It shall be sausage to me

Heel romantisch en alles, maar dit is dus geen zonsondergang (AP)

Inmiddels was het alweer tijd voor dinsdag 17 juli en de verveling liet vergeefs op zich wachten. Met een klein groepje stonden we voor dag en dauw op om de zonsopgang boven de Zwarte Zee te bekijken. Het water was om half zes al aangenaam warm. Dat de zon boven een landtong opkwam mocht de pret niet drukken en in het oranje licht werden de meest clichématige romantische foto’s gemaakt. Omdat Joost er niet was (combinatie van vroeg/geen koffie) moest Annelies met andermans vriendjes op de foto. Na het ontbijt hielden we een vervroegde siësta, waarna we met z’n vieren (Judith, Frank, Eva en ik) naar Oekraïne wilden wandelen dan wel zwemmen. Dit lukte niet doordat we door een enorm rietmoeras moesten lopen, wat ik na enkele tientallen snijwonden maar opgaf.

Achteraf maar goed ook, want ik zou vast lekgeschoten zijn. Na het avondeten wilden we namelijk naar het strand, omdat we hadden gehoord dat er zeevonk in het water zat (dat geeft licht). Twee soldaten langs het zandpaadje hielden ons tegen en begonnen al enthousiast over hoge boetes te buurten. De hele zeekust was immers grensgebied, en daar mocht je tussen zonsondergang en -opgang niet komen. En, zoals de meesten nu wel weten, alles wat in Roemenië politieman of belangrijker is loopt met automatische geweren rond. Dan maar op straat wodka en bier drinken, vond de rest van de groep. Helaas mag dat in Roemenië ook niet, dus ik nam het zekere voor het onzekere en ging een keer vroeg naar bed. Die nacht, slapend in de slaapzaal in een soort jeugdherberg (we hadden met de hele groep drie slaapzalen tot onze beschikking; Judith, Maarten, Eva en ik hadden twee stapelbedden tegen elkaar aangeschoven om twee tweepersoonsbedden te krijgen; een mooi contrast met Joost en Annelies die niet eens in dezelfde zaal sliepen), werden we gewekt door het herhaaldelijk tegen de vloer klatsen van een kwalijk riekende vloeistof. Het bleek Bas den Herder, alias Has den Berder uit Maïsbrood, the movie te zijn.

In de andere zaal bleek Jelmer Poelstra, alias Poelmer Jelstra uit Maïsbrood, the movie iedereen te hebben gewekt. Op een stomdronken Martijn Bunskoek, alias Buntijn Marskoek uit Maïsbrood, the movie na dan (volgende ochtend verbaasd: “Hé, heeft er iemand geklotst?” Waar Bas slechts zijn eigen spullen van een krokant laagje had voorzien om vervolgens met spijt over zijn toestand neer te kwakken bij Maaike in bed, bleef Jelmer rustig slapen terwijl er dikke stralen uit zijn mond spoten, niet alleen zijn spullen maar ook zichzelf ermee bedekkend.

Na een koude douche kwam een schone Bas nog altijd dronken en zingend “De deur moet dicht want er zijn muggen op de gang, muggen op de gang, muggen op de gang” terug in een ander, zuiver bedje liggen. Hij kreeg een plastic zakje voor noodgevallen, maar kon moeilijk begrijpen dat er nog niets inzat. Jelmer verging het minder goed in de andere zaal, want zodra hij in slaap viel begon het ritueel weer van voor af aan. Ik zit net te denken dat als ik aan die flauwekul had meegedaan ik waarschijnlijk Smepke Fiets had geheten.

De wekker ging woensdag wederom vroeg, want Frank en Paulien vonden het mooi geweest en gingen op huis aan. Daar zat ik dan, als enige niet JNMer tussen de vogelfreaks.We hadden een bootje gehuurd en gingen noordwaarts, over het water (ja, je hebt zo je beperkingen met een boot) richting Periprava. Aan de overkant van het water Oekraïne, onbereikbaar voor de boot, want het kanaal was hier afgesloten. Door de verrekijker zagen we ze wel, de Oekraïners. Kleine mannekes met drie ogen en kroeshaar.

Voor eigen gebruik zeker (EH)

Langs het stoffige zandpad naar Periprava aten we ons ongans aan de pruimen. Vette schijt aan de diarree als je nu kunt genieten. Ook in dit dorp was op de stoffige straten geen auto te zien. Na even zoeken vonden we een winkeltje waar ze water verkochten (niet koud, alleen het bier lag in het koelkastje); daarna konden we op zoek naar het Letea oerbos. Al snel kwamen we erachter waarom dit woud verboden gebied is: het staat vol met cannabis (= drugs). Wat garant stond voor enkele olijke foto’s. We zagen ook nog een moerasschildpad over de weg lopen, dat was ook best mişto. Terug in de boot regende het een beetje, dus alle Roemenen en Bas doken snel in de overdekte trekschuit.

Na een heel repertoire aan muzikale evergreens te hebben afgewerkt besloten we de tijd middels ‘Hints’ te doden. Maarten begon met een ‘saying’: ‘Now the monkey comes out of the sleeve’. In het Engels, want de tofste Roemeen, Julian, zat bij ons in de boot. Niet dat hij ook maar iets goed raadde, want Jeroen, Judith en ik raadden alles en bleven bij Oerhollandse verengelsingen als ‘being sent with a (…) in the reed’, ‘it shall be sausage to me’ en ‘east west home best’. De nieuw geïntroduceerde categorie ‘commercials’ bracht vervolgens ‘chicken, the most multiple-sided piece of meat, chicken’ en ‘live yourself out with vegetables and fruit’. Balen dat ik toen ‘Mona, the dairiest spoiler’ nog niet had bedacht. Het werd dus een enorm mealy boottripje en veel mensen hadden de weak laugh.

Nauwelijks bijgekomen van het lachen ging de wekker donderdagochtend alweer om zes uur. Laat me nou toch eens met rust man. Als zelfstandinge Nederlanders gingen we eens uitzoeken hoe het nu echt zat met de overvolle camping in Crişan, het gebrek aan douches en wc’s, het onmogelijk aan genoeg eten kunnen komen en de schrikbarend hoge prijzen.

Voel je ‘m al aankomen? De camping was verlaten, een tent opzetten kostte nog geen twee piek per nacht, de plaatselijke winkel had veertien soorten bier, boeren wilden graag wat eieren en aardappels aan ons verkopen, een visser die elke twee dagen naar Mila 23 voer zou groente en fruit voor ons meenemen en er zaten gaten in de grond waar je in kon poepen. Er was verder nog een bar op de camping en af en toe had je beschikking over stromend water. Zwemmen en wassen kon altijd in de Donau. Enige minpunt was de zak van een eigenaar, en daar maakten we de eerste middag al kennis mee. Iedereen moest zijn tent verplaatsen, wat er op neerkwam dat iedereen nu ineens bij onze tent en die van Judith en Maarten kwam te staan.

Na een middagdutje was het wederom tijd voor Catan. Na Annelies vernederd te hebben was ze uit op wraak en gedroeg zich hierbij als een ontketende furie. Waarmee bewezen is dat Catan geen geluksspel is: ik verloor nipt na zes gewonnen partijen. Gelukkig was Joost daar om me op af te reageren. ‘s Avonds wou ik nog groene padden gaan bestuderen, maar om één uur liep ik al als een zombie rond.

De volgende dag probeerde ik het beter aan te pakken en sliep lekker uit, om vervolgens de hele dag te luieren. De hele week was het al boven de 35 graden en na twaalven was het zelfs in de schaduw te heet om te slapen. Of om iets anders te doen. Tegen het eind van de middag kwamen de Roemenen ineens naar ons toegerend. We moesten het kampterrein snel opruimen, want de burgemeester kwam eraan om veren in onze reet te steken. Ik kon me levendig voorstellen dat dit de oudste truc uit het Roemeense boekje was (en velen met mij) en nam me voor hem te onthouden om later bij mijn eigen kinderen te gebruiken (“Ruim snel je kamer op! De burgemeester van Crişan komt eraan!”).

Ik had gelijk: het bleef bij de loco-burgemeester en die liet zijn gezicht alleen in de bar zien. Terwijl iedereen zich ongegeneerd aan het bezatten was liep ik die avond dus weer duf groene padden te wegen en door de beesten ondergeplast te worden. Om twee uur was ik het beu, precies op tijd om de laatste slok palinca uit de fles te nuttigen en een straalbezopen Jeroen naar zijn tent te escorteren (zelfverzekerd: “Hier is het!” toen we hem de rits van de tent wezen).

Caraorman: waar mannen met bijlen in het café zitten
Achterstallig onderhoud & openstaande rekeningen

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*