Goed dat de Dacia winterklaar was

Echt vrolijk word je er niet van als de navigatie op de iPad je laat kiezen tussen een route van negen en een half uur en eentje van elf uur. Het was een behoorlijk eind rijden van Braşov naar Bucovina, en de om het hardst tegen elkaar opkrijsende Ilva en Eva maakten de rit er niet plezanter op. “Als ik nu een snoepje krijg, knip ik de hele week niks van jullie kapot,” probeerde Ilva. Op de korte termijn aanlokkelijk volgens mij; chantage volgens Eva en het werd van kwaad tot erger. Gelukkig maar dat de iPad de gemiddelde snelheid voor het hele land op 33 kilometer per uur had ingesteld, waardoor er uren van onze eindtijd afvlogen. Ja, de Roemeense wegen zijn om hele verhalen over naar huis te schrijven, maar ook in Oost-Europa wordt er af en toe iets opgeknapt. Op volledig eigen manier uiteraard: waar ooit treinrails liepen en het asfalt nu keurig was dichtgemaakt, stonden nog altijd stopborden voor nimmer meer passerende treinen.

Haal die dan ook weg zou je zeggen, maar sommige dingen veranderen niet in Roemenië. Zoals de vrolijk gekleurde houten huizen van Moldavië, de steeds indrukwekkendere snor- en mutsdracht naarmate we verder noordwaarts reden en de toiletten waar je met poep besmeurd wc-papier in emmers naast de toiletpot moest deponeren omdat de riolering niet deugde. Het was maar goed dat onze Dacia winterklaar was gemaakt – misschien heb ik eerder wat overdreven, want zonder winterbanden waren we over de spekgladde haarspeldbochten niet ver gekomen. Over besneeuwde bergpassen reden we naar Lacul Roşu, waar mysterieuze boomstammen in vreemde hoeken boven het met een dikke laag sneeuw bedekte ijs uitstaken. Rune stelde hier tot zijn grote plezier vast dat lopen in de sneeuw een stuk leuker was dan op een andere ondergrond en bleef de hele week bij dat besluit. Ook Eva en Ilva waren te midden van de met sneeuw bedekte naaldbossen weer een stuk beter gemutst. Via de nauwe bergkloof van Cheile Bicazului reden we verder naar ons houten huisje in Suceviţa, waar de houten kachel flink was opgestookt en de ramen potdicht zaten.

Bucovina, inima mea (JS)

Nadat Trandafir en zijn vrouw Felicia ons verwelkomd hadden in hun traditionele huis, dat rechtstreeks uit een sprookje leek te komen, werd me onvermijdelijk een fles palinca voorgezet. Aan Bogdan kon Eva het nog wel uitleggen: “He’s not ill, just stupid.” Hier werd geen Engels gesproken en probeerde ik dus in mijn beste Roemeens te vertellen over onze sponsoractie, het samen met drie vrienden een maand geen alcohol drinken om het daarna weer in te halen. Geen kwaad woord over palinca, maar nu even niet.

Aha, een mannending. Het was Trandafir en Felicia volkomen duidelijk. Eva kreeg palinca en wijn, ik werd de rest van de week niet lastiggevallen. Of je drank in Oost-Europa nu weigert omdat je bang bent dat je te dronken wordt, je half acht ‘s ochtends te vroeg vindt, je nog moet rijden of niet mag van je geloof – niets werkt. Geen smoesjes, maar drinken! Of je kunt een klap op je smoel krijgen. Behalve dit verhaal dus, dat volgens de Roemenen alleszins plausibel was. Wie nog eens een drankje af wil slaan in het Oostblok doet er dus goed aan een verhaal over whisky drinken op kosten van anderen af te steken. Succes gegarandeerd.

Ik mocht dan nuchter met beide voeten op de grond blijven, in het Suceviţaklooster hielden ze zich een stuk minder met het hier en nu bezig. Gebouwd in de 16e eeuw, omgeven door een verdedigingsmuur die menig fort niet zou misstaan en samen met onder andere Voroneţ en Humor één van de beroemde beschilderde kloosters van Moldavië. Op de westmuur na dan, want toen de frescoschilder met fatale gevolgen van zijn steiger sodemieterde, bedankten andere schilders vriendelijk voor deze klus. ’t Was lang niet slecht wat er op de andere drie muren stond en hoogmoed komt voor den val, of zoiets. De binnenkant mocht er ook wezen, met actiescènes van martelingen, onthoofdingen en – ik overdrijf niet – fonteinen van bloed. Zonder dvd-speler en martelporno evergreens als Saw en Hostel om de tijd te verdrijven was jezelf bekeren tot het christendom zo vlak na de middeleeuwen lang zo’n gekke optie niet.

Hell yeah! (JS)

Daar men sommige dingen graag binnen de kerk houdt, was fotograferen hier niet toegestaan. Dan maar de heuvels boven Suceviţa beklimmen, op zoek naar een mooi uitzicht over het ommuurde kloostercomplex. Dat vonden we niet, aangezien we per abuis op de lange afstandsroute naar Vatra Moldoviţa en Câmpulung Moldovenesc beland waren. Voor die eerste bestemming stond al veertig uur, maar dat wisten we toen nog niet. Pas na anderhalf uur en twee halfbevroren kindertjes gaven we toe het spoor bijster te zijn. Verdwaald in een besneeuwd winterbos in een gebied waar het wemelde van de wolven en beren. Klinkt romantisch? Dat zou het inderdaad zijn als er minder bij gemopperd zou worden. Ilva vergaf ons alles toen ze van ons een magneet van Suceviţa kreeg en van de verkoopster een paar houten paaseitjes. Ik was tevreden toen ik een tweede poging later die middag, kniediep door de sneeuw wadend en recht omhoog de heuvel op, met een fraai vergezicht en kortstondig doorbreken van de zon beloond zag. En zelfs Eva en Rune waren bij de warme gloed van de houtkachel en een bord mămăligă weer aanspreekbaar.

Tsja, wat moet je verder nog ondernemen in Bucovina? Naar de markt in Marginea, stelde Trandafir voor, waar de dominerende tandkleur goud was, op de voet gevolgd door donkerbruin. Vergeet de beschilderde kloosters – wie op zoek is naar kleurrijk kan zijn Dacia beter fileparkeren tussen de paarden en wagens. Jongens in hun beste trainingspak liepen tussen vrouwen die zonder uitglijden op hun hoge hakken over het ijs drentelden; veehandelaars met warme bontmutsen negeerden bedelaars die het blijkbaar niet te koud vonden om hun misvormde ledematen en open wonden aan het winkelend publiek te tonen. Dronken kerels lazerden van hun paard en zigeunervrouwen fluimden gericht zonnebloempitten naar me. Hoe je het aangeboden ţuicăstookgerief of zelfs een complete huisraad van deze geïmproviseerd ogende markt thuis moest krijgen was mij een raadsel, maar met wat Roemeense inventiviteit kom je een heel eind. Een mountainbike aan de hand met een meelzak van om en nabij de honderdtwintig kilo over de stang, krijsende biggen nonchalant over de schouder – alleen van Ilva en Rune in de kinderdrager keek men hier raar op.

Dat het klooster van Putna na zoveel indrukken tegen zou vallen zat er dik in. Als ik uit Putna kwam en in een band speelde, dan zou ik die band Hijos de Putna noemen. Maar dat terzijde. Putna is het grootste klooster van Bucovina, dankzij een uitschieter van Ştefan cel Mare, de favoriete voievode van menig Roemeen. Vanaf een heuvel schoot hij met pijl en boog om de hoekpunten van het klooster te markeren. Of hij meepesant een schilder doorboorde die niet vies was van een grote klus weet ik niet, maar geverfd werd er niet in Putna, waardoor dit mogelijk het saaiste klooster van heel Bucovina is. Eerlijk is eerlijk, zo werd het ook geadverteerd in de reisgids. De eigenhandig uit de rotsen gehakte kluizenaarsgrot van Daniil Sihastrul haalde het ook niet bij een compleet klooster van zulke nissen in Orheiul Vechi, Moldavië. En de oudste houten kerk van Europa (de oudste van de hele wereld blijkt om onverklaarbare redenen in Engeland te staan) was een stuk minder fraai dan de houten kerken van de Maramureş en leek bovendien als twee druppels water op wat we eerder in Arbanassi in Bulgarije zagen.

Kleurrijke bestemmingen (EH)

Voor verwende toeristen als ons was Putna gewoon een beetje te alledaags, al was wandelen over de drum forestier bij het veel nieuwere Mânăstirea Sihastria Putnei wel leuk, met herten en spechten in het bos en Ilva die helemaal losging in de sneeuw. Ook Rune was de winter nog lang niet beu – na een nacht spoken stapte hij gierend van de pret over de verse sneeuw bij Mânăstirea Moldoviţa. Het zoveelste beschilderde klooster, waar een non ons maar in de kou liet staan toen ze concludeerde dat onze heidense zielen reddeloos verloren waren. Ook hier hielden ze de prachtige martelscènes binnenin de kerk liever geheim. Niet verder vertellen dus.

Over de Tihuţapas, of Borgopas voor de Draculalezers onder ons, verlieten we Moldavië. Vaarwel winterschoon en stilstaand platteland van Bucovina, welkom oprukkende industrie en wildgroei van agglomeratie in Transsylvanië. Onze laatste bestemming was Bistriţa, het lelijke zusje onder de Saksische steden van Siebenbürgen en opnieuw een prominente locatie uit het boek van Bram Stoker. Zonde dat dit cultureel erfgoed aan mij verspild is, al vond ik Tod Brownings Dracula uit 1931 vanaf de openingsscène met palinca een succes. Zelfs in de belangrijkste winkelstraat van Bistriţa stond de helft van de etalages leeg en hier en daar waren er zelfs ramen dichtgetimmerd. Afbladderende verf en afbrokkelende muren bepaalden het modderige straatbeeld, dat nergens door sneeuw of groen verzacht werd. Zigeuners verkochten sneeuwklokjes en op de valreep vond ik hier nog een pissoir waar de urine rechtstreeks op mijn schoenen klaterde omdat een afvoerpijp ontbrak.

De omgeving van Tîrgu Mureş was nauwelijks beter, maar veel meer dan Laci een stapeltje cassettebandjes in handen drukken deden we hier toch niet. Hij was er zowaar blij mee, maar liet ons desalniettemin voor straf tien euro betalen vanwege de puinhoop van pufuleţi-, brood- en koekkruimels en moddervegen in de Dacia. En omdat we een witte auto van hem huurden, maar een zwarte inleverden. Wel was hij blij dat het ruitenkrabbertje er nog in zat. Moesten we dus toch nog meer betalen voor onze huurauto. Tsja, wat hadden we dan verwacht?

Ninja Cheerleaders
Geen palinca voor deze jongen

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*