Onbeminde oorden (deel 1)

De afstanden tussen dorpen en steden worden groter, de wegen leger. Glooiende akkers van zwarte aarde, zo ver het oog reikt. Rusland voelt aan als een schetsboek met enkel lege bladzijden, waar we pas net aan begonnen zijn. De verschillen met Oekraïne zijn subtiel. ‘Eigenlijk maakt het weinig uit of de grens ligt waar hij nu ligt, of honderd mijl meer naar het oosten of westen,’ beweert onze reisgids. Vertel dat de Oekraïners maar. Er zijn wel degelijk verschillen, zoals de overijverige verkeerspolitie. Onderweg naar Voronezh worden we twee keer aangehouden door de ДПС, de dorozjno-postovaja sloezjba, die zich zichtbaar geen raad weet met ons gele kenteken. “Waar komen jullie vandaan? En waarom spreken jullie dan Russisch?” vraagt een agent. “Nou mooi hoor! Welkom in Rusland en een goede reis!”

Die reis gaat na Voronezh snel verder naar het zuiden, parallel aan de Oekraïense grens. Voor een stad met ruim één miljoen inwoners heeft Voronezh bijzonder weinig te bieden. De op twee na grootste kerk van Rusland staat er en ze hebben een Okeanarium, waar ze tot Runes teleurstelling niet eens een kraak hebben. Wel leren we er Maxim, Katja, Timofej en Matvej uit Sint-Petersburg kennen. Het gezin is onderweg naar Georgië en samen rijden we naar het oude Kozakkendorp Starocherkasskaja. Op de snelweg naar Rostov-aan-de-Don rijden vrachtwagens aldoor op de betere linkerbaan, waardoor je genoodzaakt bent rechts in te halen en zijn buitensporige snelheidsovertredingen de norm, ondanks de alomtegenwoordige ДПС.

Tijdens een picknick praat Maxim me bij over de situatie op de Krim. In 2014 vond er op het schiereiland een referendum plaats en in tegenstelling tot bij ons ging iedereen naar de stembus. De uitslag was eenduidig: de bevolking wilde dat de Krim zich losmaakte van Oekraïne en weer bij Rusland ging horen. Waar de EU de uitslag van een soortgelijk referendum in Kosovo zo snel mogelijk honoreerde, was de situatie op de Krim anders. Hoewel internationaal door slechts een handjevol landen erkend maakt het schiereiland sindsdien de facto deel uit van Rusland. Het westen reageerde met sancties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft een negatief reisadvies, wat inhoudt dat je er niet verzekerd bent. Rusland is op zijn beurt met tegenmaatregelen gekomen, waardoor de bewoners van de Krim na de westerse maatregelen nu ook Nederlandse kaas ontzegd wordt.

We kamperen samen tussen de met hoog gras overwoekerde ruïnes van het 18e-eeuwse Krepost Svjatoj Anni. Ilva en Timofej vliegeren, Rune en Matvej doen experimenten met zand en water. “Excrementen,” probeert Matvej hem te leren in het Russisch. Fijn, zo’n gezin dat op soortgelijke wijze reist. Onze wegen scheiden in Starocherkasskaja. Ooit de hoofdstad van de Don-Kozakken met ruim 20.000 inwoners, nu een rustig dorp waarin je je in het Rusland van de 19e eeuw waant. De kleur groen domineert de Ulitsa Sovjetskaja: de luiken van het versterkte huis van Ataman Kondraty Bularin, de lage houten huizen, de daken van het Sint-Donskoj klooster. Om de kleine tuintjes aan de hoofdstraat staan hekken van gevlochten wilgentakken. In het paleis van de Ataman geeft een Kozakkenkoor in veelkleurige klederdracht een voorstelling voor en aantal hoogwaardigheidsbekleders.

Rijdend over het Koebanlaagland van Starocherkasskaja naar de Krim worden we door een agent met zwaailicht gevolgd en aan de kant gezet. Eva keerde de bus zojuist over een doorgetrokken lijn. “Tsja, wat” doen we nu?” vraagt de agent ons veelbetekenend. “Ja, wat doen we nu?” herhaalt Eva bij gebrek aan parate woordenschat. “Sorry, ik hoorde het niet goed door het verkeer,” probeert de agent nog, maar we houden ons van de domme en komen er zowaar mee weg. Na een lange dag rijden bereiken we Ilyich aan de Zee van Azov. Tickets voor de veerboot naar de Krim kopen is niet meer dan een formaliteit, maar voor we over een landtong naar het zestien kilometer verderop gelegen Port Kavkaz mogen rijden om aan boord te gaan, word ik door een agent gevraagd uit onze bus te stappen. Ook hier valt ons kenteken op. Het mag hier volgens de Russen dan officieel geen grensovergang heten, er wordt streng gecontroleerd en er is veel politie aanwezig. Toeristen uit West-Europa zijn ze niet gewend en in een kantoortje horen vier agenten me uit over vanalles en nog wat. Wel krijg ik complimenten voor mijn Russisch wanneer ik verduidelijk dat ik lesgeef op een basisschool en geen leraar Russisch ben, zoals ze aannamen.

De Straat van Kertsj baadt in het gouden licht van de ondergaande zon en de Russische vlag op de veerboot wappert in de wind. Niets wijst erop dat we een landgrens passeren. “Het meest Oekraïense dat er te vinden is, is het geld,” lees ik in onze reisgids van Oekraïne uit 2013. “Als er oorlog uit zou breken tussen Oekraïne en Rusland, dan zou het een gevecht om de Krim zijn.” Een oorlog is het schiereiland bespaard gebleven en billboards naast de weg met een vriendelijk glimlachende Poetin herinneren eraan dat de Krim altijd al Russisch is geweest. Helemaal waar is dat niet. In de loop van de geschiedenis was het een komen en gaan van volkeren. De Cimmeriërs, Grieken, Scythen, Goten, Hunnen, Chazaren, de Gouden Horde en Ottomanen volgden elkaar in hoog tempo op. In 1783 annexeerde Rusland de Krim voor de eerste keer, om het in 1954 aan Oekraïne over te dragen.

De veelvoud aan historische invloeden maakt de Krim tot een fascinerende bestemming. Griekse tempels, Joodse grottensteden, Tataarse moskeeën, bouwwerken uit de lang vervlogen dagen van de Zijderoute, Russische paleizen en dan ook nog een afwisselende natuur, het Krimgebergte en de stranden aan de Zwarte Zee en Zee van Azov. Geen wonder dat deze cocktail garant staat voor massatoerisme. De economische sancties daargelaten dan, want op de Krim komen is vandaag de dag een hele uitdaging. Cruises mijden het schiereiland, directe vluchten zijn er alleen vanuit Rusland en de grensovergang met Oekraïne is hermetisch gesloten. De Krim bezoeken wordt door Oekraïne als het illegaal passeren van de landsgrenzen beschouwd, waar hoge boetes en zelfs gevangenisstraf op staat. Een stempel in je paspoort krijg je echter niet en je hoeft ook niet bang te zijn een financieel spoor achter te laten. Er is geen bankautomaat die buitenlandse kaarten accepteert. ‘Een creditcard is niet nodig om deze accommodatie te reserveren!’ verbloemt booking.com het dan. Wie de Krim bezoekt doet er goed aan voldoende roebels mee te nemen.

Het duurt niet lang voor we kennismaken met de historische diversiteit van de Krim. Vanaf het uiterste puntje van het Kertsjschiereiland, het meest oostelijke deel van de Krim, kijkt de toren van het Yeni Kale uit over de Straat van Kertsj. Het fort uit 1706 werd door de Ottomanen en Fransen gebouwd in de nadagen van het Kanaat van de Krim en ligt nu verlaten in een uithoek van de stad Kertsj. Dolfijnen zwemmen van de Zee van Azov naar de Zwarte Zee en springen boven de golven uit, terwijl een schoolklas het schouwspel verrukt gadeslaat vanaf de muren van het fort. Hoewel de zon schijnt en de bomen hier al een stuk groener zijn dan in de noordelijkere Russische steden waar we een paar dagen geleden nog waren, dragen alle kinderen nog braaf een muts. Voor de zoveelste keer wordt ons gevraagd of Ilva en Rune het niet koud hebben. Nee, want Ilva heeft toen ze vijf jaar oud was eens een drankje gebrouwen waardoor ze het niet koud kan krijgen. Ze gelooft er tot op de dag van vandaag in.

Een tweede schoolklas zien we bij het monument voor de Verdedigers van de Adzhimushkay Steengroeve. Een enorme betonnen structuur eert de Partizanen die, opgesloten in de groeve, 170 dagen lang weerstand boden aan de nazi’s. Voor de meeste van hen werd het onderaardse complex hun graf, net zoals de Tsarski Koergan even verderop voor de heerser van het Bosporuskoninkrijk. Met drie minuten rijden maken we een sprong van de Tweede Wereldoorlog naar de 4e eeuw voor onze jaartelling. In deze tijd was het Bosporuskoninkrijk aan weerszijden van de Straat van Kertsj ontstaan uit Griekse koloniën zoals Panticapaeum, de voorloper van het huidige Kertsj. De grootte van de grafheuvel laat er geen misverstand over bestaan: hier ligt een belangrijke en gewaardeerde vorst begraven. Een 37 meter lange gang van stenen met warme tinten leidt naar een overdekte centrale ruimte. Het divergerende lijnenspel en de subtiele, haast organische vormgeving van het gewelf geven de opening het voorkomen van een vagina.

Een meisje dat ik vanochtend in Kertsj sprak veronderstelde dat het waarschijnlijk beter is dat de Krim nu weer bij Rusland hoort, al zag ze daar op dit moment nog weinig van terug. De oude gids bij de Tsarski Koergan is heel wat uitgesprokener: “De Krim is altijd van de Krim geweest en niet van die Oekraïense fascisten. We zijn onafhankelijk, maar als we dan toch moeten kiezen is Rusland de betere partij. Er wordt nu tenminste in onze toekomst geïnvesteerd. De Russen leggen goede wegen aan.” Dat is dan wel work in progress. Het is vanaf Kertsj 200 kilometer rijden naar de voet van het Krimgebergte en de investering in infrastructuur betekent dat er op de hele route wegwerkzaamheden plaatsvinden. Ook wordt er hard gewerkt aan een brug die de Krim in 2018 met het moederland moet verbinden. Het wordt een lange rit en na een snelle duik in de Zee van Azov bij het bouwvallige Kurortne zien we nog net de laatste zonnestralen over het Genuese fort van Sudak glijden voor we aan de kust tussen de wijnranken overnachten.

We zien geen mens bij onze wildkampeerplek, maar een avond later gaat het er heel wat wilder aan toe naast onze bus. We staan in de Dolina Pryvydenii, een vallei vol fallusvormige rotspilaren, wanneer we stemmen dichterbij horen komen. Het dichtstbijzijnde dorp is een kwartier rijden over gravelwegen en zandpaden. Toch wordt het gezelschap dat in het donker de Vallei der Geesten bezoekt steeds groter. Jongeren, zo te horen en we schatten hun aantal op minimaal tien. Een deel van hen is hoorbaar dronken en de muziek uit een auto die aan komt scheuren klinkt steeds luider. Met de verhalen van Jelle Brandt Corstius (in elkaar geslagen in een Russische discotheek), onze vriend Daniel (met stenen bekogeld door dronken Russen) en schrijver Wladimir Kaminer (over hoe toeristen op de Krim met knuppels worden afgerost) in het achterhoofd durf ik niet goed naar buiten.

Ilva en Rune slapen dwars door alle herrie heen, maar wanneer de boombox keihard aangaat met Oosterse discobeats vindt Eva het tijd dat ik actie onderneem. “Goeienavond jongens,” begin ik met tegenzin nadat ik uit de bus ben gestapt. “Ik verzet onze bus even want ik ben bang dat de kinderen wakker worden.” Meteen verontschuldigen de jongeren zich, zetten de muziek uit en nodigen me uit voor een plastic beker wijn. Een jongen die zich voorstelt als Pjotr vertelt dat één van zijn vrienden jarig is. Een dronken jongen zit met zijn schoenen in het kampvuur, maar de groep verzekert me dat dit volkomen normaal is. Al hebben de jongeren al aardig wat wijn gedronken en zouden ze me liever uitnodigen om in deze maanovergoten nacht een stukje met hun 4WD te gaan crossen (iets wat Eva me pertinent verbiedt), toch vertellen ze me graag hoe het voor jonge mensen is om op de Krim te leven. “Oekraïne was altijd als een moeder voor ons,” vertelt Pjotr. “Liefhebbend, terwijl vader Rusland strenger is en ons de broekriem aan laat halen.” De boodschap is duidelijk: hoe kun je nu kiezen tussen je vader en je moeder? Dat de Krim nu Russisch is heeft voordelen en nadelen, besluiten Pjotr en zijn vrienden. Ze stoppen het afval van hun feestje in vuilniszakken die ze meegenomen hebben, waarna we de Vallei der Geesten weer voor ons alleen hebben.

Eén van die nadelen is dat iedereen nu minder verdient. Ongeveer een kwart minder, rekent een vrouw bij Luchistoye me voor. “Maar de Krim is Russisch. Ach, mij maakt het eigenlijk niet uit.” Wat me opvalt is hoe rustig en soms zelfs gelaten iedereen reageert op mijn vragen. Veel mensen proberen de zaak van twee kanten te belichten. Iets wat ik in de westerse media, waarin Rusland steevast als onbeschofte agressor wordt afgeschilderd, nog wel eens mis. Drie mannen die me in Jalta aanspreken vertellen dat ze blij zijn dat een misstap uit de geschiedenis eindelijk is rechtgezet. “Chroesjtsjov deed de Krim in 1954 cadeau aan Oekraïne, maar de Krim is altijd Russisch geweest.” Waarom de Sovjet-Unie het gebied nu precies overhevelde van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek naar de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek blijft tot op de dag van vandaag een beetje schimmig. Erg scheutig met informatie waren de Sovjets niet. Ik blijf het lastig vinden: kun je het met goed fatsoen maken iets wat je ooit weggegeven hebt terug te eisen? En van de andere kant, kun je zomaar een stuk land met meer dan een miljoen inwoners weggeven zonder die mensen te vragen wat ze daarvan vinden?

Wat we van Jalta vinden is eenvoudiger te duiden. De betonnen hoogbouw is al van ver te zien en het is in april al druk op de stenige stranden met geïmporteerde palmbonen en op de door souvenirwinkeltjes geflankeerde straten. Jalta is Ruslands meest populaire tourist trap. Daar kun je beter met een grote boog omheen rijden, maar een bezoek aan de Krim is niet compleet zonder bij het Zwaluwnest te zijn geweest. Het Lastochkino gnezdo is een neo-gotisch fantasiekasteeltje in de stijl van een aantal Duitse kastelen van het type dat je vaak op puzzels van 1000 stukjes tegenkomt. Het Zwaluwnest is alleen een stuk kleiner, in 1912 voor Baron von Steigel gebouwd en geheel uit beton opgetrokken. Een iconisch beeld op een spectaculaire locatie, maar wanneer je er vlak voor staat zie je dat het eigenlijk een spuuglelijk gedrocht is.

Overal in Jalta is het Krimgebergte te zien dat als een muur achter de stad verrijst. Vanaf de top van Ai-Petri op 1234 meter hoogte is de wildgroei aan hotels ver beneden ons een stuk minder storend. Hier spelen waaghalzen een potje ‘Die for your selfie’, over hekjes klimmend en balancerend boven verticale rotswanden. Er is niemand die ze tegenhoudt. Hoe de touwbrug van de top naar een uitstekend rotseiland wordt gerepareerd ziet er trouwens niet minder gevaarlijk uit. Met een bergbeklimmersuitrusting aan een paar kabels bevestigd monteert een aantal arbeiders houten plankjes op de duizelingwekkend hoge brug. Meer dan een kilometer onder ze glinstert het water van de Zwarte Zee. Gelukkig hebben ze helmpjes op.

Het Krimgebergte is misschien wel het mooiste gedeelte van het schiereiland. Verscholen in de beboste bergen tussen Jalta en Bakhchisaray liggen de Grand Canyon van de Krim en honderden grotten. Riviertjes, watervallen en poelen zorgen voor een weelderig groen landschap. Bakhchisaray zelf voelt volkomen anders aan dan alle andere plaatsen op het schiereiland. De hoofdstad van de Krimtataren is een chaotisch netwerk van smalle straten en steegjes. Sommige delen van de stad doen haast aan als sloppenwijken en op straat worden we indringend aangestaard. Minaretten torenen hoog boven de sjofele huizen uit. Op het menu staan hier schapensoep, pilav en jazma.

Onze gastheer is een Krimtataar die acht talen spreekt: Russisch, Oekraïens, Oezbeeks, Tadzjieks, Turks, Afghaans, Farsi en Tataars. Van een negatief reisadvies voor de Krim wil hij niets weten: “Hier wonen gewoon mensen hoor. Er is vrede. Er komen alleen minder toeristen. Vroeger kwamen ze uit Oekraïne, Frankrijk, Duitsland – de hele wereld. Nu alleen nog uit Rusland.” We zijn de enige gasten in zijn hotel en als goede gastheer wil hij niet dat we het koud hebben. “Het gaat vannacht vriezen. Zal ik de verwarming aanzetten?” Wanneer we zeggen dat we liever een raam openzetten kijkt hij ons niet begrijpend aan. Blijkbaar houden niet alleen Russen van tropische temperaturen in slecht geventileerde slaapkamers. Even later loopt zijn zoon in een T-shirt voorbij. “Dit is de Krim. Hier is het niet koud!”

Kou hadden we niet verwacht in Bakhchisaray. De stad biedt een exotische, oriëntaalse aanblik. Het paleis van de Khan domineert het centrum van de stad en is hét symbool van de Krimtataren. Het uitgestrekte paleiscomplex, ontworpen door Ottomaanse, Perzische en Italiaanse architecten, stamt uit de 16e eeuw. Grote kastanjebomen sieren de binnenplaats; binnen in het paleis is er naast de in islamitische architectuur gebruikelijke geometrische vormen ook plaats voor afbeeldingen van bloemen en dieren. Het lijken uitingen van een vrijere vorm van de islam die op dit veelzijdige schiereiland nauwelijks verrassen. De hoofdstad van de overwegend soennitische Krimtataren werd vlak onder de grottenstad Chufut-Kale gebouwd. De joodse Karaïm leefden hier vreedzaam samen naast de Griekse christenen in de grottenstad Mangup-Kale en de moslims in Bakhchisaray. Naast elkaar; niet met elkaar. Dat dan weer wel.

Na een wilde rit met een Jeep staan we op de rand van een plateau in de bergen boven Bakhchisaray. Het uitzicht is fantastisch: beboste bergen die zich als groene piramides uit een gemengd woud verheffen; rotswanden met daarin uitgehouwen grottensteden uit de 3e en 6e eeuw. De Krim telt zestien grottensteden en in tegenstelling tot wat we eerder van onze Tataarse gastheer hoorden, beweert onze gids dat het juist beter gaat met het toerisme. “Nu komen er het hele jaar door toeristen,” vertelt hij. “Toen we nog bij Oekraïne hoorden kwamen ze alleen ‘s zomers.” Hobbelend over rotsen en door modder glijdend brengt hij ons van het plateau naar Chufut-Kale, waar Ilva en Rune in het verlaten doolhof van kamers van de ene grot naar de andere klauteren.

Meer Rusland in Onbeminde oorden (deel 2)

Onbeminde oorden (deel 2)
Te gast

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*