Heil aan de hamer

Ragnarök nadert! Na de bijzonder goed bevallen editie van vorig jaar verwachtten Daan, Gijs, Rudi, Eva en ik gouden bergen. Ragnarök was dit jaar met 26 heidense bands nog grootser opgezet, we reden er nog sneller heen omdat onze diesel 180 kilometer per uur haalde en we zouden nog meer worsten eten bij de vieze man aan de overkant. Te oordelen naar de vetpegels van vorig jaar zou zijn grilltent nu wel veranderd zijn in een vettige, zwarte zuil waaruit hij een raampje had gebikt om met zijn langharige klanten te kunnen communiceren. Al in september had ik vrij gevraagd om toch vooral het feest niet te hoeven missen.

Felbegeerde tickets

Als een kind de dag voor Sinterklaas kon ik de slaap op donderdag maar niet vatten. Enkele uren over de Autobahn later zouden de drinkhoorns tegen elkaar klinken en kon er weer lustig met de haren worden gezwierd. Misschien is het omdat we ditmaal vertrokken uit Drenthe, de meest heidense provincie van ons land, dat het festival voor de duizenden heidenen die zich in Lichtenfels hadden verzameld ons in eerste instantie wat minder kon bekoren dan vorig jaar. Nou ja, dat is misschien wat overtrokken, maar klagen deden we meteen. Zo was de rij langer dan vorig jaar. An sich geen probleem, want we gingen gewoon vooraan naast de rij staan, want daar was nog een poortje. Onze scherpheid deed enthousiast volgen. Binnen bleek er alleen Leikheim bier te zijn – leuke naam, maar geen witbier. De mede was wel beter en werd, alcoholvolumetechnisch gezien, in indrukwekkende hoeveelheden geserveerd. Het eten was duurder geworden en de vieze man bleek niet alleen een nieuwe broek te dragen, maar bovendien bezoek van de keuringsdienst van waren te hebben gehad. Het leek er verdacht veel op of hij had zijn kraampje vijf tot zes weken geleden schoongemaakt. Dat hij goochelde met worsten door ze van de grill te laten vallen, ze met blote handen behendig enkele centimeters boven de grond opving en ze achteloos weer terug gooide, was een schrale troost.

We zochten onze toevlucht tot de plaatselijke dönertent, daar niemand mee wilde naar het vervaarlijk klinkende ‘Kroateninsel’. De travarika stond bij Daan en Gijs nog vers in het geheugen gegrift. De döner kebab was goedkoop, pittig en vond gretig aftrek onder de minder xenofobe metalhordes. Duitsers, Turken, Kroaten – en ook onder de festivalgangers bevonden zich Zwitsers, Fransen, Nederlanders en één (1) Amerikaan. Vorig jaar waren we nog de enige bezoekers uit niet-Duits sprekende landen (dankjewel, geallieerden) en daarmee erg true en alles. De etnische variatie leidde niet tot spanningen, al werd de pagan en black metal scene net als vorig jaar door vroeg kalende, trotse Duitsers aangeklampt omdat deze bij hun politieke geaardheid aan zou sluiten.

Wat wij daarvan meekregen? Vooral veel discussies op het forum van de Ragnaröksite. De neonazi’s werden steevast aangeduid als ‘ewige Gestrigen’ om hun achterhaalde denkbeelden, maar er was geen enkele ‘foute’ bezoeker die hier iets van zich liet horen. Op de parkeerplaats zagen we helaas wel drie dronken figuren de rechterarm heffen en ook de Schwarze Sonne prijkte op een enkele jas. Blijkbaar trok niet iedereen zich iets aan van de beleefde oproep op de website vooral thuis te blijven als je een poepmajoor was. Op Ragnarök zelf vond een inzamelingsactie ‘(D)Ein Euro gegen Rechts’ plaats, waarvan de opbrengst ten bate van slachtoffers van rechts geweld zou komen. Rudi deed er mooi niet aan mee, omdat hij bang was dat zijn euro bij hippies terecht zou komen. Niet afdoende, concludeerde de organisatie. In 2008 zullen personen met rechtse symboliek op hun kleding geweerd worden. Fijn dat mensen door deze markering op hun kledij effectief herkend en afgevoerd kunnen worden. Het blijft een interessant volkje, die Duitsers.

Lang leve de hamer

De enige confrontatie die ik op Ragnarök met een rechtse rakker had was in de pit bij Helheim. Er ontstond een opstootje dat uit de hand dreigde te lopen en ik had het geluk er middenin te staan. Een gladgeschoren type met vrolijk shirt (‘Proud to be proud’, dubieuze symbolen) stapte erop af en duwde de twee kemphanen uit elkaar. Kom op jongens, het is feest vandaag! Probleem opgelost. Niet alleen rechts Duitsland had vandaag vrij; ook voor gelovigen was het weekend. Bij het binnenrijden van Lichtenfels hingen we nog achter een auto met nonnen. Genoeg werk aan de winkel, zou je zo zeggen, maar nee hoor. Vrijdagmiddag, weekend! Zonder witbier, nationalistische leuzen en vette hap tegen afbraakprijzen begonnen we aan de vierde editie van Ragnarök. Zelfs het zuurkoolsap zat in kleinere pakken. Niet echt winter forest allemaal.

Vanaf onze camping in Bad Staffelstein arriveerden we te laat in de stadhal voor de eerste band. Althans, dat dachten we. Het tijdschema klopte nu al niet meer. Omdat Taake niet mocht spelen werd er later begonnen. De zanger van de toch al niet sympathiek overkomende Noren kwam gesierd met twee hakenkruisen het podium op in Essen, mikte bierflessen op het publiek en repte in een zogenaamde ‘verontschuldiging’ over collaborateurs en Untermenschen. “Ja, maar we lopen toch allemaal wel eens dronken met hakenkruisen rond; als we daarna maar duidelijk maken dat we met politiek niets van doen hebben is er toch niets aan de hand”, maakten linkse rockers een eind aan alle ophef. Taake werd met instemming van veel festivalbezoekers gecancelled en “Guten Taake!” werd de standaardbegroeting van het weekend.

Het programma van de eerste dag was gelijk al een knaller. We hadden nauwelijks tijd een smaakvol festivalshirt (Thor in felblauwe/witte tinten die ziedend uit een besneeuwde berghelling rijst, subtiel zijn niet geringe spierbundels flexend en met hamer Mjölnir stevig in de hand) en verzamel-cd met ‘Heidnische Hymne in schmucker Verpackung für schlappe zehn Euro’ te kopen, of de eerste mag-niet-missen-band stond al op de Bühne. In afwijkende kledij. Geen zwart metalen eenheidsworst of bruine berenvellen bij de jongens van Fjoergyn. Richard Wagner on black metal, stond er in het programmablaadje. Zowaar, de klassieke invloeden waren niet van de lucht. Een flink contrast met de niet-schadende overdaad aan Thüringer pagan metal waar we ons een jaar eerder over mochten verheugen.

Die kunnen we nog wel eens nadoen

Tijd om ommetjes te maken of jeu des fleskes te spelen was ons niet gegund, want het traditioneel geknuppel van het Noorse Koldbrann klonk behoorlijk thrashy en nodigde uit tot meeswingen. Althans, wat mij betreft. Mijn vriendinnetje en kompanen bleven liever op de tribune zitten terwijl ik met de haren zwaaide. Dit was meer black metal dan heidens geraas. Geen vrolijke bruinlederen feestpakjes, want black metalaars nemen zichzelf graag erg serieus. En dan verwachten ze van het publiek hetzelfde, terwijl ze met corpsepaint op het podium staan, de paljassen! Nou ja, op hun liedjes deden ze ook serieus hun best en ik hou wel van een beste bak herrie op z’n tijd.

Vervolgens stond er een Viking extravaganza van vier achtereenvolgende bands op het program: Helheim (Noorwegen), Vreid (Noorwegen), Månegarm (Zweden) en Kampfar (Noorwegen). De tamelijk onenerverende black metal van Urgehal (Noorwegen) en Angantyr (Denemarken) zou er later voor zorgen dat de eerste festivaldag een onmiskenbaar Scandinavisch tintje droeg. De Vikingen, daar kwamen wij voor. Voor kerels zonder corpsepaint dus. Maar wel met maliënkolder, in het geval van Helheim. Ja, ik heb toch nergens beweerd dat je Viking metal serieus moet nemen? Het is gewoon erg leuk allemaal. We kenden ze nog van vorig jaar, toen Gijs en ik nog ons best deden terwijl de rest al zat of stond te slapen. En Vreid kende ik uit de tijd dat ze nog Windir/em> heetten. Helaas met een echte Viking als zanger destijds, die zo dom was in een sneeuwstorm de Noorse bergen in te lopen om prompt dood te vriezen.

Ach, zulke dingen gebeuren. Met het verlies van de inbreng van wijlen Windir zanger was de originaliteit ook verloren gegaan. Uit volle borst meebrallen en hupsen bij Månegarm en Kampfar volstond om de avond het predikaat ‘geslaagd’ te bezorgen. Met de nodige pinten en vleeswaren achter de kiezen werden we door Bob Eva naar de camping gereden, waar het ook leuk was. Alleen Gijs had een koude nacht. Zo koud dat hij om zeven uur ‘s ochtends ging hardlopen. Dan weet je dat ie zich niet aanstelt. Ik heb Gijs nog nooit zien hardlopen. Ook nu niet, want ik lag lekker warm tegen Eva, Daan had een diepvriesbestendige mummieslaapzak en Rudi een paardendeken en drie tassen bagage om een muurtje tussen hem en de kou op te trekken.

Ah, de Duitse keuken!

Rudi’s gasbrander werkte niet mee, maar met veel geduld konden we enkele uurtjes later gevuld met ei en zulk stevig brood dat we de jaarringen erop eerlijk waar konden tellen weer festivalwaarts. Haast hadden we, want de stemming zou er vandaag rap inkomen. Minder serieuze muziek: meer hoempa, meer meezingers en minder corpsepaint, al lijkt dat dus wat tegenstrijdig. Minder winter forest, meer vertier! Maar door de heerlijke eieren misten we Helfahrt. Ze stonden niet in het festivalboekje, maar trakteerden de vroege vogels op gratis bier en worst. Veel anderen stonden met hun zelfbetaalde bier en worst in de hand de Lichtenfelser voetbalclub aan te moedigen. Geïnspireerd door zoveel publiek werden de meest grove overtredingen begaan, kwam ons later ter ore. Volgend jaar kijken we ook, of spelen we zelf. Maar dan wel flunkyball natuurlijk.

Nu zagen we Kromlek. Als Thurdvangar vorig jaar mijn ontdekking van Ragnarök was, dan kwam Kromlek deze keer hiervoor in aanmerking. De jonge jongens uit Schweinfurt (zo dichtbij dat je de bands er nog makkelijk kon horen spelen) hadden nog nooit voor zo’n groot publiek gestaan en hadden de pleziermakers op de hand. Voor één grote, deinende mensenmassa speelden de mannekes een soort ADHD-metal waarbij zelfs de stoerste, misantropische rocker een glimlach niet kon onderdrukken. Wie op google ‘heidens feestgedruis’ intoetst zou direct naar de site van deze vette band verwezen moeten worden. Heidevolk kweet zich vervolgens puik van de ondankbare taak hier op voort te moeten borduren. Nederlands publiek (anders dan eigen aanhang) leken ze niet verwacht te hebben, maar het Gelders Volkslied zongen we uit volle borst mee. Er klonk zelfs een cover van Normaal en de Duitsers vonden het prachtig allemaal.

Daarna was het lang wachten op een band waar we echt niet op zaten te wachten. Na Minas Morgul, het door Daan en Gijs eerder die week al samen met Heidevolk geziene Gernotshagen (Vette shizzle! Toch nog pagan black uit Thüringen!), het vorig jaar gemiste Black Messiah, het op cd veel aardiger klinkende Hel, de doedelzakblazende en met modder ingesmeerde Zwitsers van Eluveitie, de Ierse fluitriedeltjes van Cruachan en Týr hadden we bij Swallow the Sun eindelijk tijd om rustig te zitten en cd’s in te slaan. Trage doom die absoluut niet op een heidens festival thuishoorde. En al helemaal niet na de crowdpleasers van Týr. Daan en Gijs hadden ons al gewaarschuwd voor de Vikingen van de Færøer: ze droegen parelkettingen of speelden op een zilveren basgitaar. Dit is dus wat er is verworden van de stoere Noormannen. Heavy metal zoals mannen van middelbare leeftijd met iets te strakke spijkerbroeken het graag horen. De zanger speelde zelfs meezingspelletjes met het publiek. “Hail-to-the-ham-mer!”, zong de rechterhelft van het publiek voorzichtig. Linkse rakkers als we zijn gingen we er hard tegen in: “HAIL-to-the-HAM-MER!” Ja, vond de zanger, wij deden het beter. Wat had de rechterhelft daarop te zeggen? We gingen nog even door met onze lofzang op Thors hamer en waren maar wat blij dat de eilandbewoners zich niet al te serieus namen.

Volgend jaar weer

Na de verplichte stilzitpauze bij de Finse partypoopers van Swallow the Sun zorgden hun landgenoten van Moonsorrow gelukkig voor het hoogtepunt van de avond. Epische battle metal en nummers tot dertig minuten lang. Vorig jaar liet de kwaliteit van het geluid te wensen over, maar nu was iedereen blij. Het was weer een mooi festival, en volgend jaar zitten dezelfde vijf personen vast weer in onze auto om samen nog een keer uit volle borst te zingen: We are sons of Odin / The fire we burn inside / Is the legacy of warrior kings / Who reign above in the sky / I will lead the charge / My sword into the wind / Sons of Odin fight / To die and live again! Laten we er dan wel op letten op tijd te tanken. Nadat Eva het laatste stukje Duitsland had afgelegd vroeg ik hoe ver ze nog dacht te rijden met de meter al in het rood. Volgens haar zou er wel een lampje gaan branden als de nood echt aan de man was. “We komen nog langs een tankstation tussen Arnhem en Nijmegen,” probeerde ik hulpvaardig te zijn. Dat was een optie, maar doorrijden en uitvinden hoe het precies zat ook. “Tank nou maar, anders kan ik straks lopen om diesel te halen,” zei Daan wanhopig. Daarmee was de keuze eenvoudig: doorrijden! En Daan de schuld geven als het mis ging.

Het ging mis. Nijmegen binnen rijdend sloeg de motor af, om niet meer aan de praat gekregen te worden. Dat werd dus duwen, of drukken, zoals ze dat in Drenthe noemen. In een zo-werd-het-toch-nog-een-spannend-weekend-actie liet Daan zijn portemonnee midden op het Keizer Trajanusplein uit zijn broekzak vallen. Een optrekkende automobilist trapte op het nippertje op de rem, waarna Daan zijn duwwerkzaamheden kon hervatten. Zonder brandstof stilstaan langs de snelweg levert je een boete op, hoorden we later, maar nu was Nelleke gauw gebeld. Te oordelen naar de lekkere pannenkoeken die ze daarna voor ons bakte was ze niet eens boos dat we haar op de fiets naar een tankstation hadden gestuurd om ons probleem op te lossen. Eva bleef er ook erg monter onder, al mocht ik onderweg naar huis geen grapjes maken toen ik zag dat de diesel langs de snelweg goedkoper was dan in Nijmegen zelf. Dat krijgt ze op Ragnarök 5 vast nog vaak genoeg te horen.

4
Evolution

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*