Je kunt hier van het dak eten

Er was geen misverstand over mogelijk. “Door jouw geweldige idee vorig jaar om me vijf maanden in de steek te laten had ik eigenlijk geen keuze. Ik moest je wel achterna reizen naar Roemenië. Daarom mag ik dit jaar kiezen waar we heen gaan. We gaan naar Portugal. Punt uit.” Eva had natuurlijk wel een beetje gelijk. Ongeveer net zoveel gelijk als Patricia had toen Willem zijn rijbewijs in kon leveren na dat akkefietje met dat hoge alcoholpromillage. “We gaan naar Normandië, want ik rij,” legde ze vinnig uit. Ik was al lang blij dat ik niet het soort vriendin heb dat graag naar Frankrijk wil, en tegenzin veinzend gaf ik na wat mokken toe. Mijn zin kon ik later nog vaak genoeg doordrukken.

Was het een film geweest, dan zou het beeld nu vertroebelen. Onze zeldzame vakantie in West-Europa (en dan ook goed westwaarts, al zal het de topografisch begaafde medemens niet zwaar vallen minstens twee westelijker gelegen Europese landen te noemen) vond namelijk plaats tweeëneenhalf jaar voor ik deze verhalen opteken. Als biologiestudent in dubio wist ik al een tijd dat ik niet mijn hele leven bioloog wilde zijn. Wel wilde ik graag een universitair diploma. Toch lachen, zo’n papiertje. Om een vijfde jaar studiefinanciering te verdienen was ik begonnen aan een derde stage van een half jaar. Met muizen vangen en zo – echt biologisch.

Een zonvakantie - ik beken! (EH)

Om de door de IB-groep gestelde deadline te halen zou ik nog de hele zomer door brandnetels moeten ploeteren met mijn stagebegeleider, mentor en vriend Sander ‘Sunderstruck’ Wijnhoven, beter bekend als ‘The Manimal’. Sander scheert zich elk jaar twee keer, maar dit terzijde. Waar pleziermijdende wetenschappers me zouden wijzen op het feit dat ik onmogelijk zes maanden stage en een vakantie in een half jaar tijd kon proppen leende Sander me juist een reisgids uit. Hij kwam net terug uit Portugal, waar hij een oud-stagiaire had bezocht.

Eva wilde graag naar Portugal omdat ze al jaren schreef met ene Miguel uit Marinha Grande, een Eindhoven-achtige plaats maar dan kleiner aan de Atlantische Oceaan. Wanneer we hem zouden bezoeken was al afgesproken; de reis was nog niet geboekt. We gokten op last-minute tickets. Portugal heeft drie vliegvelden (Lissabon, Porto en Faro) waar vaak tickets voor bleven liggen. Het was mei en vliegen was niet duur met al die terroristen aan boord waar niemand naast wou zitten. Fiepke-geluk bracht ons twee kaartjes naar Porto; niet naar Faro in de Algarve dat erg, erg ver weg van alle leuke stukjes Portugal bleek te liggen.

Portugal is helemaal niet zo’n rijk land. Het is eigenlijk arm. Zo is het spoorwegennet rudimentair. We wilden graag naar het noorden reizen, maar de meeste spoorlijnen bleven beperkt tot onze landkaart. Door de aanhoudende economische regressie waren de meeste stations buiten gebruik geraakt. Wie had er tenslotte ook iets te zoeken in het desolate noorden?

Da's toch geen trein?! (EH)

Het vinden van het juiste treinstation in Porto was al een hele toer. Om negen studiepunten te halen – op mijn stage na de laatste studiepunten die ik nodig had – studeerde ik al maanden Spaans als bijvak op de universiteit. Vlak na onze vakantie zou ik een belangrijk mondeling tentamen hebben. Zakken zou nog heel wat maanden langer studeren betekenen, maar daar dacht ik liever niet over na. Totaal zinloos die kennis van het Spaans, hier in Porto. Niet alleen leek het Portugees niet op de taal van het buurland; het Portugees was ook nog eens een lelijke rottaal die niet om aan te horen was. Alsof alle woorden door een endeldarm gesproken werden. In de winkel tegenover het station gaven we af op de vieze stinktaal die hier onafgebroken uit alle kelen gorgelde, waarop de caissière ons strak aankeek. “Nederlands is anders ook niet makkelijk hoor!” gaf ze ons een koekje van eigen deeg. Ja, daar had zij dan weer gelijk in.

De kaart met daarop het spoorwegennet was onbedoeld komisch. Net als de Algarve lagen de spoorlijnen nergens dicht bij de leuke delen van het land. Met de trein kun je in Oost-Europa (Moldavië daar gelaten, maar Moldavië moet ook daar blijven) normaliter heel wat meer van je reisdoelen bereiken, maar hier waren we op de bus aangewezen. Alleen de eerste etappe ging per trein, maar niet voordat we weer in het Nederlands werden aangesproken. Oeioeioei, was het hier echt zo toeristisch?

Nou nee, bleek al snel. De vallei van de Douro deed oriëntaals aan met zijn vele kleurrijke terrassen. Hier in de heuvels deden de Portugezen niets liever dan port verbouwen in druifvorm. Bocht voor bocht gleed de Douro in de diepte aan ons voorbij, tot de trein in Tua (dat ligt aan de Tua) kleiner werd. Er bleef niet veel meer dan een bestelbusje op rails van over. Of die ene wagon echt op batterijen reed weet ik niet, maar het leek er verdacht veel op. Moeizaam kroop het ding langs bergwanden dieper het land in. Zonder waarschuwing parkeerde de machinist zijn treintje bij de resten van een verlaten spoorhuisje midden in een kloof. De weinige reizigers, allen Portugezen, waren hier op voorbereid en stapten uit om een sigaret te roken.

Als iedereen zo’n haast had als deze machinist en zijn passagiers is het geen verrassing dat de economische situatie in dit land niet rooskleurig te noemen valt. Op de camping in Mirandela hadden mensen zelfs tijd genoeg het dak van hun camper te dweilen. Ik mocht van Eva geen foto maken. Toegegeven, het zag er amusanter uit dan een arbeider achter de lopende band in een of andere productiefabriek, maar met dergelijke strapatsen kon het Portugese volk toch niet het geld verdienen dat zo hard nodig was om de drie dagelijkse sportkranten te bekostigen.

Ach ja, met al die toetredingen uit Oost-Europese hoek zou Portugal vast niet lang het armste land van de Europese Unie blijven. Tot die tijd voelden de Portugezen zich saudade (over deze gemoedstoestand doen ze heel geheimzinnig, maar het komt er gewoon op neer dat ze boven een glas Tagus-bier mistroostig voor zich uit zitten te staren), dus wij verkozen een avondwandeling boven het campingrestaurant tot de dorst te groot werd. Eerlijk is eerlijk, Tagus was lekker; het goede bier en mediterraan klimaat bevielen ons wel. Stom dat we al na één avond besloten naar Trás-os-Montes te reizen. Daar werd nattigheid niet door kelen geabsorbeerd, maar door kleding.

Weinig Portugezen voor zoveel Portugal
Met Vacuoles naar de Efteling

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*