Kielhalen, die Albanezen

De Vervloekte Bergen zouden we niet meer terugzien. In het holst van de nacht werden we gewekt om onze lift naar Bajram Curri niet te missen. Bajram Curri, de onheilspellende plaatsnaam die menig dappere Albanees doet sidderen. Na een in een sigarettendoosje gevangen schorpioen vrij te hebben gelaten stapten we slaapdronken in het busje dat ons weg zou voeren uit de streek waar bloedwraak hoogtij vierde, om ons naar een regio met modernere verschrikkingen te rijden. Het duister van het aan Montenegro grenzende gebied maakte plaats voor een grauwe schemering in de aan Kosovo grenzende regio.

Het was zes uur ‘s ochtends, maar Bajram Curri was één en al bedrijvigheid. De omringende bergen leken het daglicht niet toe te willen laten tot de stad waar Edvin en consorten het liefst geen volle minuut hadden willen blijven. Veel keus hadden we niet: een lift naar de veerboot in Fierzë was niet bespreekbaar en de minibus naar het Komani-meer vertrok pas twintig minuten later. Een mooie gelegenheid voor onze vrienden om zich wat meer open te stellen voor het stadje waarover ze zo bevooroordeeld waren.

Veerboot (EH)

In het noorden van Albanië heerst nu eenmaal een agressieve, vijandige sfeer, zo menen de zuiderse Albanezen te weten. Hun landgenoten in het noorden weten juist zeker dat je in het zuiden gegarandeerd bestolen wordt. Al met al weet in het hele land niemand iets over welke plaats dan ook buiten hun eigen district, maar dat weerhoudt hen er niet van foutieve informatie te spuien, zoals ik al eerder heb opgemerkt. Na de spectaculaire rit door het niemandsland van de nauwe Valbonë-kloof, die ik graag nog eens bij daglicht zou willen maken, smaakte een kopje thee of koffie ons goed. Hoewel de ambiance door de gestaag vallende regen minder vrolijk was bleken de Bajram Currinaren bijzonder sympathiek – net als Albanezen eigenlijk. Ze gaven ons zelfs een seintje toen het tijd was ons vroege cafébezoek te beëindigen.

De minibus naar Tiranë stond ronkend op ons te wachten. Tiens. Tiranë? De landkaart raadplegend zag ik mijn vermoedens bevestigd. De hoofdstad lag om en nabij de tweehonderd kilometer zuidwaarts van Bajram Curri. Louter kleine rode lijntjes verbonden de stad met het Komani-meer en vervolgens het meer met een redelijke weg die we vlak onder Shkodra zouden bereiken. De prijs van de veerboot was bij het busticket inbegrepen.

Er was nog net voldoende ruimte op het schip voor ons busje. Stipt om zeven uur klonk de scheepshoorn ten teken van vertrek. Maar goed dat wij Albanezen niet op hun woord geloven (en jongetjes uit Rragami al helemaal niet), anders hadden we om acht uur mooi met de gebakken peren gezeten. Een tweede tocht zou de veerboot niet maken, zo hoorden we. Wie de eerste en enige dagelijkse verbinding miste moest een vol etmaal wachten op een nieuwe kans. In de winter vertrok het schip inderdaad dagelijks om acht uur, maar de klok van het veer werd bij de omschakeling naar de zomertijd niet verzet, in tegenstelling tot de miljard klokken waarmee dat jaarlijks in Europa wel gebeurt.

Onbereikbaar zonder boot (EH)
Het was koud. Er stond een stevige wind en de bergen zorgden ervoor dat het ‘s ochtends vroeg bijzonder fris was op het schip. Zoals Gillian ons beloofd had bleven de meeste Albanezen binnen om twee uur te roken, of ze bleven in hun auto zitten. Gelukkig werd er byrek verkocht: tegelijk ontbijt en iets warms. Edvin zag tot zijn ontsteltenis dat de laatste twee flappen aan de man voor hem in de rij verkocht werden. Ja, meneer de jonge Oost-Europeaan, zo ging dat vroeger tijdens het communisme. Het lange, vergeefse wachten werd al snel uit Edvins gedachten verdrongen door de kou. Aspirant-ADHDer Ilir hielp hem warm te blijven door samen rondjes te rennen op het schip en klapspelletjes te spelen.

Het Komani-meer is een stuwmeer dat in de jaren ’70 werd aangelegd. De boottocht wordt slechts door een enkeling als één van de meest spectaculaire ter wereld beschouwd, maar dat komt vooral doordat weinig mensen bij hun volle verstand voor Albanië als vakantiebestemming kiezen. De grillige bochten van het meer verrasten ons steeds met nieuwe passages tussen de hoog boven ons uit rijzende rotswanden. Het had allemaal een hoog Lord of the Rings-gehalte. Je weet wel, die scène waarin ze met kano’s (niet de koeken maar de boten) tussen die twee enorme beelden door varen.

Gigantische standbeelden van voorouders hadden ze hier niet, maar wel mensen die evenmin ergens heen gingen. Net als de wachters uit Tolkiens verhalen bleven de inwoners van Apripa e-Gurit en Berisha waar ze waren. Ooit, bijna veertig jaar geleden, waren deze dorpjes per weg bereikbaar. Sinds het stijgen van het water leken de huizen vastbesloten de bergwanden niet los te laten. Liever dan te verhuizen naar begaanbaarder streken bleven de dorpelingen trouw aan hun geboortegrond. Enkel per roeiboot konden ze andere dorpen als Fierzë bereiken. Op de weinige en meestal erg kleine, zacht glooiende plateaus verbouwden ze maïs en granen; boomgaarden waartussen enkele geiten en koeien graasden zorgden ervoor dat de geïsoleerde dorpen grotendeels zelfvoorzienend waren.

Komanimeer (EH)

Het moet heerlijk zijn een hele dag in zo’n sprookjesgevangenis door te brengen. Korter is geen optie door het éénmaal daags passeren van de veerboot en doordat de per roeiboot naar het dichtstbijzijnde dorp af te leggen afstand aanzienlijk is. De wetenschap dat je nergens heen kunt en niets kunt doen behalve wachten lijkt me erg rustgevend. Mocht iemand zich vrijwillig afzonderen van de rest van de wereld en een dag doorbrengen in Berisha, dan hoor ik graag of het echt de moeite waard is.

Na twee uur lang aan weerszijden ingesloten te zijn geweest door steen maakte de veerboot zijn laatste bocht. Voor ons lag een gapend zwarte tunnel, met daarvoor een ongekende chaos van taxi’s, minibussen, vee en schreeuwende omstanders. Dit was Komani. In plaats van aan de andere zijde van de tunnel te wachten tot iedereen het schip had verlaten werd de ‘parkeerplaats’ op zo’n wijze volgestouwd dat niemand meer het schip op of af kon. Elke vorm van ruimtelijk inzicht en plan ontbrak en het ontbeerde de Albanezen aan voldoende gezond verstand om een dergelijk simpel logistiek probleem gezwind op te lossen.

Een half uur later waren enkele minibussen en taxi’s met uitgestapte passagiers gevuld en na het nodige gemanoeuvreer vertrokken. Toen ook onze minibus uiteindelijk door de tunnel reed en zelfs ver daarachter wachtende auto’s tegemoet reed, moesten we concluderen dat deze puinhoop nog lang niet was opgelost. Nog niet de helft van de personen die mee wilden zouden ook daadwerkelijk op het schip passen. Toch zou alles al een stuk overzichtelijker lijken als niet alle voertuigen zelfs voor het aanleggen van de veerboot hun motoren zouden starten om alvast een paar keer fanatiek op de claxon te rammen.

Halverwege de tocht naar Tiranë bedacht vooral Ilir zich. Volgens hem zou een meerdaagse tocht langs de Lura-meren ook wel leuk zijn. Hoe hij iedereen wist te overtuigen snap ik achteraf nog steeds niet, maar ook de uitgeputte Edvin en Nevila zegden toe mee te zullen gaan. Ver kwamen we niet, want hier brak het gebrek aan eigen vervoer ons op. De Lura-meren schijnen een van de mooiste natuurgebieden van Albanië te vormen, maar zonder je eigen Lada Niva kun je elk reisplan met deze bestemming lineaal rectaal overboord gooien. De nacht brachten we dus gewoon in het Tirana Backpacker Hostel door, waar we de enige twee gasten waren. Niet dat we daar optimaal gebruik van maakten, want na de Vervloekte Bergen wilden we toch alleen maar slapen.

Een militaire basis is over het algemeen verboden gebied
Dan lust je wel een glas raki

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*