Miercuri este ziua de vodca în Olanda!

Afgelopen maandag kwamen de biologiestudenten uit Bucureşti aan. Eigenlijk waren het biochemiestudenten, waarmee we meteen bij het eerste verschil met Nederlandse biologen belanden: ze vinden scheikunde oprecht leuk en interessant. Voor mij hoeft structuurformule-hints (Benzeen! Tolueen!) in het Roemeens echt niet. Bij het voorstellen vergat ik natuurlijk bijna alle namen, op de twee Alina’s en de drie jongens (van de 23 studenten) na. “Radu! Radu! Radu!” sprong één van de jongens enthousiast voor zijn beurt op. De minst serieuze van het stel (hij sliep bijvoorbeeld met een blauwe knuffelmier en als ie van een van de meisjes moest kiezen tussen haar en zijn ‘Furnica’, dan zou Radu voor allebei kiezen) haalde nog voortdurend tienen ook.

Echt feestbeesten waren het niet, dus voelde ik mij genoodzaakt om in deze het voortouw te nemen. Na twee betrekkelijk rustige avonden (de eerste in de bar nabij, waar 80% warme chocomel dronk, en de tweede hier op het station), vertelde ik ze over café De Bijstand en Wodka Woensdag. Dat het vanuit financieel oogpunt in Roemenie elke dag wodkadag is vertelde ik er niet bij. Matei was het roerend met me eens, dus gingen we op zoek naar andere gezellige mensen onder het motto “Miercuri este ziua de vodca în Olanda”.

Al snel hadden we Radu, Razvan en Maria overgehaald. Wel moest er gewacht worden tot Radu de universiteit had gebeld, om de resultaten van het afgelopen histologie-examen te achterhalen. Matei had het examen niet gemaakt, en Radu had weer eens een tien. Razvan (die er uit ziet als een iets minder bolle Marc van de Gluiperds – reactie hierop: “Hey, so I’m handsome?”), Maria en vier anderen die tot de gezelligere studenten van de groep behoorden hadden allemaal een vier gescoord.

Luidkeels zingend “I’m a loser baby” ging het naar de bar om dit te vieren. Tweeëneenhalve fles Lemon Vodka later begon Matei toch wel erg veel glazen om te gooien, maar dat vonden de anderen niet zo gek, want hij dronk zijn wodka puur. Tsja, ik ook, in hetzelfde tempo. Maar blijkbaar zijn Roemeense studenten toch wat minder gewend dan de Nederlandse. Behalve Razvan uiteraard, want die dronk geregeld zeven liter bier op een avond. Hij had wel meer uitspraken van een twijfelachtig waarheidsgehalte. Eigenlijk best raar, aangezien je mannen om negen uur ‘s ochtends al aan het bier en de ţuica ziet zitten.

De wc’s op het station roken toch al niet bepaald fris, dus zo’n ramp was het nou ook weer niet dat Matei de boel bij thuiskomst onderspouwde. Alleen die vloer, hè. Hoppa, daar ging de mămăligă met brînză. Mămăligă is een saaie maïsprut (als vervanger voor de aardappel van de Nederlandse keuken, zeg maar), maar met kaas en iets wat het midden hield tussen slagroom en mayonaise (ja, je maakt wat mee) was het goed binnen te houden. Voor je naar het café gaat althans.

Amfibie(onvriendelijk)voertuig (JS)

Studie-intermezzo

Al zullen salamanders er niet om zitten te springen, het heeft toch wel iets komisch als soldaten met een amfibievoertuig door je poel rijden.

Donderdag was de assistentlerares Gentiana jarig. Matei, die ook vrijdag nog ziek zou zijn van zijn drie glazen wodka, hield vanavond zijn gemak en beperkte zich tot een enkele pilsener. Bovendien was hij een beetje bezorgd omdat hij er in zijn zatte bui voor had gezorgd dat er nu een gat in de houten vloer van de jongensslaapkamer zat. Onder zijn bed! Op mijn vraag hoe je zoiets überhaupt voor elkaar krijgt heb ik tot op heden geen bevredigend antwoord gekregen. Onder hetzelfde kopje kunnen we de gevallen wastafel in een andere kamer en de door Radu of Razvan gesloopte deurklink scharen. Wat dat betreft zouden het Nederlandse biologen kunnen zijn.

Er was een radio geregeld, en met mijn Creedence Clearwater Revival en Roemeense rock maakte ik de blits. Met Maria ben ik vervolgens dertien halve liters bier weesten halen in het café, want er was wel ijs, maar geen drank. Dat ze daarna op een of ander duf Hoelio Iegleziejas nummer met me wou schuifelen verbaasde me niets, want zeg nou zelf, wie wil er nou niet met mij dansen? Er waren zelfs enkele meisjes hier die een lok van mijn haar wilden hebben, want het was zo mooi en zacht. Een mooie gelegenheid om de Roemenen de woorden “Donder op!” te leren. Toen ze de dag erna arm in arm met me wou lopen begonnen haar ware intenties me toch een beetje te dagen. Jammer, want ik dacht iemand gevonden te hebben om mee te drinken, ijs te eten en bergen te beklimmen. Helaas, vrouwen denken maar aan één ding.

Biologiestudenten (JS)

Vrijdag was zo slecht nog niet, want ik ging met de studenten mee het Bucegi-gebergte in. Slecht weer, maar in een cabana aten we een keur aan gebraden vlees en omdat er op het eind nog flink wat worsten over waren hoefde ik me geen moment in te houden. Gedurende de hele dag werd ik aan een spervuur van vragen onderworpen. Films (het liefst zien ze Amerikaanse, maar sommigen kenden Black Cat, White Cat gelukkig ook), muziek (zover ze wisten grenst Oasis aan hardrock), religie (ze zijn daar allemaal gelovig), literatuur, biologie, eten, vakanties, op kamers wonen, hobby’s – er kwam geen eind aan. Wat ik van Roemenie wist en wanneer ik voor het eerst van het land hoorde. De meeste buitenlanders hadden volgens hen namelijk alleen van Ceauşescu, Dracula en de voetballers gehoord. Ja, en van Razvan natuurlijk. Maar omdat ik intussen het kaartspel Macău kende (een soort pesten) en de woorden ‘mişto’ en ‘naşpa’ gebruikte, was ik toch wel een geval apart.

‘s Avonds kwamen de drie jongens nog een glaasje ţuica drinken op mijn kamer, maar omdat ze de dag erna het examen over de plantjes die ze hier hadden leren kennen zouden hebben (vijf werkwoorden achter elkaar!), was het om twee uur wel weer bedtijd. Zaterdagavond na het examen (waar iedereen overigens een tien voor haalde) was het weer feest, want Gabi en Nicoletta waren jarig. De laatste had haar cadeau al gehad, want vrijdag had ze gids Ciprian, de zoon van een van de vrouwen die hier werkt en waarmee ik wel eens een praatje sla of tv kijk, versierd. Het avondmaal vond ik wat minder maar aangezien iedereen zijn bord met lever en mămăligă zonder morren leeg at wou ik geen stennis schoppen. Bovendien hadden de jarigen voor bier en als toetje slagroomgebak en een perzikchampagneachtig iets gezorgd, waarmee ik de orgaanvleessmaak moeiteloos uit mijn mond kreeg.

Zoals reeds eerder vermeld nemen ze het hier vaak niet zo nauw met de tijd en doordat het eten uitliep konden we alleen de tweede helft van Roemenië-Hongarije zien. Drie kwartier voetbal is eigenlijk ook wel meer dan genoeg en behalve de tienen en de verjaardag konden de studenten nu ook nog een voetbaloverwinning vieren. Het originele plan om naar een disco in het centrum te gaan werd gewijzigd (misschien met in het achterhoofd de gedachte dat een half uur met een zatte Matei naar huis lopen geen doen is) en er werd besloten het café hier in de straat te huren. Dus zamelden we met zijn allen bijna 25 gulden in en dat was genoeg om de bar van 11 tot 4 voor ons alleen te hebben. Met gratis gebruik van de pooltafel, uiteraard.

Rond half vier waren we de manele onderhand wel beu en gingen we naar een kampvuur een paar honderd meter verderop. Daar kampeerden vier jongens uit Bucureşti wild naast de weg; twee van hen speelden gitaar en zongen echt goed (in ‘t Roemeens en Russisch). Om kwart voor vijf kwam Matei nog aankakken. Hij kon niet slapen.

Drieluik deel I - The Return of the Biochemistry Students
Over thee en aanverwante zaken

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*