Gulzigheid

“Was dat niet vanavond, dat wij voor zestig euro aan traditioneel Moldavisch eten weg moeten werken?” vroeg Gijs toen we de antiperistaltisch werkende wegen van Oekraïne achter ons lieten en Moldavië binnen reden. Hoewel Jaap en ik niet ons best hoefden te doen enige vorm van ontbijt binnen te houden, stond het idee van eten ons rond drie uur ‘s middags nog altijd tegen. Dit kon wel eens een lastig uit te voeren zonde gaan worden. En dat terwijl we hier normaal gesproken geen van vieren erg veel moeite mee hadden. Sterker nog, onze vrienden vonden suggesties hier niet strikt noodzakelijk toen we hen om inbreng vroegen.

Ja, het staat er echt (JS)

Meestal haalden weddenschappen het beste in ons boven. Jaap at ooit elf blauwe ijsco’s. Het aroma daargelaten had zijn ontlasting de volgende dag zo voor Italiaans schepijs door kunnen gaan. Toen de bediening in een eetcafé ons gezelschap van acht schoorvoetend kwam melden dat ze nog maar zeven toetjes in huis hadden, at ik ze alle zeven op. De rest keek toe hoe ik de ene brownie met de andere aanduwde en de boel dichtkitte met de nodige hoeveelheid chocolademousse. Maar onze onbetwiste kampioen was Daan. Nadat hij op een straatfeest een kleine pot Amsterdamse uitjes leeg lepelde, kwamen de enthousiaste buurtbewoners met een nieuwe pot, groot formaat. Voor de € 70 die werd ingezameld werkte Daan ook graag deze drie kilo uitjes weg. Gijs had geen weddenschappen nodig. Bij Cafetaria Elif grapten ze maar half toen ze voorstelden hun naam te wijzigen in ‘Gijs’ Smulpaleis’. Ja, Gijs’ moeder is trots op zijn gezonde eetlust.

De Moldavische douane was minder toeschietelijk dan hun Oekraïense collega’s. Na wat vruchteloos aanmodderen haalde Daan mij erbij. Deze meneer was niet vrolijk en had duidelijk geen hoge pet op van Nederlanders. “Twintig jaar!” riep zijn nog norsere ambtsgenoot. Ze doelden op marihuanabezit. In Nederland kon dan misschien alles wat god verboden had; hier in Moldavië wisten ze wel raad met losbandige Hollanders. We verzwegen wijselijk dat we op Zeven Zonden Tour waren en reden na een preek Moldavië binnen. Langzaam verdwenen de kleurrijke Sovjetmozaïeken van de bushaltes, maar met het wegdek waarmee het land ons verwelkomde was rijden hier een stuk aangenamer dan in Oekraïne. In een glooiend maar weinig opzienbarend landschap, dat zich uitstrekte van de grens tot vlakbij onze bestemming, veranderden alleen de plaatsnamen: Briceni, Edineț, Bălți, Orhei.

De bloemetjes buiten zetten (JS)

Pas na Orhei veranderde het landschap. Een smalle weg kronkelde door bomenlanen naar Trebujeni, waar zich plots rotsachtige heuvels aan ons openbaarden. Hier maakte de rivier de Răut een grote bocht en vormde de rotswand een kom waar het dorpje in lag. Bovenop de heuvels zagen we in de verte het rotsklooster van Orheiul Vechi al liggen. Bij Vila Roz had Ljoeba de mountainbikes al voor ons klaarstaan. We kampeerden in een tuin vol rozen, tulpen en andere bloemen, maar zelfs als je hier voor nog geen vier euro je tent opzette, mocht je de sportieve groene fietsen voor niks meenemen. Bovenop de eerste heuvel moest Jaap buiten adem zijn Tour de France plannen heroverwegen. Dan liever een Tour de France zoals in De helaasheid der dingen, al was bergaf wel een stuk prettiger. Hoewel, de weg liep hier wel erg steil naar beneden, met onderaan een blinde bocht. Dit was geen fietsen meer; dit was laagvliegen.

Het strijklicht verleende het rotsklooster en de koepel van de nieuwere kerk bovenop de heuvel een gouden kleur. In de 13e eeuw hakten monniken hier het ene na het andere klooster uit de rotswanden, met piepkleine cellen waar ze op de harde bodem sliepen. De monnik die we aan het einde van de lange, donkere trap in de onderaardse kapel vonden, leek al sinds de begindagen van de partij te zijn. Of toch in ieder geval elf jaar, want tijdens mijn vorige bezoek aan Moldavië trof ik dezelfde man aan – ook toen al stokoud. “Welke zonde hoort nu bij ons land?” vroeg een Moldavisch stel uit Chișinău aan Daan en mij. Het was een gemiste kans. Die vraag hadden wij in elk land moeten stellen! Ze hadden nog wel een tip voor ons: Transnistrië als apart land op onze Tourshirts vermelden sloeg nergens op. Het was een onlosmakelijk deel van Moldavië. Verdere spanningen bleven uit en ze wensten ons nog veel plezier.

Bovenop het dak van Moldavië (JS)

Terwijl de zon achter de heuvels verdween fietsten wij in de vallende schemering over de heuvelrug parallel aan de Răut. Daan ontdekte een shortcut die wij gezien zijn beroerde track record op dit gebied èn de loodrechtheid van deze shortcut in het bijzonder liever oversloegen. Het gewone zandpad was al spannend genoeg. “Moeders van Nederland die nu kijken… ga alsjeblieft iets anders doen!” prevelde Jaap terwijl we met vol ingeknepen remmen en stilstaande wielen nog altijd steeds meer vaart maakten. Het grind spatte op bij deze afdaling waarbij ze parachutes zouden moeten verplichten, als we dan toch met wielerjargon aan het smijten zijn.

Daan begreep niet waar we moeilijk over deden en Ljoeba leek die mening met hem te delen. Ze had ons deze route immers niet voor niets aangeraden. Met het angstzweet leek in ieder geval ook de restalcohol van gisterenavond uit onze poriën gedrukt te zijn. Ljoeba zette de tafels vol met een kan huisgemaakte wijn, glazen met wat zij ‘raciju’ noemde, borden zeamă, salade, hartige pannenkoekjes met smântână en een grote schaal vol spiezen met vlees van de grill. En harbuz – in Moldavië wisten ze aan het eind van de zomer van gekkigheid niet wat ze met al hun watermeloenen moesten doen. Inmaken in het zuur! Dat is volgens Oost-Europeanen met alles een succes en in onze gulzigheid waren wij het tot op zekere hoogte wel met ze eens.

Is dat alles? (JS)

We werden de volgende ochtend wakker van het gefluit van de hop. Opnieuw met een stralende zon en een strakblauwe lucht; klaar voor de volgende ronde. Deze keer werd de tafel volgezet met brood, schapenkaas, gepocheerde eieren (veel) en pannenkoekjes met jam (één berg per persoon). Betalen voor het ontbijt mochten we niet eens. “Je spreekt toch Roemeens?” vond Ljoeba. Wat een fantastisch land voor gulzigheid. Niet dat we het er vanaf nu bij zouden laten – in Roemenië kwamen we amper van onze stoel terwijl ontbijt, lunch en avondeten ongemerkt in elkaar overliepen en Daan presteerde het in Hongarije om drie keer op één dag warm te eten – maar de prijs-kwaliteitverhouding was hier zeer vriendelijk. En dat mocht ook van de Moldaviërs zelf gezegd worden.

Woede
Hoogmoed

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*