Goeie vibraties

“Where are you going?” wilde de douanier weten. “Naar de piramide!” glunderde Jaap verwachtingsvol. “Yeeeesss, piramida…” zuchtte de man. Blijkbaar waren niet alle Bosniërs zo goedgelovig dat ze de verhalen van dr. Semir Osmanagić voor zoete koek slikten. De erudiete ontdekker van de Bosnische Piramide van de Zon (tevens auteur van Alternative History, waarin hij uit de doeken doet hoe Hitler en andere vooraanstaande nazi’s naar een ondergrondse basis op Antarctica ontsnapten en aanhanger van de theorie dat Homo sapiens niet het resultaat is van natuurlijke evolutie, maar een product van genetic engineering) deed in 2005 wat stof opwaaien door te beweren dat deze piramide de grootste en oudste ter wereld is. Groter dus dan de Piramide van Cheops in Egypte. Een stuk groter.

Kletskoek, volgens serieuze archeologen. Een waanbeeld dat er de oorzaak van was dat in de omgeving van Visoko nu zo rücksichtslos gegraven werd dat authentieke resten uit het verleden vernietigd werden. Weer anderen, zoals wij, vonden het gewoon een goeie grap. We waren dan ook al vanaf de grens in een opperbeste stemming. Vanaf de eerste Bosnische meter liepen de schapen doelloos tussen de huizen en over de straten, waren golfplaten daken de norm en roest de meest voorkomende kleur bij auto’s. Het was, kortom, overal een dikke bende. We hadden de échte Balkan bereikt! Dat betekende ook half verlaten dorpen, door onkruid overwoekerde ruïnes en huizen vol kogelgaten. De slachtoffers van nu vielen echter in het verkeer: drie dode vossen lieten we aan het asfalt klitten aangezien Roadkill Recipes thuis nog in de boekenkast stond.

Dat kietelt! (EH)

In Jajce waren de voorbereidingen voor het einde van de hadj in volle gang. Groene vlaggen met een witte halve maan hingen uit de houten minaretten; overal waren doeken met de tekst ‘Bajram Şerif Mubarek Olsun’ te lezen. De middeleeuwse burcht hoog boven de houten Ottomaanse gebouwen lag er verlaten bij onder de brandende zon. Heel Jajce voelde als één grote, ommuurde vesting die vroeger vast niet al te lastig te verdedigen was, daar een afgrond met 27 meter hoge watervallen een abrupte begrenzing van het centrum vormde. Mocht je er ooit komen, hou je dan verre van het aardbeienijs. Het nesquikijs en blauwe Fanta-ijs zijn misschien niet lekker, maar een stuk veiliger. Na Kotsen in Kroatië werd het nu Brokkelen in Bosnië. De vettige dampen van de borden vol vlees die we bij Motel Bosanska Piramida Sunca onder blauw neonlicht voor onze neus kregen, werden Janine en Nelleke al gauw te veel. Daarmee stond de score nu op zes uit tien – lang niet gek.

Het hotel sloeg niet alleen geld uit de 87 bij de opgravingen betrokken vrijwilligers die hier verbleven, maar wilde ons ook graag wat meer laten betalen dan waar we op gerekend hadden. De receptionist, getooid met vierkante Oostblokkop en gouden kettinkjes, meende dat het bedrag in euro’s betaald moest worden, terwijl wij op Bosnische konvertibilna marka rekenden. Na veel steggelen betaalden we €40 meer dan we eerst van plan waren, maar nog altijd €45 minder dan de Bosniërs andere buitenlanders rekenden. De receptionist schudde me de hand en knikte me uitdrukkingsloos toe. Goed onderhandeld, jongen. Na allerlei in het hotel aangeplakte new age nonsens over chakra’s en dat soort hippiegeneuzel wachtte ons nu het echte werk: de Bosnische Piramide van de Zon.

De heuvel aan de rand van Visoko was onmiskenbaar piramidevormig. Het was moeilijker voor te stellen dat deze vergelijking pas zeven jaar geleden werd getrokken, dan je onder de perfect geometrische vorm een millennia oude piramide te verbeelden. En er lag beton op de flanken van de heuvel, een bouwstof waarvan toch algemeen verondersteld wordt dat de Romeinen ‘m hebben bedacht. Dit beton was ouder, volgens het onbetwistbare Bosnische Instituut voor Materiaal. Jammer dat er slechts her en der wat plakkaten lagen. Het grootste gedeelte van de heuvel bestond uit struiken, bomen en informatiepanelen waarop de piramide stond afgebeeld met een enorme, blauwwitte lichtbundel die aan de top ontsproot om kaarsrecht de hemel in te stralen.

Onderweg naar Lukomir (GC)

Een bundel van 31 kilohertz, zo leerden we in het ondergrondse tunnelcomplex Ravne vlakbij de piramide. Het ding was daarmee recent opgewaardeerd, want op internet rept men nog over 28 kilohertz. Da’s erg veel, en om je daar degelijk op voor te bereiden was een bezoekje aan dit gangenstelsel geen overbodige luxe. De lucht telde een uitzonderlijke hoeveelheid negatieve ionen – wel 43 keer de normale concentratie. En negatieve aardstraling en kosmische straling drongen op onverklaarbare wijze niet tot in de tunnels door. Bovendien trilden enorme stenen – keramiek in de ogen van de gids en onmiskenbaar door mensen gefabriceerd – hier op acht hertz. Inderdaad, precies de frequentie waarop de aarde volgens ene Nikola Tesla resoneert. Erg heilzaam dus, een verblijf hier onder de grond, al waagde Gijs dat te betwijfelen gezien de krakkemikkige houten stutbalken en de myriade zwammen en schimmels die zich hierin diep verankerd had.

Na dit keldergezwam en het teleurstellende visueel gemis van de beloofde lichtbundel bovenop de top had de piramidegrap voor ons lang genoeg geduurd. We verruilden de markante heuvels voor de bergen van Bjelašnica, maar Ilva wilde nog hoger. “Ik ga nou op jou zitten en geen flauwekul!” Het is altijd moeilijk om de tijdgeest goed in te schatten, maar ik kan me levendig voorstellen dat ze over vijftien jaar enorm veel succes heeft met deze versierzin. Onze houten hut in Umoljani mocht dan gammel en beroerd afgewerkt zijn, voor vijftien euro per nacht (inclusief ontbijt, avondeten en een fles wodka van het huis) mag je niet zeuren. En we kregen er een Toneelstuk voor twee herders en honderdzesendertig schapen voor nop bij. Hier volgt de vertaling uit het Bosnisch, met dank aan Jaap:

Herder 1: “Eej!”
Herder 2: “Eej!”
Herder 1: “Kan ’t zijn da’k hier een schaap van jou heb?”
Herder 2: “Ja, dè kan wel ’s kloppen.”
Herder 1: “Zal ‘k ‘m komen brengen?”
Herder 2: “’s Goed.”
Herder 1: “Asteblieft.”
Herder 2: “Ja bedankt hè.”

Leuk hoor, toneel, maar film is nog leuker en daarom wilden we naar Lukomir. Nadat ik over het geïsoleerde bergdorpje had gelezen hoorde ik namelijk van de film Winterslaap in Lukomir van Niels van Koevorden. Een film waarin de filmcrew zich in de winter samen met de elf inwoners van het dorpje laat insneeuwen. Een half uur duurt de film en er gebeurt he-le-maal niets in. Het meest spectaculaire in de een half uur durende documentaire is een oude man die bovenop zijn dak de antenne probeert af te stellen om Bosnië 1 te kunnen ontvangen. Langs armetierige huisjes met daken van platgeslagen oliedrums en door de vallei van Studeni potok klommen we gestaag naar het hoogstgelegen dorp van Bosnië-Herzegovina. Het was heet, het was ver en net als de zandadders en beren hadden Gijs, Nelleke, Janine en Naomi er geen zin in. Met z’n vieren liepen we door, het gewicht van Rune, Ilva en een hoop flessen water meetorsend.

Dagelijkse gang van zaken (EH)

Het was lang geleden dat ik Gijs zo gelukkig had gezien. Zich er niet van bewust dat de gelukzalige grijns later die dag meedogenloos van zijn gezicht geveegd zou worden, genoot hij op de ’s zomers geopende bar in Lukomir van een kopje koffie. Samen met een nog wat kwakkelende Nelleke was hij al snel naar Umoljani een ander pad ingeslagen, waarna ze een lift naar Lukomir kregen aangeboden. Toen ik ook nog de oude man uit Winterslaap naar Lukomir voor zijn huis zag zitten en hem aan de documentaire herinnerde, kon de dag niet meer stuk. “Antena, antena,” riep de man terwijl hij geanimeerd uitbeeldde hoe hij het ding verstelde.

De bar in Umoljani was al net zo gezellig, met dronken Bosniërs die Rune van ons afpakten en me nog maar een glaasje dunja rakija inschonken. Misschien was één of twee rakija dan wel bier verstandiger geweest na een volle dag lopen in de bergen met de zon fel op onze hoofden schijnend. Of misschien viel de jasmijn-benzinethee gewoon verkeerd. Drank, zonnesteek of thee; de einduitkomst was in ieder geval Gijs die hals over kop naar het wankele balkonnetje rende om zich met een kabaal alsof hij een bronstig hert was van zijn maaginhoud te ontdoen. Dit lukte hem slechts ten dele, maar de tweede keer bleek het balkon enkele meters te ver weg zijn en de vingers voor zijn mond niet hermetisch sluitend. Zelf had ik de aanmeldingsformulieren voor de brokkelclub ook al volledig ingevuld. Ik hoefde ze alleen nog maar te ondertekenen, maar na het vinden van een emmer viel ik in een diepe slaap om het ding de volgende ochtend nog altijd leeg naast mijn bed terug te vinden.

Drie nachten Bosnië was te kort. Voor Sarajevo, Mostar, Počitelj en het Sutjeskapark zullen we nog een keer terugmoeten. Meer dan een half uurtje extra werd ons nu niet gegund in dit land. “Mina,” verklaarden de Bosniërs voor ons toen we bij een dwars op de weg geparkeerde politieauto moesten stoppen. Wat dat inhield? “Maybe explosion… In ten minutes, we go.” Het was hier de normaalste zaak van de wereld. Geel afzetlint en bordjes met doodskoppen waarschuwden ons toch vooral op de weg te blijven, maar een harde knal bleef uit. Over een grindweg van één en een kwart auto’s breed reden we met hooguit twintig kilometer per uur naar de grensovergang bij Hum. De slagboom werd handmatig voor ons geopend, waarna we over de prachtig blauwe Tara het land uitreden. Het zou voor Montenegro niet makkelijk worden om Bosnië-Herzegovina te overtreffen.

’t Is helemaal niet eenzaam aan de top
Flop flop flop

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*