Naar huis in een auto vol rottend schaap

Hobby’s zijn duur, kosten veel tijd en erg veel heb je er niet aan. Zie in dit kader ook het kopje ‘Mijn verzamelingen’ op deze website. De Færøerse hobby om tunnels te bouwen vormt hierop geen uitzondering. Het eiland Kalsoy heeft als bijnaam ‘De Blokfluit’, omdat er zoveel gaten in zijn geboord. Maar liefst vijf tunnels telt het langgerekte eiland. Toen er zelfs tunnels werden aangelegd om de schapen makkelijker in andere valleien te kunnen laten grazen, ging het land bijna failliet. Nu heb ik nooit een les economie gevolgd en kan ik je alleen dom aanstaren bij de mededeling dat de Færøer aan de rand van een faillissement stonden, maar misschien kunnen jullie wel wat met deze informatie. Er stonden ‘s ochtends al heel wat auto’s bij de ferry naar Syðradalur. Dat er ook nog een paar voorkropen was niet netjes, maar wij hoorden niet bij de twee auto’s die op de kade achterbleven. Ergens zou ik er ook niet blij mee zijn als ik niet naar huis kon omdat een stel achterlijke toeristen mijn eiland zo nodig moest zien.

Tórshavn (EH)
Op de terugweg moesten we dus maar op tijd in de rij staan voor het kleine veerbootje. Op Kalsoy waren geen overnachtingsmogelijkheden en geen winkels of andere voorzieningen. Wel bewolking en regen, net als in troosteloos Klaksvík, maar eenmaal door de eerste tunnels bij het dorpje Mikladalur waren we uit de omineuze greep van de grootste plaats van de Norðuroyggjar ontsnapt. De haven van Mikladalur lag er verlaten bij sinds de komst van 5426 meter tunnel. De ijzeren palen van een kabelbaan voor boten zouden niet lang meer overeind blijven staan, aangevreten door de allesverterende, zoute oceaanwind. Mooi, die vergane glorie, maar Trøllanes was mooier. Navenant dat hier elk jaar midden in de winter door trollen een vergadering werd belegd (schijnt), zag het dorpje er nog vrij leefbaar uit. Vanaf hier kon je naar de vuurtoren bij Kallur lopen, op het puntje van het eiland. Een makkelijke wandeling volgens de reisgids, maar dan toch niet voor oma’s. Met engelengeduld hielp Eva oma de heuvel boven Trøllanes te beklimmen.

Volgeladen Golf (EH)
De vuurtoren was echter een tunnel te ver, zoals ze dat hier zeggen en oma zou op een steen op ons wachten. Vanaf Kallur strekte een onvergelijkbaar uitzicht zich voor ons uit (Stunning! Awe-inspiring! – zoals wel meer hier). Zes eilanden waren vanaf dit panoramapunt zichtbaar. Ver ten zuidoosten de Tjørnuvíksstakkur bij het mooiste dorp van de Færøer, voor de kust van Streymoy. Daarvoor eens temeer de reuzen Risin en Kellingin op Eysturoy, net als de beschutte haven van Gjógv recht tegenover ons en de dreigende Skoratindur en Trølldalur Tindur onder een loodgrijze lucht. Kalsoy stortte zich met een meer dan vijfhonderd meter hoge klif loodrecht in de oceaan. Tjeempie, wat was die klif hoog. Je moest er niet aan denken daar bovenop te staan. Aan de andere kant lag Kunoy. Zeven pieken boven de achthonderd meter en eigenlijk één massieve berg. Daarachter weer Enniberg en de landengte waar Viðareiði op lag. Vaag zagen we in de verte nog de vormen van Fugloy, twintig kilometer verderop.

Voorbij Mikladalur reden we de regen weer in. Morgen wilden Eva en Rineke bij Klaksvík wandelen, waar het nog geen moment iets anders dan baggerweer was geweest. Nu we er toch waren konden we nog wel even naar Kunoy gaan. De lange eenbaanstunnel dwars door het hele eiland geboord stelde ineens weinig meer voor, na de eenbaansbrug over de Haraldssund. Met een smalle brug waarop verkeer in één richting voorrang heeft is op zich niks mis, maar het zou toch handiger zijn om òf de weg niet met hoge rotsblokken te flankeren, òf om er geen chicanes op aan te leggen. Op goed geluk staken we nu de brug over, geen verrassingen tegenkomend na de blinde bochten. Nu had ik wel zo’n beetje alles gedaan wat ik wilde doen op de Færøer. Nou goed, vanavond nog even op een turfdakje liggen bij ons huis in Mulí. Zoiets lag vast heerlijk zacht.

Zonsondergang bij de Shetlandeilanden (EH)

Op onze laatste hele dag op de Færøer wandelden Eva en Rineke over het Liefdespad naar Klakkur, hoog boven Klaksvík. Liefdespad mijn aars. Er liepen weliswaar enkele stelletjes, maar het stonk er naar asfalt. Wel was het weer in Klaksvík voor de verandering best redelijk. Oma en ik liepen nog even rond door het stadje (met 4663 inwoners de tweede plaats van het land), waarbij we ook de vrouw die we op Mykines zagen nog eens tegen het lijf liepen. Ook de Esten en de man die ons een lift gaf vanuit Gásadalur had ik later deze vakantie nog eens gezien. Wat een klein prutsland eigenlijk. Bij de brouwerij van Föroya Bjór maakte ik een praatje met een in roze blouse gestoken medewerker die aan het pauzeren was. Na een gesprekje over Hoegaarden, kleine Nederlandse brouwerijen en een mogelijke studiereis naar België (“Maar jij rijdt,” grapte de man naar de directeur, die er ook bij was komen staan) kreeg ik een rugzak en t-shirt cadeau. Black Sheep stond erop. “I think it looks really diabolical,” vond de man trots. Een erg lekker biertje ook. “Jij hebt je kop ook mee,” zei oma, die zich vast ontzettend had staan vervelen.

Stil! Ik kom hier voor mijn rust... (EH)

We liepen Eva en Rineke tegemoet, die alweer terugkeerden van het simpele klimmetje. Nog één keer mocht ik lekker langs alle fjorden touren, met de anderen slapend in de auto. In de supermarkt kochten we de laatste benodigdheden voor de reis en voor thuis. Skerpikjøt voor Eva bijvoorbeeld. Geen goed idee, want achteraf bleek dat we de hele reis door Denemarken en Duitsland met rottend schapenvlees in de auto hadden gereden. De stokvis van Rineke stonk inmiddels ook een uur in de wind en moest thuis direct worden begraven. Met zulke aroma’s is negen uur rijden best lang. Havn was al dagen in dichte mist gehuld, maar daar had de Norröna geen last van. Driemaal klonk de scheepstoeter, waarna we de houten huizen op Tinganes steeds kleiner zagen worden. De wind joeg iedereen snel naar binnen, waar Rineke en ik de tijd doodden met het toepasselijke spel Fjord. Na twaalf potjes hadden we dit wel gezien en zagen we ons gedwongen ons te conformeren aan de massa. Met een man of vijftig staarden we naar de zonsondergang boven de Shetlandeilanden. Morgen zouden we weer in het land zijn waar de indrukwekkendste landschappen op de midgetgolfbaan te vinden zijn.

Hrafninn flýgur
Het is niet verboden

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*