Het blijft tenslotte Roemenië

Aan alles komt een eind; zo ook aan de nacht van vrijdag op zaterdag. Daarom zijn we maar opgestaan om nou eens in detail uit te zoeken hoe of dat het zat met de kamer voor de familie Smets. Laat het mij maar regelen en maak kans op extra Fiepke-geluk, was de moraal die we hieruit konden trekken. In plaats van het aardige kamertje in Cumpătu zaten ze nu – voor dezelfde veertien gulden per persoon per nacht – in een klein middeleeuws aandoend dorpje, vlakbij de kastelen Peleş en Pelişor. Terwijl dit driesterrenhotel normaal zo’n 150 gulden per nacht rekende voor het driepersoons appartement, bestaande uit woonkamer/slaapkamer met een bed, slaapkamer met tweepersoonsbed en kabel-kleuren tv en ruim balkon met uitzicht op de binnenplaats, omgeven door schitterende gebouwen. Alleen de wc’s en douches moesten ze delen.

En toch klinkt 'De Bierkar' plat (EH)

Met een pak van ons hart misten we de trein naar Bucureşti, waarna we acht minuten later in de (snellere en goedkopere) maxi-taxi toch op reis waren. Eenmaal in de hoofdstad belden we ene Cornelia op, een meisje dat we via de Nuclear Blast chatbox hadden leren kennen. Ze had net die dag haar vriend uit Duitsland na drie weken vakantie naar het vliegveld moeten brengen en was blij dat ze nu niet de hele dag thuis hoefde te zitten. Zo’n beetje alle winkels waren al gesloten, maar Cornelia liet ons historische gebouwen en standbeelden zien, nam ons mee naar het gothische ‘Caru cu Bere’ (‘De Bierkar’) waar we onze ogen uitkijkend naar de oude schilderijen en het middeleeuwse interieur een salade aten, en leerde ons dat ‘mişto’ allang weer uit was. Naşpa – we moeten voortaan ‘marfă’ zeggen.

In een park leerden we Cornelia roeien in een oude houten boot, nadat ik al gelukkig was gemaakt in de supermarkt waar we Hoegaarden vonden voor een redelijk schappelijke prijs. Rond half acht moest ze op huis aan en namen Eva en ik de bus naar vliegveld Otopeni. In tegenstelling tot de bierprijzen aldaar was de luchthaven zelf erg klein, maar veel groter was ook niet nodig voor die drie Denen die om kwart voor tien geland waren.

Praktisch als de Roemenen zijn plannen ze het landen van de vluchten uit Amsterdam en München dan binnen vijf minuten van elkaar. Tel daarbij op de vertraagde Belgen en het kleine halletje zit proppensvol. Om tien voor twaalf bleek dan toch eindelijk dat ons pap, mam en Coen in het goeie vliegtuig waren gestapt, dus dat was weer een meevaller. Waar een forse tegenvaller tegenover stond, want er reden geen bussen meer naar Bucureşti en de prijzen van de taxi’s waren behoorlijk aan de maat. Heel behoorlijk zelfs. Wegens gebrek aan keus moesten we wel, en als we ons dan toch lieten afzetten, waarom dan niet voor de deur van ons hotel? Om half drie, ruim fl. 35,- per persoon, 120 kilometer en een dooie hond verder stonden we in Sinaia. Welkom in Roemenië en welterusten hè.

Leuk hotelletje (JS)

Na zondag uitgeslapen te hebben kon de familie Smets de omgeving waarin ze vertoefden nu bij daglicht ten zeerste appreciëren, en we liepen naar kasteel Peleş tachtig meter verderop. Tsja, ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Die middeleeuwse wapens, hè? Ook bij het kleinere paleis Pelişor gingen we maar weer eens een kijkje nemen. De rondleidingen door beide gebouwen waren veel uitgebreider dan tijdens mijn vorige bezoeken. Zo leerden we bijvoorbeeld dat Carol II, de derde koning van Roemenië, altijd met een stijve rondliep. Wie weet komt die kennis bij triviant nog ooit van pas.

Na een korte tour door Sinaia besloten we maandag, omdat hier dan altijd alles gesloten is, Braşov te bezoeken. Alle musea aldaar waren ook gesloten, maar het uitzicht over de stad vanaf berg Tâmpa was er gewoon nog en in de Zwarte Kerk kregen we een speciale rondleiding bij het orgel. Orgelbouwer Ferdinand (een van de Zwitsers die we in de Delta tegen waren gekomen) was erg enthousiast en legde zijn Holländische Freunde graag uit wat hij deed voor de kost. Het donker bier van die middag was alweer gezakt en aangezien het metalgehalte in de plaatselijke muziekwinkeltjes om onverklaarbare redenen ineens drastisch was afgenomen, besloten we troost te zoeken in lekker eten en drinken in het schandalig duur ogende Gustari aan het centrale plein van de binnenstad. Inderdaad, de prijzen vielen best mee. Het blijft tenslotte Roemenië.

Zigeuners, zover het oog reikt
Voortvluchtige bandieten

1 Comment

  1. Roemenië is en blijft toch een prachtig land om heen te gaan. Ik ben er zelf meerdere malen geweest en het heeft toch wel iets bijzonders. Bovendien is het er altijd nog goedkoop vergeleken met enkele andere vakantiebestemmingen. Ik kan jullie Craiova aanraden. Geweldige stad waarin veel te doen is!

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*