Meer houten kerken dan gezonde gebitten

Baia Mare, wat zoveel betekent als ‘Grote Mijn’, was duidelijk geen toeristenstad. Het was dan ook een minder gunstige uitvalsbasis dan Arad of Braşov, waar we de vorige keren voor kozen. Zelfs een wisselkantoor ontbrak op het station. Op onze landkaart stond echter wel een camping aangegeven en een taxichauffeur wilde ons daar wel heen brengen voor 100.000 lei. Een eind buiten de stad zette hij ons af voor een chaletachtig gebouw en scheurde er met zijn Dacia zonder taxi-aanduiding weer vandoor. In het chalet dat een restaurant bleek te zijn wisten ze niks van een camping. Ja, er was er wel een, maar die lag ver buiten de stad.

Dit in gedachten houdend wandelden we naar het centrum van deze voor de streek Maramureş zo onkarakteristieke stad. Aan de ene kant lag het openluchtmuseum met een nagebouwd houten kerkje en typische boerenhuisjes, aan de andere kant van de weg pochten de deelnemers van een enduro-festijn met hun Yamaha’s en Suzuki’s. Het centrale plein van Baia Mare was volledig opengebroken. En ook hier werd hard gewerkt. Toen we even later in een warenhuis het laatste campinggasje dat ze hadden en een landkaart van de streek kochten besloten we deze metaalstad snel achter ons te laten.

Onheilspellend tafereel (EH)

Niet vertrouwend op de aanwijzingen in de Hiking Guide besloten we te beginnen in het dorpje Ocna Şugatag, waar ze een camping hadden en vanaf waar de eigenaardige lintdorpjes van de Maramureş slechts een steenworp verwijderd lagen. De bus naar Sighetu Marmaţiei had beslist geen haast en werd op zijn route over de Gutâi-pas door meerdere vrachtwagens ingehaald. De chauffeur was niet in dienst genomen om te herinneren, maar om te rijden. Dat deed hij dan ook voorbij onze halte, waarna een medepassagier een alternatieve weg naar Ocna Şugatag voorstelde. Daarmee mochten we veel langer in de bus zitten voor onze 100.000 lei, maar nu moesten we wel twee keer zo ver sjouwen naar het dorp.

Ware het niet dat er al snel een dure wagen voor ons stopte. De glad ogende man in levendige Hawaii-blouse trok zich ons lot aan en maakte de achterbank vrij door een reusachtig boeket rozen naar de hoedenplank te verplaatsen. Hij wist het gaspedaal goed te vinden, onderwijl vertellend dat hij in Amerika werkte en nu zijn familie een bezoek bracht. In Ocna Şugatag stopten we voor een enorm hotel met zwembad. Hotels, zwembaden en huisjes waren er hier ten overvloede, zo merkten we na wat rondlopen. De camping uit de Lonely Planet konden we echter niet vinden. Dat kwam omdat deze niet bestond, zo wist een knakker die ons langs de weg aanhield en ons een kampeerplaats aanbood. Achter een woonhuis in aanbouw lag een drassig grasveldje met houten wc-huisje en buitenkraan. Douchen kon er niet, tenten stonden er evenmin. Eva vond de prijs verdacht: weer werd van ons het ronde bedrag van 100.000 lei (€ 2,50) verlangd.

Moe van de reis stemden we toe. We vonden een hoger gelegen, droog stukje gras tussen de vele gebochelde pruimenbomen en keken toe hoe twee paarden een vol hooi geladen wagen over de ‘camping’ trokken. Ocna Şugatag was veel jonger dan de omliggende dorpen, vroeger een mijn en nu alleen een vakantieoord voor met name Roemeense toeristen. Zwemmen, drinken en feesten. Dat waren we al snel beu (ik was sowieso mijn zwembroek vergeten). Ocna Şugatag was een plaats om snel te vergeten, al zagen we hier wel ons eerste echte houten kerkje van de Maramureş. Bouwjaar 1980.

Hoe verder we van Ocna Şugatag vandaan liepen, des te verder leken we terug te reizen in de tijd. We werden gepasseerd door paard en wagen, vrouwen trokken karren vol groenten achter zich aan de heuvel op en in het veld stonden hooibergen tussen de houten huizen. Al snel beseften we dat lintdorpen ontzettend vervelend zijn: de straten waren eindeloos en het was geen doen tussen de kippen en de ganzen de kerkjes te vinden waar we naar op zoek waren. Net toen vooral Eva besloot dat we verkeerd liepen stuitten we op een bord ‘religios monument – 50m’.

Sprookjesachtige kerkjes (EH)

De houten kerkjes van de Maramureş stammen vrijwel allemaal uit de 16e en 17e eeuw en zien er naast sprookjesachtig vooral verticaal uit. Een spits torentje rijst hoog boven het met ontelbare precies bewerkte houttegeltjes bestaande puntdak uit. Dikke eikenhouten balken zorgen ervoor dat de gebouwen er erg natuurlijk uitzien in hun bosrijke omgeving. Stuk voor stuk lagen de kerken op een heuvel tussen de bomen, omringd door een lang vergeten kerkhof. Elk dorp had twee kerken: de Josan of lagere en Susan of hogere, waarbij laatstgenoemde altijd de oudste was.

In Călineşti bezochten we de kerken met z’n tweeën. In Sîrbi liet een pas getrouwd meisje dat net klaar was met de middelbare school (een hele prestatie in deze achtergebleven streek) ons de Josan-kerk zien. Eva had meer oog voor een reusachtige nachtvlinder (Grote beer) en overactieve egel, maar kon zich best voorstellen dat de mensen hier zo goedgelovig waren. Tussen de rustig in de wind wiegende bomen op het gras voor de prachtige kerkjes had een mens niet veel nodig. West-Europa lag minstens een eeuw verderop.

Ook Glod (letterlijk ‘modder’) lag volgens de bewoners van Sîrbi oneindig ver weg. Onze plannen morgen van Budeşti door het Lapuş-gebergte naar Glod te lopen vielen niet in goede aarde. Dit was absoluut onmogelijk. We moesten terug en minstens dertig kilometer omreizen om in Glod te komen. Alleen een oude man gaf toe dat het kon, maar eenvoudig was het niet. Er bestond een weg door de bergen, maar alleen degenen die hem kenden konden deze vinden (een beetje als het Isla de Muerte uit Pirates of the Caribbean).

In Budeşti zelf dacht iedereen er hetzelfde over. De bergen vormden een territorium waar de meeste dorpelingen zich niet waagden. Datzelfde gold voor een in geen enkele reisgids vermeld klooster dat volgens onze kaart in het gebergte moest liggen. De mensen weigerden te accepteren dat hier een weg heen zou leiden. Omdat het al laat werd moesten we eerst maar eens een plaats zoeken om te overnachten.

Lang vergeten kerkhof (EH)

We herkenden Budeşti totaal niet. Maanden geleden hadden we al besloten hier heen te lopen. Twee dagen na ons besluit zagen we Budeşti op de Nederlandse televisie. In een documentaire zagen we een trouwpartij en mannen met rare houten hoedjes. In het echt zagen die dingen er nog stommer uit. Het was zo te zien een traditie ze zo lang mogelijk niet te wassen, voor zover dat met houten kledingstukken al mogelijk is, natuurlijk. Van de dronken boeren die hier in hun retro lichtblauwe Bundeswehr-trainingspakken rondliepen, compleet met adelaar, werden we niet veel wijzer. We doken daarom maar de bar in om naar een slaapplaats te vragen.

In de bar kostte zelfgestookte palinca 12 eurocent. De mensen zagen er verstandig noch gewassen uit. Dan maar eens vragen of er hier iemand Engels sprak. Een meisje, Cristin, dacht dat we onze tent wel bij haar moeder in de tuin op mochten zetten. Misschien hadden we de situatie niet zo goed ingeschat. Tenslotte had Cristin een schurfthekel aan haar infantiele dorp en wilde ze zo snel mogelijk terug naar haar flip in Baia Mare. Daar waren ze thuis niet blij mee. Zou het daarom zijn dat de buitenlanders die dochterlief mee naar huis nam niet konden blijven? Als alternatief werd ons een braakliggend veldje aan de rand van het dorp aangewezen.

Het begon hard te regenen en voor we de tent hadden staan was ik doorweekt. Binnen was alles klam en de donkergrijze lucht voorspelde weinig goeds. Ons avondmaal bestond uit in de tent gesmeerde boterhammetjes. De regen bleef vallen tot diep in de nacht. Hoewel de weersvoorspelling voor de volgende dag weinig hoop bood leek de bevolking nu meer met ons begaan. Een oud vrouwtje kwam in alle vroegte op haar sloffen door de plassen naar ons toe gelopen. Ze had medelijden met ons – we boden inderdaad een verzopen indruk – en had een kom soep meegenomen. Eva dacht dat het posteleinsoep was maar de groene derrie was toch iets anders. Zolang ze hun afbrokkelende fietsrekken niet blootlachten waren deze mensen zo kwaad nog niet. En ze boden een stuk interessanter gezelschap dan Nederlanders.

Hogerop
Het Liechtenstein van Oost-Europa

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*