Goede mensen en botte plurken

In Azerbeidzjan voelt het alsof we weer bekend terrein betreden. De landen waar we ons de meeste zorgen over maakten zijn we zonder kleerscheuren doorgekomen en hoewel ik hiermee vast het onheil over mij afroep, voelt het als een goed moment voor een tussenstand.

Ik dacht na over het idee dat er goede en slechte mensen zijn. Aan het begin van de reis had ik de hypothese dat je overal goede mensen ontmoet, waar je ook gaat. Ik las een stukje op de blog Wait But Why over hoe je mensen zou kunnen indelen op hun goedheid; alsof het appels zijn. Een goede schil (aardig zijn naar vreemden), goed vlees (aardig voor je vrienden) en een goede kern (welke keuzes maak je als niemand ervan weet). Leuk denkvoer waar ik net mee bezig was toen we in Baku kennismaakten met een Duits stel, waarmee we een dag de stad verkenden en wat gingen eten. Ik vond het opvallend dat de jongen bij het restaurant, voordat de ober zijn praatje had gedaan, de man de mond snoerde en duidelijk maakte dat we geen zin hadden in de specials en wel gelijk bier wilden, want hij had dorst.

Tijdens het eten kon ik het niet laten die houding te bespreken – het werd duidelijk dat L. dacht dat hij, als hij niet snel duidelijk maakte wat hij wilde, hoe dan ook een poot zou worden uitgedraaid. Dat iedereen al klaar was met eten en hij nog steeds zijn pilav niet had gekregen, vond ik stiekem erg leuk. We bespraken aan tafel ook dat idee van de mensen als appels. Waar ik het idee heb dat de meeste mensen eigenlijk goed zijn, dat ik zelden echt slechte mensen ontmoet, was hij ervan overtuigd dat elke mens in de kern slecht is. Kijk maar wat er gebeurt in een oorlog, dan komt de ware mens naar boven. Dan snap ik dat je je bedreigd voelt en daarop reageert, als je denkt dat dát de ware mens is. Zo werd het toch een interessante avond, ondanks die tenenkrommende botheid aan tafel – die begrijpelijk was vanuit zijn wereldbeeld. En dat zette me weer verder aan het denken: het idee dat mensen goed of slecht zijn, dat past eigenlijk helemaal niet bij wat we zo meemaken.

Misschien zit het goede of slechte niet in de mensen, maar erbuiten. Zonder de context, waaronder oorlog, vrede, armoede, of willekeurig welk verhaal dat mensen zichzelf vertellen, weet je niets over hoe mensen zullen reageren. Als de context ruimte geeft om goed te doen, dan zullen de meeste mensen goed doen. In het zicht van een blije Ilva, blonde Rune en goedmoedige reizigers, reageren de meeste mensen vrolijk, plezierig. We krijgen hulp waar nodig, mensen rijden een stukje mee om de weg te wijzen, we worden ook in boevenlanden welkom geheten. Ik weet niet hoe het reizen zou bevallen als ons uiterlijk de mensen niet zou aanspreken. Ik weet wel dat als we minder talen zouden spreken of de hele tijd de botte plurk zouden uithangen, we het onszelf veel moeilijker hadden gemaakt en veel meer ‘slechte’ mensen zouden ontmoeten.

In vuur en vlam
Cultuurshock

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*