Luiheid

“Wat gaan we vandaag eigenlijk doen?” vroeg Jaap. “We rijden van Répáshuta naar Stará Ľubovňa in Slowakije,” antwoordde ik. Een kort ritje van 211 kilometer waar op papier iets meer dan drie uur voor stond. In Stará Ľubovňa zouden we in een houten legerkamp overnachten. Aan middeleeuws vermaak geen gebrek: boogschieten, bijlwerpen, paardrijen, een taveerne… “Leuk,” vond Jaap. Dat vinden ze eigenlijk altijd. Ik maak een planning met routes, reistijden, doe een voorstel over te bezoeken plaatsen en zoek uit wat er te doen is. En de jongens vinden het dan allemaal prima. Geen gezeur. ‘s Ochtends vragen ze wel wat we gaan doen. Ik kroop achter het stuur, de rest stapte in en viel in slaap. Op naar het volgende land.

Zonder bijschrift (JS)

Gemakzucht. De favoriete zonde van Gijs. Een half jaar ergerde hij zich al aan zijn schutting die schots en scheef stond, voor hij een maand geleden kuilen begon te graven. D’r zaten wel veel stenen in de grond, dus erg diep werden de gaten niet. Met als gevolg dat de schutting voor hij begon eigenlijk een stuk rechter stond. Zodra een flinke bries ervoor zorgt dat hij omwaait, onderneemt Gijs actie. Echt waar. Daan kon rustig twee dagen aan een stuk webcomics lezen: 700 pagina’s strips tegenover nul uitgevoerde taken. Mooi leven. Jaap was regelmatig te lui om naar bed te gaan. Doelloos zat hij dan op de bank, zonder boek, muziek of tv-programma, met een leeg bierglas en geen enkele reden om nog voor wakker te blijven, maar gewoon te lui om van de bank af te komen. Zelf leeg ik mijn postvakje op het werk met dusdanig ruime tussenpozen dat driekwart van wat er in ligt niet langer relevant is wanneer ik het bekijk en dus rechtstreeks de oud papierbak in kan.

De hele Tour met het vliegtuig doen, of toch niet gaan, waren de wat gemakzuchtige suggesties van onze vrienden. Of de reis wel maken, maar dan met Google Streetview. Maar aan dergelijke nieuwlichterij doen wij niet. We zaten dus weer, net als anders, met z’n vieren in de Golf en zagen het landschap eenmaal in Slowakije steeds bergachtiger worden. Al van ver zagen we het 13e-eeuws kasteel van Stará Ľubovňa boven de vallei uittorenen. Vlakbij het indrukwekkende kasteel trok een openluchtmuseum ook massa’s toeristen, maar onze attractie volgde op een gepaste afstand van zowel kasteel als museum. Eigenlijk wekte het legerkamp meer de indruk iemands uit de hand gelopen hobbyproject te zijn. Lammetjes, jonge geitjes en paarden liepen binnen de houten palissade, waar een soort van authentiek uitgedoste Slowaken het handjevol bezoekers vermaakte.

Zonder bijschrift (JS)

Gelukkig was er ook een taveerne op het terrein. Het was vandaag een feestdag en in Slowakije betekent dat de hele dag zuipen in de zon. Rado, Hugo en zijn vader Franky waren alvast begonnen. De kroezen bier, de bekertjes wodka en het geouwehoer van Franky verhinderden dat wij van onze luie reet kwamen om te gaan boogschieten, klimmen of ponyrijden. Het was als de avonden van Jaap: echt een reden om te blijven zitten hadden we niet, maar opstaan wilde maar niet lukken. Franky ging maar door over René en Willy van de Kerkhof en Rob Rensenbrink die in de finale van 1978 in de blessuretijd op de paal schoot. Het leek een traumatische gebeurtenis te zijn geweest in het leven van de Slowaak, die half in het Russisch, half in het Slowaaks niet opgaf voor we alle details hadden begrepen.

De shirts gingen uit, maar toen er wat ons betreft meer dan genoeg wodka gedronken was, Franky steeds handtastelijker werd en zelfs van onze blonde Jaap met zijn blauwe ogen in twijfel trok of hij het er onder Hitler wel levend vanaf gebracht zou hebben, knepen Gijs, Jaap en ik er stiekem tussenuit. Daan bleef achter met de benevelde Slowaken om nog meer te drinken. Terwijl de ijshockeyers Rado en Hugo met elkaar op de vuist dreigden te gaan, liepen wij naar het kasteel bovenop de heuvel. “Dit is het op twee na drukst bezochte kasteel van het land,” vertelde een Slowaak ons trots. Ja, dat zijn indrukwekkende feitjes. Het uitzicht mocht er ook wezen, met de kronkelende Poprad ver beneden de kasteelmuren en de Hoge Tatra in de verte. Het kasteel kon zich wat mij betreft zelfs meten met de onheilspellende ruïnes van bloedgravin Elizabeth Báthory in Čachtice, die hier de reclameborden van Kaufland sierden.

Zonder bijschrift (JS)

Ons legerkamp was helemaal verlaten toen we er ‘s avonds in het donker terugkwamen. Het was eigenlijk te koud voor onze korte broeken, maar we hadden geen zin ons om te kleden. De Slowaken waren te lui om toezicht op ons te houden en hadden ons de sleutel van de poort gegeven. In onze kapiteinstent was niets te beleven; daarbuiten evenmin, met de taveerne gesloten, de dieren op stal en de sterren boven ons als enige verlichting. Er was een vuurplaats, maar hout verzamelen leek ons te veel werk. Alleen Jaap wist zijn luiheid te overwinnen en ging voor de verandering eens vroeg naar bed.

Lust
Jaloezie

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*