Midgetgolf met dodelijke ernst

Voor de kekke vakantiebestemmingen volstaat een fiets met broodtrommeltje achterop niet om er te komen. Vertrok onze vlucht naar Georgië vorig jaar vanaf Riga; dit jaar moesten we ons voor de Færøer eerst in Hanstholm melden. Naar Denemarken kon ik na ons uitje naar Legoland nog slechts door een roze bril kijken, dus nam ik de gelegenheid graag ten bate om een dagje aan onze vakantie vast te knopen – als die zegswijze tenminste correct is wanneer het het begin van je trip betreft. De Denen horen bij Scandinavië en dat was dan weer Vikingland, dus hier moesten we ons toch best even kunnen vermaken. Eva, Rineke en oma hadden hier geen bezwaar tegen en ik kreeg praktisch een carte blanche bij het uitstippelen van onze route door Jylland en Nørrejyske Ø. Niet helemaal, want naar Legoland wilden Eva en Rineke pertinent niet.

We gingen dit jaar met z’n vieren. Na ons rondje Riga van vorig jaar liever niet naar de wat suffe Baltische Staten, waar we oma in eerste instantie mee heen hadden willen nemen, maar de Færøer klonken spannend genoeg. Tot je het vertaalt, natuurlijk. Met mijn ruimtelijk inzicht paste alle bagage precies in de Golf, waarna de Duitse douane het er weer zo nodig uit moest halen. Ja, met lange haren vraag je erom, want douaniers weten maar al te goed wat dat inhoudt: drugs! Koffers vol. Op een parkeerplek vlak voor de Deense grens werd al het criminele gespuis aan de grillen van de in donkergroen gehulde mannen onderworpen. Nederlanders, Polen en iedereen die net wat te ver van het Arische ideaalbeeld was afgedwaald werd hier het fluitend doorrijden in samenwerkend Europa belet. Een jonge douanier was duidelijk op een aai over zijn bol en een “Goed gedaan, jongen!” van zijn baasje uit en stond erop mijn rugzak te onderzoeken. Triomfantelijk produceerde hij hieruit plastic hersluitbare zakjes. Zakjes waar drugs in kan. Zakjes waar geen drugs in zat. Met de staart tussen de benen liet hij de tas de tas en mochten wij verder noordwaarts.

Nog geen vijf minuten later was het alweer prijs. De Deense douanier zag lang haar en een Volkswagen Golf, aarzelde geen moment en dirigeerde me naar de vluchtstrook. Met een blik op mijn rijbewijs en een opgetogen “Føroyar!” als antwoord op zijn vraag waar dat heen ging, kwamen we er nu sneller vanaf. Legoland letterlijk links laten liggend (let op de alliteratie) was onze eerste stop Jelling. Tevens de eerste stop in de Deense geschiedenis: ‘Koning Gorm heeft dit monument opgericht ter nagedachtenis aan zijn vrouw Thyre, de glorie van Denemarken’, stond er op een runensteen die in het niet viel bij het grote geval ernaast. Maar ja, wel de eerste vermelding van het land Denemarken, hier op die steen waar Vikingkoning Gorm de Oude zo mooi runen in had staan meppen. Daarna moet Vikingkoning Harald Blauwtand gedacht hebben: “Dat kan ik beter.” Zijn reusachtige runensteen kwam me erg bekend voor. Ja, het was een exacte kopie van de steen die ik een tijdje eerder bij de promotie van Willem had gezien! Nou ja, waarschijnlijk was de steen in Utrecht een kopie en dit het origineel, maar goed.

Had dan even in de Wat & Hoe gekeken (EH)

De runenstenen stonden op het kerkhofje van het witte kerkje van Jelling. Lapjes klimop waren met een regelmaat die getuigde van een groot wiskundig talent over de stenen muur om het kerkhof gedrapeerd. De belangrijkste graven lagen buiten deze omheining: de aan koning Gorm en koningin Thyre gewijde grafheuvels, die zo hoog waren dat oma ze slechts met moeite kon beklimmen. En oma had deze vakantie toch heel wat in haar mars, zo zou later blijken. Wat ze presteerde deed ze dan trouwens vooral op wilskracht. Aan inzicht ontbrak het bij tijd en wijle volkomen, zoals die avond in pizzeria Dino’s, waar ze doodleuk de allerheetste pizza van de kaart bestelde. Aan haar gezicht te oordelen heeft oma het niet zo op scherp eten.

Ons hostel, strategisch tegenover de pizzeria aangelegd, was dit weekend in de ban van het midgetgolf. Willen gazons er bij nette mensen wel eens als een biljartlaken bijliggen, hier lagen de midgetgolfbanen er als gazons bij. Om het met toepasselijke bewoordingen uit te drukken op onze Vikingtocht door Denemarken: dit leek wel het Walhalla van de midgetgolfwereld. Alleen het molentje ontbrak. Puntgave banen, allemaal in een sportieve, gravelachtig rode kleur; keurig onderhouden gras eromheen. En druk dat het er was. Hier werd met dodelijke ernst gemidgetgolft. Aan de vooravond van eeuwige midgetgolfroem werden hier technieken bijgeschaafd, verraderlijke effectballen geoefend en de laatste tactische punten in teamverband met elkaar doorgenomen. En er kon geen lachje vanaf. Morgen zou namelijk het Open Deens Midgetgolfkampioenschap plaatsvinden. Het had er alles van dat midgetgolf een ontzettend grote sport is in Denemarken.

Al waren we vroeg opgestaan, de midgetgolfers waren vroeger. Tot drie kwartier voor aanvang van de wedstrijd mocht er nog worden ingespeeld. Ballen werden gedropt, hole-in-ones geslagen en achterkanten van sticks (of clubs?) gebruikt om ballen zonder door de knieën te gaan weer op te pakken. De Deense Selectie, lokale vedetten, jonge beloften – alle teams maakten zich in hun eigen tenue op voor het twee dagen durende evenement. Rineke was aan onze vlak bij de banen gepositioneerde ontbijttafel al in gesprek met een professioneel ogende midgetgolfer en zat meteen aan zijn ballen. De kalende man met korte broek, hoog opgetrokken sokken en enorme bril met opklapbare zonneglazen wist er nogal wat vanaf. “Je hebt wel duizend soorten ballen: snel rollende ballen, zachte ballen, keiharde ballen, veerkrachtige ballen, stuitende ballen… Voor elke baan is er wel weer een andere bal.” De balkeuze bleek een zeer persoonlijke, maar gelukkig was er een, eh, ballentent waar de hebbedingetjes van midgetgolfland in tal van bakken lagen uitgestald. Vanaf 75 kronen had je er al één, maar voor de betere ballen moest je gauw 120 kronen neertellen.

Er is nog hoop voor de Vikingen (EH)

In Fyrkat kreeg je meer waar voor je geld. Al was het openluchtmuseumpje bij Hobro niet groot, het was wel leuk. In een rietgedekt hutje in het nagebouwde Vikingdorp speelden Eva en ik Kongen og Fjenden en pasten we maliënkolders en Vikingjurken. Odin keek waakzaam over het dorp uit, maar wist Eva niet te beschermen tegen haar kooplust. Heerlijk zachte konijnenbontjes, Thorshamers en sieraden – met zoveel moois hield ze zich eigenlijk nog best in. De vrouw achter de kassa nodigde me uit ook een konijnenpootje te kopen en zo om geluk te vragen, maar volgens mij en vooral anderen heb ik al vaak genoeg geluk. Het leek me ongepast om meer te vragen. In een van de langhuizen toonde een wapenadept maar wat graag zijn bijl, zwaard, saks en speer. Terwijl de regen buiten ineens met bakken uit de lucht kwam vallen, demonstreerde hij samen met een grote, de goden getrouwe vriend hoe je met een bijl het schild van je tegenstander opzij trok, zware bogen spande en met een speer in de aanvalshouding ging staan. Als hij niet had verteld dat hij ook nog op kantoor moest werken om rond te komen, was dit verdomd dicht in de buurt van de ideale baan gekomen.

De Fyrkatborgen was niet ver, al was onze shortcut op de terugweg niet geheel oma-proof. Een door het heuvellandschap slingerend weggetje leidde naar de resten van een in 980 door Harald Blauwtand gebouwd fort. De resten waren suf, maar het daarbuiten nagebouwde langhuis met boogwanden en krom dak was wel de moeite waard. In het eikenhouten huis stelden we ons voor hoe het was om hier met de hele familie om het vuur te zitten in het enige vertrek, en om tandenknarsend toe te zien hoe je vervelende broertje/neefje/oom je houtsnijwerk – de enige vorm van tijdverdrijf tijdens de donkere wintermaanden – per abuis met wat brandhout in de vlammen gooide. Het leven moet toen erg zwaar zijn geweest.

Zoek het schaap (EH)

We hadden nog even de tijd, het was weer droog en dus konden we aan het eind van de middag over Lindholm Høje banjeren. Een indrukwekkend grafveld waar stenen aan honderden begraven en gecremeerde Vikingen herinnerden. Door het hoogteverschil leek het veld nog uitgestrekter. Stenen in de vorm van Vikingschepen resteerden waar Vikingen waren verbrand. Vormen die we op de Færøer nog veel terug zouden zien. Net als schapen, maar die waren hier beter gecamoufleerd. De beestjes leken dusdanig geëvolueerd te zijn dat ze in de duizend jaar sinds de Vikingen in Denemarken de dienst uitmaakten de exacte vormen en kleuren van hun grafstenen hadden aangenomen. Het was enigszins verontrustend om zo nu en dan een grafsteen weg te zien hobbelen. Na een dagje Vikingen, schapen en nu ook niets ontziende stortregen op weg naar de boot in Hanstholm, dachten wij ons goed voorbereid te hebben op onze vakantie op de Færøer.

Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull
28 Weeks Later

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*