Fietsbandsoep

De drukkende lucht omgaf ons als een warme deken; alle geluiden klonken gedempt. Over kale heuvels waar her en der rode stenen verspreid lagen bereikten we een woud waar we in het spel van door het bladerdek gefilterde lichtvlekken die over de bosgrond dansten een heks zagen zitten. Het oude vrouwtje verwelkomde ons lachend; haar vaalbruine koe trok zich niets van ons aan. We moesten voorzichtig zijn. Valse honden, als wolven zo groot, zouden ons opwachten. De weg naar Cioclovina was nog lang.

Het was geen droom. In alle vroegte stond Iulian al voor onze deur. Hij wilde graag met ons mee. Zijn vrienden hielden niet van de bergen, en een kans als deze kreeg hij niet vaak. Iulian kon ons niet genoeg bedanken. Dat gold andersom des te meer. Hoe gedetailleerd onze onorthodoxe kaart ook leek te zijn, zonder gids ter plaatse was deze tocht naar alle waarschijnlijkheid desastreuzer verlopen dan onze vorige bergwandeling.

Duidelijke zaak, dacht ik zo (I)

Het Şureanu-gebergte was hier minder betreden. Door de afwezigheid van Dacische nederzettingen of andere attracties waren hier geen wandelroutes. Alleen de mensen die hier woonden kenden de paden. Kleine dorpjes leken per ongeluk tussen de heuvels klem te zijn geraakt, afgesneden van de rest van het land. In deze verlaten, surrealistische omgeving vormden de heks, de wild blaffende honden en een woest sissende adder ons enige gezelschap.

Het leek de hele dag al of we een fantasy-rollenspel speelden, en we waren dan ook niet verbaasd dat de grot ons duister gapend uitdaagde om binnen te komen. Een koude ademtocht uit het binnenste van de aarde streek langs onze benen. Na wat zoeken vonden we houten stokken en lege conservenblikjes die samen dienst konden doen als fakkels. Met lappen stof en wat aanstekergas waren we gereed Cioclovina te betreden. In het flakkerende licht spookten warrige schaduwen over de grotwanden; doordat de sputterende fakkels regelmatig doofden en Iulians aansteker al snel leeg raakte konden we niet lang onder de grond blijven. Het ongemak van de duisternis werd weer ingeruild voor de zomerse hitte buiten.

Natuurvorsers waagden zich kennelijk niet te vaak in deze regionen, want op de terugweg ving ik een steppehagedis (Eremias arguta). In geen enkele reptielengids wordt vermeld dat dit dier zo ver westwaarts voorkomt. De meest westelijke erkende vindplaats ligt honderden kilometers verderop in de Donaudelta. Afijn, het verhaal van ons fototoestel is bekend en het feit dat ik de hagedis wist te vangen en haarfijn op de plaat zette verandert daar niets aan…

Niet aan te raden

Eenmaal terug in Pui, waren groene padden (Bufo viridis) de straten onveilig maakten, was de nacht al gevallen. Toch werden we in het enige restaurant van het dorpje met open armen ontvangen. Hier probeerden we een van de nationale gerechten van Roemenië uit: ciorba de burta. Niet aan te raden, tenzij je van het gevoel houdt op de binnenband van een fiets te kauwen. In de soep dreven stukken koeienpens rond: ongedefinieerd grijs vlees met rare uitwassen aan de zijkant. Zelfs uit beleefdheid was dit bord onmogelijk helemaal leeg te eten. De rest van de maaltijd was voortreffelijk, maar een fooi mochten we absoluut niet geven. We wilden best: zeven gulden voor een diner bestaande uit soep, vlees, aardappelen, salade en bier is niet duur.

Duister avontuur
Ik dacht da'k een beer hoorde...

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*