Fahrvergnügen

“Er is hier geen schot gelost. Het is belachelijk om voor die zatlappen een monument op te richten. De Russen hebben zichzelf een kogel door de kop gejaagd!” Me dunkt dat er dan toch een schot gevallen moet zijn, maar Joost was minder ad rem. Anderhalf uur wachten op station Bergen auf Rügen viel hem zwaarder dan hij verwacht had, daar de plaatselijke holocaustontkenner in Joost een gewillig toehoorder meende te hebben. “Ja, dat van die Joden was wel slecht, maar daar deden de Engelsen en de Zwitsers net zo goed aan mee. Hitler was zo kwaad nog niet – toen de Duitsers Parijs innamen stelde één van zijn generaals voor de Eiffeltoren met de grond gelijk te maken. “Ik zou je hier eigenlijk ter plekke kapot moeten schieten,” barstte Hitler toen uit.”

Kampeervergnügen (JS)

Zichtbaar opgelucht stapte Joost bij ons in de auto. Hij zag zelfs kans lief te zijn voor Ilva, die de term Fahrvergnügen na een kleine acht uur niet meer toepasselijk vond. Omdat de line-up van Ragnarök Festival ons niet beviel besloten we maar ergens anders heen te gaan. Naar Duitsland? Wat is dat nou – concessies nu je een kind hebt, Fiepke? Hoeven we niet meer op zinderende reisverhalen uit Oost-Europese boevenlanden te rekenen, nu je met je dochtertje liever op Duitse of zelfs Franse campings vertoeft? Geenszins. Maar nu dus even wel. Rügen leek Eva een aardige bestemming. Ruige krijtkusten, hunebedden en Kap Arkona. Nu we de band Arkona niet zagen konden we tenminste een kijkje nemen bij de Slavische burcht waar ze blijkbaar inspiratie hadden opgedaan.

Rügen leek meer mensen een aardige bestemming: in totaal zouden we vrijdag met z’n twaalven zijn. Eva, Ilva en ik gingen woensdag al, een mopperende directeur op school achterlatend. Met een vrije dag en mijn ouderschapsverlof voor Koninginnedag had ik effectief tweeëneenhalve week meivakantie. Voordat er een wet gevonden was waarop men zich kon beroepen om me thuis te houden waren we al onderweg. Net als Gijs en Nelleke, die een tent voor Joost meenamen. Joost zat voor zijn werk al een week op buureiland Hiddensee, maar had er niet aan gedacht dat hij de twee nachten voor Annelies met hun busje kwam ook nog ergens zou moeten slapen.

Ga je ooit kamperen op Rügen, ga dan in de meivakantie. Het is er ‘s nachts 2 °C en dus niet druk. Ga je ooit kamperen op Rügen, ga dan naar Naturcamping Krüger in Nipmerow. Een fijne camping, midden in het bos, waar je kampvuurtjes mag stoken, midden in het bos. Niet dat we het vooraf gevraagd hadden – ervaring leert dat niet vragen het beste werkt. De tweede avond kwam baas Norbert even poolshoogte nemen, waarna onze pyrotechnische skills stilzwijgend werden gedoogd.

Abbruchgefahr (NC)

Het was tamelijk rustig op de camping. De schoolklas die er overnachtte bestond niet uit die hard kampeerders. Ze sliepen niet in tenten en als ze buiten op de plastic stoelen zaten, wilden ze een kussentje. “Das ist denn unsere Jugend,” verzuchtte Norbert beschaamd. Verder zagen we de eerste dag alleen een man die overtuigend vogelgeluiden nabootste en hiermee bonte kraaien lokte. Geen bijzonder slimme dieren: zodra ze zagen dat een man en niet een soortgenoot de geluiden veroorzaakte draaiden ze om, om er vijf seconden later weer in te trappen. “Het zal toch zeker niet weer dezelfde… aah, toch!” De andere campinggasten waren huppelende bosmuizen, wroetende everzwijnen en hele koren van boomkikkers, even verderop. Vlakbij in het bos blaften de damherten.

Natuurcamping Krüger ligt in Nationalpark Jasmund, het mooiste deel van Rügen. Hier liepen we van havenstad Saßnitz terug naar Nipmerow. Vandaag was het immers nog zonnig; morgen zou het weer een stuk slechter worden. De route liep langs de spectaculaire kust van Rügen. Wie dacht dat het hier om een waddenachtig eiland met leuke zandstrandjes gaat heeft zijn huiswerk niet goed gedaan: Rügen ligt in de Oostzee, niet in de Noordzee en hier rezen steile krijtrosten omhoog uit het koude water. Al na honderd meter strekten witte muren zich aan weerszijden van ons uit. Blijkbaar zaten vroeger niet alle piraten in de zonovergoten Caraïben, want in de Piratenschlucht had Klaus Störtebeker, voortlevend in het plaatselijke bier, menig schat begraven. Tussen de amberzoekende Duitsers gingen wij op fossielenjacht in de afgebroken stukken krijtrots. Want er brak nogal eens wat af. De Wissower Klinken leken in de verste verte niet meer op de oudere foto’s in onze reisgids.

Dat verklaarde de vele bordjes ‘Abbruchgefahr’, al viel het op die plaatsen natuurlijk wel mee als het bordje er nog stond. Naast ‘Verschmutzte Fahrbahn’ een kandidaat voor favoriete Duitse verkeersbord. Levensgevaarlijk dus, die imposante kliffen, maar dat weerhield de hordes toeristen en vroeger Germanen en Slaven niet van een bezoekje. Ook de Germaanse verdedigingswal Hengst zou diezelfde Slaven niet van een bezoekje hebben weerhouden – alleen voor rolstoelgebruikers zou deze kunstmatige verhoging enigszins problemen opleveren. Nee, dan de Slavische Herthaburcht. Daar was tenminste werk van gemaakt. De steile klim hield Gijs alvast buiten de deur.

Als je ons nodig hebt, wij zitten boven (EH)

Waar de hunebedden op Rügen weinig memorabel waren, maakte de Oostzee meer indruk. Foei, wat was het water koud. Het was natuurlijk ook nog april, met volgens de klimaattabellen een gemiddelde watertemperatuur van 5 °C. Dan liever tot overmorgen gewacht. In mei zou de temperatuur opgelopen zijn tot een behaaglijke 8 °C. Voor de tussenliggende dag hadden we al een plan. Omdat we van het door Joost genoemde, veelbelovende Pirateninsel niet wisten wat het was en ten tweede waar het zich bevond, parkeerden we na een slaapverwekkende wandeling langs de Neuensiener See voor station Garftitz. Stationnetje, want hier reed alleen de Rasender Roland, een zwarte rookpluimen uitbrakende stoomtrein voor toeristen.

Wij gingen dus te voet, uit angst voor soortgelijke ervaringen als in Vişeu de Sus. Onze keuze betaalde zich direct uit in de vorm van een Erlebnispfad, waar Nelleke en ik op blote voeten mochten ervaren hoe zand, kiezelstenen, ronde balken, dennenappels en glasscherven aanvoelden. Een voorlopig hoogtepunt van de dag. Voorlopig, want het nogal homofiel aandoend jachtkasteel Granitz wachtte ons in al zijn roze glorie. Bronzen hondjes voor de deur en binnen een fotogenieke wenteltrap met gietijzeren traptreden waar je doorheen kon kijken. Net iets te spannend voor Eva (dat de suppoosten bezoekers tegenhielden omdat er niet teveel mensen tegelijk op de 19e eeuwse trap mochten hielp niet), maar dat was misschien ook de bedoeling bij het bouwen. “Vrouw, als je ons nodig hebt, wij zitten boven.” Stereo aan en een bak bier erbij, terwijl de vrouwen niet naar boven durfden.

Op de wenteltrap na is Jagdschloß Granitz een verschrikking. Überromantische kitsch, marmeren beelden van mannen met snorretjes en kuiven, schilderijen die het Huilende Zigeunerjongetje op materiaal voor het Rijksmuseum doen lijken. Maar wat een uitzicht: de nooit afgebouwde flats van Prora, het ontoegankelijke eiland Vilm en beneden Gijs met een slapende Ilva op schoot – prachtig. Over het smalspoor liepen we terug naar Garftitz, om ‘s avonds voor de derde keer te barbecueën. Nu met Jaap, Janine en Annelies die er met Teuntje de T2 twaalf en een half uur Fahrvergnügen op hadden zitten, en later ook met Judith, Maarten en Daan. Terwijl Ilva in haar plastic bak speelde en het kampvuur werd voorbereid kon de pret nu echt beginnen, al hadden wij daar geen tampon met (peper)wodka in onze anus voor nodig, zoals in de verhalen van Jaap.

Dönerloos badderen met nazi’s
The Road

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*