Oostwaarts

“Slava Ukraina!” roept een nors kijkend drietal wanneer ik ze in het Russisch goedemorgen wens. “Waar kom je vandaan?” We zijn net in één nacht van Nederland naar Oekraïne gereden. De Noordelijke Kaukasus is een eind rijden en we willen kilometers maken, maar iets zegt me dat dit een weinig opportuun moment is om ons reisdoel te noemen. “Poetin is een hoerenjong!” bevestigt één van de mannen mijn vermoeden ongevraagd. “Zonder Oekraïne als buffer zouden jullie het in de EU een stuk zwaarder hebben.” Oleg vertelt over de periode dat hij in Donetsk en Mariupol gestationeerd was. “Ik zag vrienden door kogels geraakt worden. Ik zag ze sterven.” Met zijn vinger tikt hij tegen de zijkant van zijn hoofd. “Zelf kom ik net terug uit het ziekenhuis…”

Het drietal wenst ons een fijne vakantie in Oekraïne. De Russische republieken in de Kaukasus mogen dan een negatief reisadvies hebben, hier is de sfeer evenmin erg ontspannen. Verkiezingsposters naast de weg tonen legercommandanten met gemillimeterd haar en populistische leuzen van de Radicale Partij in zwart en rood. Het komt allemaal niet bepaald vergevingsgezind over, maar gezien de betreurenswaardige verstandhouding met het grote buurland is het geen verrassing dat dergelijke partijen hier gedijen.

Net als de lokale politiek blijkt de Liefdestunnel in Klevan een verraderlijk moeras vol bloeddorstige monsters. De eerste honderd meter over de verlaten spoorbaan door het bos delen we met jonge stelletjes die nog durven te dromen, maar zelfs de grootste patriotten wagen zich niet veel verder met hun geel-blauwe lintjes. Ook wij slaan al snel op de vlucht voor de hordes muggen en verruilen het groene bladerdek voor het beton van Kyiv. De regen valt gestaag naar beneden wanneer we Mat Rodina bezoeken. De moeder van het moederland is een potige, masculine vrouw die met haar lengte van 62 meter dreigend boven de stad uittorent. Onder haar voeten bevindt zich een oorlogsmuseum. De kaaklijnen en armspieren van dappere Oekraïense en Russische soldaten die hun land in de Grote Vaderlandse Oorlog zij aan zij verdedigden, zijn in beton gevangen. Op het plein staat een geel met blauw gespoten tank lijnrecht tegenover een in Slovyansk buitgemaakte Russische tank. Het druilerige weer maakt de oorlogsheroïek nog troostelozer.

Met de uitzichtloze situatie in het oosten van het land en het collectieve wantrouwen in de zittende politiek, wenden veel Oekraïners zich liever elders voor troost en hoop. In de catacomben van het Pechersk Lavra klooster voert een onophoudende stroom pelgrims ons dieper en dieper het slechts door kaarslicht verlichte doolhof in. Gelovigen prevelen gebeden uit kleine bijbels en steunen met hun voorhoofd tegen de doodskisten waarin heiligen opgebaard liggen. Liefdevol drukken ze hun lippen tegen de glazen platen die hen van de relieken en de inmiddels zwart uitgeslagen, gevouwen handen scheiden. Met steeds kleiner wordende kaarsjes in onze handen zoeken we een uitweg uit het benauwende gangenstelsel.

Voor de Oekraïners die geen vertrouwen hebben in god, geweld of gekozen volksvertegenwoordigers is er altijd nog alcohol. We lopen terug door een park waar iedereen gemoedelijk een sigaretje rookt en met een petfles zelfgestookt bocht of twee blikken bier op bankjes zit. Een Oekraïens avondje uit. Lekker goedkoop. En toch, deprimerend is Kyiv niet. Het is de volgende dag heerlijk zomerweer en voor de fonteinen op het Maidan liggen jongeren in het gras te zonnen. Ilva en Rune willen per se Arsenalna bezoeken – met 105,5 meter onder de grond het diepste metrostation ter wereld – en zijn net als wij bijzonder te spreken over het microminiaturenmuseum en het kwallenmuseum.

Het is vanaf Kyiv nog altijd ruim 2000 kilometer naar de Noordelijke Kaukasus. De verhalen over de grotere grensovergangen tussen Oekraïne en Rusland stemmen weinig hoopvol – zes uur wachten is geen uitzondering – en daarom kiezen we voor dezelfde kleine grenspost die we drie jaar eerder tijdens onze wereldreis namen. De weg naar grensgehucht Katerinivka lijkt minder erbarmelijk dan toen, maar dat kan ook aan de glijdende schaal van ons referentiekader liggen. We zijn inmiddels wel erger gewend. Het is rustig: behalve wij staan er een vrachtwagen en een bestelbusje aan de grens. De Oekraïense douaniers zijn even lui als corrupt en na een paar halfslachtige pogingen ons voor een verzonnen overtreding te laten betalen, wuiven ze ons door. Na een half uur staan we aan de poort van Rusland.

De poort blijft voorlopig gesloten. “Terug naar je auto en wachten,” commandeert een Russische douanier die er duidelijk geen zin in heeft. Een half uur later worden hij en zijn collega afgelost; zich in het geheel niet bekommerend om de langer wordende rij achter ons. De aflossing is vriendelijker. De jonge douanier omarmt de zeldzame kans om zijn Engels te oefenen en praat honderduit, terwijl ook hij zich niets aantrekt van de auto’s die achter ons staan. Daarna moeten we al onze bagage uitladen voor een minutieuze inspectie. Er worden foto’s gemaakt van onze spullen en de binnenkant van de bus. Tergend langzaam gaan de douaniers te werk. Het is donker wanneer we na drie uur eindelijk de hele procedure doorlopen hebben en Rusland in mogen.

Daarmee zijn we er nog niet. We willen graag roebels, een simkaart en Russische autoverzekering regelen. Drie jaar geleden kon dat allemaal aan de grens. Nu wordt het individuele reizigers die hier Kursk oblast binnenrijden niet eenvoudig gemaakt. “Verderop,” mompelt een douanier als antwoord op onze vragen. De eerste pinautomaat die we vinden weigert uit te keren. De tankstations waar we stoppen beamen dat ze tot voor kort autoverzekeringen verkochten, maar dat dit niet langer het geval is. We besluiten dat het te laat is om alles vandaag nog te regelen en zoeken een geschikte wildkampeerplek. De politie helpt mee en houdt ons tegen zodra we een donker zijweggetje inrijden. “Verderop,” mompelen ze na het inspecteren van onze documenten. Zodra de zwaailichten in de nacht verdwijnen slaan we een volgende zijweg in en kamperen in een berkenbosje.

De volgende ochtend vervolgen we onze speurtocht. Wanneer het me ook bij de tweede en derde bank niet lukt om te pinnen, trek ik de conclusie dat ik mijn bankpas niet op ‘Azië’ heb staan. Niet dat we daar zijn – dat duurt nog zeker drie weken – maar het probleem is snel verholpen. De simkaart is lastiger. De eerste twee providers vertellen me dat ze niet aan buitenlanders mogen verkopen. Bij de derde gooi ik het over een andere boeg. In plaats van om een Russische simkaart vraag ik een simkaart en om te voorkomen dat er om een Russisch paspoort wordt gevraagd, schuif ik meteen mijn eigen paspoort onder de neus van de verkoopster. Aarzelend bladert ze erdoorheen, ziet mijn visum en na een kwartier gegevens invoeren heb ik mijn simkaart.

Dan de verzekering. In het stadje Rilsk vertelt de eerste verkoper dat ze buitenlandse auto’s niet kan verzekeren. De tweede verzekeraar komt daar na 45 minuten gegevens invullen pas achter en verwijst me naar collega’s in Kursk, 120 kilometer verderop. Die hebben net pauze wanneer we er aankomen, maar 50 minuten administratiewerk en twaalf handtekeningen later staan we buiten met de benodigde documenten. Wat een geluk dat de Noordelijke Kaukasus nog ver weg is. Voorlopig hoeven we geen grens meer over te steken. ‘s Avonds volgt nog een bonusspeurtocht wanneer Google Maps ons via een originele route naar het grottenklooster van Divnogorye stuurt. Een viaduct met een maximale doorrijhoogte van 1,60 meter (ik verzin het niet) dwingt ons om te rijden over modderige boswegen en kilometers ongemarkeerde hobbelsporen.

Uit het niets onderbreekt het kalksteenplateau van Divnogorye de eentonige Russische chernozemgrond. De Don meandert kalm langs hoge, witte rotswanden. Ooit bouwden de Chazaren hun forten op deze strategische uitkijkpunten; later werden er Orthodoxe grottenkloosters uitgehakt. Op het plateau zoeken zandhagedissen een veilig heenkomen tussen de bloeiende steppevegetatie. Rune kan zijn geluk niet op als hij een spitssnuitadder over het pad ziet kruipen. Het is jammer dat we zo kort blijven om te genieten van deze kalkoase in een verder tamelijk saai deel van Rusland, maar we moeten verder.

Het is op onze route oostwaarts sprokkelen naar plekken die de moeite waard zijn om te stoppen. In een natuurgebied aan de rivier Khopyor negeren we alle verbodsborden, op zoek naar een wildkampeerplek. Volgograd is nog vijf uur rijden door een monotoon landschap; hier zien we een beverdam en informatieborden die ons Russische desmans beloven. De vinden we niet, maar de parkwachter vindt ons wel. We hebben onze bus nog niet geparkeerd of er komt al een ranger in camouflagekleding op een motor aanrijden. “Hebben jullie een vergunning?” Die hebben we niet en ik moet meekomen. In Varvarino, het dichtstbijzijnde dorp, word ik voor de directeur van het natuurgebied geleid. Na het indienen van een door hem gedicteerd en door mij handgeschreven verzoekschrift, krijg ik een document met officiële stempels en handtekening. We hebben toestemming om aan de Khopyor te kamperen. Ik hoef er niet eens voor te betalen.

Uren lang rijden we door de hitte verder naar het zuidoosten. Er is hier niets te zien, op af en toe een halal minimarket of truckerscafé ‘Baku’ na. ‘Kavkaz’ is ineens het meest voorkomende woord naast de eindeloze weg. Het is nog altijd meer dan duizend kilometer naar de Kaukasus, maar we zijn al lang niet meer de enigen met dit reisdoel. Eindelijk bereiken we laat in de middag Volgograd, waar de Kaukasus en Rusland elkaar in de vorm van Adzjarische gerechten en ruime hoeveelheden wodka ontmoeten in restaurant Shafran.

Het is moeilijk voor te stellen dat in een stad zo afgelegen dat we er ruim een week voor moeten rijden, meer dan een miljoen militairen uit Duitsland, Italië, Roemenië en Hongarije een bloedige strijd leverden met het Sovjetleger. Ruim vijf maanden lang werd er gevochten om Stalingrad. Het kantelpunt van de Tweede Wereldoorlog eiste ruim twee miljoen slachtoffers. ‘We waren slechts eenvoudige stervelingen en de meeste van ons overleefden het niet, maar gezamenlijk vervulden we onze patriottische plicht voor ons Moederland’, lees ik in de mozaïek binnenin de Hal van Militaire Glorie. Soldaten staan roerloos op wacht bij een eeuwige vlam. Op de muren rondom hen gaat een meterslange lijst van namen door en door. Het is niet meer dan een fractie van hen die vielen – de ruimte is te beperkt om iedereen op te nemen die hier omkwam in de winter van 1942-43.

Maar verdriet mag er niet zijn. De overwinning wordt verheerlijkt met beelden van gespierde soldaten die weigeren een stap terug te doen, het blikken geluid van oorlogsliederen en mitrailleurgeratel dat uit speakers schalt en een als Stalin verklede man waarmee je een ritje in een oude legerjeep kunt maken. ‘Het Moederland roept’, een gigantisch standbeeld van een vrouw met getrokken zwaard, verbeeldt de strijdlust van de Russen waar de nazi’s zich op stukbeten. De mythevorming rondom de Grote Vaderlandse Oorlog is 75 jaar later nog springlevend en vertoont geen tekenen van slijtage. Figuurlijk dan, want rondom het 85 meter hoge beeld is een minstens even indrukwekkende steigerconstructie opgetrokken.

‘Naar Berlijn!’ staat er op de tanks voor het eveneens aan de oorlog gewijde Panoramamuseum. Oude trofeeën, of nieuwe plannen van de Russen? Wij gaan in ieder geval de andere kant op. Achter de steppe wacht de Kaukasus.

Kalmukkië
Naar boven kijken voor antwoorden

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*