Noord-Ossetië

Vladikavkaz doet Europees aan – zij het met een air van vergane glorie. Aan de brede boulevards staan tsaristische gebouwen in heldere kleuren. Trams in het wit, rood en geel van de Ossetische vlag rijden rammelend door de regenachtige straten. Na de minaretten van Dagestan, Tsjetsjenië en Ingoesjetië zijn het hier weer kerktorens die naar de hemel priemen. Op dagen als vandaag, wanneer een grijze lucht de besneeuwde bergtoppen aan het zicht onttrekt, zou je het zomaar kunnen vergeten, maar we bevinden ons nog altijd middenin de Kaukasus.

Diep verscholen in de Ossetische bergen ligt één van de meest macabere plaatsen van de Kaukasus: Dodenstad Dargavs. Of we de necropolis mogen bezoeken is niet helemaal duidelijk. Mogelijk hebben we een speciale vergunning van de FSB nodig, al spreken verschillende bronnen elkaar tegen. Het is duidelijk een geval van ‘bij twijfel oversteken’: de aantrekkingskracht van de dodenhuisjes is te groot.

Dat de middeleeuwse crypten zo goed bewaard zijn gebleven, is grotendeels te danken aan de geïsoleerde ligging van Dargavs. We hebben het zwaar met de rotsachtige wegen en scherpe haarspeldbochten. Brullend ploetert onze bus naar boven, maar het pad is te steil. Steenslag schiet weg onder de banden en de stank van verbrand rubber dringt in onze neus. Keer op keer rollen we terug naar beneden. Ik geef het op. Voor het eerst erken ik dat een weg te lastig is voor onze bus en draai om – wat bepaald niet meevalt. Eva kan moeilijk geloven dat ik het niet nog één laatste keer probeer. Bij een woeste waterval laten we de motor afkoelen en bestuderen we de landkaart. Er lijkt nog een andere weg naar Dargavs te leiden. Een grindweg kronkelt door de bergen, langs vergeten dorpjes en skeletten van Sovjetflats. Ook dit is een uitdagende route en meermaals twijfelen we of we op de goede weg zijn. Dargavs – of welke plaats dan ook – staat nergens aangegeven.

Dan doemt de necropolis voor ons op. Tientallen lage, stenen huisjes met trapvormige, leistenen daken. Van een afstand gezien lijkt het een heel normaal dorp, maar hier woont geen levende ziel. Spookachtige witte nevel slingert zich om de bergen achter de dodenstad. Ilva en Rune blijven dicht bij ons terwijl we tussen de crypten dwalen. In de duisternis achter kleine openingen liggen knoken, schedels en andere menselijke resten, gewikkeld in halfvergane kledingstukken. De meeste geraamten liggen op kleine, houten scheepjes, waarop de ziel van de overledene een rivier in de onderwereld zou oversteken. De levenden waagden zich niet in Dargavs – tenzij doodziek en als laatste overlevende van een door pest of andere ziekte getroffen familie. Deze ongelukkigen zochten de dodenhuizen vrijwillig op om hier op hun einde te wachten.

Op weg naar onze wildkampeerplek in het Tseyskiy natuurreservaat tel ik drie patrouillewagens, maar we hoeven nergens te stoppen voor de politie. Misschien zijn de regels voor buitenlanders versoepeld. In de bergen verschijnen aan weerszijden steeds meer restanten van verdedigingstorens. We slaan een zijweg in en na het klooster van Fiagdon zien we niemand meer. We zien überhaupt niets meer. Een dichte mist verzwelgt de berghellingen en ingespannen tuur ik naar grote rotsblokken midden op de weg en diepe voren die zo breed zijn dat we ze maar ternauwernood over kunnen steken. Ilva en Rune zijn de lugubere schedels en zwart verteerde tenen van Dargavs alweer vergeten en zingen vrolijk achterin de bus, zich niet bewust van de erbarmelijke staat waarin dit bergpad verkeert. Bovenop de pas parkeren we de bus in een stille, grijze wereld.

‘s Ochtends worden we wakker in een bergweide vol bloemen. Vlakbij de bus is het gras in een grote cirkel platgedrukt. Hier heeft vannacht een beer geslapen. Nevelslierten stijgen op uit weelderig groene bossen, waar grijze rotsmassa’s hoog bovenuit torenen. Het laatste stuk van de bergweg is een peulenschil. We dalen af langs haarspeldbochten en na een half uur rijden we de vallei van de Terek in. De Transkam slingert naar het zuiden, naar de grens met het gesloten Zuid-Ossetië. Als het goed is staan onze namen op een lijst en gaat de slagboom van het niet-erkende land straks voor ons open.

Zelf naar Noord-Ossetië? Met mijn reisbureau Tot hier en verder organiseer ik reizen naar de Noordelijke Kaukasus.

Zuid-Ossetië
Ingoesjetië

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*