Oorlogswonden

De herinnering aan de Grote Patriottische Oorlog wordt overal in Wit-Rusland levendig gehouden. Bij letterlijk elk monument liggen verse bloemen. Raar is dat niet, in een land waar tussen 1941 en 1944 een onvoorstelbare 2.230.000 doden vielen door het schrikbewind van de nazi’s. Een kwart van de bevolking stierf bij het systematisch platbranden en vernietigen van 5.295 dorpen. Honderden dorpen werden nooit weer opgebouwd. Pas in 1971 telde Wit-Rusland weer evenveel inwoners als bij het uitbreken van de oorlog. Nog steeds lijkt de Grote Patriottische Oorlog een loodzware stempel op het alledaagse leven te drukken en allesbepalend te zijn voor de psyche van dit land. Wit-Rusland kent nauwelijks oude kastelen of kerken. Herinneringen aan onrecht en ongeluk, plekken die open wonden in de ziel van het land vormen des te meer.

Monumenten (JW)

Minsk verlaten met het openbaar vervoer kun je vergeten, vertelde Daan ons, maar wij hadden een auto. Bij de oprit van de snelweg werden we door agenten staande gehouden. Of het ook zo gemakkelijk is als er niet wordt geijshockeyd weet ik niet, maar na een snelle blik op onze paspoorten mochten we verder. Niet ver buiten Minsk, aan de weg naar Moskou, lag de Курган Славы, de Mound of Glory. Voor deze met aarde uit de Heldensteden van de Sovjetunie gemaakte heuvel speelden kinderen op tanks, bij gebrek aan een speeltuin. Een metershoge mozaïek vormde een eerbetoon aan de moed van het Rode Leger.

Op de uitgestrekte, betonnen parkeerplaats voor Khatyn stond slechts een handjevol auto’s. Op het ruisen van de wind door de bladeren van de berken na was het er stil. Ergens op de achtergrond hoorden we het luiden van een bel. Khatyn vormde een zeldzaam moment van reflectie in onze tourgeschiedenis. Van wat ooit een dorp was, resteerde slechts een monument. Een monument ter nagedachtenis aan alle vernietigde Wit-Russische dorpen. Waar ooit huizen waren, stonden nu 26 betonnen palen met daarop de namen van de vermoorde inwonenden. Adam, 15 jaar. Misha, 13 jaar. Vilja, 11 jaar. Zo veel nog jongere kinderen. Op vaste intervallen luidde bij elke kolom een bel; een holle rouwklank die moest blijven klinken opdat nooit vergeten wordt dat de mannen, vrouwen en kinderen van Khatyn hier een schuur in werden gedreven die door de Duitsers in brand werd gestoken. Toen ik in de Bradt gids over het bloedbad las kon ik mijn tranen niet bedwingen. Het verhaal van twee meisjes die aan de vuurzee wisten te ontkomen, enkel om in een volgend dorp meer dood dan levend alsnog hetzelfde lot als hun dorpsgenoten te moeten ondergaan was te gruwelijk, te misselijkmakend. Wie Иди и смотри (Come and See) heeft gezien weet dat sommige beelden voor altijd op je netvlies blijven staan.

Het contrast met de Линия Сталина, de Lijn van Stalin, had niet groter kunnen zijn. Dat hier met mitrailleurs en zwaarder wapentuig geschoten kon worden voelde opportuun en respectloos. “Hé jongens, komen jullie om te schieten?” vroeg een Wit-Rus in een legeruniform ons. “Waarmee dan?” wilden we weten. “Met een tank. Voor $200 mogen jullie schieten.” We bedankten vriendelijk. Deze poppenkast pretendeerde een serieus museum over de Grote Patriottische Oorlog te zijn. Een standbeeld van Stalin lachte ons toe; militairen groeven loopgraven en op de parkeerplaats gingen de autoalarmen af wanneer er weer een granaat ontplofte. Met een uitgebreid wagenpark van tanks, straaljagers en zelfs een raket achter ons werkten we een paar pannenkoekjes naar binnen om gauw weer naar Minsk te rijden.

Opportuun (JS)

Met zoveel zwaarmoedigheid op één dag zochten we ‘s avonds onze toevlucht tot de fles. Of eigenlijk twee flessen. Bij de Lijn van Stalin hadden we de Zweedse Jonas opgepikt, die graag een lift naar Minsk wilde. Nu we met meer personen waren hadden we ook meer flessen wodka nodig bij het avondeten, berekenden we. Jonas keek wat ongemakkelijk, maar liet zich niet kennen. Het duurde niet lang of we zaten weer in de Bananenbar, waar bleek dat de Russische variant van “Waarom niet?” het uitstekend deed. Почему нет? De Wit-Russen wilden toch voornamelijk weten of we er nog één lustten. “Jij komt toch uit Nederland?” vroeg een meisje me. Ja, dat wist ik nog wel, maar het was een behoorlijke puzzel om een dag later de hele avond te reconstrueren. “Zijn we met de taxi terug naar huis gegaan?” vroeg Jaap. Ook over de hoeveelheid wodka verschilden de meningen. In mijn herinnering was het de hoogste tijd naar huis te gaan toen de zesde fles wodka op tafel werd gezet, zelfs de Russen begonnen te kotsen en de barman op staande voet werd ontslagen. Jaap hield bij hoog en laag vol dat we maar twee flessen hadden gedronken.

Nog steeds dronken reden we de volgende dag naar het Dudutki folkmuseum, met een bonte verzameling oude ambachten, nog oudere auto’s, struisvogels en een samogondistilleerderij. De hotdog op het tankstation wegwerken was een hele onderneming, maar tevens het kantelpunt waarna we ons weer beter voelden. Goed genoeg om met onvaste hand te gaan boogschieten in het openluchtmuseum, wat met onze ietwat verhoogde amplitude geen sinecure was. En om een glas samogon – Russische moonshine – weg te tikken. Почему нет? De samogondistilleerderij was met stip de meest populaire attractie in Dudutki, al dansten Jaap en ik ook graag op de drukke folkmuziek die uit de speakers schalde. Van een priester die ook imker was (een echte bijbaan dus) mochten Gijs en ik gratis naar Nederland bellen. Het was haast jammer dat we weer terug naar Minsk moesten om ijshockey te gaan kijken, want een uitnodiging om ergens zonder goede reden de kerkklokken te luiden sloegen we niet graag af.

Terug in Minsk was het feest al begonnen. Met onze kaarten voor twee kwartfinales in de Minsk Arena zouden we Rusland tegen Frankrijk en Wit-Rusland tegen Zweden zien spelen. Het moge duidelijk zijn op wiens hand het publiek in beide partijen was. Met Russische supporters uit Samara haalden we nog meer pannenkoekjes en halve liters bier voor minder dan twee euro. Wat waren de Russen blij hier te zijn. Natuurlijk om het ijshockey, maar ook omdat Wit-Rusland zo’n vriendelijk landje was. Glooiende heuvels en helder gele koolzaadvelden zo ver het oog reikt. Ze kwamen hier graag. En ze bleven nog even, want zes Fransen en 14.000 Russen zagen hoe Anisimov, Malkin en Kutuzov Rusland de halve finale in schoten. Another day at the office voor de Russen met een geanticipeerde 3-0 tegen een verrassend sterk Frankrijk dat in de groepsfase zowaar Canada wist te kloppen, maar toen het publiek hoorde dat Tsjechië de Verenigde Staten had uitgeschakeld was er pas echt een reden om te juichen.

Hoezo plat en saai? (JS)

Dat betekende nog meer bier met Russen die in uiterst goede doen waren. En wat vonden ze het tof dat Nederlanders, bij wie alles fout gaat zodra ze schaatsen en hockey combineren, hen hier vandaag kwamen aanmoedigen. We waren heel anders dan Amerikaanse fans. Daar waren ze niet over te spreken. Die hadden lange haren, baarden… Ik zag de Rus in kwestie haperen in zijn betoog en ons een beetje angstig aanstaren. “Maar heel anders dan jullie, hoor. Jullie zijn veel mannelijker!” Na ons “Бухнём!” haalde Anton opgelucht adem en sloeg hij zijn beker bier achterover. Ook ons lesje Zweeds viel in goede aarde bij de Russen. “Jag vill ha… Store patter, store patter!” Een aantal Zweedse fans dat ons hoorde scanderen verslikte zich spontaan in hun bier. Obscene spreekkoren in het stadion bleven helaas uit.

Wit-Rusland – Zweden was een wedstrijd met een geschiedenis. Salt Lake City 2002 stond in het geheugen van elke Wit-Rus – en mij – gegrift. Wit-Rusland zorgde voor een ongekende sensatie door zich op de Olympische Spelen voor de halve finales te plaatsen. De Zweedse goalie Tommy Salo is tot op de dag van vandaag een nationale held in Wit-Rusland. Niet mee schreeuwen of springen was vandaag geen optie. “Willen jullie meer of minder orgel?” moet de organist hebben gedacht, en het antwoord was natuurlijk “Meer, meer, meer!” Toen Wit-Rusland in de tweede periode door een goal van Aleksei Yefimenko de voorsprong nam, veranderde de arena in een ware heksenketel. Wildvreemden vielen elkaar in de armen terwijl de adrenaline haast tastbaar in de lucht hing. Zweden kwam terug, maar zeven minuten voor tijd kreeg Wit-Rusland een penaltyshot toegekend. Kalyuzhny miste. Even later viel de winnende goal bij de Zweden. Toch waren de Wit-Russen trots op hun team. En terecht.

Met t-shirts in gebroken wit die door de vele etensvlekken roken alsof we bijna aan tafel konden, lieten we Minsk achter ons. Vanuit de miljoenenstad reden we naar het noorden, naar het Nationaal Park Braslaumeren. Dit was ruraal Wit-Rusland, waar mensen met een zeis de graslanden maaiden en waar men met paard en wagen langs hooimijten en houten huisjes reed. Een stuk mooier dan de enorme, grauwe flatgebouwen van Minsk. Een glooiend landschap dat tientallen jaren achter liep op de hoofdstad; waar in kale sovjetwinkels op ingeblikte vis en varkenskoppen in de vriezer na weinig te kiezen viel. Over zandwegen reden we naar ons houten huisje aan het Volosameer. Een afgelegen plek waar niets te doen was, midden in een mooi natuurgebied. Een prima plaats met dit hete weer. Wit-Rusland was ons een stuk beter bevallen dan we vooraf verwacht hadden. Nu restte nog slechts het tegen heug en meug wegwerken van ons pannenkoekenontbijt, acht flessen wodka inslaan en tien uur rijden over binnendoorweggetjes door Letland, Litouwen en Polen. Daarna zouden we alweer op de vertrouwde E30 rijden. Immer gerade aus.

Sorcerer
Fotomodellen

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*