Gestrand

Laat het aan de Albanezen over om iets simpels als ritsen volledig uit de hand te laten lopen. Zes rijen auto’s stonden in Brindisi met de neuzen naar alle windrichtingen te wachten op vertrek naar Albanië. Om de chaos compleet te maken stonden auto’s voor de Valona naar Durrës en de Ionian Spirit naar Vlorë kriskras door elkaar geparkeerd. Het samenpersen tot drie rijen en uiteindelijk één rij kon niet zonder de claxon ook maar een moment los te laten. Jonge douaniers met het angstzweet op hun voorhoofd probeerden met gevaar voor eigen leven de ongeduldige meute in toom te houden. Het leek alsof de Italianen vandaag voor het eerst een boot over de Adriatische Zee lieten varen. De heksenketel resulteerde in vier uur vertraging – maar wat een manier om alvast in de stemming te komen voor Albanië!

Aan de verwarring kwam op het parkeerdek voorlopig nog geen einde. Ik snapte geen snars van de met veel armgezwaai gebrachte aanwijzingen, maar toen bleek dat de twee druktemakers in overall Albanezen waren, kreeg ik na een “Faleminderit” en “Mirupafshim!” een persoonlijke escorte naar boven. Met onze gedeelde liefde voor lammetjes van het spit (de vingertjes boven de oren, “Mèèèh!” roepen en een draaibeweging maken verduidelijkt veel) waren we meteen vrienden en na zijn dienst zou Toni graag een biertje met ons drinken. Of twee. Maar eerst kregen we een grotere hut aangeboden van alweer een sympathieke Albanees. “Waarom hebben jullie twee tweepersoons hutten en niet één vierpersoons?” wilde hij weten. “Die was duurder,” antwoordde ik. “Ja, dat weet ik ook wel! Maar wil je nou een vierpersoons hut of niet? Regel ik even voor jullie, met eigen douche, wc en uitzicht. Voor dezelfde prijs.” Nou, prima dan.

Wat een land (GC)

Na weer een persoonlijke escorte, nu voor Daan en mij zodat we niet zouden verdwalen op weg naar onze luxere hut, konden we bier gaan hijsen met Toni. Dat de Italianen racisten zijn wilden we best met hem eens zijn – maar ja, ze hebben wel drie zeeën – en dat je in Tiranë fijn mooie Albanese meisjes met lekkere tieten kon neuken wilden we ook best geloven. “In Blloku zeker!” riep ik, want als je elkaars taal toch niet spreekt kun je net zo goed af en toe wat roepen. “Ja, gezuër!” riep Toni uitgelaten. Hoe weinig hij en zijn oudere collega ook verdienden in de telkens drie weken van huis voor ze weer een dag bij hun gezin konden zijn, we ontkwamen er niet aan ook bier en een sleutelhanger met tweekoppige adelaar van hen aan te nemen.

Om half vijf rolden we eindelijk ons bed in, om drie uur later met uitzicht op Sazan en de baai van Vlorë bruut te worden gewekt. Ik had geen golven nodig om me duizelig te voelen en vond het even niet zo’n probleem dat we deze boot niet terug zouden nemen naar Brindisi. In dat geval had Toni ons namelijk vijf liter raki beloofd. Voor iedereen een liter. “Eén voor jou, één voor jou, één voor jou…” wees hij Daan, Jaap en Gijs ombeurten aan. “Eh… nou ja, vijf liter,” vatte hij samen toen bleek dat zijn rekensommetje niet klopte. Vanavond stond ons hoofd er vast meer naar, maar nu wilden we eerst eten.

Op naar de Llogora pas dus, voor een stevig ontbijt hoog boven zeeniveau. Daarvoor moesten we ons eerst door een verstopping van Mercedessen en tussen de onafgebouwde betonblokken, bergen afval in de goot en langs de weg verkochte plastic strandattributen in Vlorë werken. Er stonden net als bij ons wel lijnen op het wegdek en verkeersborden ernaast, maar de wanorde was hier compleet. Wat voelde het goed om na zes jaar weer terug te zijn in Albanië en met mij waren er meteen nog drie verliefd op de Balkan. En toen hadden we ons ontbijt nog niet eens op. In een restaurant vlak voor de Llogora pas wilde meneer Lama best tolk voor ons spelen en ons helpen bestellen. “Lam,” mompelde de ober terwijl hij vertwijfeld op zijn horloge keek. “Ok, hoeveel dan? Eén portie is wel een halve kilo hoor.” Nou, vier porties dan, met grote salades erbij, brood en heerlijk koel bergwater. Zelden aten we zo’n goed ontbijt.

zzg2a
Die dingen zijn toch langzaam? (JW)

Het werd nog beter, maar dat moment miste ik helaas. Toen ik terugkwam van het toilet stond Daan binnen zijn handen en de bruine vegen uit zijn shirt te wassen. Het tafelkleed was verzopen in een grote plas koffie en Daans stoel was nergens te bekennen. “Ja, meneer Rammeldebammel hier…” begon Jaap met de uitleg, maar voor wie Daan kent is het plaatje zo al wel duidelijk. Met een liter raki in de rugzak maakten we om de halve kilo vlees te verteren een ommetje vanaf de bergpas, nadat elke passerende Albanees het nodig had gevonden naar ons te toeteren en te zwaaien. Zo vaak zien ze hier misschien geen verzameling halfnaakte kerels van tegen de twee meter, glimmend van de zonnebrandolie.

Met de stranden van Palasë ruim een kilometer onder ons in het diepblauwe water van de Ionische Zee, klommen we hier door een door grijze stenen gedomineerd landschap tot Gijs opnieuw zijn knie opblies. Hij had er geen betere plek voor kunnen kiezen, want de raki op de pas was betaalbaar en werd in grote hoeveelheden geserveerd. Het hostel in Vuno bleek ook een plek waar je je prima een avond kon amuseren. Na een kort ritje over de Albanese snelweg – op veel plaatsen niet meer dan één baan breed, waar de weg zich tussen dicht opeen gebouwde huizen wurmde; op andere plaatsen bepaalden zogende ezelinnen of overstekende kuddes geiten de maximumsnelheid – vonden we in de voormalige dorpsschool van Vuno het hostel van Edvin, Ilir en Robo. De jongens waarmee Eva en ik door de Vervloekte Bergen trokken waren er niet, maar plaatsvervanger Ben zorgde voor koude bergthee en ander vermaak.

Zoals verhalen over vijf mooie Noorse meisjes die zo ontzettend verbrand waren op de stranden aan de Ionische Zee dat hij ze stuk voor stuk in moest smeren met yoghurt. Ben glunderde bij de herinnering hieraan. Hij somde de gasten die nu in het hostel sliepen op en liet het klinken als een menukaart waar we vrij uit konden kiezen. “Doe ons maar een pittige Albanese en graag een mooie Duitse toe. En een emmertje yoghurt alsjeblieft.” Wat was Ben gelukkig met zijn baan hier. In afwachting van de terugkeer van het beloofde vrouwelijk schoon gingen wij alvast zonder t-shirt een eindje onder de brandende middagzon lopen. De zonnebrandolie mocht in de tas blijven.

De enige spelregel in Vuno was dat je geen plan mocht hebben, vertelde Ben. Na een liter raki overwogen we dan ook serieus hier te blijven hangen. Wie zat er nu eigenlijk te wachten op een duik in de Egeïsche Zee, de Zee van Marmara of de Zwarte Zee? Als iedereen ons thuis toch al voor gek verklaarde, wat deed het er dan toe als onze tour hier strandde? Een paar dagen langer in Albanië klonk aanlokkelijk, maar om de roes die Vuno bij ons teweeg bracht van ons af te schudden reden we om half zeven toch mee naar Gjipe strand. Hier ging Ben de vijf meisjes ophalen en dit sloot helemaal aan bij zijn idee van “No plans allowed”. Hoe gingen we in het donker nog terugkomen, zonder vervoer of zaklamp? Tsja, een plan hadden we niet.

Gracieuze boerenplons (JW)

Blijkbaar maakten we nogal indruk op de meisjes die nu met Ben teruggingen naar het hostel. Gijs vermaakte zich in ieder geval prima met het vrouwelijk gezelschap, ook al werd mijn boodschap letterlijk aan hem doorgegeven: “Make yourself useful for a change and do the laundry!” Gijs trok het zich niet aan. Liever bezatte hij zich, luisterde naar gedetailleerde verhalen over lesbische seks en sprak hij zelfs met de Duitse vrouwen af om na de zomer in Nijmegen samen wodka te gaan drinken. “You are the cutest Vikings ever,” vonden de meisjes.

Gelukkig maar dat Gijs het zo naar zijn zin had, want we voelden ons al haast schuldig bij Gjipe. Na ons vermaakt te hebben met een Moorse landschildpad doken we bij zonsondergang vanaf het witte kiezelstrand in de Ionische Zee. Op het strand werden her en der kampvuurtjes ontstoken, tegen een achtergrond van hoge bergen en de kloof van Vuno. Het meest idyllische strand van onze tour maakte dit tot onze favoriete zee wat Daan, Jaap en mij betreft. Door die gigantische kloof wilden we de snelweg weer bereiken, voor het te donker werd. Echt goed voorbereid waren we niet: de schemering kwam snel in de bergen, zeker met de kaarsrecht naast ons oprijzende wanden van de kloof. Tientallen kikkers zochten een veilig heenkomen terwijl wij over de losliggende stenen dieper en dieper de kloof in liepen. Veel zicht hadden we niet meer toen we niet langer zonder acrobatische toeren uit te halen verder konden. Als we vooraf een plan hadden mogen maken, dan had door deze kloof trekken daar geen deel van uitgemaakt.

In het donker liepen we vanaf Gjipe terug omhoog, naar de weg. Na ruim een uur stevig bergop kwamen we bij de snelweg en ook al is ‘snel’ in dezen relatief, echt op je gemak loop je er niet, in het pikkedonker langs al die haarspeldbochten. Tegen beter weten in ondernamen we een halfslachtige poging tot liften, maar ja – wie neemt er in het donker drie reusachtige, langharige mannen in natte zwembroek mee? Nou, een oud mannetje in een nog oudere Mercedes dus. Onderweg stopte hij abrupt om in de berm twee jerrycans met water te vullen, waarna hij zijn duivelse apparaat opnieuw aanzwengelde en ons midden in Vuno afzette.

Gijs zou wel honger hebben om tien uur ’s avonds, dus in de plaatselijke bar haalden we vier meeneemmaaltijden en liepen met een bejaarde vrouw terug naar het hostel. Dag mam, veel plezier met deze er wel betrouwbaar uitziende kerels, meende haar dochter. De vrouw was lerares in de dorpsschool geweest, tot het aantal kinderen te laag werd. Van mijn school een hostel maken is natuurlijk ook een mogelijkheid – al voegen vijgenbomen en wilde olijfbomen, het uitzicht over de Ionische Zee en de wilde ezels wel wat toe. Terug bij het hostel viel het wel mee met de honger van Gijs. Een vieze oude schaapsherder zonder tanden had met zijn ongewassen handen een hoop vijgen op tafel gekwakt en ’s avonds had Erik voor hem en de andere gasten gekookt. Deze Nederlandse hippie was naar eigen zeggen verslaafd aan Albanië en zo iemand kun je moeilijk ongelijk geven. Wat een plaats om al je plannen te laten varen. Erik leek ons een geschikte vent, zoals ie afgaf op ‘kut-Italianen’, maar de vrouwen verstonden hem helaas niet.

Zwemparadijs Syri i kaltër (JS)

Het plan met de yoghurt ging niet door toen de meisjes vroegen of we mee naar Jalë strand gingen om te feesten, want na een overdosis aan indrukken in dit land en urenlang lopen kropen wij liever doodop in ons bed. Jalë zouden we in de ochtend nog zien, want ook Gijs moest nog kopje onder in de Ionische Zee. Azuurblauw water, hagelwitte kiezelstenen en zo vroeg in de ochtend nog niet te druk. Er liep een gloednieuwe weg naar het populaire strand, maar de overal aanwezige betonnen bunkertjes stelden me gerust: sommige dingen veranderden niet in Albanië. In de ochtendzon reden we met drukke Albanese riedelmuziek in de auto (van mooie promotiemeisjes gekregen toen we het land binnenreden, waarbij Gijs van schrik de motor af liet slaan – tot groot vermaak van de douaniers) naar Sarandë. Het was maar vijftig kilometer over de kustweg langs Himarë en het fort van Ali Pasha Tepelena, maar met kuilen, dorpen en scheepstouwen als geïmproviseerde drempels op de weg schoot rijden in Albanië zelden op.

Het landschap werd snel dorrer en kaler nadat we de kust verlaten hadden. Het was niet ver meer naar de Griekse grens, maar Albanië had nog één hoogtepunt voor ons in petto: Syri i kaltër. Uit een meer dan vijftig meter diepe bron borrelde hier kristalhelder water met een nauwelijks te bevatten kleurenpracht omhoog: intens donkerblauw in het centrum, uitvloeiend naar turquoise en lichtgroene tinten. Een pasgetrouwd stel liet zich tussen de frisgroene loofbomen fotograferen, met The Blue Eye en de hieruit stromende rivier op de achtergrond. De feestvreugde vergrotend doken Daan, Jaap en ik de 10 °C warme bron in om met een noodvaart door de stroomversnelling te worden meegesleurd, tot het koude water kolkend een bocht omging zodat we bij de op ons wachtende Gijs weer aan land konden klimmen.

Op een terras met uitzicht op het prachtige meer waar de rivier in uitmondde, kwam het gevoel langzaam terug in onze tenen. Luchtbelletjes zochten zonder onderbreking hun weg naar het oppervlak in het heldere water vol vissen en waterplanten. Een weelde aan libellen, juffers en pages hield ons gezelschap. Vreemd dat er verder niemand zwom in Syri i kaltër, want deze wildwaterbaan was met afstand de beste zwemplek van onze hele tour. Nog even genoten we van het adembenemende uitzicht. Liever waren we veel langer in Albanië gebleven.

Geen zee te hoog
Trossen los

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*