen) waren we nog op tijd.

Getsie, andere toeristen. (EH)

Naast het smalle spoorlijntje stonden arbeiders met gereedschap, broden en vuile tassen te wachten op het treintje dat hen het bos in zou rijden. Wagons werden in gereedheid gebracht om gekapt hout op vast te sjorren, wissels werden handmatig omgezet. Stoere mannen dronken nog snel een laatste pul bier voor de noeste arbeid. En toen spatte de luchtbel sneller uiteen dan een sinaasappelkistje onder een ronkende kettingzaag. De gigantische stoomwolk die naderde behoorde wel toe aan het kleine treintje dat naar Coman zou reizen, maar onze bomen vellende vrienden namen hierin geen plaats. De open wagons van de trein zaten vol kletsende, rokende en foto’s makende toeristen. Blijkbaar stonden wij niet op het officiële station te wachten. De houthakkers zouden het volgende treintje wel nemen.

De toeristen, die twee wagons in beslag namen, kwamen uit Frankrijk, Duitsland en Polen. Er waren ook rijke Roemenen uit Bucureşti bij, maar die waren net zo vervelend. De schandalig langzame rit (we deden er vier uur over om Faina te bereiken, 32 kilometer stroomopwaarts in de vallei) was nu ineens een stuk minder magisch. Naarmate de rivier minder breed werd en de uitgestrekte wouden ons insloten was er eigenlijk ook steeds minder te zien. In een trein vol houthakkers zou dit een gevoel van afzondering, van geïsoleerdheid geven, van steeds verder van de beschaving weg gaan. Nu zat diezelfde beschaving te klagen dat het koud was en dat ze morgen liever uit zouden slapen.

De houthakkersstations Cozia, Bardau en Botizu bestonden telkens slechts uit één of enkele huizen, langzaam wegrottend in een natte modderplas. Hier werden spullen afgegeven aan de mannen die er bivakkeerden. Soms hield het treintje midden in het bos halt om enkele daar wachtende mannen van planken te voorzien. De tocht ging verder langs rotswanden, over bruggetjes en door tunnels (geen succes met een stoomlocomotief). En toen bereikten we Faina, twee huizen groot.

Op tv gaat zo'n pitstop sneller (EH)

De trein zou vandaag zijn eindbestemming niet halen. Na vier kilometer zou de attractie omkeren en terug naar Vişeu de Sus gaan. Ons oorspronkelijke plan was dus toch wel in het water gevallen. Blij anderhalf uur van de toeristen verlost te zijn stapten we als enigen uit in Faina. De zon brak door en aan de Vaser konden we nu in alle rust lunchen. Waren we echt zulke elitaire toeristen geworden dat we niet eens één dagje in gezelschap door wilden brengen? Ja, vorig jaar ergerden we ons in Tsjechië ook al aan de drukte. Het liefst deelden we bergroutes en campings met zo min mogelijk mensen. Zouden we nog wel plezier kunnen beleven aan een vakantie buiten Oost-Europa? Spitsbergen dient zich in gedachten aan, maar – eerlijk is eerlijk – dat klinkt toch ook als een bestemming voor elitaire toeristen.

Na een slok diesel uit de trekker van een vriendelijke houthakker te hebben afgewezen liepen we een stukje langs het spoor op en zagen we na een bocht de vredige cabana’s van Faina liggen. Ook hier was het druk. En we moesten die vervelende rit van vier uur terug naar Vişeu de Sus toch een keer maken. Beter meteen door de zure appel te bijten. We waren niet de enigen die de appel zuur vonden: onze Poolse reisgenoten deelden onze mening, zei het in andere bewoordingen. Zij spraken niet over een Efteling-treintje en een toeristenstation met waarschuwingsbordje ‘Alleen achterlijk volk’, maar over hun afschuw die toeristen uit West-Europa betrof. We waren het roerend met elkaar eens, als enigen met grote rugzakken.

Het stoomtreintje stelde teleur met een ontspoorde wagon als hoogtepunt, maar het busstationnetje van Vişeu de Sus niet: in tegenstelling tot de informatie uit onze reisgidsen was er elke dag wèl een verbinding met Vatra Dornei, om zeven uur ‘s ochtends. Vanuit daar was het slechts vijf, zes uur naar Iaşi, waar ik bij Florin nog een broek op moest halen. Deze keer zaten we in een (nog) beter hotel in de straat van het busstation. In de pizzeria hadden ze voor de verandering alles wat op de kaart stond en hadden we citroen-wodka en whisky-ijs toe. Eva’s drank met een rietje wegslurpend en het geheel met het laatste restje van mijn halve liter donker bier wegspoelend moest ik toegeven dat je hier voor twee euro best aangeschoten kon raken. We wisten toen nog niets over de drinkgewoontes in Moldavië.

De wansmaak heerst
Папутка

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*