Gezapige verjaardag

Tot twee keer toe moesten we bij de grens met al onze bagage de bus verlaten. De tassen moesten geopend worden, maar ook hier waren we in het voordeel. We waren geen Moldaviërs en werden dus per definitie met meer respect behandeld. Na uren oponthoud werden er na elkaar twee Russisch nagesynchroniseerde videobanden in de bus gedraaid. Telkens verzorgt één enkele Rus geheel emotieloos de stemmen van alle acteurs, zowel mannelijk als vrouwelijk. De Moldaviërs klagen over de Russen, maar zijn zelf te lui om Engels te leren of Roemeense ondertitels te lezen. En waar mijn uitspraak van de Roemeense taal in Roemenië vaak geroemd wordt konden ze me er in Moldavië slechts om uitlachen. Als je als buitenlander perfect ABN spreekt word je in Limburg ook raar aangekeken.

Koe (EH)

Na een koude passage door de Karpaten stapten we in Zărneşti, vlakbij het alleen voor ervaren klimmers geschikte Piatra Craiului-gebergte, op het verkeerde station uit. Eva had weer een van haar befaamde chagrijnige buien en ik wilde alleen maar slapen. Daar was ik door de kou vannacht niet aan toegekomen. Uitgeput bereikten we cabana Gura Râului. Tegen de schitterende bergen aangeplakt, met een prachtige kloof vlakbij en met een uitnodigend schijnende zon. Maar wij wilden alleen slapen.

De dag erna waren we nog steeds suf. Vooral Eva. Terwijl ik voor de cabana op de visite wachtte (ik was bijna jarig) ging Eva terug naar het dorp om te pinnen. Met een fikse stapel geld in één hand en een afschrift in de andere vergat ze het belangrijkste. Pas terug bij mij merkte ze dat de automaat haar bankpas waarschijnlijk had ingeslikt. Lekker handig, zeker daar ze de sleutel van de automaat twee dagen later pas weer ter plaatse zouden hebben. Eerder lukte het mij niet in Zărneşti te pinnen, dus zouden we nu misschien wel moeten proberen het met dit geld tot (en liefst met) Boedapest te rooien.

Onze schandalig rijke vrienden Bogdan en Alina (rijk naar Roemeense standaarden althans, maar ook kapitaalkrachtiger dan ons) maakten zich daarom zorgen om ons. Vroeg in de middag reden ze hun luxe auto van de zaak voor en sloten de deuren na uitstappen met een druk op de knop, wat gepaard ging met een serie korte, harde piepgeluiden. Ze vonden het wel jammer dat we niet naar cabana Plaiul Foii waren doorgereden, twaalf kilometer verderop aan de andere kant van het Piatra Craiului gebergte. Toegegeven, die accommodatie was iets duurder (€ 10 per persoon per nacht in plaats van € 3,75), maar daar gingen ze altijd heen en het ontbijt was bij de prijs inbegrepen.

Oewèlcome to Rumania, hahaha! (JS)

Wij waren niet met de auto, dus cabana Gura Râului was voor ons een logische keuze. Toch vonden Bobo en Alina het jammer. Ze waren net terug van vakantie in Portugal en Spanje en verslaafd geraakt aan het dure westerse leven. In Zürich hadden ze zelfs honderd euro voor een hotelkamer betaald. Eva en ik zouden ervoor gekozen hebben de nacht op het station door te brengen, maar Alina en ‘Bobó’ (“Bobó is the Portuguese word for blowjob,” vertelde Alina lachend – de Zuid-Europese mannen keken haar erg verrast aan terwijl ze haar vriend roepend door de drukke winkelstraten liep) hadden net na hun vakantie en twee dagen voor ze hun nieuwe salaris zouden ontvangen geld genoeg. Bezorgd over onze financiële situatie boden ze zelfs wat aan zodat we Hongarije zeker zouden bereiken, maar dat vonden we toch wat al te gortig.

Tot grote vreugde van Alina, die duidelijk geen zin in lopen had, was er slecht weer voorspeld. Om te laten zien dat ze geen communisten waren vonden onze Roemeense vrienden dat er democratisch besloten moest worden hoe de dag ingevuld zou worden. Drie stemmen gingen op voor Bran en Râşnov. Zelf had ik het zogenaamde Dracula-kasteel en de aardige bouwput bovenop de heuvel al drie keer gezien, maar zelfs Bogdan was zijn leven lang te beroerd geweest vanuit Braşov een half uurtje in de bus te gaan zitten. En daar was ik nu de dupe van.

Lopen hoefde ik niet en met een biertje op de achterbank meende ik dat gedupeerd worden niet noodzakelijk het einde van de wereld betekende. Bovendien gedroegen Bobo en Alina zich als echte gemobiliseerde toeristen: naar de parkeerplaats rijden, kasteeltje in en uit, snel naar de volgende attractie. We zoefden door het overbevolkte Bran waar dikke Amerikanen de hoertjes die om hen heen huppelden fotografeerden en lieten merken dat er geen twijfel over mogelijk was wie hier het grote geld hadden. Ook een manier om je vakantie door te brengen, met een stuk of vier nauwelijks achttien jaar oude meisjes die voor niet al te veel geld alles doen waarvoor je andere vrouwen niet krijgt warmgedraaid met je uitgezakte vetpens.

Dáár hadden de Roemenen geen zin in (EH)

Voor we de heuvel boven Râşnov op gingen – met de auto natuurlijk, want waarom lopen als je om kunt rijden – besloot ik dat ik honger had. Een mooie gelegenheid om Joop op te zoeken. De Nederlander met zijn Roemeense friettent zat nog altijd op dezelfde plaats. Zelfs zijn menu was onveranderd en ook naar Roemeense maatstaven niet duur. Joop was thuis en kwam gezellig met ons buurten. We waren niet de eerste Nederlanders die het etablissement aandeden. Joops familie had altijd al in de friet gezeten. Bij wijze van spreken dan. Jarenlang had hij in Vught een friettent gehad, tot hij zijn Roemeense schone leerde kennen. De meeste buitenlanders nemen hun Oost-Europese vrouwen liever mee naar huis, maar terwijl Joops vrouw nu nog tijdelijk in Tilburg werkte, woonde hij zelf definitief in Râşnov.

Joop hield van het land maar had zijn Brabantse tongval niet verloren. Hier moest je echt werken om iets gedaan te krijgen, vertelde hij. En dan had hij het vooral over vergunningen. Door te hard rijden veroorzaakte problemen waren makkelijker op te lossen. De staat had namelijk maatregelen getroffen om corruptie onder verkeersagenten tegen te gaan en daardoor waren die allemaal veel corrupter geworden. Na een aanhouding moesten ze nu immers helemaal met de persoon in overtreding naar daarvoor aangestelde punten gaan waar de boete betaald diende te worden. Het betalingsbewijs moest later weer ergens afgegeven worden. Wat een gedoe. De agenten – en overtreders evenzeer – losten het liever ter plekke op. “Tsjee, wat doen we aan twaalf kilometer te hard?” zag je een agent dan peinzen, waarbij hij een gezicht trok alsof hij al hoofdrekenend wilde achterhalen of 1741 een priemgetal is. Het werd erg op prijs gesteld als je de arme agent hielp bij het oplossen van het probleem. Die oplossing toverde je dan bij voorkeur uit je portemonnee.

Maar de echte problemen zaten ‘m dus in het verkrijgen van vergunningen. In Nederland vulde je even een formulier in en hoppakee, vergunning, maar net zoals Moldavië geen Roemenië is, is Roemenië geen Nederland. Joop wilde een pension openen. Dat was tegenwoordig de trend in dit deel van de Karpaten. Overal verrezen pensions als paddestoelen uit de grond. Bij de Roemenen moest alles groot: niet tien kamers, maar twintig, liefst dertig als het even kon. En halverwege was het geld dan op. Joop vond zes kamers voorlopig wel genoeg. Dan misschien ook nog mititei verkopen in de snackbar (frikadellen en kroketten waren dankzij de actieve voedselinspectie geen haalbaar plan) en dan zou het voor de familie Joop in Roemenië goed toeven zijn. Na maanden bureaucratisch geworstel en geherdoorverwezen worden had hij een papiertje waar hij met recht trots op was. De overheid vond het prima dat meneer ook een pensionnetje ging openen.

Als ik groot ben wil ik 'r ook zo een (EH)

Na afscheid genomen te hebben van Joop (“La revedere, hè?”) viel ons op dat Râşnov tot een soort tweede Sighişoara was omgedoopt. Blijkbaar werd er tegenwoordig geld uitgegeven aan toerisme en de restauratie van het cultureel erfgoed, want de ruïne bovenop de heuveltop werd helemaal opgeknapt. Er was een net pleintje met winkels en een café ontstaan, het museum was uitgebreid en de vervallen muren werden gerenoveerd en in de oorspronkelijke kleurstelling beschilderd. Het was er veel drukker dan ik me van eerdere bezoeken kon herinneren (ook de Amerikaanse hoerenlopers waren weer van de partij), maar de monumenten kregen nu tenminste de aandacht die ze verdienden.

Om mijn verjaardag al een beetje te vieren reed Bogdan naar Poiana Braşov, waar hij een goed restaurant wist. Ik zeg goed, niet leuk. Het zag er nogal prijzig uit: typisch zo’n tent waarin alleen diplomaten en omhoog gevallen voetballers zich waagden en waar de obers maandelijks een slordige duizend euro aan fooien opstreken. Maar de klasse van het etablissement straalde niet over op de bediening en na de veel te dure maaltijd spoedden we ons naar de cabana om daar onbeschaamd bier en wodka te zuipen en Catan en MAD te spelen. Bogdan en Alina hadden deze spellen meegenomen en Bobo was al de hele dag aan het pochen dat ie me een lesje zou leren met Catan. “I’m gonna whoop your ass at Catan, bi-haach!” Al snel bleek dat de strijd tussen Alina, Eva en mij ging en dat Bobo kansloos laatste zou worden. Met het nodige geluk won ik nipt, waarna Eva het MAD-spel won. Bogdan was niet onder de indruk en bleef flauwekul praten die er buiten met nog eens een groot uitgevallen wodka niet minder om werd. ‘s Ochtends had hij hoofdpijn. De Moldaviërs hadden gelijk: die Roemenen drinken echt niet zoveel.

Op mijn verjaardag liepen we dan toch nog even het Piatra Craiului natuurreservaat in, maar echt ver kwamen we niet. Na de Prăpăstiile Zărneştilor gezien te hebben – een nauwe kloof die even plotseling begon als eindigde – moesten onze gasten alweer terug naar huis. Morgen moest er weer gewerkt worden. We maakten een lange neus in de wetenschap dat wij morgen nog even de citadel van Alba Iuliu gingen bezoeken. Nu konden we tenminste in alle rust nadenken hoe we dat geldprobleem op gingen lossen. Roemenië is immers wel leuk en aardig, maar dan toch vooral als je geld hebt.

Vliegramp
Dienstverlening

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*