Identiteit en transformatie

EVA'S REFLECTIES OP DE REIS

Thuis vraag ik me tenminste maandelijks af wie ik eigenlijk ben en waarom we ook weer op aarde zijn. Ik kom daar eigenlijk nooit goed uit; als ik mijn identiteit ontleen aan mijn werk, doe ik mezelf tekort en dat geldt ook voor de identiteit van moeder, partner, iemand-die-op-goed-geluk-in-Drenthe-gaat-wonen. Ergens had ik hoop dat een wereldreis me antwoorden zou geven. Maar we zijn ondertussen verdorie meer dan een maand onderweg en het wordt alleen maar moeilijker. Ik ben nu ook wereldreiziger, gast, toerist. Ik kampeer als een nomade op de steppe en logeer in smakeloos ingerichte appartementen. Ik laveer de bus urenlang over wegen vol gaten en stuntel op de grens wanneer me in het Russisch instructies worden toegeroepen om de rij te kunnen passeren. Ik ren met de kinderen achter hagedissen aan. Wie ik denk dat ik ben, laat ik nog steeds bepalen door de omgeving. En dat zegt natuurlijk nog steeds niets over wie ik ben, alleen over wat ik doe. Ik kan die zoektocht naar mezelf maar beter uitstellen tot later, als ik er tijd voor heb.

Ondertussen is er zoveel te zien. Zoals hoe Joost zijn tijd niet gebruikt voor mijmeren, maar zichzelf opnieuw uitvindt. Waar ik thuis geen moeite heb om op mijn werk te zeggen dat iets stom geregeld is, of dat ik het graag anders wil, is Joost daar altijd terughoudender in en wacht liever tot het vanzelf geregeld wordt. Op reis zie ik hem echter transformeren tot iemand die met flair de dingen regelt, ook als je denkt dat het onmogelijk zal lukken. Vol verbazing zie ik hoe hij zich de grens overbluft, hoe hij grapjes maakt met douaniers. “Brat”, noemen ze hem. Broer – volgens mij ben je dan binnen. Fiepke-geluk in actie; met charme en onschuld zorgen dat alles je gegund wordt. Deze kant kende ik natuurlijk al van eerdere reizen, maar nu we voor grotere moeilijkheden komen te staan die zeker zo gemakkelijk worden overwonnen, wordt het wel heel overtuigend. Daar moeten we thuis toch ook meer mee kunnen doen?

In Kazachstan krijgen tijd en afstand een andere betekenis. Twee uur rijden is om de hoek; 200 km is een klein stukje. Als ik dat vast kan houden, kom ik thuis makkelijker langs in Antwerpen, Heerlen of Oegstgeest. Dagenlang rijden we over de steppe, die je zou kunnen zien als een saaie vlakte, maar van dichtbij bekeken bezaaid is met heldhaftige plantjes. Met de geschiedenis van de regio in het hoofd zie je de troepen van Dzjengis Khan stof opwerpen. We zien afstammelingen van die troepen wilde paarden temmen. De steppe is het mooiste dat hier te zien is; de huizen in de steden worden door modder omringd, maar in de steppe vinden we overal ruimte om te kamperen. In de avondschemering volgen we de rituelen in een ondergrondse moskee. De sterrenhemel boven het marslandschap van Bozhira toont me nog meer waarheid – er is zoveel dat we niet zien en niet begrijpen. Wie ben ik nu helemaal?

Steppegras
Onbeminde oorden (deel 2)

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*