Het ontbijt van kampioenen

Na Kosovo zat er maar één ding op: het betwiste land via Macedonië verlaten. Wie zoals wij binnenkomt via Montenegro en rechtstreeks naar het noorden rijdt om daar Servië uit te gaan, komt van een koude kermis thuis. Zonder Servische entry stamp in je paspoort ook geen exit stamp. Over mensen helemaal naar Kosovo terugsturen doen ze dan niet moeilijk. Pesterijen of niet, het kwam ons wel goed uit. We moesten toch nog naar die uithoek van Joegoslavië, ondanks de reserves van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Bloedbank. Volgens BuZa was het ten noorden van de lijn Tetovo – Skopje – Kumanovo niet best. Inderdaad, wij gingen naar het noorden. En de Bradt gids had het over herdershonden die nietsvermoedende toeristen hun handen afbeten, opgeschoten jongelui die je om minder dan niets in het gezicht stoempten en stalkende zigeuners. Goeie reclame allemaal. Kinderhandel was ook hot in Macedonië, wat vooral voor gezinnen met jonge kinderen in lang en vervelend oponthoud bij de grens kon resulteren.

Aperitief van kampioenen (NdA)

Ik had al een briefje van vijf paraat in de portemonnee om lastige douaniers af te wimpelen, maar het bleek gelukkig niet nodig. Alleen de beloofde zigeuners kwamen opdagen toen we in Kumanovo met onze auto’s bij een of andere optocht aansloten. Toestanden als lang geleden in Roemenië bleven ons bespaard en na een poos stapvoets rijden konden we door naar Kratovo. Hier zouden we bij Stevce logeren, die volgens onze Bradt ooit een bed and breakfast zou openen. Nou hebben mensen in Oost-Europa wel vaker plannen, maar soms komt daar verdacht weinig van terecht. Bovendien was de reisgids pas twee maanden oud. Op mijn e-mail reageerde Stevce in fonetisch Macedonisch, wat in ons alfabet (in plaats van het gebruikelijke Cyrillisch) nauwelijks te ontcijferen was. Het kwam neer op “Ja hoor, kom maar.” Op mijn vraag wat dat moest kosten antwoordde hij met “Geen probleem, de helft bij mij en de helft bij een vriend.”

Dat was Macedonisch voor ‘een tientje de man’ en daarvoor kregen we een oud Ottomaans huis volledig tot onze beschikking, inclusief grotendeels vloeibaar ontbijt. “Oh, Stevce!” riep de brandweerman toen Jaap vroeg waar we moesten wezen in Kratovo. Hij stond al op ons te wachten voor de deur van zijn rotsmuseumpje, waar het ontbreken van heuse piramidestenen voor ons wel een gemis was. De helft van zijn expositie leek hij weggehaald te hebben uit de steile Shopska ulitsa die naar zijn huis leidde. Met een breedte van zijspiegels plus een beetje was het hier geen overbodige luxe om een Zastava of andere auto te rijden waarvan het niet erg was als hij stuk ging.

Terwijl de vrouwen nog met bagage leurden en zich vergaapten aan het fraaie 19e-eeuwse huis, de bloemenpracht in de tuin en de rode pepers die aan het balkon te drogen hingen, zat Gijs al lang en breed met Stevce aan de rakija. Meer dan drie mochten we er nog niet, want we moesten nog naar Kuklica, waar ruim honderd stenen pilaren een door erosie uitgesleten kom in de heuvels vulden. Een versteende bruiloft, waar twee geliefden, een peetoom en tientallen gasten gedoemd waren tot in de eeuwigheid op het feestje te blijven. Of iets korter misschien, want de pilaren verdwenen soms zomaar, terwijl er op andere plaatsen nieuwe opdoken. Dat krijg je ervan als je op één dag met twee vrouwen probeert te trouwen en één van de bruiden je plannetje doorheeft. Ik persoonlijk vond met één vrouw trouwen al veel van het goede.

Versteende bruiloft (EH)

Na een avond waarop ons maar liefst drie borden vol hete pepers werden voorgeschoteld (waarschijnlijk vroeg de ober steeds “Willen jullie nóg meer?!” in plaats van het “Heeft het gesmaakt?” waarop wij meenden te antwoorden), was het ontbijt er de volgende ochtend niet minder om. Kaasflappen, yoghurt en rakija – het ontbijt van kampioenen. Naast een gezellig tussendoortje en potent medicijn was rakija ook een uitstekende voorbereiding voor wie fysieke prestaties moest leveren, zoals het lopen in de bergen. Of heuvels, of misschien eerder hitte hier bij Kratovo. Daar mocht tijdens het tweede glaasje gerust een boompje over worden opgestoken. Hoe dan ook zouden we die ochtend naar het hogerop gelegen Gorni Kratovo lopen. Al snel stonden er zelfs geen Yugo’s of Zastava’s meer naast het stenige pad en werd de ezel het vervoermiddel bij uitstek. “Ah, Nijmegen!” riep een Macedoniër met een vol hout bepakt ezeltje uit. Hij had ooit nog een bekeuring gekregen op het Keizer Karelplein. Zonder ezel, dat dan weer wel.

Het idyllische Gorni Kratovo lag verscholen achter talloze abrikozen-, pruimen- en appelbomen. ’s Zomers werd hier vanalles verbouwd tussen de spaarzame huizen, voor Gorni Kratovo na de eerste sneeuwval jaarlijks in een spookdorp veranderde. Het leegstaande schoolgebouw lag er verlaten bij en ook de vulkanische druppels waar wij voor kwamen trokken weinig bekijks. Medicijnbalgroot was ons beloofd, en dat was niet overdreven. In de krater van een oude vulkaan lagen merkwaardige stenen ballen, voor zover bijklussende Macedoniërs ze nog niet hadden versleept. Een enorme bal lag in een witte zak klaar om verdonkeremaand te worden, maar daar het een zak van Oost-Europese makelij betrof stond Stevces zoon Jakim na wat inspanningen met een afgescheurde halve zak in zijn handen.

Op vulkanische eigenaardigheden en een overvloed aan fruit na bood Gorni Kratovo weinig vertier. Een vriend van Stevce, ooit journalist en nu als vutter voornamelijk hobbydistilleerder, was dan ook wat blij wat mensen naar zijn huis te kunnen lokken. De vraag was niet “Lust je een glaasje rakija?”, maar “Wil je van druiven of van pruimen?” Telkens als ik even een andere kant op keek werd mijn in tijden niet meer afgewassen glas in het geniep weer bijgevuld. Dit was weer zo’n land waar je voor de lunch al niet meer wist of je nou vier of vijf glazen rakija op had. Toen de fles leeg was mochten we het tellen opgeven. Over de oude Romeinse weg liepen we terug naar Kratovo, maar Jakim richtte zijn blik liever op Rusland. Niemand zat hier op de Europese Unie te wachten, met hun strikte regelgeving op gebied van kaas, alcoholische versnaperingen en andere vormen van huisvlijt.

Een stuk desolater dan 12.000 jaar geleden (GC)

Met Stevce en Jakim in onze auto’s reden we ’s middags naar Cocev Kamen, een megalithisch observatorium van een jaar of 12.000 oud. “Ah, vrienden van Stevce,” zagen de aan de weg controlerende politieagenten, waarna we zonder verdere vragen door mochten rijden. Maar er stonden er meer. Naar verluidt werd er lustig hout gesmokkeld in deze contreien, maar de politie zag ook wel dat wij geen ezeltje bij ons hadden dus ook hier mochten we door. Cocev Kamen had veel weg van het Thracische Perperikon in Bulgarije. Ook hier hadden de mensen uit de oudheid een zo onpraktisch mogelijke locatie voor hun stad uitgezocht. Op een boven het omliggende landschap uittorenende rotspartij waren traptreden en zelfs kleine zwembaden uit de stenen gehakt. Millennia oude rotstekeningen waren misschien nog wel interessanter. Een stralende Stevce ratelde maar door in het Macedonisch, terwijl de lol er voor Jakim na een bezoek of honderd ook nog lang niet af was. Adelaars nestelden op hoge rotspunten en bidsprinkhanen klampten zich vast in de weerbarstige begroeiing; verder bood Cocev Kamen een verlaten aanblik.

De maan verlichtte het oude observatorium al toen we in het donker terugreden naar Kratovo. Een uur lang slingerden we door desolate streken terug naar het Ottomaanse huis, waar een groepje kinderen zich niets aantrok van een rekbaar begrip als bedtijd en ons giechelend observeerde. Nog één keer pittig Macedonisch eten, nog één keer een ontbijt van Stevces vrouw Valentina en nog één keer de auto weinig vriendelijk gezinde Shopska ulitsa uitrijden. Wat een belachelijk idee om niet meer dan twee dagen in dit land door te brengen. De herdershonden en agressieve jongeren moesten we maar tegoed houden.

Nu is 't een hobby
Dat ruimen we nog op – echt waar!

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*