Hoogmoed

Elke Tour begint met hoogmoed. Drie medestanders vinden om 5500 kilometer lang dicht op elkaar gepakt in een aftandse Golf naar de kleinste en misschien wel saaiste landen van Europa te rijden? Laat dat maar aan mij over. Onszelf laveloos drinken terwijl we 2000 kilometer op brommers door België en Nederland afleggen? Daar draaien wij onze hand niet voor om. In slechts negen dagen tijd 6300 kilometer rijden om in zeven zeeën te kunnen zwemmen? Een peulenschil voor getrainde chauffeurs en waterratten als ons. Zonder kleerscheuren laveerden we door de mijnenvelden die Bosnië-Hercegovina, Macedonië, Servië en Kosovo zijn, haalden we ruim € 2000 aan sponsorgeld op om whisky te kunnen drinken in Schotland en werden we toegejuicht in het dictatoriale Wit-Rusland.

Alles komt goed (GC)

Hoogmoed zou voor ons geen probleem worden tijdens onze zevende Tour. Voor de zevende maal was ‘zeven’ het thema en we waren dan ook behoorlijk over onszelf te spreken. Eigenlijk vonden we onze Tourplannen van legendarische proporties, maar hoogmoed hangt dan ook nauw samen met ijdelheid. Ook op dat vlak liepen we er weer patent bij, met de steeds mooier wordende ontwerpen van Eva op onze T-shirts, vesten en hoodies. Dit keer stond er zelfs een naakte vrouw op – op onze oproep voor een model kregen we maar liefst twee positieve reacties. Het was voor ons geen reden om op onze lauweren te rusten. Nog niet althans – luiheid zou later deze Tour nog ruimschoots aan bod komen. Eerst moest er zo snel mogelijk naar Oekraïne gereden worden.

Oekraïne, hoorden we daar de laatste tijd niet regelmatig over in het nieuws? Een land waar een oorlog dan wel burgeroorlog woedde, afhankelijk van welke lezing je wilde geloven; waar steeds meer troepen in staat van paraatheid werden gebracht aan weerszijden van een betwiste grens en waar heel het zich van het Sovjetjuk bevrijde Oost-Europa zich zorgen om leek te maken. Een land waarover ons Ministerie van Buitenlandse Zaken juist deze week een extra waarschuwing had uitgeschreven: mijd in het weekend van 1, 2 en 3 mei grote steden in Oekraïne in verband met festivals die mogelijk uit de hand lopen. Nu naar Oekraïne reizen, was dat nou wel zo’n goed idee?

Jazeker was dat een goed idee! En fitte jongens als wij moesten dit ritje van achttien uur toch met twee vingers in de neus kunnen rijden. Nou ja, de andere drie dan toch in ieder geval, want zelf hield ik het om half vijf ‘s ochtends al niet meer van de adrenaline. We gingen tenslotte op Tour! Goed uitgeslapen op pad was er voor mij na een drukke werkweek niet bij. Voor Daan trouwens ook niet: die was de hele week druk bezig geweest met verhuizen en liep op zijn tandvlees. Dan had Gijs een stuk langer geslapen, al had die dan weer iets te veel speciaalbiertjes op in het café. Hetzelfde café waar Jaap hem betrapte en tot half drie had zitten drinken. Toch, een blik van verstandhouding was toereikend: wij zouden vannacht naar Oekraïne rijden. Op naar Kam’ianets’-Podil’s’kyi!

Tijd voor een feestje (JS)

Op papier bestond er geen ijdeler stad in heel Oekraïne. De plattegrond toonde de rivier de Smotrych die zich in een speelse lus wrong die je normaal gesproken alleen op landkaarten in fantasyboeken vindt. Een diepe kloof omsloot de oude binnenstad op één enkele toegangsweg na. Een gigantisch middeleeuws kasteel versperde de toegang tot deze natuurlijke brug. Een prachtig decor, maar hoe zouden wij de zonde hoogmoed dan wel ijdelheid hier gestalte geven? Hulpvaardige vrienden beloofden spuitbussen spray-tan opdat we het kasteel met gebronsde borstkassen konden betreden, maar een Manowar revival bleef door vertraagde levering uit. Verkleed als Poetin, werd er geopperd. Of kam elkaars baarden eens. Er werd zelfs een toneelbewerking van onze Tours voorgesteld, met Daan, Gijs, Jaap en Fiepke als zichzelf in de hoofdrollen.

We hadden natuurlijk ook al de nodige ervaring op dit vlak. Zelfoverschatting was aan de orde van de dag waar het de reparatiekunsten van Daan en Jaap betrof, waardoor eerstgenoemde nu met twee niet werkende brommers zat en laatstgenoemde voor al zijn investeringen op gebied van vervangende onderdelen ook een veel betere motor in de garage had hebben kunnen staan. Of neem Jaaps boude bewering dat die hele Tour de France weinig voorstelt en hij de rit met een jaartje trainen ook best zou kunnen rijden. We zouden zijn capaciteiten snel genoeg in beeld krijgen, op een mountainbike in de heuvels van Moldavië. Gijs daarentegen zag zijn hoogmoed regelmatig beloond, zoals die keer dat hij na vertraging tegen de luchtvaartmaatschappij van leer trok en er twee gratis vliegtickets aan overhield. Zelf was ik zonder twijfel de ijdelste van de groep. Mijn moeder had me niet harder kunnen raken dan vorige maand toen haar opviel dat ik dik werd.

Waren we hier gisteren ook? (GC)

Ook de douaniers speelden goed in op onze hoogmoed. De Polen verdachten ons er nog van dat we naar de Volksrepubliek Donetsk wilden rijden, maar na het misverstand verschrikt recht te hebben gezet mochten we door naar hun Oekraïense collega’s. De vrouw die daar de vragen stelde schatte goed in dat we best bereid waren tot een kleine uitbreiding van onze achttien uur durende rit. “Kam’ianets’-Podil’s’kyi? Ja, dat is een mooi stadje, maar gaan jullie ook naar L’viv?” wilde ze weten. “Nee, daar ben ik al ooit geweest,” antwoordde ik. “En je vrienden dan?” Nee, die niet. “Het is daar vandaag feest. Daar kunnen jullie lekker bier drinken.” Ik pareerde dat we daarna nog vier uur moesten rijden naar Kam’ianets’-Podil’s’kyi, maar de dame wuifde mijn bezwaren weg. “Hij rijdt toch?” wees ze naar Daan. “Dan kunnen jullie met z’n drieën aan het bier. Ik sta niet toe dat jullie Oekraïne binnen rijden zonder dat je je vrienden L’viv laat zien.” We dachten aan de waarschuwing over festivals in grote steden, vroegen ons af of L’viv – berucht om zijn nationalisme en vurige onafhankelijkheidszin en met driekwart miljoen inwoners de grootste stad in West-Oekraïne – hiertoe gerekend werd en stemden tenslotte hoogmoedig in.

Een uur later reden we een regenachtig L’viv binnen voor een ontbijt dat bestond uit de Oekraïense variant van een frietje kapsalon. Dat het oorlog was in dit land kon je onmogelijk ontgaan. Langs de snelweg (of de gatenkaas die daarvoor door moest gaan) rekruteerden billboards voor het Oekraïense leger. Op de druilerige festivalmarkt vonden we Poetin wc-papier en Poetin deurmatten. Dat de Oekraïeners hun voeten aanvegen met de Russische president zagen we ook bij het Pravda Biertheater, waar naast het overheerlijke Putin Huilo (blond, sterk en bitter; met op het etiket Medvedev braaf op schoot) ook de westerse leiders een veeg uit de pan kregen. Obama werd als karikatuur naast Homer Simpson neergezet van wie het Oekraïense volk nog altijd geen hulp had gekregen. Gelukkig was er wel Obamahope (inderdaad – donker bier). En dan was er nog Angela Merkel die in een strak paars pakje dat ’40-’45 schreeuwde op het etiket van Frau Ribbentrop (een heerlijke lichtblonde ale) prijkte, geflankeerd door een Duitse en een Russische beer. In de week na ons bezoek werden een kleine vijftig bezoekers van het fel anti-Russische Pravda met voedselvergiftiging in het ziekenhuis opgenomen. Toeval, nalatige hygiëne in het etablissement of een complot? Het laat zich raden in welke richting de Oekraïeners hun verklaring zochten.

Als ik even oefen kan ik dat ook (GC)

De behulpzame douanière had ons niets te veel beloofd met haar lekkere biertjes, maar verder waren we snel uitgekeken op L’viv met zijn talloze mede- en kvaskraampjes, romantische straten vol van de regen glimmende straatkeien en tenten met foto’s van gevallen militairen waar geld werd ingezameld voor het Oekraïense leger. Twee dagen voor vertrek had één van de veren van de Golf het begeven en dat was nou eens echt geluk hebben. De oude veer had de hellerit van L’viv naar Kam’ianets’-Podil’s’kyi over erbarmelijke Oekraïense wegen nooit overleefd, maar afgezien van het noodweer bereikten we de museumstad nu zonder problemen. Een bruine rivier van modder stroomde vanaf het kasteel de heuvel af. Door diepe plassen reden we over de oude Turkse brug die volgens de Bradt gids niet geschikt was voor auto’s de historische binnenstad in. Onze kamers in het pal aan de diepe kloof om de stad gelegen Grand Canyon waren niet duur, dankzij de kelderende hryvnia. Dat gold ook voor de halve liters bier en Oekraïense vleesgerechten, wat ons deed besluiten op het festivalterrein nog maar eens zes porties shashlik te bestellen als toetje. Ook in Kam’ianets’-Podil’s’kyi was het feest en dat betekende meisjes die zich voor hun optreden vlak voor ons omkleedden zonder zich iets van ons aan te trekken en flessen wodka voor iets minder dan vijf euro.

Na twee flessen wodka, een stuk of vier halve liters de man en wildplassen bij de politie, belandden we op de één of andere manier in de mensenstroom op weg naar het verlichte kasteel. Gijs donderde bij het maken van een foto al haast van de brug af, maar de avond had nog veel meer drank voor ons in petto. Op het ritme van opzwepende folkmuziek wervelden we hand in hand in een ketting van mensen over het festivalterrein, waarna ons glazen samogon in de hand werden gedrukt. Vanaf dit moment zijn de herinneringen getroebleerd en sporadisch. Van hoe ik was thuisgekomen en bij wie ik in bed lag had ik geen idee. Gijs praatte me ‘s ochtends bij, terwijl ik kreunend met mijn hoofd op de ontbijttafel steunde. Het was zondag – “Varenikidag,” volgens de sympathieke Nasser. “It will be easier after this,” moedigde hij me aan, maar ik kreeg de kom vol deegflapjes met vlees niet weg. De salade en appeltaart ook niet, dus dat was mooi tweeëneenhalve euro weggegooid. Nou ja, Daan ontfermde zich barmhartig over mijn ontbijt. En over dat van Jaap, die was achtergebleven op onze hotelkamer.

“Eerst kwamen we Vlad tegen, die ons uitlegde waar de fakkels voor waren,” vertelde Gijs. “Ik weet niet meer waar dat precies voor was. Daarna zagen Daan en jij mensen samogon drinken en bleven jullie ze strak aanstaren. De Oekraïeners zagen jullie, staarden terug en hop, we hadden allemaal samogon! Daarna kregen we kaas, komkommer en hompen vlees.” Gijs beweerde dat ik vervolgens een tafel met zeven Oekraïeners entertainde en ook in deze hopeloze staat nog een aardig woordje Russisch sprak. Toen we door de politie naar huis werden gestuurd moest er nog met menig Oekraïener geknuffeld worden en bestelde ik in een winkel in vloeibaar Russisch datgene wat Gijs op dat moment nodig achtte. Nogmaals, ik leun hier een beetje op zijn relaas daar mijn herinning me een beetje in de steek laat.

Even weg van de samogon (JS)

Gijs’ overlevering van de feestavond won aan geloofwaardigheid toen we na ons ontbijt door het stadje liepen en prompt door de eerste de beste Oekraïener omhelsd werden. Even verderop minderde een auto vaart, werd het raam geopend en werden we luidkeels begroet met gezwaai en drinkleuzen. Het was gisteren blijkbaar erg gezellig. Een heel andere ervaring dan negen jaar geleden, toen ik me voornam Oekraïne geen tweede blik waardig te gunnen. Ik was blij dat ik me had bedacht, al betrof die tweede blik op dit moment vooral de straatstenen van Kam’ianets’-Podil’s’kyi terwijl ik op ruime afstand achter Daan en Gijs aan strompelde.

Bij Khotyn, een 15e-eeuws kasteel aan de Dnjestr, was ik gelukkig al iets meer in staat te genieten van het uitzicht. Busladingen toeristen (maar wel louter Oekraïeners) overspoelden het machtige bouwwerk dat ooit weerstand bood tegen 250.000 Turken, kamelen, muildieren en olifanten. Een schamele 35.000 verdedigers riepen hier de opmars van de Ottomanen een halt toe en daar zijn ze nu in Oekraïne nog trots op. Hoogmoed? Misschien wel, want het kasteel ging in de volgende eeuwen over en weer tussen Turken en Russen, maar de traditionele klanken van de bandura kleurden dergelijke overpeinzingen toch in het voordeel van de Oekraïeners. Wij volhardden in ieder geval in onze hoogmoed: na de wandeling door Kam’ianets’-Podil’s’kyi en ons bezoek aan Khotyn stonden er vandaag nog een autorit van ruim vier uur, een mountainbiketocht en een bezoek aan een grottenklooster in Moldavië op de planning. Ach, we hadden wel drukkere dagen gehad op onze Tours.

Gulzigheid
L'étrange couleur des larmes de ton corps

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*