Naar boven kijken voor antwoorden

“De vaste lasten zijn hier veel lager. Daarom kopen steeds meer buitenlanders een huis in Rusland. Zoals Steven Seagal.” We rijden welgeteld tien minuten door Moskou voor het in heel Rusland en Centraal-Azië populaire actie-icoon ter sprake komt. Seagal – sinds 2016 Russisch staatsburger en door het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken aangesteld als gezant om de banden met de Verenigde Staten te verbeteren – is niet de enige buitenlander die van Rusland houdt, verzekert taxichauffeur Ildar ons. “Duizenden voetbalfans, van Londen tot Peru, zagen afgelopen zomer tijdens het WK dat we echt niet zo slecht zijn als westerse media doen geloven,” zegt hij. “Moskou is een prachtige stad!”

Net als veel Russen zoekt Ildar erkenning voor zijn land. Even gaat het over sancties en over Europeanen die bang zijn om Moskou te bezoeken. Zo zwart/wit is het nou ook weer niet. Goed, de stad met 12 miljoen inwoners (25 miljoen, volgens Ildar) is geen afgelebberde tourist trap als Amsterdam of Barcelona, maar om het nu een muurbloempje te noemen dat eindelijk opbloeit is overdreven. Toch waren we inderdaad wat huiverig om Moskou te bezoeken. Een enorme stad; duur, kil en zakelijk. Wat hebben we daar te zoeken? Een Russisch zakenvisum. Dat. Een voorwaarde hiervoor is dat je Rusland in het jaar voor je het zakenvisum aanvraagt bezocht moet hebben. Moskou, omdat het moet.

“Appartementen van 100m2 kosten hier €400.000,” vertelt Ildar, terwijl we het beeld van Joeri Gagarin aan de Leninsky prospekt passeren. Een enorme menselijke raket, in goud gevangen. Het is nog zes kilometer naar het centrum. “Daar heb je appartementen van 30 tot 50 miljoen euro,” weet Ildar. Zelf woont hij dertig kilometer buiten het centrum, in een appartement van 70m2. “Lang niet slecht. Veel mensen hebben maar 40m2!” Bovendien heeft Ildar een datsja met 55 hectare grond, 400 kilometer ten zuiden van Moskou. Om de hoek dus, naar Russische maatstaven.

Achteraf gezien hadden we ons misschien moeten afvragen of we met een gezamenlijke reis met Rineke geen toekomstige logeerpartijen te grabbel gooien. Maar bij vertrek hadden we redelijkerwijs niet kunnen vermoeden hoezeer Ilva en Rune zich in bijzijn van hun oma zouden misdragen. Vooral Rune zet het op een krijsen wanneer we van het Rode Plein, dat ook zonder onze kinderen al druk genoeg is, over de kade van de Moskva naar het Kremlin lopen. Het wordt de stromen Chinese en Japanse bezoekers evenmin eenvoudig gemaakt de meest platgelopen attractie van het land te bezoeken. Het ticketgebouw is enigszins tegenintuïtief geplaatst, per kassa wordt er één soort ticket verkocht en omdat alleen toegangsbewijzen voor volwassenen bij de automaat verkrijgbaar zijn, worden we terug de rij in gestuurd om gratis kindertickets op te halen. De voertaal met zoveel buitenlandse bezoekers is – hoe kan het ook anders – Russisch.

“In de stad zijn we niet op ons sterkst,” stelt Eva. Dat klopt, maar juist de metro vinden Ilva en Rune prachtig. De stroom Moskovieten die ‘s ochtends vroeg vanuit de ingewanden van het metrostelsel over de straten wordt uitgebraakt, is drie roltrappen breed en zonder einde. Onze kinderen voegen zich braaf in deze mierenhoop en Ilva speurt zelfs op de borden hoe we moeten lopen bij een overstap. Moskou is een wereld op zich; een wereld die ontkent dat daarbuiten ook iets kan bestaan. Deze wereld met onze huurauto verlaten valt niet mee: de borden langs de weg verwijzen naar straten, stadsdelen en de elkaar opvolgende ringwegen rondom Moskou. Niet naar andere steden. We doen ruim vijf uur over 230 kilometer, filerijdend langs wegwerkzaamheden en met een kotsende Rune op de achterbank.

Je zou zeggen dat je na zo’n rit blij bent als je eindelijk uit mag stappen, maar onze kinderen denken daar anders over. Lopen? Naar een kerk?! De lucht is heerlijk fris, het grasland zacht golvend en het licht van de laagstaande zon warm en vol. De herfstkleuren rondom de Kerk van de Voorbede aan de Nerl in Bogolyubovoe worden opgevolgd door een zachtroze gloed achter de berken wanneer we naar Suzdal rijden en even later door een hemel vol vuur achter de koepels van talloze kerken. De blini in het restaurant worden door Ilva en Rune meer op waarde geschat.

Suzdal is een van de oudste steden van de Gouden Ring van Rusland. Het plaatsje miste de trein toen besloten werd de Transsiberië Express door het duidelijker gelegen Vladimir te laten lopen. Waar de vooruitgang in andere steden niet tegen te houden was, bleef Suzdal in de 19e eeuw steken. Tegenwoordig telt dit krimpende stadje minder dan 10.000 inwoners. De hippe bars en hagelwitte pilaren van het Gostiny Dvor zijn een façade: aan de achterkant van de koopmansbogen ontbreken tegels en bladdert de verf van de muren. Zelfs het christendom lijkt tanende. Tussen de meer dan veertig kerken worden houten beeldjes van de oude Slavische goden Perun, Jarilo, Veles en Svarog verkocht.

Het landschap tussen Suzdal en Rostov Veliky is van een druilerige troosteloosheid. De herfst loopt hier eind oktober ten einde: de meeste bladeren zijn al uit de berkenbomen gevallen. Regendruppels vallen in de zwarte plassen van de moerassen langs de weg. Dorpjes zijn spaarzaam en liggen steeds verder uit elkaar. Totale verlatenheid is in Rusland nooit ver weg. Het platteland is stervende. Hier, op een paar uur rijden van Moskou, vertrekken dorpelingen naar de stad en er komt niemand voor terug. Houten izba’s met kleurrijk afbladderende verf staan hopeloos scheefgezakt of uitgebrand te wachten op verder verval. Een Rusland dat langzaam verdwijnt en nooit meer terugkomt.

Rostov Veliky is de meest vervallen stad van de Gouden Ring. Koepels met vaal geworden sterren roesten weg in het natte herfstweer. Op verschillende plaatsen sluimert baksteenrood door het wit van de al eeuwen niet meer geverfde kloostermuren. Over een modderige binnenplaats met bovengrondse gasleidingen rijd ik naar ons hotel. Het weer wordt steeds ellendiger. Gelukkig heeft het hotel een sauna, die we voor ons alleen hebben. Ilva en Rune vermaken zich prima met anderhalf uur zweten en zwemmen.

Na het Sint-Jacobsklooster buiten het kremlin van Rostov Veliky kunnen we er niet langer omheen: we zijn kloostermoe, al geeft de omheining van houten planken en gerecyclede treinwagons een originele draai aan het complex. We laten Pereslavl-Zalesski voor wat het is – nog meer kloosters, nog meer aarden kremlinwallen – en rijden door naar onze slaapplek voor vannacht. Met dit weer blijven we liever binnen en dat is in de door Alexei gebouwde blokhut geen straf. Een sprookjeshuis in het bos, met een samovar op tafel en vol liefdevolle details: stopcontactdozen met houtmotief, een juten hoes die maakt dat de boiler een natuurlijk geheel vormt met de muren van boomstammen en houten puzzelspelletjes voor de kinderen. Zelfs aan de donkerbruine, gevlochten elektriciteitsdraden en bakelieten schakelaars in dezelfde kleur is gedacht.

We zouden er graag nog eens terugkomen, maar hadden ons dit toch anders voorgesteld. In Sergiev Posad zit Ilva huilend in de auto na een uit de hand gelopen discussie met Rune over faunaten in de Harry Potter boeken. Rune zelf heeft het op een krijsen gezet bij het vooruitzicht vandaag meer dan twintig meter te moeten lopen, terwijl hij ‘s ochtends heeft toegezegd zich vandaag te zullen gedragen. Eva en ik zijn net uitgestapt wanneer ze haar hand in haar jaszak steekt en tot haar ontsteltenis merkt dat daar de huissleutel van de blokhut nog in zit. Ik sta in de regen, staar naar de kloostermuren en wou dat alles anders was.

Het is waar – in de stad zijn we niet op ons sterkst. Toch zijn Ilva en Rune blij weer in Moskou te zijn. Ze verheugen zich op de metro en het Kosmonautenmuseum. Een monument van een ten hemel stijgende raket torent hoog boven het museum uit. “Космос будет наш!” (De kosmos zal van ons zijn!), lezen we op oude propagandaposters. Hoogbouw in Moskou, de kerken van de Gouden Ring, kosmonauten – Russen kijken naar boven voor antwoorden. En hier sluit het aan bij onze kinderen. Rune wil op de foto met meteorieten voor school; Ilva wil alles weten over Belka en Strelka. De honden die als eerste aardbewoners een ruimtevlucht overleefden zijn na hun dood opgezet en staan tentoongesteld tussen originele ruimtepakken, Sojoez-landingscapsules en satellieten. In het café worden tubes ruimtevoedsel verkocht, maar Rune had liever een raketijsje gehad.

Het heldendom beperkt zich niet tot Gagarin en Lenin, die even verderop in het landenpaviljoen van de VDNKh nog trots op zijn sokkel staat. Ook de arbeider en kolchozboerin hebben hun eigen monumentale standbeeld, pal tegenover de Sovjetflats waaruit elke ochtend duizenden gewone Russen uitkijken op deze beloning voor hun nobele inspanningen. In de Tretjakovgalerij krijgen onze helden elk een eigen zaal. De sprookjes van Vasnetsov, het nabije oosten van Vereshchagin, de gevoelige portretten van Repin en natuurlijk Shishkin, die lak heeft aan het maatschappelijk bewustzijn van de andere Peredvizhniki en gewoon graag bomen schildert. Wat fijn om eindelijk in Moskou te zijn. “Maar volgende keer gaan we weer gewoon met de bus, toch?” vraagt Rune. “Ja, dat vind ik eigenlijk ook fijner dan vliegen,” zegt Ilva. Waar de Russen met hun kerken, raketten en helden naar boven kijken, is dit voor onze kinderen te hoog gegrepen. Ze blijven liever met beide voeten op de grond. Stilstaand.

Frikandellentour

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*