Naß, naß, naß

En wij maar denken dat Schotland met zijn highlands, mysterieuze lochs en rotskliffen van de Hebriden ruig zou zijn. Het land is gewoon gemaakt voor vrouwen van middelbare leeftijd! Want waar je met een Hummer van tankstation naar tankstation moet rijden kun je hier als huisvrouw van de weidse Schotse landschappen genieten terwijl je van Bed & Breakfast naar B & B rijdt. Het ganse land is netjes aangeharkt en van een kopje thee met wolkje melk ben je nooit ver verwijderd.

Toch mochten we niet klagen voor die twee eurocent. Daar wist Mieke ons en enkele andere biologen rap mee te overtuigen. Jawel, we vertrokken vanaf Charleroi, er kwam 23 euro luchthavenbelasting bij en in Schotland zelf betaal je je scheel, maar een ticket van twee eurocent voor een retourtje over de Noordzee kun je als rechtgeaarde Nederlander niet weigeren.

Terugkerend kleurpatroon (EH)

Eerst naar België reizen vonden we ook niet erg. Met onze tienrittenkaart viel alleen Henco buiten de boot, maar die was toch al te oud voor dat soort voordeeltjes. De camping van Ham-sur-Heure werd geflankeerd door een kasteel en in het dorpscafé bestempelde de barvrouw me prompt tot kenner toen ik voor Joost en mezelf twee speciaalbier bestelde. “Ah, vous-êtes connaisseur!” riep ze uit en trakteerde me aan het eind van de avond op een ‘Autruche’, het plaatselijke struisvogelbier.

Dat je met Belgen kunt lachen wisten we allemaal al lang, dus voor dag en dauw pakten we het treintje naar Charleroi, de gekandelaberde bomen van Ham-sur-Heure achter ons latend. Voor we het wisten zaten we in Ayr (maar het vliegveld heet Glasgow). Alle tuintjes netjes bijgehouden, huisjes strak in het gelid. Denk je net dat ze alles op orde hebben, blijken ze links te rijden! Gelukkig had ik nog geen rijbewijs en mocht ik bijrijder van Anneke zijn. Kon je haast net zo mee lachen als met die Belgen.

Er waren twee redenen waarom de rit van Ayr naar Fort William lang duurde: om de haverklap stopten we om uit te stappen en de hooglandlandschappen te bewonderen. De tweede reden was dat we naar Andy Stewart luisterden. Volgens het autoverhuurbedrijf konden we alleen bandjes draaien in de huurauto’s, maar deze waren net voor onze komst voorzien van cd-spelers. En niemand had natuurlijk cd’s meegenomen. Gelukkig wisten we bij het eerste tankstation Meat Loaf en Schotse folkmuziek te bemachtigen.

Waar de berg ophield was niet helemaal duidelijk (EH)

Met ‘Forever in Song’ van de goedlachse, kiltdragende Stewart hadden wij het duidelijk minder getroffen: ’80 All-time Scottish favourites’… En ze klonken alle 80 hetzelfde. ‘Donald, where’s yer trousers’, ‘Stop yer ticklin’, Jock’, ‘Ye canny shove yer granny off’ en ‘Bonnie wee Jeannie McColl’ begonnen al snel te vervelen.

Zoals gezegd stopten we de auto’s vaak even om uit te kijken over de lochs en ander natuurschoon. Of om van de fijne Schotse cuisine te genieten. Nederlandse snacks tekenen flets af bij Schotse hamburgers. Als je hier een hamburger bestelt dan kreeg je vlees. Al die rare poespas die wij er thuis omheen plakken hadden de Schotten niet nodig. Daar plakte het ding van zichzelf al. De gepaneerde vleeslap werd in kokend vet gegooid en vervolgens in enkele lagen papier gewikkeld zodat je pas na een dikke minuut vieze handjes kreeg. De smaak van vlees werd naar de achtergrond gedrongen door ombeurten azijn, zout en vet. Om je bijna doorzichtig geworden vingers bij af te likken, want aan het natte papier kon je ze niet meer afvegen.

Al dat vocht moest er toch weer een keer uit, maar in de pubs mochten we niet naar het toilet zonder te bestellen. In het plaatselijke ziekenhuis deden ze niet zo moeilijk. Geen receptie waar we ons moesten melden, al werden de vier langharige kerels wel raar aangekeken. Nu zagen we er ook wel tamelijk on-Schots uit. Foei, wat zijn die Schotten lelijk. Vierkante mensen met gezichten als hamburgers. Er word altijd maar geëmmerd dat Schotland en Engelsen niet hetzelfde zijn, maar de verschillen gelden helaas niet wat betreft uiterlijk. Na onze reizen naar Oost-Europa legden we de lat natuurlijk ook wel erg hoog.

Daar het niet veel natter kon worden kon het net zo goed ophouden te regenen (EH)

Na Loch Lomond en Crianlarich begonnen bruine en gele tinten het landschap te domineren. Moor hier en glen daar op de landkaart. En daarna eindelijk de jeugdherberg in Fort William, waar de prijzen ook erg on-Oost-Europees waren. Tussen de stenen muurtjes in de ‘tuin’ (een stuk van de graslanden afgeschermd gras) werd het ‘s avonds al snel te koud om een bal doelloos over en weer te trappen. Gelukkig had iemand de tegenwoordigheid van geest gehad een fles whisky aan te schaffen. Whisky – als het de Schotten hielp te overleven in dit koude, natte land, dan kon het ons deze vakantie ook wel door sleuren. Hoe zeiden ze dat hier ook alweer? “One bottle a day keeps the doctor away”?

De druilerigheid ging de volgende dag zonder waarschuwing over in regen. Toegegeven, de zompige heidevelden hadden als voordeel dat zelfs biologen in dit weer niet om de twee meter stil stonden. Het weer was om te huilen, wat voor velen een reden was om een bakkie troost te gaan drinken. Terwijl de rest wat zat op te drogen beleefde ik op het toilet een betreurenswaardige anti-climax. Aan de muur hing een automaat met condooms met whiskysmaak. Ik kon me niet voorstellen dat dit lelijk volkje aan voortplanting deed, maar dit verstonden de Schotten dus onder anticonceptie! Na een tijdje likken en lebberen dronken neervallen. Vol verwachting gooide ik £ 2 in de machine, maar deze was stuk. Om Rembo & Rembo grappen te vermijden verzuimde ik het defect aan de bar te melden.

Even later vond ik toch nog iets naar mijn goesting. In de tientallen vrijwel identieke souvenierwinkels werd naast whisky ook Schots bier verkocht. Red MacGregor, Raven Ale en Skull Splitter waren getooid met etiketten die hun tot de verbeelding sprekende namen eer aandeden. Toch nog één lichtpuntje in deze zee van geblokte plaids, kleedjes, mokken, kilts en zogenaamd grappig bedoelde kaarten. Zou het kunnen dat Schotten naast gierig ook lui zijn? Dat ze te beroerd zijn echt werk te doen en daarom van hun land één grote toeristische attractie hebben gemaakt? Hierdoor hoefden ze zelf in ieder geval niet naar buiten en konden ze de hele dag tussen hun kleedjes blijven zitten terwijl de toeristen het geld naar hen toe kwamen brengen.

Ben Nevis ontkrachtte mijn boze vermoedens niet. Ben Nevis is de trots van de Schotten: de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk stelt met zijn 1344 meter niks voor, maar ligt tot groot vermaak van onze kiltdragende vrinden niet in Engeland, Wales of Noord-Ierland. Zelf bleven de Schotten op deze regenachtige dag lekker tussen hun doedelzakceedeetjes in hun winkeltjes zitten. Wel kwamen we op de top Hollanders tegen die naar huis belden om te vertellen waar ze waren. Dat was nog een graadje deprimerender dan het weer, want hierboven lag nog een flink pak sneeuw.

Terwijl Maarten en ik er met de Duitse meezinger ‘Naß, naß, naß’ de moed in hielden, hadden Eva en Mieke meer moeite met het niet tot wandelen uitnodigende pad. Kilometers losse, rollende stenen werden uiteindelijk door ons overwonnen, waarna onze zweterige regenpakken in de sneeuw voor een beetje isolatie mochten zorgen. Tussen resten van andere bouwsels stond een klein verhoogd hokje waarin we door een minuscuul deurtje bescherming tegen de elementen vonden. Wat we hier deden in de loodgrijze lucht, zwanger van nog meer sneeuw en vooral meer regen, wisten we niet. Wel wisten we dat we nog uren lang schier onbegaanbare paden, neerslag en modder in het vooruitzicht hadden voor we Fort William een dag later konden verlaten. D’r is niks bonnie aan heel dat Schotland.

St. Kilda? Klinkt goed!
Verzin eens iets nieuws

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*