Glamrock toernee met Negură Bunget

Efficiënt zijn ze niet, die Roemenen, maar ze hebben wel zelfkennis. “We vertrekken morgen om 6 uur ‘s ochtends,” sprak drummer Negru de andere bandleden van Negură Bunget toe. Kijkend op mijn horloge voelde ik nu al een ochtendhumeur opkomen. De routeplanner van de ANWB liet ons weten dat de afstand Nijmegen-Hamburg in een kleine viereneenhalf uur overbrugd moest kunnen worden.

Net als ik waren de Roemenen op de hoogte van de uitzonderingspositie aangaande Duitse snelwegen. Daar mag je 200. Uitleggen dat de duur van de reis gebaseerd was op een snelheid van 120 kilometer per uur op de Autobahn was aan dovemansoren gericht: hun Volkswagenbusje uit 1980 haalde met wat goeie wil hooguit 110 kilometer per uur. Hoe laat ze moesten spelen wisten ze niet, dus moesten ze er vroeg in de middag al aankomen. Voor de zekerheid.

Even later stelde Negru (‘Mufi’ voor vrienden) me gerust: we vertrokken dan wel om 6 uur, maar hij bedoelde 6 uur Roemeense tijd. Omgerekend naar Nederlandse tijd spreken we dan over 9 uur. Dit tijdstip klonk me toch wat schappelijker in de oren, waarna ik de wekker om half acht zette. Na rustig gedoucht en ontbeten te hebben stapte ik rond half tien in het busje. Ochiu (de man van de techniek) en Edy (in de band bekend als zanger Hupogrammos) die bij ons logeerden hadden net als ik geen haast. Negru had de andere bandleden om 5:30 al wakker gebeld. Vier uur later reed gitarist Jimmy (artiestennaam Spurcatu, gelijkend op een olijk kaboutertje met kaal hoofd en rode piekbaard) het busje voor.

Nog voor we Arnhem bereikten verwonderde ik me erover dat de Roemenen dit wrak al ruim 7000 kilometer vooruit hadden weten te branden. Tot nu toe had de band twee optredens gemist dankzij dit voertuig dat een air van onbetrouwbaarheid uitwasemde. In Spanje moest het motorblok vervangen worden. Delen van de deur waren onderweg afgebroken. In Gent weigerde de bus een halve dag lang dienst. Het stuk van Eindhoven naar Nijmegen werd praktisch zonder remmen afgelegd. De handrem werd hier gerepareerd waarna we op zoek konden naar onderdelen voor de remmen. Die bleken het nu goed te doen. Zo goed dat de stukken metaal waar de remmen op gemonteerd zaten stevig begonnen te roken zodra de bus snelheid minderde. Het rook alsof het busje in brand stond; de Roemenen waren tevreden. Ik ben blij dat ik degene was die met het busje meeging en niet jij. Niet dat ik je de concerten van Negură Bunget misgun, maar nadat ik de geïmproviseerde gordel los had en in Ibbenbüren heelhuids op een parkeerplaats stond duurde het nog een half uur voor mijn oren zich aan het geluidsniveau van de normale wereld hadden aangepast.

Je routebeschrijving naar Musik Produktiv, de grootste muziekwinkel van de wereld, was zo duidelijk dat zelfs de Roemenen het vertrouwden. Een kwartier van ons tussendoel verwijderd groeide er langzaam een sfeer van verwachting in het busje. De slaperige muzikanten ontwaakten één voor één en schuifelden onrustig op hun zitplaatsen op en neer.

Eenmaal binnen kon ik hen geen ongelijk geven: hier kon je werkelijk elk instrument of muzikaal attribuut vinden. Ik kon me goed voorstellen dat dit gebouw na het Pentagon en paleis van Ceaușescu het grootste ter wereld was. Negură Bunget raakte in een trance waar het pas twee uur later uit zou ontwaken. Tegen die tijd was ik de winkel uiteraard allang beu. Toegegeven, ze hadden er leuke spulletjes: gitaren in de vorm van rode, naakte duivelsmeisjes, koebellen, een keur aan instrumenten waar mijn verstand geen naamkaartje aan kon hangen en houten stokken die klonken alsof het regende – de kenner weet het al, ik heb het hier over rainmakers. De Roemenen hadden de grootste lol om gitaren waaraan een kaartje ‘NU 140,-‘ was bevestigd. “Niet 140 euro,” vertaalden ze. Naar de echte prijs konden ze slechts gissen. De catalogus van het instrumentenwarenhuis was dikker dan het telefoonboek van regio Nijmegen. Er stonden trouwens ook schaarser geklede vrouwen in.

Voor we de Markthalle in Hamburg bereikten vond Mufi nog de gelegenheid om snel een Burger King onderweg binnen te schieten. De rest van de band zweeg in schaamte. De artikelen die ik in zijn blad Negura – Central European Ideology lees staan in schril contrast met zijn Westerse eetgewoonten.

De Markthalle was in het verleden al het toneel voor de allergrootsten. Hier speelden AC/DC, Iron Maiden, Nena Hagen, The Red Hot Chili Peppers, Metallica, Bryan Adams en GWAR. Vandaag waren Sanatorium, Disgorge en Negură Bunget aan de beurt. Het Slowaakse Sanatorium trapte af met hun eetlust ontnemende ‘fetus raping death metal’. Ik kan me niet eens iets voorstellen bij die term, en dat gebeurt toch niet vaak.

Gelukkig hadden we ons eten op dat moment al achter de kiezen. Pasta met rode saus. De organisatie had er helaas niet op gerekend dat mannen die zulke roige muziek spelen geen vleesch zouden lusten, dus Edy en Jimmy kwamen er bekaaid vanaf. Jimmy maakt zich om zulke dingen geen zorgen en zet zijn principes vrolijk een dagje opzij. Edy was met wat geboer van zijn bandgenoten wel op te vrolijken, iets waar mijn sterke kanten goed van pas kwamen. In Roemenië zijn onze standaard-boergrappen bovendien nog niet bekend (inmiddels waarschijnlijk wel), waarmee het voor mij gemakkelijk punten scoren was.

Als jij een font was, dan was je Old Romanian

Het Slowaakse varkentje schreeuwde nog zo’n half uur door voor de band het mooi geweest vond. “Move your fucking head around. You are not a disco! This last song is called ‘Oral fistfuck’!”. Er viel in ieder geval flink te lachen met die lui. Dat kon van de Mexicanen van Disgorge niet gezegd worden. Toegegeven, touren met een Mexicaanse band is erg praktisch. Negură Bunget had er ook voor kunnen kiezen de lege zitplaats in hun busje te vullen met een Mexicaanse band in plaats van mij een paar dagen op sleeptouw te nemen. Gelukkig ben ik zelf vrij lang, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen in het publiek wel iets gehoord hebben maar de drie kleine ventjes op het podium helemaal niet gezien hebben. Daarna kon het feest beginnen: Negură Bunget speelde hits van de cd’s N’Crugu Bradului, Măiastru Sfetnic en Sala Molska. Atilla bespeelde in rood, Middeleeuws (of Dacisch?) ogend tenue de basgitaar, Negru verzorgde de intrigerende drumstukken en op de voorste linie was sprake van een levendige carrousel. Edy speelde gitaar, zong en speelde later keyboard. Zijn broertje Gabi, de minst spraakzame van het ensemble, speelde keyboard en liet later een kans niet onbenut om het geheel wat op te vijzelen met een ritmisch stukje percussie. Jimmy speelde gitaar, zong enkele deuntjes mee en liet zien ook met het keyboard overweg te kunnen. Ochiu stond achterin de zaal en verzorgde de technische kant van het verhaal, terwijl chauffeur Horatiu de merchandise-stand bemande. Mijn taak in de band was het af en toe maken van een opmerking of grap, dus op dit moment kon ik lekker genieten van de show.

Tijdens het optreden wisten we nog geen van allen dat het spannendste gedeelte van de dag nog moest komen. Pas toen een kerel die zijn haar met veel gel achterover had gekamd ons uitlegde hoe we bij onze overnachtingsplaats konden komen, begon er een lichtje te branden. Reeperbahn, dat klonk toch wel enigszins bekend. “Auf der Reeperbahn nachts um halb eins,” zingt Tom Angelripper. En daarna zingt hij nog wat zinnen die ik niet helemaal kan verstaan maar waar ik nu wel wat beelden bij tevoorschijn kan toveren. In tegenstelling tot de hoerenbuurten in steden als Nijmegen en Amsterdam is die in Hamburg erg groot. Ontzettend groot: dit leek meer een rosse stad dan een rosse buurt. Op de Reeperbahn zelf lijkt het net alsof je rondrijdt in een in Las Vegas gesitueerde film. Afgezien van het antieke zwarte Volkswagenbusje dan. Overal neonreclame’s, casino’s en bordelen dus. Buiten verwelkomen in sjieke pakken gestoken, kalende heren je. Als je tenminste voorbij de opdringerige prostituees geraakt. Dat de meeste van deze meisjes jonger zijn dan jij en ik is niet leuk om te zien. De mensen in ‘St. Pauli bei nacht’ leven in een heel andere wereld dan wij, iets waar we best gelukkig om mogen zijn.

In de Scandia Bar in de Gehrardstraße moesten we achter de bar naar ene Timo vragen. Onze Roemeense black metal fanaten hadden blijkbaar een beetje schrik. De kroeg, die zo als locatie had kunnen dienen voor een bargevecht in een van onze rollenspel-avonturen, was op dit moment van de nacht afgeladen vol. Buiten werd eensgezind besloten dat ik het woord mocht doen. Het excuus was dat ik Duits sprak. Met wat ellebogenwerk baanden we ons een weg langs de sletterig uitziende vrouwelijke junks en brede kerels in met doodskoppen versierde ijshockeyshirts. De angstaanjagende, gespierde, kale en getatoeëerde man achter de bar wist waar ik het over had. ‘Keep Hell beautiful, get tatooed,’ las ik op zijn shirt. Te oordelen naar de omstanders in de bar had deze man aardig wat invloed in het Hamburgse St. Pauli. Niet getatoeëerde stukken huid waren ver te zoeken.

De barman leidde ons over straat naar een appartement aan de overkant, boven café The Comet. Als je aan bands op tournee denkt, dan denk je aan glamour en een luxe leventje. Vliegen van hotel naar hotel, geflankeerd door gewillige dames, slapen in king size bedden of grote zwembaden met gouden palmbomen ernaast. Ja, die nacht raakte ik weer een illusie armer. Mensen uit West-Europa zien Roemenië niet bepaald als een rijk land. De makers van South Park gaan zelfs zover Roemenië ‘the asshole of the world’ te noemen. Maar onze logeerplaats in Hamburg was zelfs voor de jongens van Negură Bunget te gortig. In Portugal sliepen ze tenminste nog in een tochtige schuur, hier eerder in een overdekte goot.

In de vertrekken was geen meubilair aanwezig, op twee smoezelige bankjes na. De muur was ondergeklad met voornamelijk uit zwarte, grijnzende doodshoofden bestaande graffiti. Enkele ramen waren met planken gebarricadeerd, de deur naar de wc kon van zijn rustplaats tegen de muur worden opgetild voor wat privacy. De douche was onbruikbaar door de wirwar van toiletpapier, een wc-bril en een ontstopper die er in lag. De vloer was bezaaid met sigarettenpeuken, bierdopjes en rondslingerende stukken hout. Het enige licht was rood en groen gekleurd. Nodeloos te zeggen dat het er niet naar bloemetjes en honing rook.

Op de Reeperbahn, 's nachts om half een

Achter de bar (het krot werd blijkbaar voor feesten gebruikt, al behoorde opruimen en schoonmaken niet tot de after-party routine) rolde ik mijn matje uit. Comfortabel tussen een gootsteen en twee openstaande koelkasten met lauw Astra bier. Met liefde in St. Pauli gebrouwen. Hoerenbier met een rood hartje op het etiket. De Roemenen voelden zich niet op hun gemak en ik mocht daarom geen rode kaarsjes in het venster plaatsen. Ik kan me eerlijk gezegd ook ontspannender nachten herinneren. Zonder kussen werd ik met een kloppend hoofd ‘s ochtends in alle vroegte door een junk uit mij slaap gehaald. Op straat werd luidkeels geruzied. In St. Pauli spreekt niemand je hierop aan: tot ver in de middag zijn de straten uitgestorven. Het gehuil en geklaag negerend wist ik weer in slaap te komen, om ‘s ochtends op een bak zure mueslipap getrakteerd te worden. Het is de intentie die telt, zullen we maar zeggen.

Lopend langs Boutique de Sade had ik geen spijt niet langer in Hamburg te logeren. Ook de hoer op leeftijd die me onderweg naar het busje aansprak (“Hallo! Hier denn, junger Mann!”) kon me niet op andere gedachten brengen. Mijn routebeschrijving leidde ons zonder omwegen naar jongerencentrum JuZ in Leer, Ost-Friesland. Op tijd zijn kwam erg onnatuurlijk op de Roemenen over, die voorstelden eerst nog een paar rondjes door Leer te rijden. De organisator vroeg of we binnen wilden komen, maar eigenlijk vermaakten we ons wel op de parkeerplaats. We hadden speculaasjes (op de boterham eten vonden ze maar stom – normale mensen dopen ze in chocoladepasta), beschimmelde worst en vis. Bij alles wat ik pakte kreeg ik een wantrouwend “Nu toți!” te horen: niet alles! Vooral Gabi kwam nu los, met zijn Roemeense parodie op de Duitse taal. Sehr gut.

Van meet af aan werd besloten dat de organisator een flapdrol was. Nee, we wilden niet mee naar binnen om koffie te drinken. Niemand in de band dronk sowieso koffie. We gingen alleen mee als er visbier was. Stilletjes lachte ik in mezelf terwijl de arme jongen steeds meer last van stress kreeg. De Duitse Gründlichkeit moest het hier afleggen tegen de Oost-Europese inefficiëntie. De Roemenen mochten douchen in een nabijgelegen hotel, maar voor de eerste vier in de auto waren gestapt was er alweer een uur verstreken. Mufi was in geen velden of wegen te bekennen. Op weg terug van de winkel waar onderdelen voor de bus werden gekocht begaf de koppeling het. Met grof geweld was Horatiu ook zonder tot schakelen in staat. De organisator was de wanhoop nabij, Negură Bunget bleef rustig. “Het grote voordeel van Roemenië is dat je alles altijd zelf kunt repareren (het nadeel is dat alles dan weer erg snel kapot gaat, vulde ik in mijn hoofd aan). Daar hebben we ijzerdraad voor. Het hele hek om dit gebouw is van ijzerdraad gemaakt. Misschien moesten we dat maar eens uit elkaar halen. In Roemenië zelf is het nog makkelijker. Al onze elektriciteitsdraden lopen bovengronds. Dat is levensgevaarlijk, en daarom hangen er overal bordjes ‘Pas op! Levensgevaar!’, die met ijzerdraad aan de palen zijn bevestigd.” Ja, in Roemenië is het gevaar geëlektrocuteerd te worden groter dan de kans lang met pech langs de weg te staan.

Terwijl de rest uitgebreid de tijd nam voor hun respectievelijke bezigheden (douchen, dolen en auto’s stuk laten gaan) vermaakten Atilla en ik ons prima met een van de bandleden van het Duitse Eismalsott. Van hem kregen we een ‘verfrissend’ (lees: vies) biertje dat een mix van bier en Sprite was. Eindelijk kwamen Edy, Gabi, Jimmy en Ochiu terug van het douchen. Hoogste tijd voor de soundcheck, ware het niet dat we onderweg werden afgeleid. Na enkele potjes tafelvoetbal konden de instrumenten het podium worden opgedragen. Zelf zorgde ik met Atilla voor een nieuw record: nog nooit was de bandvlag zo scheef opgehangen.

Een prestatie die beloond werd met een heerlijke pizza (het speet de Roemenen dat er geen ketchup op tafel stond), die ik tegen de dreigementen van de organisatie in toch niet zelf hoefde te betalen. Inmiddels was jij ook gearriveerd met onze fraaie Daihatsu Charade, met daarin Henco, Maaike en gelegenheidschauffeur Bram. Maar beleid is beleid en dat betekende dat de Oost-Friezen ook mensen die al vier uur hebben gereisd buiten in de kou laten staan. “Nașpa,” volgens de meeste bandleden; “Nicht gut,” volgens Gabi.

Uit solidariteit met Edy en Jimmy aten we vandaag vegetarische pizza’s. Alleen de jarige Horatiu besloot anders, al kon hij sommige ingrediënten van zijn pizza calzone niet identificeren. “Als je het opeet vertel ik wat je hebt gegeten,” bood ik hulpvaardig aan. Dat klonk redelijk genoeg in de oren van de chauffeur, waarna ik een verhaal afstak over de wulk, een soort slak met een enorme penis. De vertaling voor slakkenpenis wist ik wel in het Roemeens, meer hoe vaak gebruik je het woord artisjok nou eigenlijk in een andere taal? “Am mâncat pizza cu ciuperci, șunca și pula de melci!” lachte Horatiu, waarna er een geanimeerde discussie over het liefdesleven van deze sympathieke weekdiertjes ontstond.

Hoe het verhaal afloopt weet je al. Het liep nu tegen half negen en na wat gedoe om de entreekaarten (Negură Bunget wilde vrijkaartjes regelen, jullie wilden geen moeilijkheden en de Oost-Friezen wilden uit principe dat doen wat anderen niet wilden) besloten we maar eens van de eerste band te gaan genieten. Dit was het Nederlandse Grimforth of zoiets. Standaard huis-, tuin- en keuken black metal. Een stuk interessanter dan de muziek van gisteren in Hamburg, maar de originaliteit was op één hand te tellen.

Eismalsott was wel wat origineler, maar als je je instrumenten niet helemaal beheerst heb je daar natuurlijk ook weinig aan. Het geheel kwam rommelig, amateuristisch en weinig harmonieus over. Eén van de bandleden speelde ook in Enid, een band waar Negru helemaal weg van was maar waar ik nog nooit van had gehoord. Met andere muzikanten zou de muziek van Eismalsott zeker veelbelovend kunnen zijn; voor vandaag was het optreden onderhoudend maar het gegeven dat de band nog geen demo had geproduceerd was niet betreurenswaardig. Deze zou bovendien alleen op 7″ plaat verschijnen. Cd’s zijn immers niet ‘puur’ genoeg in de echte undergroundscene.

Bob

De show die Negură Bunget opvoerde kwam in grote lijnen overeen met die van een dag eerder in Hamburg, met als uitzondering dat het nummer ‘Bruiestru’ niet gespeeld kon worden omdat de mannen hun handgemaakte standaard voor de percussie-trommels in de Markthalle hadden laten staan. Het publiek in Leer was net zo lelijk als de Duitsers in Hamburg, maar wel veel enthousiaster. Na afloop hadden de meesten nog lang geen zin te stoppen met headbangen en werd er luidkeels om een ‘Zugabe’ geschreeuwd. De eerste keer gaf de band hieraan gehoor, maar één Zugabe vond de Oost-Friese organisatie wel genoeg.

En nu zijn we dus weer wat Roemeense vrienden rijker. Of we ze eens in Timișoara gaan opzoeken of ze deze zomer in de Maramureș tegenkomen zullen we vanzelf zien. We moeten de website van de band in ieder geval goed in de gaten houden: als ze deze zomer optreden waren we van harte welkom. Misschien dat we dan eindelijk een glas palinca met ze kunnen drinken. En dán ben ik niet de Bob.

160 haalt ie wel
Van mij hoeft het niet

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*