Fotomodellen

Over kaarsrechte wegen waar Lada’s en Buchanka’s het spaarzame verkeer vormden, reden we naar Mir. De prachtige façade van het 16e-eeuwse kasteel werd weerspiegeld in het kalme water van het meer dat voor de torens van dit werelderfgoed lag. Fraai van buiten , maar bezijdens de mooie Wit-Russische vrouwen was er binnen weinig te zien. Nee, in Mir viel buiten de kasteelmuren meer te beleven. De wc’s bijvoorbeeld – we waren hier tenslotte in een land waar het papier niet in het gat in de grond, maar in een goedkoop plastic emmertje diende te verdwijnen. Of de Letse ijshockeyfans, die onze shirts op waarde wisten te schatten. Het was de goden verzoeken, kiezen voor maagdelijk witte shirts, maar tot nu toe had alleen Gijs koffievlekken aan het design toegevoegd. Werkelijk alles liep voorspoedig hier in Wit-Rusland. “Kom, laten we wodka drinken!” stelden de Letten voor. Ach, waarom ook niet? Gijs prefereerde als aangewezen chauffeur een liter berkensap, en na een halve liter bier en twee teugen wodka hadden wij ook wel genoeg van Mir. Op naar Minsk.

Waar we precies zouden slapen in Minsk bleef nog even onduidelijk. Hostel Jazz had me vlak voor vertrek gemaild dat ze ons waarschijnlijk niet konden huisvesten wegens technische problemen. Technische problemen kan vrijwel alles betekenen in (Wit-)Rusland. In dit geval leek het erop dat men met het WK IJshockey in de stad mensen had gevonden die meer wilden betalen dan wij hadden gedaan. Toch werd de deur op het opgegeven adres vriendelijk voor ons geopend door medewerksters met opzichtig bungelende borsten. Het spel Twister was duidelijk zichtbaar klaargezet en we waren ons juist mentaal aan het voorbereiden op een internationaal spelletje toen de dames vertelden dat dit vrolijke etablissement ‘Happy Hostel’ heette. Technische problemen bleek hier dus een verhuizing van Jazz zonder kennisgave van adreswijziging te betreffen, wat uiteraard niet in de mail uitgelegd had kunnen worden. Ons hostel was weliswaar op loopafstand van de Minsk Arena, maar Twister hadden ze er niet.

Mooi van buiten (JS)

We waren net binnen toen het dagelijkse noodweer opnieuw losbarstte. Met overdag telkens 25°C en aan het eind van de middag onweer was het weer hier niet lastig te voorspellen. Nu knalde het vlakbij, hagelde het en leek een hijskraan op het belendende bouwterrein tegen de vlakte te gaan op het moment dat de stroom uitviel. Minuten later brak de zon alweer door en konden we ons in Stari Gorod min of meer veilig aan Wit-Russische specialiteiten als haring, aardappelpannenkoekjes en bevroren varken wagen. Met een fles wodka op tafel, dus het drempo lag al aardig hoog toen we nog even de stad in wilden. Het werd iets langer dan even. Wit-Rusland had zojuist na een controversiële scheidsrechterlijke beslissing met 2-1 van Letland gewonnen en zich daarmee geheel onverwachts voor de kwartfinales geplaatst. Op straat heerste een uitzinnige stemming en met onze witte ijshockeyshirts en de Wit-Russische vlag om mijn schouders duurde het niet lang voor de eerste supporters op ons af stapten. Er zouden nog heel wat vrouwen volgen die met ons op de foto wilden, maar nu moest er eerst gedronken worden op de sensationele overwinning.

Na een omzwerving van een half uur belandden we in de Bananenbar op vijftig meter afstand van Stari Gorod. Een dj met mobiele telefoon aan een snoertje zorgde met de drukke ethnofolk van Zdob şi Zdub en populaire Wit-Russische knallers voor een prima sfeertje in onze eigen Russendisco. Achterover leunend op banken werd er aan waterpijpen gelurkt en het duurde niet lang voor de tweede fles wodka op tafel verscheen. Of er daarna nog meer volgden heb ik even niet paraat. Anastasia en haar vriendin wisten aardig wat over ijshockey en we raakten aan de praat. Daan was volgens haar de sterke man in onze groep, Gijs de spirituele leider en ik de mooie jongen. Hoe meer ze vertelde dat ze geen plannen had, des te minder geloofde ik ervan. “Je bent een echte Rus,” fluisterde ze na de zoveelste wodka. Wat ze er precies mee bedoelde wist ik niet, maar het klonk gastvrij. Ik greep de uitspraak aan om aan Anastasia te ontsnappen toen de dj de Wit-Russische hymne op zijn telefoon opzocht en sloot me met Daan, Gijs en Jaap aan bij de enthousiaste supporters die uit volle borst meezongen. Kwam het vele oefenen onderweg in de auto toch mooi van pas. Het moet ook de eerste keer zijn geweest dat we het Nederlandse volkslied in een openbare gelegenheid zongen, wat ons op een daverend applaus van de inmiddels volgelopen bar kwam te staan. Dronken Russen nodigden ons geestdriftig uit toch vooral mee te gaan naar een sauna vol prachtige, naakte vrouwen, maar om de één of andere reden zagen we daarvan af.

“Hebben jullie ook wel eens dat je ‘s ochtends buiten komt en dat je even goed na moet denken of je wel een broek hebt aangetrokken?” vroeg Jaap. Twee minuten later zagen we een Wit-Rus die stond te vissen en zijn broek wel vergeten was. Inderdaad, zo’n ochtend was het, maar na het pizza-ontbijt was de hoofdpijn alweer grotendeels opgeklaard. Vandaag was het tijd voor ijshockey in de Minsk Arena, waar ze blij waren met onze komst. “Wat goed dat je er bent,” zei een man van de security tegen Gijs. Doordat iedereen met ons en de vlag op de foto wilde waren we maar net op tijd voor de face-off tussen Duitsland en de Verenigde Staten. De bijna 11.000 toeschouwers waren zwaar op hand van de Duitsers, of toch in ieder geval anti-Amerikaans georiënteerd. Gejuich bij elk Duits doelpunt en fluitkoren wanneer de Amerikanen de puck beroerden, maar baten mocht het niet. In een gelijkopgaande partij bleef een stunt uit en trok de VS met 5-4 aan het langste eind.

Wat zijn jullie groot (JS)

Dit was een fantastische maand, meenden de Wit-Russen waarmee we buiten het stadion een biertje dronken, maar normaliter ging het er anders aan toe in dit land. Hoge boetes voor drinken op straat, Minsk was een dure stad om in te leven, maar het belangrijkste: ze hadden veel minder vrijheid. Met de polsen tegen elkaar werd uitgebeeld hoeveel je hier op je tellen moest passen wanneer er niet toevallig een wereldkampioenschap werd gespeeld. Toch overheersten nu uitgelatenheid en optimisme. De Wit-Russen grepen de gelegenheid dankbaar aan om met buitenlanders te praten. Ze waren blij met de komst van zoveel mensen uit andere landen naar hun stad. Het was feest. Бухнём! Laten we drinken! Als we tenminste even niet op de foto hoefden met vrouwen die in onze billen knepen. “I was not prepared for this,” zei een Wit-Rus over onze beschilderde vlag, maar wij waren niet voorbereid op zoveel aandacht van Russen en vooral Russinnen.

Bij onze tweede wedstrijd zat de stemming er goed in. Geen periode waarvan wij de face-off haalden, met telkens krap een kwartiertje rust tussen de periodes om te urineren en een halve liter bier weg te tikken, maar de Letten en Zwitsers namen ijshockey serieus. Deze teams gunden elkaar het licht in de ogen niet: Zwitserland, teleurgesteld dat het na de zilveren medaille van vorig jaar nu na de groepsronde al naar huis kon; Letland, gefrustreerd door de in hun ogen onterechte nederlaag van gisteren. De fans waren het er nog altijd niet mee eens, getuige het t-shirt van onze Letse buurman in het publiek: BLR – LAT 2:2. “Ze lieten de replay wel vier keer zien, maar we konden echt geen reden ontdekken waarom het Letse doelpunt zou worden afgekeurd,” bekenden onze Wit-Russische vrienden gisterenavond ruiterlijk in de Bananenbar. “The goal was not counted and we won the hockey game. Hallelujah. That’s all I have to say,” vatte de coach van Wit-Rusland het bondig samen. Bijna 12.000 toeschouwers zagen hoe het humeur van de Letten het absolute vriespunt naderde tijdens een zwaarbevochten 3-2 overwinning voor Zwitserland. Beide teams konden naar huis; Finland werd ondanks bedroevend spel tegen Letland, Kazachstan en Zwitserland de lachende derde. Hoewel, Finnen lachen niet snel en ze waren er vast niet trots op dat ze op deze manier alsnog door waren naar de kwartfinales.

Buiten de Minsk Arena begon het langzamerhand een beetje op de Balkan te lijken. Overal reden toeterende auto’s met Wit-Russische vlaggen uit de ramen. Gijs kreeg zijn grijns met geen mogelijkheid meer van het gezicht. De kraker van het toernooi stond voor de deur: de Slavische broederstrijd tussen Rusland en Wit-Rusland. Een wedstrijd die binnen een mum van tijd was uitverkocht; waarvoor op de zwarte markt in dit arme land tickets voor €100 en meer van de hand gingen. En waarvoor wij kaartjes hadden.

Het is altijd tijd voor bier in Minsk (JS)

Nu was pas echt duidelijk hoe belangrijk ijshockey was in dit land. Op een toernooi dat met 640.044 bezoekers alle records verpulverde (Tsjechië 2004 kwam als tot nu toe drukst bezochte evenement met 552.097 nauwelijks in de buurt), kwamen we zowaar drie bekenden tegen: de Rus die ons aan chips hielp in Belovezhskaya Pushcha, een Wit-Rus uit de Bananenbar die vannacht niet geslapen had (het was hem aan te zien) en een meisje dat Daan drie jaar eerder in Minsk had ontmoet. Ook zonder bekenden zaten we niet om aanspraak verlegen: “Rusland en Wit-Rusland, vrienden!” riep een Russische supporter naar ons en om deze uitspraak visueel bij te staan ging hij gebukt voor Jaaps kruis staan om hier met zijn achterwerk wild tegenaan te duwen. Ja, de boodschap was duidelijk: Rusland en Wit-Rusland sluiten naadloos op elkaar aan. Beide hadden ze een groot hart en in beide landen kom je vriendelijke mensen tegen, vertelden de Russen ons.

Het was een vriendschap die snel in animositeit leek om te slaan zodra de puck op het ijs viel. De grote Russische fanschare probeerde het wel, maar zodra de spreekkoren werden ingezet, overstemde de roodgroene golf die door de uitverkochte ijshal ging het “RA-SI-JA!” met een nog veel luider “BE-LA-RUS! Hej, hej, Belarussi Belarussi, hej, hej!” Toen Wit-Rusland een kwartier voor tijd de spanning terugbracht door de achterstand tot 2-1 terug te brengen was er geen Wit-Rus meer in het stadion die op zijn plastic stoeltje bleef zitten. Een fijne remix van Gary Glitters Rock n Roll part 1 and 2 schalde op maximaal volume uit de speakers. Het wanhopige “Шайбу! Шайбу!” waarmee de thuisploeg in de hectische slotfase werd aangemoedigd bleef onbeantwoord, maar de sfeer was er niet minder om. De grote broer en favoriet had gewonnen, maar het was tot de laatste seconde spannend geweest. Zeker de helft van de Wit-Russische fans zong het Russische volkslied uit volle borst mee; gebroederlijk zwaaiden de vlaggen van beide landen door het stadion.

Het feest ging nog even door voor de trappen van de Minsk Arena, maar het was niet de bedoeling dat het de hele nacht ging duren. “Sorry jongens, jullie komen er niet meer in,” kregen Gijs en Jaap van de security te horen toen ze hun rugzakken hadden opgehaald en het terrein weer op wilden. “Maar onze vrienden zijn er nog,” probeerden ze. “Wat doen die daar dan?” wilde de beveiliging weten. Bier drinken natuurlijk. “Oh, goed dan.” Verbaasd sloten Gijs en Jaap zich weer bij ons aan, precies op tijd om een slecht plan te voorkomen. Soms herkennen we een slecht plan namelijk al voor we er midden in zitten. Zoals met Russische meisjes. “Gaan we weer naar Banana?” vroeg één van de Wit-Russen. “Shotgun op tien paracetamol als we nu nog de stad in gaan,” mopperde Gijs. Zelfs Daan beaamde dat het verstandiger zou zijn niet weer zo uit de band te springen als gisteren. Dan hadden wij in de slotfase toch mooi betere ingevingen dan de Wit-Russische ijshockeyers.

Oorlogswonden
Sovjethelden

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*