Letse alledaagsheid in twee bedrijven

Riga was een beetje ons Boedapest van dit jaar. In Boedapest komen we ook alleen om over te stappen naar de plekken waar het echt te doen is. Met als belangrijkste verschil dat Letland toch wat avontuurlijker klonk dan Hongarije. Letland was immers een voormalige Sovjetrepubliek, een heidens bolwerk als we diverse metalbands mochten geloven en anders altijd nog een regio van Hanzesteden en één van de Baltische staten waar we nog ooit van plan waren geweest Eva’s oma mee heen te zeulen. En het was nu eenmaal het goedkoopst om via Riga naar Georgië te vliegen.

Brave jongen! (EH)

We vonden het dus niet zo’n ramp dat we een nachtje in Riga moesten wachten. De vliegverbinding was namelijk te perfect: tussen de vlucht van Hamburg naar Riga en die van Riga naar Tbilisi zat krap een kwartier overstaptijd. Met Fiepke-geluk kun je heel wat domme fouten weer rechtzetten, maar soms kun je domme fouten beter voorkomen. Hier gingen we niet op gokken; liever bleven we 24 uur in de Letse hoofdstad. Een busritje van het vliegveld naar het centrum kostte maar dertig cent. Joh, alles was hier vast spotgoedkoop! In het Argonaut hostel middenin de oude stad werden we bruut met de neus op de feiten gedrukt. Letland was zo te zien al lang geen Oost-Europa meer. Nou zaten we hier in een door Australiërs gerunde toko misschien ook niet in de meest authentieke setting. Ze organiseerden AK-47 schietfeestjes, een cocktail van wodka drinken en met jachtgeweren in het rond schieten in de Letse bossen, excursies naar kerkhoven vol Sovjettanks en -kanonnen, bobsleeën en je kon je vrijwillig in een nagebouwde goelag op laten sluiten en je als hond laten behandelen. Net niet helemaal ons ding, op dat bobsleeën na uiteraard, maar daar was het weer dan weer niet naar. Binnen werden de nieuwe Harry Potter gelezen en slechte Hollywoodfilms gekeken. Als je geluk had. De andere gasten bleven maar doorratelen over de geziene en nog te ziene hoofdsteden op hun trip.

Het was dus een doodgewone, verwesterde hoofdstad met dito prijzen. Met een paar pluspunten. Behalve McDonald’s had je ook Russisch geörienteerde eettentjes. Voor fastfood moest je bij Pelmeni XL zijn. Lamsvleesnoedels met bizarre sausjes en accessoires tegen Russische prijsjes. En voor cd’s van Skyforger hoefde je niet op zoek naar obscure, ondergrondse metalwinkeltjes. Samen met handgemaakte lederen armbanden, folkloristische sieraden en linnen gewaden waren deze gewoon te koop op het plein voor de Doma baznīca, de kathedraal van Riga. Naar aanleiding van Skyforgers geweldige plaat ‘Latvieðu Strçlnieki’ (‘Latvian Riflemen’) konden we dit standbeeld niet overslaan in ons rondje door de stad. Een controversieel monument. Mocht deze uit grove steenblokken gehouwen verheerlijking van de Letse regimenten staan blijven omdat de Letten het opnamen tegen de veel sterkere Duitsers, of moest het weg omdat de strçlnieki de geboorte van de Sovjetunie mede mogelijk hadden gemaakt en later Lenin zouden beschermen?

Latvian Riflemen (JS)

Zo blijkt maar weer, al het spannende was hier al gebeurd. Riga was nu een tamelijk gezapige aangelegenheid. Er waren leuke gebouwtjes, zoals de Gildehal en de Pulvertornis (Kruittoren) uit de Hanzetijd en het wat truttige kasteel aan de Daugava, maar de bomvol toeristen zittende terrasjes en dure winkels deden hard hun best alles wat Baltisch was naar de achtergrond te verdringen. Interessanter was het Vrijheidsmonument, een dag en nacht door soldaten bewaakte, gigantische fallus die boven de stad uittorende. Hier een bosje bloemen leggen kwam je twintig jaar geleden nog op klappen te staan, maar het gebrek aan spanning weerhield de Letten er vandaag de dag niet van toch af en toe een boeketje te brengen. De orthodoxe kathedraal was het enige gebouw dat helemaal misplaatst leek in Riga. Veel te Oost-Europees. Na een wandeling door het park hadden we het hier eigenlijk wel weer gezien, al was de brug waaraan geliefden sloten bevestigden met daarop hun namen gegraveerd wel aardig. ‘s Avonds verruilden we de Baltische alledaagsheid voor een vlucht naar Tbilisi – met instant avontuurgarantie.

De terugreis uit Georgië, een kleine drie weken later, verplichtte ons opnieuw tot een kortstondig verblijf in Letland. In alle vroegte moest de actie en sensatie van de Kaukasus plaatsmaken voor de drukte van vliegveld Riga. Er kwam net een te huldigen Letse basketbalequipe thuis, Eva was haar bankpas ergens verloren en in even relaxen in het net wat te suffe Riga hadden we geen zin. Kortom, het was gedaan met de rust. Na de kaart telefonisch geblokkeerd te hebben stalden we onze bagage op het vliegveld. Een diepe zucht van de beambte volgde bij het zien van zoveel flessen drank op het röntgenapparaat, waarna we na een bordje borscht de bus naar Sigulda namen. Dat moest schijnbaar nogal wat wezen. Heuvels, de enige haarspeldbocht in de Baltische staten, een kabelbaan, oude kastelen… en weg van de stad!

Sigulda - van veraf nog wel aardig (EH)

Het was lekker weer, dus er waren meer mensen op pad. Een meute Belgen met rugzakken had het ook op de kabelbaan voorzien en niet iedereen paste erin. Dat zou ook onverantwoord zijn geweest, want zo hoog waren die heuvels hier niet. De cabine trok nog net geen vonken over de weg waar de kabels boven hingen, zogezegd. Ach ja, in Nederland hebben we het ook over valleien als we het stromingsgebied van een of ander prutriviertje bedoelen. De Baltische staten staan evenmin bekend om hun overvloedig reliëf. Het kasteel aan de overzijde van dit prutriviertje was stuk. Erachter lag een leuk houten paadje langs de weg met liefst twee haarspeldbochten, die daar voor de fiere bezitters van een Lada Niva niet eens hadden hoeven liggen. Het paadje leidde naar de enige grot in de Baltische staten. Ha! Was dit een grot? De rotswand helde wat over en je kon er voor niet al te horizontale regen schuilen (of voor de zon, op deze stralende dag). Het ding was geloof ik handgemaakt, door een verliefde knakker die elke dag met z’n beiteltje op pad ging om iets moois te maken voor zijn lief, of zoiets. Er zat in ieder geval een mooi verhaal aan vast.

Maar wacht, er was meer. Niet zeker of we nog meer van dit moois wel aankonden, trokken we toch de stoute schoenen aan naar het uit rode bakstenen opgetrokken kasteel Turaida. Een tip voor de aspirant-kastelenbouwers onder ons: gebruik voor de bouw van zo’n ding nooit rode bakstenen. Ziet er niet uit; komt totaal niet geloofwaardig over. Dan kun je nog beter Legosteentjes gebruiken. Het kasteel maakte deel uit van een openluchtmuseum, waar we nu niet heel veel tijd meer voor hadden. Was ook niet nodig trouwens. Vrij alledaags allemaal wat hier te zien was. We gaven het op. Letland, dat was het toch net niet voor ons. Veel te netjes, te modern, te gewoontjes. We besloten terug te liften naar het busstation van Sigulda en dat lukte bijzonder snel. Ze bedoelden het goed, die Letten, maar het mooiste aan ons tweedaagse verblijf hier vond ik de wolken boven het land, gezien vanuit het vliegtuigraampje. Sprookjesachtige, hagelwitte formaties waar AirBaltic ons geruisloos langs deed glijden. Prikkelde het hele land de fantasie maar zo.

The Goonies
Iedereen zoekt hier rugbyshirts

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*