Nunţa extremale

Je staat er zelden bij stil, maar ook ezels kunnen galopperen. Op de Roemeense snelweg kom je het tegen en is de boerenkar nog steeds een gangbaar transportmiddel. Zelfs na vier jaar EU waren mannetjes op wankele fietsen, vrouwen met takkenbossen op hun rug, ingestorte bruggen en geheel ontbrekende weghelften nog altijd de norm op de grotere Roemeense wegen. Het mag een wonder heten dat ik slechts eenmaal op een haar na een besnorde Roemeen in de grill had zitten. De chauffeur in de auto achter me was niet in z’n sas met mijn noodstop en gesticuleerde woest dat hij liever een landgenoot minder had dan een kras op zijn wagen. Hij haalde me plankgas in, wat hem op wild gesein van een tegenligger kwam te staan die ternauwernood een collisie wist te voorkomen. Het centrum van İstanbul was vorige week minder spannend. Liefhebbers van avontuurlijk rijden, welkom in Roemenië!

Zelfs na acht keer eerder in Roemenië te zijn geweest, waren er nog genoeg plekken die we nog wilden zien. Onderweg van de grensovergang bij Giurgiu naar Hărman, waar Bogdan en Alina morgen zouden trouwen, stopten we in Târgovişte. Midden in een drukke stad met erg orthodox aandoende kerken lag hier het Curtea Dumnească, het hof waar prins Vlad Ţepeş ooit de boel bestierde. Ja, die naam kennen we allemaal wel. Achter hoge muren lag hier een groene, rustige oase verscholen. Erg rustig, en niet omdat de bloeddorstige prins uit de dood was herrezen en iedereen op de zo door hem geliefde staken had gespietst. Nee, er was bijna nergens iemand deze vakantie – lege restaurants in Arbanasi, vijf andere bezoekers in het Curtea Dumnească en die avond waren we, net als in ons guesthouse in Bulgarije, de enige gasten in Pensiunea Carina. Óf het toerisme lag hier een beetje op z’n gat, óf het verschil viel me gewoon ontzettend op na een weekje op de koppen lopen in Italië en İstanbul.

Niet bang voor vampieren (EH)

Na een mooi gecopy-pastede expositie over het leven van Vlad Ţepeş en een stuk of wat plaatjes van Dracula en Nosferatu te hebben gezien in de Turnul Chindiei (de Zonsondergangtoren), mengden we ons weer in het Roemeense verkeer dat volgens mij meer doden heeft veroorzaakt dan alle vampiers van de wereld samen. We bereikten de Saksische burchtkerk van Hărman gelukkig springlevend, maar voor mijn vriend Bogdan was het ‘game over’. Voor de wet was hij getrouwd en Alina droeg dan ook trots een button met deze vrolijke boodschap. Bogdan zou haar morgen nog wel terugpakken. Nu belandden we midden in de generale repetitie van de kerkelijke inzegening. Ilva zou thuis ook wel zo’n orgel willen, dus ik mag nog altijd hopen dat ze later een zelfde carrière als Mambo Kurt ambieert.

En al was het dan Bogdans feestje, zijn moeder mocht haar zoon net als jaren geleden nog altijd graag met mij vergelijken. “Hij heeft nog steeds z’n mooie lange haren, een dochtertje en een zoontje op komst – en Bogdan…”, hoorde ik haar in het Roemeens klagen. In ieder geval had Bogdan ciorba wat meer leren waarderen en een kleine Bogdan was geloof ik zo’n beetje de enige reden om te trouwen. Alina’s familie geloofde namelijk wel dat er meer tussen hemel en aarde is en stond op een kerkelijk huwelijk, waarna antichrist Bogdan tot vermaak van zijn metal luisterende vrienden door de knieën ging. “Bij mijn dopen hield ik mijn vingers gekruist, dus het telde niet,” probeerde Bogdan nog, maar toen ik een dag later met het kersverse bruidspaar en de priester op de foto ging en daarbij mijn pink en wijsvinger in de lucht stak bleek hoe stoer meneer was als puntje bij paaltje kwam. Het kon de priester nochtans echt niet bommen.

Eten vinden in een dorp als Hărman viel nog niet mee, maar verstopt achter een gebouw zonder enige aanduiding vond ik het terras van de pizzeria die hier ergens moest zijn. Iedereen van hier wist toch waar het was en mensen van buiten kwamen er waarschijnlijk niet. De ober vertelde in ieder geval aan iedereen die het maar wilde horen dat ik uit Nederland kwam, dus zonder fles Heineken mocht ik niet terug naar ons pension met de pizza’s. Ik kon er best langs, gebaarden een stuk of vijftien dronken Roemenen onderweg die een paard en wagen vol hadden geladen en ergens erg veel lol om hadden, waarna er prompt één over een geparkeerde auto struikelde. Een prestatie op zich.

Feestvreugde

Dat de kerk de volgende dag om stipt één uur ‘s middags vol zat is een maatstaf voor hoe serieus Roemenen, die anders nergens op tijd voor zijn, het huwelijk nemen. Ik telde tijdens de dienst slechts tien personen die later binnen kwamen, al liepen er ook enkele tijdens de ceremonie naar buiten. Wellicht om een sigaretje te roken, want hoewel ik nergens verbodsborden kon ontwaren kan ik me voorstellen dat het niet helemaal bon ton is om er één op te steken in een 16e-eeuwse Saksische kerk. Veel misten ze niet, want al werd de dienst door een Engelse priester gehouden, er is bij mij weinig van blijven hangen. Alleen het beeld van Bogdan die na de plechtigheid als een hond aan de leiband door Alina de kerk werd uitgevoerd. Prachtig.

Na de felicitaties kon het feest beginnen op een landgoed met zeven meren. Geef mij maar Zeven Zeeën denk ik dan persoonlijk, maar onder een stralende zon, met witte draperieën boven ons in de feesttent en een glas palinca achter de kiezen waren we in een opperbeste stemming. Dit mocht dan niet in een uit de hand lopende, drie dagen durende Oost-Europese bende ontaarden; leuk was het wel. Een standaard bruiloft was het ook niet bepaald, met op elke tafel een fles Jack Daniel’s, hele varkens aan het spit en een bruidegom in een t-shirt met de tekst ‘Will trade wife for beer’. Zelfs priester Patrick hield zich niet in en vertelde me openhartig dat hij de serie Father Ted niet alleen kon appreciëren, maar ook alle typetjes herkende: de dronkenlap die sprekend Father Jack was, de sul die op Father Dougal leek en iedereen, ja elke parochie, had een Miss Doyle als huishoudster. Zelf had Patrick nog het meest weg van de praatgrage Father Ted zelf.

Verdeeld over drie complete maaltijden bleef er eten op de tafels gezet worden. Tussendoor was het podium geen moment leeg, met Roemeens volksdansen en een demonstratie salsadansen door Bogdan, Alina en hun swingende dansmaatjes als hoogtepunten. Ilva vond het geweldig en danste tot tien uur ‘s avonds door met haar nieuwe vriendje Tudor. De muziek was dan ook veel beter dan op de gemiddelde Nederlandse bruiloft die ik moest meemaken en behalve de oude Roemeense rockers van Cargo en de ethnofolk van Zdob şi Zdub passeerden ook Jace Everetts Bad Things en Eurythmics de revue. Een feest der herkenning.

Herkennen werd voor veel Roemenen later die avond steeds lastiger, althans, het herkennen van de eetbare delen van dieren. Hoe later het werd, hoe groter de kans een Roemeen tegen het lijf te lopen die op een varkensoor aan het knabbelen was, dronken met een roeispaan op het podium stond of met de broek op de enkels voor de wasbak hing zodat ik er niet bij kon om mijn handen te wassen. Dit begon erop te lijken. Er mocht dan naar mijn zin te weinig palinca zijn, zelfs de varkensneuzen verdwenen van de op tafel geplaatste koppen.

Om van te watertanden (EH)

Men probeerde ons de volgende ochtend nog te verleiden met een lunch met ciorba, maar wij achtten de tijd niet rijp voor de Cursus geduld uitoefenen les twee: nog meer Roemenen. ‘s Avonds wilden we weer in Bulgarije zijn en in dit land loopt nu eenmaal alles altijd en overal uit. In plaats van weer langs het Bucegi gebergte te rijden kozen we voor de net zo goed als scenic route te bestempelen weg door Cheia, op weg naar het klooster van Snagov. Langs de oostkant van het Baiu gebergte reden we met een strakblauwe lucht boven ons en diepgroene naaldbossen langs de weg door een landschap van lieflijke heuvels naar Wallachije. Langs de weg verkochten oude vrouwtjes elk twee komkommers en een tomaat en zaten daarbij de hele dag lang bovenop hun koopwaar. In Nederland zou je een plastic bakje op tafel zetten en je tijd nuttig besteden, maar hier zou het bakje vast gestolen worden. Of er nu geld in zat of niet.

Snagov lag bijzonder goed verstopt. Het klooster stond nergens aangegeven en aspirant bezoekers, jullie kunnen je de moeite besparen. De tombe van Vlad Ţepeş en het aardige kerkje waar deze zich in bevond lagen op een leuk, klein eilandje in het Snagovmeer, maar we hadden het er snel gezien. Na Bran, Poienari en Târgovişte hadden we Dracula nu wel compleet. In tegenstelling tot wat er in alle reisgidsen geschreven staat kun je gewoon over een brug naar het eilandje lopen, maar een oud mannetje bood ons op de heenweg al aan ons er voor €10 heen te roeien. Dit was zo overduidelijk oplichterij dat wij dachten: “Ach ja, waarom niet? Kan die man met z’n luie oog ook weer een week eten.” En Ilva houdt wel van bootjes.

De man wachtte braaf op ons in zijn bootje en roeide ons terug naar de overkant om daar schaamteloos nog eens €10 te vragen. Toen ik hem vroeg “Zeg, hoe is ‘t?” drong hij, naar ik hoop schuldbewust, niet verder aan en reden wij over de wegen vol kraters waar Roemenen patent op lijken te hebben naar de ringweg om Bucureşti, waar we nu probleemloos over vlogen. Na cultuur in Arbanasi en Veliko Tarnovo en feest in Roemenië waren we nu toe aan natuur, in de Rhodopen in het zuiden van Bulgarije. En toch was het jammer dat we Roemenië, waar absurde situaties talrijk zijn en snel op elkaar volgen, zo snel alweer verlieten. Er is vast geen enkel ander volk dat het verzint de tolraampjes bij de grensovergang aan de bijrijderskant te plaatsen.

Thraciërs, Daciërs, één pot nat
Naar de Balkan, elke pruimentijd weer

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*