Gong Fu

Jaar: 2004
Land: China/Hong Kong
Regie: Stephen Chow
Score: ★★★½☆
 

Postbodes zijn over het algemeen zonderlinge types die het liefst de hele dag in hun eentje werken. Wanneer ze plotsklaps een monoloog van tien minuten afsteken over een film waarvan ze onder de indruk zijn is mijn interesse snel gewekt. Gong Fu (internationale titel: Kung Fu Hustle) zou het midden houden tussen Aziatisch martial arts spektakel à la Crouching Tiger, Hidden Dragon (welke ik in een reisverhaal uit juni 2001 samenvatte als ‘ballet voor homo’s’ – een mening waar ik hier niet op terugkom) en briljante komedie.

Het aantal grappen in Gong Fu heb ik niet geteld, maar het waren er zeker geen miljoen, zoals postbode Michel beweerde. Wel waren de overeenkomsten met Chows vorige film, Shaolin Soccer, overduidelijk. Waar ik me in martial arts films die zichzelf serieus nemen mateloos stoor aan de vergezochte, met behulp van CGI gerealiseerde vechtscènes, doen dergelijke circustoeren het mijns inziens een stuk beter in films die met een korrel zout genomen mogen worden.

De rest van Michels typering van de film zat er minder ver naast: in de jaren ’40 wordt het leven in China gedomineerd door gangsterbendes, waarvan de Axe Gang de grootste boeven zijn. De enigen die weerstand kunnen bieden zijn enkele arme Chinezen die hun toevlucht hebben genomen tot een arm dorpje. Te arm om interessant te zijn voor de criminelen.

 

Behalve dat dit het enige dorpje is dat tegenstribbelt zijn er nog meer Astérix-parallelen. Zo heeft bijna iedereen in het dorpje bepaalde superkrachten, welke veelal Kung Fu-gerelateerd zijn. Dan heb je aan ‘s werelds op-één-na-beste moordenaarsduo niet genoeg om even orde op zaken te stellen. Wel maakt de minutenlange surrealistische sequentie waarin muziek en geweld zich liefdevol met elkaar verstrengelen dat je je afvraagt of je naar een film, videospel of muziekclip zit te kijken. Een droom zou ook nog kunnen.

Dat de nummers twee niet in hun snode opzet slagen is uiteraard ingecalculeerd en bereidt slechts de komst van ‘The Beast’ voor. Gek geworden van zijn eigen Kung Fu talent zit deze oude, kale man opgesloten in een gesticht. Het beest draagt tegenwoordig hemelsblauwe slippers en oogt nogal broos, maar omdat in de hele film geen enkele vechtersbaas aan het stereotype voldoet nemen we het voor lief.

Inderdaad, Gong Fu is grappig, maar niet zo komisch als Shaolin Soccer en ook geen monoloog van tien minuten waard. De humor is een stuk beter te pruimen dan in Kung Pow: Enter the Fist, maar het blijven rare mensen die dit soort films aanbevelen. Voor hen die meer van vechten dan van denken houden zie ik geen bezwaren om deze film eens te gaan zien.

South Park: Bigger, Longer & Uncut
Kopps

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*