Man is like a piece of cheese

Nog altijd dezelfde Florin (JS)

Het leek wel alsof het nooit weekend zou worden, maar eindelijk konden we dan toch plaats nemen in stoelen met bestaande nummers voor het acht uur durende tripje naar Iaşi, de hoofdstad van Roemeens Moldavië. In onze coupé waanden we ons in een ver en tropisch oord en bepaalden we onze vakantieplannen voor de komende zomer. Niet naar de tropen dus, want het was er niet te harden.

In de trein werd ik aangesproken door een meisje uit Chişinău, hoofdstad van Moldavië (het land). Ze zag dat ik een boekje over American football aan het lezen was en vroeg op welke positie ik speelde. Haar broer Stanislav was namelijk wide receiver (of running back, dat wist ze niet precies) bij de Kishinev Barbarians. Ik heb het na de vakantie nog even op internet opgezocht en ze bestaan echt.

Eenmaal in Iaşi werd Florin (bekend van Deva Rock Camp) na ons melden van het hebben van honger ermee geconfronteerd dat hij het avondeten glad vergeten was. Het was al na negenen, maar in Roemenië, Gezegend Land in het Schone Oosten, zijn de winkeltjes altijd open. De Roemenen zelf buiten dit privilege naar mijn zin niet ten volle uit en thuis toonden we Eva onze schrale buit: pasta met haring, mayonaise en olijven.

Ruige kerels doen de jas niet dicht (JS)

In plaats van dat de smaak als een mokerslag in je gezicht aankwam was de smeuïge bedoening goed binnen te houden. Van eenzelfde ‘niveau’ was de film die we erbij consumeerden: Mafia. Na het winnen van een laptop ter waarde van duizend euro (en het direct verpatsen hiervan) mocht Florin zich de trotse eigenaar noemen van een snelle computer met webcam en degelijke grafische kaart, alsmede een blitse gitaar en aanverwante zaken die onontbeerlijk zijn voor de plaatselijke Vikingband (zoals daar zijn meerdere boxen van elk twee kuub).

Een filmpje kijken op de computer was dan ook no problemo, hoewel de tijd beter besteed was geweest aan het opruimen van zijn kamer. De puinhoop was echter nog altijd minder in het oog springend dan de chaos die ons in Mafia werd voorgeschoteld, waarin mensen drijfnat van een toiletbezoek terugkomen en dan als enige excuus “El Niño…” stamelen.

We waren dus gewaarschuwd dat Florin en zijn kameraden hun niveau wel eens thuis konden laten de komende dagen. Vooralsnog zouden we eerst een tour krijgen door Iaşi, de oude hoofdstad van Roemenië. De stad, gelegen op zeven heuvelen (want waarom iets origineels verzinnen?) dankt zijn levendigheid aan de vele studenten die er aan ‘s lands oudste universiteit studeren. De oplettende lezer zal hierbij de vinger heffen en op irritante toon weten te vertellen dat ons bezoek midden in de kerstvakantie plaatsvond. “Moeten de studentjes dan niet naar de paps en de mams?” Nou, als jullie het zoveel beter weten, dan schrijf zelf maar een verhaal!

Goeie setting voor een horrorfilm (EH)

Na de universiteitsgebouwen (waar de sporen van rotte eieren van een demonstratie zeven jaar terug nog als een ode aan woelige tijden aan de muur kleefden) dwaalden we rond in de gigantische botanische tuinen. Op het heuvelachtige terrein lagen tussen de kale winterse bomen wat zielige restjes sneeuw, maar het meertje was mooi bevroren. Als je hier ‘s zomers in zwom had je drie weken later nog jeuk. Na een historisch paleis of zoiets waar een fout beeld voor stond (de gedenkplaat wist ons te vertellen dat het Stefan cel Mare, prins van Moldavië was, maar aangezien die geen baard had en de koning van Hongarije wel zijn er plannen dit beeld te ruilen met het buurland, waar per ongeluk de echte Stefan van dezelfde beeldhouwer is beland), aten we eindelijk weer eens mititei, alvorens ons op te maken voor een korte nachtrust.

Onze wekker paste zich moeiteloos aan de Roemeense inefficiëntie aan en bleef ‘s ochtends vroeg doodstil. Florin is blijkbaar ook geen ochtendmens en door zijn eindeloos gedraal (waaronder te eigenwijs zijn om een taxi te bellen) misten we de trein van vier voor zes. An sich geen probleem, maar er reden maar twee treinen per dag en de volgende vertrok pas ‘s middags. Het werd dus de bus naar Vatra Dornei, waar Florin’s vriend Radu ons zou ophalen met de auto. Toen we eindelijk in de berghut aankwamen was het allang weer donker.

Vol in z'n achteruit
Komt me bekend voor

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*